'Het Noorden' en de hervormd gereformeerden
Toen de Gereformeerde Bond in 1909 werd her-opgericht kwam in de naamgeving ook de doelstelling te staan: Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde (geref.) Kerk. De verbreiding van de gereformeerde waarheid ging voorop, de verdediging volgde. Eén van de eerste plannen, die gemaakt werden, was de oprichting van een Leerstoel- en Studiefonds. Want het ging primair om 'de kansel', om de prediking van het Woord. Het ging om het gezag van het Woord Gods op alle kansels in de Hervormde Kerk.
Zo'n doelstelling is in hoge mate pretentieus. Alsof wij, hervormd gereformeerden de waarheid in pacht hebben. Maar daar ging het niet om. Het ging om het gezag van het Woord Gods en, daaraan hangend, de trouw aan de gereformeerde belijdenis. Daarom moest het gaan in de prediking in de hele kerk. De kerk moet trouw zijn aan haar eigen belijdenis. En dat wordt vooral en allereerst manifest in de prediking.
Het Noorden
Zo zijn in de loop van de jaren gemeenten en zelfs streken in het land weer onder de beademing van de gereformeerde prediking gekomen. Dat heeft heilzame uitwerking gehad. Vele gemeenten in het land zijn weer opgebloeid nadat korter of langer geleden de oude vrijzinnige of middenorthodoxe kaders werden vervangen door gereformeerde. De voorbeelden liggen voor het grijpen, in de Alblasserwaard, op Flakkee, in Zeeland, Utrecht en Overijssel.
Nadrukkelijk moeten we hierbij vaststellen, dat de Gereformeerde Bond als zodanig niet meer, hoewel ook niet minder is geweest dan een beweging in de kerk, die gewerkt heeft aan bewustwording van het heilzame van de gereformeerde prediking en van de opbouw van kerk en gemeente in gereformeerde zin. De vraag naar bijbelse, gereformeerde. Schriftuurlijk bevindelijke prediking kwam uit de gemeenten zelf.
Zo is er de laatste tientallen jaren ook een beweging op gang gekomen in de noordelijke provincies. Om allerlei redenen en tegen verschillende achtergronden rees her en der de vraag naar de gereformeerde prediking.
Soms konden vanouds confessionele gemeenten er niet meer in slagen een predikant naar hun keuze te vinden.
Soms waren gemeenten, die sinds jaar en dag onder een vrijzinnige prediking hadden vertoefd, tot een absoluut dieptepunt gekomen. Door de inzet van enkelen in de gemeenten werd het roer omgewend en ging men op zoek naar een voorganger, die de gemeente in rechtzinnige, zeg in gereformeerde zin weer kon bouwen.
Soms werden mensen gebruikt om de behoefte aan gereformeerde prediking te wekken in gemeenten, waarmee ze contact kregen en waar de situatie zeer ingezonken was. Voor een deel betrof het hier ook mensen, die zich bijvoorbeeld als agrariërs vanuit andere delen van het land in het Noorden vestigden. Sommigen gingen zich kerkelijk inzetten tot in de bredere organen van de kerk toe.
Zo is het geschied, dat, naast de vanouds bekende hervormd gereformeerde gemeenten in het Noorden (Wouterswoude, Driesum en Onstwedde), met daarbij een aantal evangelisaties, een reeks van gemeenten gediend ging worden door een hervormd gereformeerd predikant. Dit proces gaat nog steeds door.
Tegelijk met deze beweging ontstonden in Groningen en Friesland ook regionale afdelingen van de Gereformeerde Bond. In de beginjaren stuitte één en ander soms op fel verzet van verschillende kanten, soms ook van de zijde van de kerkelijke provinciale organen. 'De bond' en 'het Noorden', dat paste niet bij elkaar. Soms gold, dat men nog liever de zaak zag afsterven dan dat de gereformeerde prediking een plaats werd gegund. Maar langzaam maar zeker is er ook bredere acceptatie gekomen. De beweging is toch onomkeerbaar gebleken.
