Een voluit Bijbels gegeven! (3)
De wedergeboorte
Een vorige keer heb ik het tweede artikel in deze reeks beëindigd door te stellen, dat de wedergeboorte niet los gezien mag worden van het Woord. De Heilige Geest hanteert het Woord. Petrus noemt het Woord het onvergankelijk zaad der wedergeboorte. Welnu, de Heilige Geest doet dit zaad der wedergeboorte in het hart ontkiemen. Het gaat naar beneden wortel schieten om naar boven, d.i. opwaarts vruchten voort te brengen. Hoe meer het zaad der wedergeboorte wortel schiet, hoe meer vruchten.
Sola scriptura, het Woord alleen is voor het ontstaan van het nieuwe leven van levensbelang. Juist vanwege dit grote belang dienen wij niet anders dan leerlingen van het Woord te zijn. Ons oor te luisteren leggen aan de mond des Heeren, d.i. Zijn Woord. Waarom dit alles met zoveel nadruk geschreven? Omdat in het pastoraat mij meer dan eens is gebleken, dat er inzake de wedergeboorte iets heel bijzonders wordt verwacht. De één denkt rechtstreeks een stem uit de hemel te ontvangen. Een ander meent evenals Saulus op de weg naar Damascus een verblindend licht te moeten zien. Weer een ander is er stellig van overtuigd, dat hij op een bepaald ogenblik een krachtdadige werking van de Heilige Geest in zich móet gevoelen.
Er zouden nog wel meer voorbeelden van dit alles zijn te geven. Alle voorbeelden buiten het Woord om.
Nu zal het juist zijn, als men mij voorhoudt, dat God vrij- en vrijmachtig is om tot een zondaar te komen. De Heere doet dat zoals Hij dat wil. Inderdaad, met de Schrift in de hand is dit niet te ontkennen. Ik hoop hiervan later in een volgend artikel ook iets te zeggen. Niettemin blijf ik erbij, dat de Heere in onze bedeling niet buiten 'Zijn Boekje', namelijk Zijn Woord omgaat. Hij heeft Zich daaraan gebonden. Zijn Woord is voor ons de uitdrukking van Zijn geopenbaarde wil, doch niet minder openbaring van Hem zelf.
Het moet om die reden ons een eer zijn als men ons houdt voor nauwgezette christenen, omdat wij ons houden aan het Woord. Het Woord in huis, alsmede het Woord in de kerk behoort ons zeer lief te zijn, want Gods onfeilbaar getuigenis werkt het een en ander uit in ons leven.
Moeilijkheid
Door neer te schrijven dat Gods Woord het een en ander in ons leven uitwerkt, wil ik niet een moeilijkheid verzwijgen, die met name de ambtsdragers op het huisbezoek ontmoeten. Wat is een huisbezoek? Dat is geen bezoek van de kerk waar alleen over koetjes en kalfjes gesproken wordt. Het mag wel als inleiding dienen tot het gesprek, maar dan moet het daarna toch tot een geestelijk gesprek komen. Ter sprake daarin dienen te komen de vruchten van de prediking, o.a. het nieuwe leven uit het Woord door de Heilige Geest.
Nu weet ik wel, dat op een huisbezoek evenzeer over heel andere problemen gesproken kan worden, omdat een huisbezoek de gehele mens en het totale leven op het oog heeft. Niettemin zal toch dàt nieuwe leven ter sprake moeten komen. Anders gezegd: door de ambtsdragers wordt een onderzoek — in alle liefde en ernst! — naar het geloof gedaan. Is het geloof er, het waarachtig geloof als een vrucht op de prediking? Het gaat toch om het geloof! Zonder geloof kan men God niet behagen. Zonder geloof zal men de Heere der heerlijkheid niet zien.
Nu gebeurt het wel, dat de ambtsdragers op de vraag naar het geloof als antwoord krijgen: 'met mijn verstand geloof ik wel, maar mijn hart wil niet mee; God roept, maar ik voel niet dat Hij mij roept'.
