Torenspitsen-Gemeenteflitsen
LOPIK
Ver voor de reformatie wordt Lopik als parochie voor het eerst in het jaar 1155 schriftelijk vermeld. Aan te nemen valt, dat er toen al een kerk heeft gestaan op de plaats van de huidige, ook al omdat de ondermuren van het koor zijn gemetseld met bakstenen uit de 12e eeuw. Rond het jaar 1500 komt de bouw gereed van een kruiskerk, waarbij het bestaande koor wordt verhoogd. Deze kerk, gewijd aan Sanctus Salvator (de Heilige Verlosser), heeft voor een dorp als het toenmalige Lopik forse afmetingen. De totale lengte bedraagt ruim 40 m met een opvallend hoge toren van 50 m. De parochie, gelegen tussen het huidige Nieuwegein en Schoonhoven, is zeer uitgestrekt als lintdorp langs de Lopiker Wetering met een lengte van 20 km. Over de natte winterse kleiwegen is de hoofdkerk voor velen moeilijk of niet te bereiken. Al snel verrijzen er derhalve twee kapellen, te weten te Lopikerkapel — de naam spreekt voor zich — en te Cabauw. Lopikerkapel is in 1620 een zelfstandige hervormde gemeente geworden, terwijl Cabauw eigenlijk altijd rooms is gebleven. Omdat er in 1820 nog maar één gezin ter kerke gaat, wordt besloten de kapel aldaar af te breken. Relatief vrij laat gaat Lopik over tot 'de nije leere'. Eerst in 1590 — dus 70 jaar na Luthers optreden — wordt de laatste pastoor Nicolaus Lecquir de eerste hervormde predikant van Lopik. In 1605 schenkt het dijkcollege aan de kerk een zware luidklok, die gebruikt moet worden in geval van watersnood. Daarnaast zijn in de toren vrij kort nadien nog enkele klokken aangebracht met een totaal gewicht van 2500 kg, waaronder de thans nog aanwezige luidklok, waarop staat vermeld: 'Johannes Evangelista is mijnen naem. Mij gheluijd sij Gode bequaem. Jan Moor maakte mij int jaer ons Heren 1562'. Mogelijk is het gewicht van al die klokken en daardoor de ijdelheid van hervormd Lopik noodlottig geweest voor de van verre zichtbare toren. Immers in 1790 is deze minstens een meter in zuidwestelijke richting uit het lood gezakt, zodat de toren 25 m moest worden ingekort om omvallen te voorkomen. Dit bleek echter nog niet genoeg te zijn, want in 1797 werd nog eens 7 m van de toren afgebroken. Op de al genoemde klok na werden de andere klokken verwijderd en verkocht. Door het steeds verder verzakken van de toren raakte ook het schip van de kerk meer en meer in verval, onder andere door het breken van een zwaar gebint. In 1818 tenslotte werd het restant van de eens zo fiere toren afgebroken, alsmede 12 m van het schip van de kerk, grenzend aan de toren. Ter afsluiting werd een nieuwe westgevel gemetseld. Eind vorige eeuw werd bij een kleinere restauratie de mooie eiken preekstoel ontdaan van een laag bruine verf, terwijl in die periode ook een éénklaviers pijporgel werd aangekocht bij de firma Van Dam te Leeuwarden.
In de loop van de 60-er jaren van deze eeuw was een totale restauratie noodzakelijk. Bij die ingrijpende restauratie werd het schot, dat het koor vele eeuwen van de kerk heeft afgescheiden, verwijderd. De preekstoel werd dientengevolge verplaatst tegen de westgevel. In het voorjaar van 1967 werd de kerk met een dankdienst weer in gebruik genomen.
In de 80-er jaren is het orgel, na bijna een eeuw in gebruik te zijn geweest, danig in verval geraakt. Besloten werd het orgel geheel te restaureren naar de oorspronkelijke staat. Bij die gelegenheid werd een tweede manuaal aangebracht, alsmede een zelfstandig pedaal, beide met eigen registers.
Na de vele verzakkingen in de loop der eeuwen blijkt de letterlijke ondergrond van de kerk ook thans nog niet stevig genoeg te zijn. Binnenkort zal een kleine restauratie nodig zijn om scheurvorming ten gevolge van verzakking in de muren te verhelpen. In dit licht is het goed vast te stellen dat de Kerk op een ander fundament gebouwd is. Immers, Gods Woord houdt stand in eeuwigheid en zal — in tegenstelling tot het kerkgebouw te Lopik — geen duimbreed wijken.
Die belofte is ook verwoord op het kerkzegel, dat enige jaren geleden in gebruik is genomen. Op dat zegel staat naast de afbeelding van de kerk en de vermelding dat één en ander het zegel is van de kerk: 'Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?' In dat devies mag de hervormde gemeente van Lopik terugkijkend naar het verleden Zijn bewarende hand zien en vooruitkijkend vol vertrouwen haar blik op de toekomst richten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's