De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Afscheid van gereformeerd verleden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Afscheid van gereformeerd verleden

'Kuitert en Wiersinga'

9 minuten leestijd

Het was een tijdlang mode om Kuitert en Wiersinga in één adem te noemen. De Amsterdamse hoogleraar in de ethiek en dogmatiek, dr. H.M. Kuitert en de, eveneens Amsterdamse, studentenpredikant dr. H. Wiersinga stonden model voor alle dwalingen, die zich in betrekkelijk korte tijd hadden breed gemaakt binnen de Gereformeerde Kerken. Kuitert had met zijn nieuwe Schriftbeschouwing de bakens verzet. In de zestiger jaren publiceerde hij een boekje — een samenvatting van radiolezingen voor de NCRV — onder de titel 'Verstaat gij wat gij leest'. Op grond van ontdekkingen binnen de natuurwetenschappen (de evolutietheorie met náme, ook aan de VU in die jaren aanvaard) kwam hij tot een nieuw verstaan van de hoofstukken 1 tot 3 van het boek Genesis en als zodanig ook tot een nieuw Schriftverstaan. De titel van het boekje van Kuiterts collega in de natuurwetenschappen J. Lever, was typerend voor het rumoer, dat deze visie losmaakte: 'Waar blijven we?'
Dr. H. Wiersinga liet vervolgens met zijn alternatieve verzoeningsleer de verzoening door voldoening los en bracht de verzoening terug tot een intermenselijk gebeuren; een geding, niet tussen God en mens, maar tussen mensen en mensen, volkeren en volkeren.


De laatste tijd was het wat stil geworden rondom 'Kuitert en Wiersinga'. 'Kuitert en Wiersinga' werd eigenlijk soms ook wel een oppervlakkige slogan om de Gereformeerde Kerken te typeren. Kuitert zei bovendien ook nog wel eens áárdige dingen, met name als het ging om de politieke bemoeizucht van de kerken.
Maar nu zijn Kuitert en Wiersinga dan weer samen in beeld. Bijna gelijktijdig brachten ze namelijk een boek op de markt, beiden rondom hun afscheid in actieve dienst. Kuitert schreef Het algemeen betwijfeld christelijk geloof en Wiersinga bracht een boek op de markt, getiteld 'Geloven bij daglicht'.
Nog voordat het boek van Kuitert verschenen was, was het allerwegen al in bespreking, dit vanwege een voorpublicatie. Intussen is het nu overal breed aan de orde. Het kreeg reeds een achtste druk. Wiersinga's boek was tot heden minder in beeld. Maar dat komt nog wel. De auteur zelve was reeds uitvoerig te horen voor de radio om zijn boek te promoten.

Het feit, dat met name Kuiterts boek al zoveel pennen losmaakte, nog vóórdat men het had kunnen lezen, leverde natuurlijk het verwijt op, dat men eerst het boek maar eens echt moest lezen. Maar waarom dan de voorpublicatie? Nu ik mij echter heb gezet tot het schrijven van een ontboezeming over 'Kuitert en Wiersinga', liggen beide boeken voor ons. Het is evenwel niet mijn bedoeling deze boeken hier te bespreken. Dat wordt door anderen binnenkort gedaan. Bovendien gaat prof. dr. W.H. Velema momenteel in drie artikelen in ons blad in op de theologische kaders, waarbinnen Kuitert theologiseert.
Ik wil hier slechts ingaan op het feit, dat beide auteurs afscheid nemen van hun gereformeerd verleden. Dat is en wordt ook met zoveel woorden gezegd. Vandaar.

