Een voluit Bijbels gegeven! (4)
De wedergeboorte
Grote nadruk legde ik een vorig keer op de bediening van het Woord. Het zal de lezer daarbij niet ontgaan zijn dat de uitwerking van de roeping door middel van de Woordverkondiging tweeledig is. Daarmee bedoel ik niet, dat er twee soorten roepingen zijn. Neen, er is één roeping. Echter... de uitwerking daarvan is verschillend. Sommigen komen onder beslag van het Woord, anderen niet. Voor de ene mens is de Woordverkondiging een reuke des levens ten leven, voor de ander een reuke des doods ten dode. Bij de één ontkiemt het zaad der wedergeboorte in het hart en het brengt dertig-, zestig- of honderdvoudig vrucht voort, doch bij de ander doet het niets. Niets in de zin dat het vruchten ter ere Gods voortbrengt.
Uitwerking
Men kan zich terecht afvragen: wat is de oorzaak van de verschillende uitwerking? Twee mensen horen dezelfde preek, doch de één gaat roepen om God èn om Christus, de ander laat het er bij zitten. Ligt dit nu aan de mens? Is wellicht de ene mens wat gevoeliger om het Woord aan te nemen, terwijl de ander alle gevoel mist? Of heeft het misschien met het karakter of de aard van een mens te maken? De is de ene mens soms ontvankelijker dan de andere? Welke vragen dienaangaande ook worden gesteld, maar zij zijn allen zinloos. Werkelijk, de ene mens heeft niets voor op de ander. Het ligt niet aan een mens het Woord te gehoorzamen òf niet.
Wie wij mogen zijn, hoe verfijnd van geest òf grof van hart, met 'esprit' òf zonder 'esprit', maar niemand deugt er voor God. In zijn brief aan de Romeinen schrijft de apostel Paulus: 'Er is niemand rechtvaardig, ook niet één; Er is niemand, die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe' (Rom. 3 : 10-12). Allen zij wij in zonde ontvangen en geboren. Niemand kan in het Koninkrijk van God komen, tenzij men wederomgeboren is. Allen stammen wij van dezelfde vader: Adam. Dat houdt in, dat er in niemand van ons iets wordt gevonden dat naar God vraagt. Ook de 'vonkjes' waarover Calvijn spreekt alsmede de Nederlandse Geloofsbelijdenis zijn niet in staat ons tot God te doen terugkeren. De vonkjes van ingeschapen Godskennis dienen alleen om iedere verontschuldiging weg te nemen. Meer niet. Zij zetten een mens niet in vuur en vlam voor de Heere. Daarvoor is iets anders nodig.
Dat men God en Zijn Woord gaat gehoorzamen ligt niet in de mens, maar in de roeping! Augustinus sprak om die reden al van een uitwendige en inwendige roeping. Hij scheidde die twee niet. Neen, hij sprak over één roeping met verschillende uitwerking.
Calvijn is hem daarin gevolgd. De theoloog uit Genève schrijft: 'Er zal geen twijfel zijn dat er een tweevoudige soort van roeping is. Want er is een algemene roeping, door welke God door middel van de uiterlijke prediking des Woords alleen gelijkelijk tot zich nodigt, ook hen, wie Hij die roeping tot een reuke des doods en een oorzaak van des te zwaarder verdoemenis voorstelt. Er is ook een andere bijzondere roeping, welke Hij gemeenlijk alleen de gelovigen waardig keurt, wanneer Hij door de inwendige verlichting Zijns Geestes bewerkt, dat het gepredikte Woord zich in hun harten hecht'.
't Zal duidelijk zijn, dat alle geestelijk leven komt van de Heilige Geest. En dat niet zozeer, omdat Calvijn, de theoloog van de Heilige Geest, ons dit voorhoudt, doch veeleer omdat dit ons wordt aangereikt door de Schrift zelf. Daardoor alleen willen wij ons toch laten gezeggen.
De Heilige Geest geeft oren om te horen. De Heilige Geest schenkt zelfkennis. Godskennis en Christuskennis. De Heilige Geest verlicht het verstand en buigt de wil om. Maar vergeet niet... dit doet de Geest Gods niet buiten het Woord om.