Al een groot aantal jaren belegt het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond twee maal per jaar een ontmoetingsdag voor predikanten van hervormd gereformeerde signatuur in de noordelijke provincies. Voor die bijeenkomsten worden enkele tientallen uitnodigingen verzonden. Alle predikanten, die worden uitgenodigd, weten zich daarbij betrokken en komen regelmatig op die bijeenkomsten, die van beide zijden als zeer inspirerend worden ervaren.
Tien jaar geleden
Het zal ongeveer tien jaar geleden zijn, dat de toen aanwezige predikanten een keer expliciet hun ervaringen hebben uitgewisseld met betrekking tot de positie, die ze als hervormd gereformeerd predikant in hun gemeente innamen. Die positie, zo werd vrij algemeen gesteld, was niet eenvoudig. De kaders van het gemeentelijke leven werden in eerste instantie bepaald anders bevonden dan die in vanouds hervormd gereformeerde gemeenten. Ging vroeger een gemeente 'om', dan veranderde er wat betreft de kaders niet zoveel. De laatste decennia zijn echter gemeenten in de Hervormde Kerk ook uiteengegroeid doordat in allerlei gemeenten concrete zaken zijn ingevoerd en doorgevoerd, die elders in de kerk niet aan de orde waren (Liedboek, vrouw in het ambt, kindercommunie). Het was dan ook bepaald geen sinecure om te gaan werken in een gemeente waar nog veel moest worden opgebouwd.
Niet alleen predikanten stonden echter voor een zware opgave. Niet minder gold dit voor kerkeraadsleden en leden van de gemeente, die op hun post waren en hun roeping gevoelden om de gemeente te leiden in bijbels spoor. Aan het gemeentezijn zijn nog altijd twee kanten: de prediker (met daaromheen de ambten) en de gemeenteleden, die het van de prediking moeten hebben.
Wat de predikanten echter betreft, werd de problematiek goeddeels gelegd op de rug van jonge candidaten, die naar die gemeenten een beroep — soms het enige — ontvingen. Een belangrijke rol speelde de vraag: 'komen we nog wel terug?' Met 'terug' werd dan bedoeld: terug naar een gemeente, die vanouds hervormd gereformeerd is. Of gewoon ook terug naar het Westen. Het Westen wordt kennelijk als leefcentrum ervaren, het Noorden ligt zo ver uit de route. Het is maar waar men het centrum kíést.
Feit is (helaas), dat in de loop der jaren vele predikanten, die al meerdere gemeenten hadden gediend, benaderd werden voor het Noorden. Maar 'roeping' werd kennelijk niet gevoeld. Dat is soms als heel pijnlijk ervaren. Mensen daar hebben toch hetzelfde nodig als mensen elders? Met dankbaarheid wordt overigens ook gewag gemaakt van de heilzame uitwerking, die de arbeid van sommige ervaren voorgangers in het Noorden heeft gehad.
Voor candidaten, die in het Noorden hun eerste gemeente kregen, is intussen een goede wisselwerking met de overige hervormd gereformeerde gemeenten in het land levensnoodzakelijk. Dat de gemeenten elders hen in het oog blijven houden, is wel het eerst nodige. Dat ze zelf het contact blijven onderhouden door het bezoeken van bijeenkomsten elders in het land is het tweede.
Tien jaar later
Dezer dagen hadden we opnieuw een ontmoeting in dezelfde zin als tien jaar geleden. Ook nu werden ervaringen uitgewisseld. Gegeven de aard van deze ontmoeting leek het mij voor het geheel nuttig en gewenst daarover iets te zeggen, om ook anderen te laten delen in de zorgen en de vreugden. Centraal stond de vraag: 'hoe beleven we de hervormd gereformeerde identiteit in de gemeenten in het Noorden?' Enige tijd geleden overigens ging het op een vergadering van de afdeling Groningen van de G.B. over hetzelfde: 'hervormd gereformeerd zijn en de breedte van de kerk in het Noorden'. Ligt dat daar anders dan elders?
