De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Godsdienstonderwijs op de openbare basisschool (6)

Bekijk het origineel

Godsdienstonderwijs op de openbare basisschool (6)

6 minuten leestijd

In de klas
Het is van uitermate groot belang, hoe de vakleerkracht godsdienstonderwijs zich gedraagt in de klas. Zodra hij/zij de ruimte, waarin de kinderen zich bevinden, binnenstapt, ontstaat een groepsproces, waarin allerlei factoren een rol spelen. Heel belangrijk is daarbij de innerlijke en uiterlijke houding (habitus) van de leerkracht. Kinderen registreren haarscherp de 'bedoelingen' van de leerkracht. Ze voelen aan of de lessen gegeven worden, omdat het nu eenmaal moet of vanuit een zekere routine, of dat de persoon die de lessen verzorgt, gedreven wordt door een innerlijke overtuiging. In het eerste geval ontstaat er een afstandelijkheid tussen de kinderen en de leerkracht, die niet gemakkelijk meer wordt overwonnen. De leerlingen worden niet uitgenodigd, de eigenlijke boodschap serieus te nemen. In het tweede geval voelen ze aan, dat die man of vrouw daar, die maar één keer in de week komt, toch iets zegt wat blijkbaar belangrijk is. Dan worden de kinderen aangemoedigd, zichzelf te geven en kan er een dialoog ontstaan. Dan worden allerlei aarzelingen, die er in het begin aanwezig zijn, overwonnen en groeit er een vertrouwensrelatie. Dan is de sfeer in de klas geschikt om tot een ontmoeting te komen rondom de Bijbel. Juist zo kan het 'vak' tot zegen zijn.
Soms vragen de leerlingen om de eigen mening van de catecheet. Dan mogen we die van binnenuit geven. Maar we moeten er wel bij zeggen, dat het onze persoonlijke mening is. En dat er ook mensen zijn, die er anders over kunnen denken. Op een uit­nodigende wijze de Boodschap brengen, is wat anders dan indoctrineren.

Pastorale houding
We zouden de houding, die de leerkracht dient aan te nemen, het beste pastoraal kunnen noemen. Er straalt dan iets van aandacht voor de leerlingen uit. Zowel voor de groep als geheel als voor de leerlingen afzonderlijk. Kinderen voelen zo goed aan of de catecheet van hen houdt. Het is goed, dat de catecheet weet, in welke omstandigheden de leerlingen zich bevinden. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn, die van invloed zijn op het gedrag van de leerling. Problemen thuis, zoals echtscheiding, ziekte, een sterfgeval, maken het kind vatbaar voor een sensibele aanpak. Laat de catecheet daar om denken. Het zijn vaak maar kleine dingen, waar het hier om gaat. Meeleven tijdens ziekte van de leerlingen is bijvoorbeeld belangrijk. Een bezoek bij het kind thuis doet zoveel goed. Het is goed, daarbij overleg te plegen met de andere leden van het schoolteam.

Het schoolteam
Men is als vakleerkracht godsdienstonderwijs formeel geen lid van het schoolteam. Toch is een goede samenwerking bijzonder belangrijk. Het is niet goed, wanneer we ons afzijdig houden van het schoolteam en het gebeuren in de school. Het wordt door de overige leerkrachten meestal op prijs gesteld, wanneer de catecheet het contact met hen zoekt op een open, bescheiden manier. Niet alles langs hen heen doet, hen niet negeert of doet alsof men niets met hen te ma­ken heeft. Zo is het een goede zaak, te vragen of het schoolteam belangstelling heeft voor het leerplan, c.q. werkplan van het vak godsdienstonderwijs. Om indien mogelijk te overleggen, waar er raakvlakken zijn met hun eigen vak. Ook komt het goed over, wanneer de catecheet belangstelling toont voor activiteiten in de school, zoals projecten, of participeert in een kerstfeestviering. Dan wordt men langzaam maar zeker geaccepteerd. Alles hangt hier af van de persoonlijke instelling.
Tegelijk kan het goed zijn, dat men zich bevmst is van de plichten en de rechten, die men heeft. Er kan ook een negatieve houding tegenover het vak godsdienstonderwijs in de school hangen. De leerkracht mag dan best voor zijn vak opkomen. Het is een teken, dat hij de intentie van zijn vak belangrijk vindt.
Op heel wat scholen is men als catecheet niet meer de enige, die godsdienstonderwijs/levensbeschouwelijke vorming geeft. Ook met deze andere vertegenwoordigers is contact wenselijk, al zou het alleen maar zijn om praktische redenen. Goed onderling overleg, respect over en weer komt de leerlingen ten goede.

