De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een voluit Bijbels gegeven (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een voluit Bijbels gegeven (5)

De Wedergeboorte

10 minuten leestijd

Het zal ons in het vorige artikel wel duidelijk zijn geworden, dat de Heere de wedergeboorte werkt door het Woord. Heel nauw heb ik de wedergeboorte toen verbonden aan de roeping. Bij de roeping denken wij aan het direct of indirect gesproken Woord Gods. Van de prediking kunnen wij zeggen, dat God daarin op een indirecte wijze spreekt. Door Zijn Geest wordt het gesproken Woord direct.
Meestentijds voltrekt zich de wedergeboorte door middel van de prediking. Met name de Dordtse Leerregels leggen hierop de nadruk.
Dat wil intussen niet zeggen, dat de Heere niet op een andere manier de wedergeboorte kan bewerken. Bij Abraham en Paulus lezen wij niet, dat de Heere daarvoor een preek heeft gebruikt. Zij zijn door een direct roepen van God de weg van geloofsgehoorzaamheid gegaan. Een rechtstreeks en persoonlijk spreken van de Heere heeft beiden tot een nieuw leven gebracht. Nog weer anders is het gegaan bij Jeremia en Johannes de Doper. Een rechtstreeks handelen van God is in hun geval het middel tot wedergeboorte. Reeds in de moederschoot ontvingen zij het nieuwe leven. Dat wil niet zeggen, dat zij ná hun geboorte niet van het Woord geleefd hebben. Ook zij hebben het in hun bestaan enkel en alleen van het Woord moeten hebben. Zij zouden nooit zulke grote mannen in het Koninkrijk Gods zijn geworden als het Woord niet alles voor hen in hun leven zou zijn geweest.
't Is wel heel bijzonder, dat het nieuwe leven zowel Jeremia als Johannes de Doper werd geschonken alvorens zij waren geboren. Uit dit alles is op te maken dat de Heilige Geest vrij is in de manier waarin Hij het Woord Gods indraagt in de harten. Meestentijds weliswaar door de prediking van het Woord, maar het kan op een extra-ordinaire manier zoals bij Jeremia en Johannes de Doper.
In 'De orde van het heil' van de hand van ds. W.L. Tukker las ik de volgende passage die ik u niet wil onthouden. Het gaat over het nieuwe leven in een kind dat nog niet geboren is, doch vóór zijn geboorte reeds wedergeboren is. Ds. W.L. Tukker schrijft: 'Onderschat ook niet de gebeden van vrome ouders, het Woord Gods waarbij zij leven, de dienst Gods waarbij zij leven. Gods Geest kan van een moeder die in verwachting is, een bijzondere zegen doen uitgaan op het zaad dat zij draagt. Wij moeten met de nodige discretie deze dingen behandelen. Wij staan hier voor de teerste dingen en voor de diepste geheimen van het leven, die wij tenslotte niet in onze handen hebben; waar wij eenvoudig en eerbiedig naar kunnen tasten in wat de Bijbel ons daarvan leert.'