Weg ermee
'Weg ermee, dat is het enige wat ik zeggen kan. Om de bijbel over te houden, of liever, haar terug te krijgen, moet de klassiek-gereformeerde beschouwing weg. Anders verdwijnt ze straks met de beschouwing mee.' Deze uitspraak doet Kuitert helemaal aan het eind van zijn boek. Zo'n uitspraak is intussen niet ­voor tweeërlei uitleg vatbaar. Een streep door het verleden!
Nu kan direct worden tegengeworpen, dat er binnen de christenheid méér is dan het gereformeerde leven en dus ook méér dan een 'klassiek gereformeerde' Schriftbeschouwing. Kuitert rekent immers (slechts?) af met een 'klassiek gereformeerde beschouwing'? Dat is echter een fictie. Het gaat (nog) veel dieper. Kuitert rekent af met de gedachte (is dat een beschóúwing of is dat gelóóf?), dat de Bijbel het boek van Gods Openbaring is. Het is voor hem niet meer dan een menselijk zoekontwerp, een neerslag van hoe mènsen over God hebben gedacht. Als zodanig is het christendom slechts één weg op zoek naar God, naast andere religies. Al wat Kuitert dan verder nog aan schone of minder schone dingen te zeggen heeft over de klassieke dogma's, hangt samen met deze visie, die overigens óók niet meer dan een beschóúwing is. Zíj́n nieuwe geloofsleer hangt aan zijn beschouwing.


Gegeven dit alles mag het overigens niet meer zó opvallend heten, dat in Kuiterts boek eigenlijk geen ruimte is voor het werk van de Heilige Geest (zegge anderhalve pagina). Want onze Nederlandse Geloofs Belijdenis belijdt immers, dat de Bijbel wáár is, niet alleen omdat de kerk die voor waar hóúdt, maar ook 'omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat ze van God zijn.'
De Bijbel: Woord van God, van God uit ons gegeven.
De Schrift: boek van Gods Openbaring.
De Heilige Geest: de Auteur van het Woord. Dat zijn de noties, die het grondmotief voor het gereformeerde Schriftgeloof zijn. Men kan dit Schriftgelóóf ook niet tegen de (klassiek) gereformeerde Schriftbeschóúwing uitspelen. Het Woord is het boek van de Geest, te Boek gesteld door de Geest en wordt als zodanig in de harten van mensen ingeschreven door diezelfde Geest. Van dàt op de Heilige Geest teruggaande Schriftgeloof neemt Kuitert afscheid. En Wiersinga doet niet anders. De 'verhalen van Jezus' moeten blijven, vindt deze. Maar de Bijbel als gezaghebbend boek van Gods Openbaring, nee.
'Kuitert en Wiersinga': afscheid van een (hun) gereformeerd verleden. Dat is de trieste balans, die men moet opmaken na het lezen van hun boeken.

Aangrijpend
Deze ontwikkeling in theologisch denken bij de nazaten van Kuyper en Bavinck mag aangrijpend heten. Het is daarbij bovendien ook weer kennelijk (kerkelijk) gereformeerd om bij wijziging van visie, bij een koerswending van honderd en tachtig graden, daarvan ook luidruchtig kennis te geven. 'Weg ermee', met de verouderde mantel! Om het scherp te zeggen: wèg met een Schriftgeloof, waarin de Heilige Geest centraal staat en óver naar een beschouwing, waarin de Heilige Geest de afwezige is. Dat gaat nog veel dieper dan dat een (klassieke) teleer aangaande de Schrift wordt prijs gegeven.