Didactische opmerkingen
Wanneer we les geven in een moderne openbare basisschool, moeten we ons realiseren, dat de kinderen gewend zijn onderwijs te ontvangen volgens de nieuwste methoden. Wie eens rustig een taal- of aardrijkskundeboek doorbladert, ziet al gauw, dat allerlei nieuw verworven inzichten (b.v. van zelfwerkzaamheid) in de methoden gehonoreerd zijn. Het is goed om dat te beseffen.
Ook godsdienstonderwijs geven vraagt om een doordachte methode. Uiteraard speelt daarbij het vertellen van het bijbelverhaal een centrale rol. En het kind luistert graag naar verhalen. Wat dat betreft hebben we ons 'vak' mee. Maar als het gaat om de wijze, waarop het verhaal verwerkt wordt, moeten en mogen we gebruik maken van hedendaagse methoden. Het huidige onderwijs kent niet alleen momenten van luisteren, maar ook momenten van actief bezig zijn van de kant van de leerling. Het klassegesprek, groepswerk e.d. wordt door de leerlingen iets heel gewoons gevonden. Verder kan er gewerkt worden met illustraties, muziek, kleurplaten en noem maar op. Er zal hierbij steeds een beroep gedaan worden op de creativiteit van de catecheet. Juist hierom is het goed, dat de catecheet een team om zich heen heeft, dat mee helpt denken.
Ook als het gaat om thema's, die uit de bijbelverhalen voortkomen, moeten we rekening houden met de leefwereld van de kinderen nu. Het is goed om verbindingen te leggen met jodendom, islam of politieke situaties. De actualiteit moet niet worden geschuwd. Hetgeen wat anders is dan actualistisch zijn. Van dat laatste moet gezegd worden, dat het de eigenlijke bedoeling van de lessen zo gemakkelijk in de weg kan staan. Uiteindelijk komen we toch in de school om daar te laten horen, dat God de wereld zó lief heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe. Maar als het dan gaat om de concretisering van 'de wereld', dan mogen we het praktisch en concreet maken naar de kinderen toe.
Waar we vandaag aan de dag ook terdege rekening mee moeten houden, is het feit, dat het referentiekader van de meeste leerlingen geseculariseerd is. Hun leefwereld wordt bepaald door televisieprogramma's en andere media. We moeten er maar van uit gaan, dat er thuis vaak heel weinig gedaan wordt aan godsdienstige opvoeding. De kennis die we kunnen veronderstellen is daarom minimaal. Alleen al de woordkeus van de catecheet is hier zeer belangrijk. Niet alleen denkt een schoolkind concreet, maar dat concrete is bovendien geseculariseerd. De kerk kent het kind meestal alleen van de buitenkant en de Bijbel is een onbekend boek. Het is dus zaak, dat we ons als catecheet toeleggen om de eerste beginselen bij te brengen op een manier, die aansluit bij de belevingswereld en de leefwereld van de leerlingen.
Tegelijk liggen hier unieke kansen voor het Evangelie. Menig schoolkind komt door middel van deze lessen voor het eerst echt met de Boodschap van de Bijbel in aanraking. Beseffen we, welke kwetsbare mogelijkheden dit gegeven biedt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Godsdienstonderwijs op de openbare basisschool (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's