In de regel staan de ambtsdragers bij zo'n antwoord voor een blok. Soms weten zij hierop geen afdoend antwoord te geven. Dat wil niet zeggen, dat dit altijd onkunde is bij de ouderlingen. Neen, zij voelen voor zichzelf aan, dat er een spanning bestaat tussen de uitwendige roeping en de inwendige roeping. Beiden willen zij onder spanning laten staan, want zij gevoelen heel goed aan, dat er van de spanning niet veel overblijft, als zij door al te veel woorden de rek eruit halen. De rek wordt er zeker uitgehaald, als men bij voorbeeld de Geest Gods helemaal in het Woord Gods laat opgaan. Eenvoudig gesteld: het Woord is de Geest! Dogmatisch zal men dit niet kunnen volhouden, maar wat voor mij belangrijker is, dan de hele dogmatiek, is de Schrift zelf. De Geest is altijd de Geest van God en de Geest van Christus. Het is en blijft naar de Schriften de derde Persoon van het drieënig Goddelijk Wezen.
Men mag van de Schrift zeggen, dat zij door de Heilige Geest is voorgebracht. Met name denk ik dan aan de inspiratie, maar men mag niet zeggen, dat het Woord de Geest is òf omgekeerd.
Intussen is de moeilijkheid, waarvoor de ambtsdragers op huisbezoek worden geplaatst, door het bovenstaande niet weggenomen. Zij blijven met die spanning tussen uitwendige- en inwendige roeping zitten. Hoe kunnen zij helpen? Hoe echt pastoraat beoefenen? Wel, door dicht bij het Woord te blijven en vanuit het Woord gegevens aan te reiken.
Prediking
Ik schreef reeds, dat wij nooit buiten het Woord om kunnen gaan als wij over uitwendige en inwendige roeping spreken. In 't bijzonder denk ik aan de prediking, het voornaamste in onze erediensten.
In de prediking roept God ons. Hij heeft ons wat te zeggen. Hij klopt bij ons aan. Wat Hij ons in de verkondiging te zeggen heeft, doet Hij welmenend. Hij meent het met ieder wel. Niemand behoeft zich dus onaangesproken te gevoelen. Wie men mag zijn, welke huidskleur men mag bezitten òf van welke nationaliteit men is, de Heere spreekt een ieder aan. Wanneer er in de prediking over wedergeboorte wordt gesproken, dan richt de Heere dit Woord tot een ieder persoonlijk. Hij laat met klem verkondigen, dat Hij de wedergeboorte aan een ieder heel persoonlijk wil schenken.
Ook wordt in de prediking Jezus Christus als het nieuwe leven (de wedergeboorte) welmenend aan onze voeten neergelegd.
Onvoorwaardelijk zegt de Heere: 'als u Mijn Zoon wil hebben tot vergeving der zonden, u kunt Hem krijgen'. Wat dat betreft, stelt de Heere geen voorwaarden. Het gehele Evangelie is onvoorwaardelijk. De wet eist, de wet dreigt. Maar niet het Evangelie. Het Evangelie nodigt. Het Evangelie geeft. Het Evangelie laat welmenend de oproep tot geloof en bekering uitgaan. Of zoals de Dordtse Leerregels zeggen: het bevel tot geloof en bekering.
Dit alles: welmenend! Ik kan dit laatste niet genoeg onderstrepen. Wij hebben een hemelse Ontfermer, Die vriendelijk, ernstig en welmenend roept. Een hemelse Ontfermer van Wie geschreven staat, dat Zijn ingewanden rammelen van barmhartigheid. En aan de rechterhand van de hemelse Ontfermer is Hij gezeten. Die tijdens Zijn omwandeling op aarde heeft gezegd, dat Hij niet is gekomen om der mensen zielen te verderven, doch om die te behouden. Welmenend, dat is toch altijd de hervormd gereformeerde prediking geweest; dat móet zij in overeenstemming met de Schrift blijven. Mogen anderen zeggen, dat het bevindelijk karakter een kenmerk van hun prediking is, laat voor onze prediking dan het welnemende en het onvoorwaardelijke karakteristiek zijn, zonder daarbij de bevinding van het geloof uit het oog te verliezen. Immers, in welke kerk gepreekt wordt, maar ten diepste moet in alle preken de bevinding des geloofs aanwezig zijn.