Overigens heeft met name prof. Kuitert er wel op gerekend, dat zijn stellingname scherpe kritiek van 'Orthodox-Protestantse christenen' zal oproepen. Hij zegt: 'Het zijn vooral voor Orthodox Protestantste christenen harde maatregelen, die ik voorstel, maar ik zie niet in, hoe we het ze kunnen besparen.'
Nu riekt de benaming 'orthodox protestants' (Kuitert gebruikt zelfs hoofdletters, wat hij voor de Bijbel niet doet) naar formeel-juridische leerstelligheid. Dat er een orthodoxie is, die met de leerstellige waarheid in de (harde) hand soms het leven of de liefde mist, is door ons hier menigmaal gesteld. Met zulke beschouwingen keren we ook de vloedgolven van de moderne tijd niet. Maar laten we de Heilige Geest als Auteur van de Schriften los, dan raken we juist ook de vertroosting der Schriften kwijt. Dan raken we met de waarheid der Schriften ook de waarheid in het binnenste kwijt.
Prof. Kuitert doet het echter voorkomen alsof de gereformeerde Schriftbeschouwing passé is, voorbij, uit de tijd. Daarmee kun je kennelijk bij moderne mensen niet meer aankomen. Maar Kuitert schrijft zo tijdbetrokken, dat hij er blijk van geeft zó ook zèlf een modern mens te (willen) zijn. Hoe is het dan toch mogelijk — hooggeleerde Kuitert— dat er ook vandaag, ja ook vandaag mensen zijn, die ook in deze moderne tijd leven en die niet leven van een beschouwing, maar leven uit en van het Schriftgeloof; mensen, die juist wel (nochtans) de vertroosting der Schriften ondervinden, in de diepe, geestelijke wetenschap dat ze van God zijn. Dat is méér dan orthodoxe leerstelligheid. Het is ook een zaak van hartelijke beleving. Wreekt zich hier tòch, dat in Kuiterts gereformeerde kring dit bevindelijke aspect niet zo de nadruk kreeg? En is Kuiterts eigen visie misschien de uiterste consequentie van de door hem gewraakte rationeel orthodoxe leerstelligheid? Want, hoe men het ook wendt of keert, in feite is Kuiterts boek net zo rationeel orthodox als de orthodoxie, waarmee hij afrekent.

Teloorgang
Intussen markeren de recente publicaties van twee toonaangevende 'gereformeerde' theologen duidelijk de teloorgang van het gereformeerde leven binnen een kerk, die ooit het voorbeeld van gereformeerd-zijn in de hele wereld was. De theologische publicaties van de VU reikten tot in Amerika, Indonesië, Australië en Afrika.
Aangrijpend is deze teloorgang. Het gereformeerde leven in ons land is nòg weer smaller, nog weer véél smaller geworden dan het aan het eind van de vorige eeuw al was. De dijkbreuk heeft bij de Doleantie geen halt gehouden. Gestrande schepen zijn dan ook hier vandáág een baken in zee.


Wat verder nog wel gezegd moet worden is dit. Beide theologen, hoewel vanaf dit moment 'in ruste', zijn toonaangevend geweest voor de theologische trend binnen de Gereformeerde Kerken. Met die kerken zijn we als hervormden Samen op Weg. Ooit hebben we — en bij herhaling — de vrees uitgesproken, dat samengaan van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken het gereformeerde element niet zou versterken, maar zou verzwakken. Op binnenkomst van deze theologie zitten wíj́ bepaald niet te wachten. We hadden er al genoeg van. Nieuw is, dat zo absoluut wordt afgerekend met het eigen verleden, zo opzettelijk het water wordt bezoedeld, waaruit de vaderen dronken.
Ds. F. Hoek (Goedereede) heeft in dit ver­band op de laatste hervormde synodevergadering terechte vragen gesteld. Hij werd met een kluitje in het riet gestuurd. Het kwaad is echter altijd nog het ergst als men begint met de erkenning, dat het recht heeft van bestaan. Hier past, dunkt mij, geen vergoelijkend spreken meer. In ieder geval zijn de publicaties van Kuitert en Wiersinga niet gereformeerd meer. Dat zeggen ze zelf met zoveel woorden. Is er bij de gereformeerde partner in Samen op Weg echter nog wel wezenlijk tegenweer? Als dat niet meer het geval is, is dat het meest aangrijpende.

Dit alles gezegd hebbende moeten we overigens eindigen met de vraag hoe het mogelijk is, dat het in de Gereformeerde Kerken zó ver kon komen. Geen kring is er echter te goed voor, om niet in dezelfde ontwikkeling te geraken. Daarom nopen boeken als van Kuitert en Wiersinga tot brede en diepe inkeer. Want wie meent te staan bevindt zich reeds op de rand van de valkuil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Afscheid van gereformeerd verleden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's