Ik zeg niet dat er buiten het Woord om niet enige werking van de Heilige Geest kan zijn. Ik wil mij er voor hoeden om de vrijheid en de vrijmacht van de Geest en Zijn werken in te perken. Niettemin meen ik wel, dat de Geest inzake de zaligheid van ons mensen in dèze bedeling niet buiten het Woord omgaat.
Wedergeboorte, bekering en geloof hebben niets te maken met het inwendige licht òf allerlei voorkomende waarheden, wat deze laatsten dan ook mogen zijn. Wedergeboorte, bekering en geloof hebben wel alles te maken met het werk van de Geest door het Woord.
Waarvan zijn wij afhankelijk? Niet van allerlei mysterieus èn mystiek gedoe, wat alles te maken heeft met occultisme, maar niet met de gezonde leer. Afhankelijk zijn wij van het Woord èn van de Geest!
Verantwoordelijk
Men wil er wel op letten, dat ik in het bovenstaande met twee woorden heb gesproken. Hiermee heb ik willen aanduiden, dat het aan onze verantwoordelijkheid niets afdoet. Wat is dan onze verantwoordelijkheid? Deze is dat wij altijd naar Gods huis komen om er Zijn Woord te horen. Onze verantwoordelijkheid houdt in dat wij met het Woord bezig zijn. Natuurlijk, dat behoeft niet alleen maar zich te beperken tot de kerkgang. Er zijn andere vormen waarin wij met het Woord geconfronteerd worden. Te denken is aan een bijbelkring, gesprekskring, volwassencatechese, cursussen waarin vorming en toerusting hoog genoteerd staan etc. De mogelijkheden om met het Woord in aanraking te komen zijn legio. Wij zijn dienaangaande in ons land zeer bevoorrecht.
Maar helpt het wat als wij al die vormen te baat nemen waarin het Woord centraal staat? Wordt de uitwendige roeping daardoor automatisch een inwendige roeping? Neen, dat niet. Dat heb ik ook niet geschreven. De dingen werken wel Geest-elijk, doch niet vanzelfsprekend. Toch zal men dat bezig-zijn met het Woord niet moeten bagatelliseren. Zèker zal men niet moeten zeggen, dat de kerkgang op zondag òf het deelnemen aan een bijbelkring zonder enige waarde is.
Wie dat beweert, heeft geen flauwe notie ervan, hòe de Geest werkt. Ook weet men blijkbaar niet, dat de Heere Zijn Geest paart aan het Woord. Waar Zijn Woord is, daar is Zijn Geest. Dat is Gods belofte! Is er dan geen spanning tussen Woord en Geest? Of bestaat er niet het gevaar om de Geest te gaan opsluiten in het Woord? Inderdaad, dit gevaar is er! Toch houd ik het vol, dat wij de Geest niet van het Woord moeten losmaken. Met alle gevaren en spanningen vandien.
De Geest verbindt Zich aan het Woord. De Geest kan ook niet anders – met eerbied geschreven, – omdat Hij zelf de Auteur van het Woord Gods is.
Met dit alles heb ik nog eens willen onderstrepen, dat het werk van Woord en Geest onze verantwoordelijkheid niet uitsluit, doch insluit. Niet exclusief, doch inclusief. Lijdelijkheid, met name valse lijdelijkheid zij contrabande. Ook een verwijzing naar de verkiezing is hier onjuist. Wie dat doet, herinner ik aan de befaamde woorden van ds. I. Kievit: 'De verkiezing vindt zijn bedding in het Verbond'. Trouwens, wij moeten niet vergeten, dat de spiegel van de verkiezing is Christus. En wat heeft de Zaligmaker gezegd? Hij houdt ons voor dat Hij niet in de wereld is gekomen om mensenzielen te verderven, maar om die te behouden.