Allereerst mag er dankbaarheid zijn voor de zegen, die de Heere schonk op de arbeid van Zijn dienaren. Er is en blijft daarbij echter altijd weer zorg. Soms is gemeenteopbouw in gereformeerde zin een teer kasplantje. Soms is het ploegen op rotsen. Maar daarin verschilt de situatie in het Noorden niet van die van een gemeente elders. De (gereformeerde) prediking, kort gezegd de prediking aangaande de drie stukken van de Heidelbergse Catechismus, heeft nu eenmaal het hart van de mens van nature niet mee, in het Noorden niet en elders niet.
Soms vraagt echter ook de volksaard om aparte aanpak of specifiek geduld.
Anderzijds is het echter goed om onder ogen te zien wat het bezig zijn in de gemeente mocht uitwerken en ook dankbaar te zijn voor het goede dat de Koning der Kerk wilde schenken.
In het gesprek ging het vooral om het hart van de zaak, de prediking. Daarbij werd bijvoorbeeld gesproken over het weer invoeren van de voorlezing van de wet, zijnde iets wat tot het specifiek eigene van de Reformatie (Calvijn) behoort en over de wetsprédiking. Verder over het invoeren van de catechismuspreek, soms beginnend bij een specifiek thema, zoals het Onze Vader of de Wet. Over het weer invoeren van een middagdienst, waar dat allang in onbruik was. Over gesprekskringen en bijbelkringen.
Opvallend was evenwel het verschil in toonzetting tussen toen en nu. Overheerste tien jaar geleden de zorg, nu lag er door de gesprekken heen toch een toon van hoop en verwachting. In ieder geval werd ook telkens onderstreept het met vreugde te mogen bezig zijn in Gods wijngaard. Daarbij mocht soms ook gewag worden gemaakt van (sterk) toenemende kerkgang, van met name ook het landen van de gereformeerde prediking. Ook daar blijkt de gereformeerde prediking dezelfde honger te wekken of dezelfde beweging in harten van mensen los te maken als elders het geval is. Ook hier is het devies: 'predik het Woord, houdt aan tijdig en ontijdig.'
Trefzeker werd het door één van de (al weer oudere) predikanten zo verwoord, dat niet de vraag voorop moet staan wat er allemaal mankeert aan de gemeente maar of men de gemeente liefheeft. Dominees zijn er nu eenmaal omdat we te maken hebben met de gebrokenheid van het leven, ook van het gemeentelijke leven. Hij noemde het genade van God, dat hij jaren geleden maar voor één beroep behoefde te beslissen, namelijk voor een gemeente in het Noorden. Kennelijk was er liefde voor de gemeente van Christus, wáár dan óók. Als zodanig is de vraagstelling van 'weer terug?' een oneigenlijke. Christus vergadert Zijn gemeente, daar en hier, hier en daar.
Verder was opvallend, dat minder de kwestie van de specifiek hervormd gereformeerde eigenheden centraal stond dan tien jaar geleden. Het ging vooral om het hart: de prediking en alles wat op de bijbelse prediking is gericht. Of al het andere er dan niet toe doet? In allerlei gemeenten is ook in dat opzicht een ombuiging ontstaan met betrekking tot de hele inrichting van de eredienst. Eigenlijk vertolkte één van de aanwezigen het zeer adequaat: 'we moeten niet spreken van 'secundaire zaken', want niets is secundair. Wel is het voor de opbouw van het geheel soms nodig om bepaalde zaken voor een kortere of langere tijd naar achteren te stellen, maar niet om ze daarmee van secundaire betekenis te achten. Het maakt echter verschil of men dit per concessie of per confessie doet. De opbouw van een gemeente in gereformeerde zin vraagt om een integrale benadering.
Opwekking
Tijdens de ontmoeting kwam ook ter sprake de opwekking, die er in vroeger jaren geweest is in de hervormde gemeente van Driesum, ten tijde van ds. C.B. Holland, toen de mensen tot op straat stonden om hem, met zijn scherp omlijnde prediking van de gerechtigheid in Christus, te horen. Dat is al lang geleden. De mensen, die het hebben meegemaakt, zijn weggevallen. Naar zo'n opwekking is echter in de gemeente vandaag wel een verlangen, aldus desgevraagd de pastor loci. Zouden we dit verlangen niet mogen hebben voor het geheel van de kerk, voor alle gemeenten samen? Zo'n opwekking kan daar beginnen, waar we het niet verwachten. Van doorslaggevend belang is dan wel of er een prediking is, die gebonden is aan de Schrift en, in nauwe relatie daarmee, aan de belijdenis der kerk.