Eigenlijk kan geen kerk òf beweging de pretentie voeren, dat zijn prediking zich kenmerkt door het een of ander. De onvoorwaardelijkheid van Gods beloften, alsmede de welgemeendheid des Heeren, alsook de bevinding (naar Romeinen 5 de beproefdheid van het geloof), dient in alle prediking het merg te zijn. Daarbij dan nog wel deze opmerking makend, dat de tekst en de contekst bepalen, welk element nu eens naar voren wordt gehaald en dan weer het andere. Houdt men geen rekening met tekst en contekst in de prediking, zo doet men de Schrift als Openbaring van God geweld aan. Bovendien zegt men iedere week dezelfde dingen, omdat er geen Schriftuitleg is.
Niet dienen er iedere week dezelfde dingen te worden gezegd, maar wel behoort er iedere week in de verkondiging over Dezelfde te worden gesproken. Wie zou ik anders met Dezelfde bedoelen dan Jezus Christus. Geen Naam is er beter en zoeter voor 't hart!
Wat een bijzondere zaak als wij iedere zondag mogen opgaan naar Gods huis òf via de kerktelefoon òf bandrecorder mogen luisteren naar wat de Heere ons te zeggen heeft. Ik weet: wij vinden het doorgaans heel gewoon. Wij zouden wellicht vreemd opkijken, als wij op zondag geen prediking van het Evangelie zouden horen. Toch... is het niet zo gewoon. De prediking is een bijzondere aandacht van God voor ons. Terecht kan hiervan gezegd worden: Zó wou Hij met geen volken handelen.
De uitwerking
Afgaande op het bovenstaande zou men kunnen denken, dat de prediking een en dezelfde uitwerking heeft. Het is dezelfde prediking met dezelfde uitwerking. Zo kan men menen. Echter... dat is niet juist, 't Is waar(heid): in de prediking worden allen welmenend tot het nieuwe leven geroepen, maar niet allen komen tot het nieuwe Ieven. De vruchten van de wedergeboorte zijn in ieders leven niet op te merken.
Over dit laatste lezen wij in de Schrift, dat velen in ongehoorzaamheid leven, hoewel zij geroepen zijn. Van het Israël in de woestijn staat zelfs geschreven, dat God aan het merendeel van hen geen welgevallen gehad heeft.
Velen gaan hun weg in ongehoorzaamheid. Zij worden geen 'horigen' aan het Woord, d.i. geen leerling van het Woord.
God zij dank geldt het niet voor allen. Als er staat geschreven 'velen', zo blijft er nog altijd een rest over.
Bij die rest (een schare die niemand tellen kan) wordt het nieuwe leven gevonden. Met een verbroken en verslagen hart komen zij tot de Heere Jezus. Bij hen is de vraag geen leven: is er nog een weg om de welverdiende strafte ontgaan en wederom tot genade te komen? Op die vraag is het antwoord: de weg is Jezus Christus!
Maar wat is nu de oorzaak van die verschillende uitwerking. De een wel, de ander niet. Een verschillende uitwerking die dwars door de gezinnen, geslachten, gemeenten en kerken heenloopt!
Is dit de oorzaak, dat de een wat minder slecht/zondig is dan de ander? De een wat godsdienstiger òf minder goddeloos dan de ander? In geen geval! Volstrekt niet!
Ik hoor de apostel zeggen, dat wij allen van God zijn afgeweken. Heel de wereld ligt verdoemelijk voor God. Zoals er eerder in onze gezindte wel werd gezegd: wij zijn allen van een en dezelfde lap gescheurd; niemand wordt uit zichzelf een roos op de mestvaalt (Luther). Wij zijn allen de Heere ontrouw geworden. Wij hebben allen nodig, dat wij wederom geboren worden, anders zien wij het Koninkrijk Gods niet. De oorzaak van het gehoorzamen aan de Heere en Zijn Woord ligt niet in een kwaliteit van de mens, maar in de roeping. Om die reden maakte Augustinus reeds onderscheid in een uitwendige- en inwendige roeping.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's