Verantwoordelijk zijn en blijven wij! Hoewel ook dit juist is als iemand stelt, dat wij van die verantwoordelijkheid geen al te hoge dunk moeten hebben, want zij wordt maar weinig echt beseft. Niettemin zijn ons al de woorden Gods toevertrouwd en is de wedergeboorte, het nieuwe leven, een werk èn van het Woord èn van de Geest.
Geen voorwaardelijke prediking
Meer dan eens schreef ik reeds: er zijn geen twee soorten van roeping. Er is één roeping met een verschillende uitwerking.
Op grond van die ene roeping mag de bediening van het Woord niet voorwaardelijk gesteld worden. Heel concreet aangeduid: de prediking van wet en evangelie mag niet alleen maar tot de uitverkorenen uitgaan. Het lijkt mij trouwens nog niet zo gemakkelijk om zò te preken dat alleen de uitverkorenen bedoeld worden. Een verkondiger van het Woord weet toch niet wie er onder zijn gehoor tot de uitverkorenen behoren? Hij is toch geen hartenkenner? Bovendien, een prediker kan zich wat dat betreft ook heel gemakkelijk vergissen. Hij kan menen dat de wortel der zaak bij de ene mens aanwezig is en bij de andere mens niet wordt aangetroffen. Terwijl het omgekeerde wel eens waar zou kunnen zijn. Laten wij maar niet vergeten: er kan veel zijn in het leven van een mens waaruit in de dag der dagen zal blijken dat het stro en stoppels zijn geweest; veel vuur, doch geen vuur van de Geest. Maar ook dit is waar: er kan weinig zijn in iemands leven, terwijl de wortel der zaak in hem gevonden wordt. Dat keuren en wegen van de gemeente èn in de gemeente moet de prediker maar nalaten. Keuren en wegen doet onze getrouwe God en Zaligmaker. Een prediker mag gehoor geven aan het bevel om het evangelie te prediken aan alle creaturen. Ruim en mild mag hij in de prediking het aanbod van genade laten uitgaan. Hij mag de Heere Jezus in de verkondiging van het Woord aan aller voeten neerleggen. Met de Erskines mag hij het zeggen: 'Indien u Jezus Christus wilt hebben tot uw eeuwige vreugde en zaligheid, u kunt Hem krijgen'.
Alle hoorders worden geroepen tot bekering en geloof. Niemand uitgezonderd. Dat is niet Barthiaans, maar dat is Bijbels. Die Bijbelse prediking met dat milde en ruime aanbod moeten wij ons niet laten ontnemen.
Laat men in de prediking maar alle ruimte geven aan de oproep tot bekering en geloof. Dat behoeft niet miezerig (heel klein) te gebeuren. Zo heeft de Verkondiger bij uitnemendheid, de Heere Jezus, ook niet gedaan. Hij heeft het evangelie van het Koninkrijk ruim en mild aan de man èn aan de vrouw gebracht. Hij heeft vriendelijk doch ernstig jongeren en ouderen voorgehouden: 'De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabij gekomen: bekeert u en gelooft het Evangelie'.
Door het Woord verklaart de Heilige Geest wie wij zijn (zelfkennis). Wie God is (Godskennis) en Wie de Heere Jezus is (Christuskennis).
Wanneer wij de stem van de Geest in het Woord niet horen d.i. gehoorzamen gaan wij door eigen schuld verloren. Wie wel gehoorzaamt – en dat is altijd genade – kan niet anders roemen dan in de vrije gunst die eeuwig God bewoog.
Kort samengevat: het Evangelie is onvoorwaardelijk. Een voorwaardelijke prediking is in strijd met het Evangelie. Een voorts: de Heilige Geest vernieuwt ons hart en komt met de roepstem van het Woord tot in de schachten van ons hart (ds. G. Boer), zodat wij het Woord Gods horen en gehoorzamen.
Buiten het Woord om
De Geest is vrij en vrijmachtig! Hij kan de wedergeboorte werken door middel van het gepredikte Woord. Meestentijds gebeurt dit ook. Zeker in onze bedeling. Toch zijn er wel mensen aan te wijzen die niet door het gepredikte Woord wederomgeboren zijn. Doch daarover graag een volgend keer! (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 29 april 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's