Het mag overigens hoopgevend zijn, dat in gemeenten, waar de kerkgang onder de vrijzinnige prediking tot vrijwel nul was teruggebracht, nu weer een gemeentelijk leven mag zijn, dat — op de ene plek sterker dan op de andere — weer op mag bloeien rondom de prediking van zonde en genade. Daarvan werden significante voorbeelden gegeven.
Roeping
Vereist het een speciale roeping om in de noordelijke provincies hervormd gereformeerd predikant te worden? In zeker opzicht wel, gezien de kerkelijke 'cultuur' aldaar, gezien de afstand, gezien het spanningsveld, waarin men, hoe dan ook, vanuit de hervormd gereformeerde identiteit moet bezig zijn. Maar anderzijds ook weer niet. Want de Heere roept niet in één afgebakende sector van de kerk. Hij roept Zijn dienaren in de Kerk, om daar gemeenten te dienen, waar Hij het nodig acht.
Ook in het Noorden hebben gemeenten een rijk verleden, gezien de prediking, die er ooit was. Maar ook daar heeft de ontkerkelijking toegeslagen, om redenen van uiteenlopende aard.
Wij zijn van overtuiging, dat alleen die prediking, die naar Schrift en belijdenis is, daar en hier, onder beding van de zegen des Heeren, het tij zal kunnen doen keren. Wanneer de Heere dan ook vandaag nog deuren opent voor de prediking, die overeenkomstig Zijn Woord is, wie zal die deur dan sluiten?
En wat de hervormd gereformeerde beweging betreft, daarin zal dan geen sprake mogen zijn van 'halve' en 'hele' gemeenten, met dienovereenkomstige voorgangers. Nergens zijn hele gemeenten. Geestelijke ingezonkenheid is er ook allerwegen. Wanneer in trouw aan Schrift en belijdenis wordt gearbeid, en er als zodanig sprake is van een hartelijke verbondenheid met de hervormd gereformeerde sector, dan zal er sprake moeten zijn van volwaardig deelgenootschap en van onderlinge verbondenheid in zorg, verantwoordelijkheid en gemeenschap. Er zal in ieder geval sprake moeten zijn van een vice versa beweging tussen het Noorden en het Westen.
Er staat voor de komende jaren een zeer groot aantal jonge mensen aangetreden, die de hartelijke begeerte hebben de Heere te dienen in Zijn Woord. Het lijkt vooralsnog uitgesloten dat die allen zullen gaan dienen in gemeenten, die sinds lang een hervormd gereformeerd stempel dragen. Dat hoeft ook niet. Het gaat om de 'verbreiding en verdediging' van de waarheid. Daarmee zal de hele kerk gebaat zijn. Maar wel is het zaak te hopen, dat we in het geheel van de hervormd gereformeerde beweging ook in deze onze gezamenlijke verantwoordelijkheid verstaan.
Er behoeft geen koudwatervrees voor het Noorden te zijn. De velden zijn er in zoverre wit om te oogsten, dat er sprake is van een groot aantal vacatures. Ergens klopt er iets niet wanneer er enerzijds sprake zou zijn van een candidatenoverschot en anderszijds van een vacaturenood. Hoe zit het dan met de roeping en met onze gemeenschappelijke opdracht, die in bepaalde situaties ook iets heeft van een zendingsopdracht?
Maar dit is (vooral) ook een zaak voor de oudere predikanten, niet alleen voor de candidaten, die in de gemeente als het goed is ook een soort tweede universiteit vinden en als zodanig behoefte hebben aan een goede begeleiding door een kerkeraad om ook predikant in gereformeerde zin te wòrden.
De laatste ontmoeting in het Noorden met de predikanten aldaar geeft stof te over voor gemeenschappelijke doordenking ten aanzien van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's