De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kennen wij ons volkslied?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kennen wij ons volkslied?

4 minuten leestijd

Slechts 41 procent van de Nederlanders kan het eerste couplet van het Wilhelmus echt helemaal meezingen. Dat bleek uit een NIPO-onderzoek onder meer dan duizend mensen.
Wel wordt 65 procent geraakt bij het horen van het volkslied. Ruim 42 procent kent het Wilhelmus een beetje, 17 procent kent het volkslied helemaal niet. Zeven van de tien Nederlanders kunnen zich overigens wel herinneren het Wilhelmus ooit eens te hebben meegezongen.

Een geuzenlied
Een van de moeilijkste geuzenliederen is het Wilhelmus, een lied voor een Duits vorst (Willem van Oranje) met een Franse melodie, dat ons volkslied is geworden. Dit lied is geschreven na Oranjes mislukte Maasveldtocht van 1568 en draagt het karakter van een afscheidslied, waarin de prins de achtergeblevenen troost en hen bemoedigt. Tegelijk is het gedicht een duidelijke verdediging van Oranjes leiderschap. Het grondmotief voor dit leiderschap in de opstand, vindt de dichter in het religieuze: men moet God, de hoogste Majesteit, meer eren dan de koning. Geheel in de gedachtengang van Calvijns Institutie erkent het gedicht het koninklijk gezag, bepleit het de lijdzaamheid van de onderdanen, maar geeft tegelijkertijd weer dat de trouw aan de vorst ophoudt waar deze Gods ordonnantiën aantast.
Het wachten is dan op de leider van het verzet, een nieuw gezag, dat de tirannie bestrijdt. Als zodanig wordt Oranje gezien en erkend.
De vermoedelijke dichter is Marnix van Sint Aldegonde, een vriend van de bezongen prins. Willem van Oranje wordt voorgesteld en geëerd als een vrome staatsman. Het geloofselement is het hart van het lied.

Historische band
In vergelijking met andere volksliederen draagt het Wilhelmus een bijzonder karakter. Het getuigt van een historische band tussen het Huis van Oranje en het Nederlandse volk.
Het Engelse volkslied 'God save the King' (God behoede de koning) kan door elk willekeurig volk, dat in het bezit is van een koningshuis, worden aangeheven.
Ons Wilhelmus herinnert ons aan de moeilijke strijd in de tweede helft van de zestiende eeuw, waardoor het ontstaan van de Nederlandse natie mogelijk werd. In de donkere jaren, waarin dit lied is ontstaan, wil de prins niet bij de pakken neerzitten. De strijd hoeft niet als verloren te worden beschouwd, indien het volk – samen met Oranje – op God vertrouwt. Dan zal er een einde komen aan de tirannie.
Dit komt het meest duidelijk tot uiting in het achtste couplet, dat wel de kern van het gedicht wordt genoemd. Hierin wordt Willem van Oranje vergeleken met koning David. Zoals David voor Saul moest vluchten, zo moest de prins het veld ruimen voor Alva.

'Als David moest vluchte
voor Saul den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.'

Deze vastberadenheid en dit Godsvertrouwen maakte Willem van Oranje tot een Vader van ons Vaderland. Ons volkslied wijst ons de bronnen aan, waaruit ons volk in donkere dagen mocht putten.

Nog steeds waardevol
Om te voorkomen, dat ons nationale volkslied helemaal wordt vergeten, is het noodzakelijk dat in het basisonderwijs aandacht wordt besteed aan het leren van het Wilhelmus. Ik weet, dat dit een behoorlijke opgave is. Toch is dit zinvol, mits de historische inkadering en toelichting niet ontbreekt.
Het aanleren van waardering voor onze vaderlandse traditie is een taak voor de ouders, de school en de staat. Juist in een tijd van verwarring is een oriëntatie op het verleden waardevol.
We kijken er naar uit om op de gedenkdagen – samen met onze kinderen – ons volkslied te zingen. Het heeft z'n waarde om samen de trouw aan ons Koningshuis te laten blijken door middel van dit lied.
Graag zingen we het eerste en het zesde couplet:

'Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven
uw dienaar 't aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kennen wij ons volkslied?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's