Wedergeboorte en Verbond
Men kan zich de vraag stellen of de wedergeboorte iets te maken heeft met het Verbond. Ik ben geneigd om neer te schrijven dat de wedergeboorte alles te maken heeft met Gods Verbond. Want wat wil het Verbond zeggen? Wat houdt het in voor een ieder die door middel van de doop in het Verbond is opgenomen? Het wil dit zeggen dat aan de bondeling alle woorden. Gods zijn toevertrouwd. De Heere trekt als het ware alle laden van de kabinetten des heils open en Hij zegt alle schatten daarin ons toe. Dat doet Hij niet 'misschien', doch welmenend. De doop, het Verbond is dus maar geen kleinigheid. Vaak wordt het Verbond ondergewaardeerd. Ik weet: er kan óók een overwaardering zijn. Mijn ervaring is evenwel dat het Verbond doorgaans niet op zijn juiste merites wordt beschouwd. Dus wordt onderschat! Alsof de Heere daarin niet alles toezegt wat ons ontbreekt. Het nieuwe leven wil Hij geven. Hij heeft dat beloofd, toen wij zijn gedoopt. Ja in de doop heeft de Heere gezegd: 'Heel Mijn Woord, met al de beloften daarin, zeg Ik u toe'. Daarom mag men met het Woord bij de Heere komen. Men mag Hem smeken of Hij Zijn Woord werkelijk een zaad der wedergeboorte wil doen zijn.
Men mag dit vragen voor zichzelf, doch ook voor anderen. Wie zal zeggen wat een oprecht gebed van een vader voor zijn kind zal uitwerken?
In het bovenstaande haalde ik ds. W.L. Tukker aan. Hij schreef: 'Onderschat de gebeden van vrome ouders niet'. Ik weet, hij schreef dit in het speciale geval van nieuw leven vóór de geboorte.
Toch zou ik zijn woorden ook willen toepassen, wanneer ouders om nieuw leven voor hun opgroeiende kinderen smeken. Immers, wanneer er bij het opgroeien van onze kinderen nog geen spoor van nieuw leven wordt aangetroffen, zo brengen wij ze toch zeker met aandrang voor Gods aangezicht? Pleitend op het Verbond, pleitend op het Woord. Smekend om het nieuwe leven. Laten wij die gebeden van ouders maar niet onderschatten.
Laten wij ook als ouders in het gebed niet versagen. Ik schrijf dit opzettelijk. Op grond van enige ervaring. Helaas gaat het in onze gezinnen niet altijd zoals het behoort te gaan. Niet weinige kinderen haken af. Niet weinige kinderen als zij het huis uitgaan, gaan volstrekt een andere weg dan die ze thuis is voorgehouden.
Doorgaans mogen wij in onze gemeenten ons nog prijzen met een redelijke tot goede kerkgang. Dat is een reden om dankbaar te zijn. Alleen is hier wel één gevaar. Welk gevaar? Dat wdj letten op die er zijn, maar de velen vergeten die er niet meer zijn. 't Kon wel eens zo zijn dat het getal van hen die er niet meer zijn groter is dan van hen die er nog wel zijn.
Wanneer een ieder van ons zijn eigen gezin, familiekring en gemeente bekijkt, zal men schrikken, hoevelen zich van God en Zijn dienst hebben afgewend. Gaat maar eens na met wie wij vroeger naar school zijn geweest, in onze jonge jaren naar de kerk zijn gegaan en die nu in kerk noch kluis koihen. Als 't ware a-religieus zijn geworden. Kerkverlating, Godsverlating en Godsverzaking vindt niet alleen elders plaats, maar ook onder ons. Ooit legde ds. J. Maasland ons in een referaat op een catechesedag in Putten de vraag voor: 'Hoeveel jongeren die nu nog als een opgehoopte massa de galerijen van het kerkgebouw bevolken, zullen overeen aantal jaren nog trouw hun plaats innemen?' Het staat inderdaad te bezien òf zij dat allen dan nog zullen doen.
Reeds nu is te constateren dat jongeren niet meer gaan in het spoor van hun ouders. Kinderen van godvrezende ouders gaan een weg die haaks staat op die ze is voorgehouden. Wat kunnen ouders daaraan doen? Niets èn alles! Wanneer kinderen de deur zijn uitgegaan, zal men daarmee zeer omzichtig en voorzichtig moeten omgaan. Wanneer men te veel zegt, kan men al heel snel als ouder horen, dat men niet zo moet zeuren. Soms wordt er zelfs gezegd, dat men niet meer thuiskomt, als dat 'gezeur' over God en Zijn dienst doorgaat.
Ik kan mij heel goed voorstellen, dat men dan als ouder zwijgt. Niet omdat dit de gemakkelijkste weg is, maar vanwege het feit dat men zijn kind niet wil verliezen. Immers, zolang ons kind thuis blijft komen en de relatie een beetje redelijk blijft, kan er misschien nog wel eens wat gesproken worden met elkaar. Wanneer men elkaar niet meer ziet, kan zich zelfs zo'n gelegenheid niet meer voordoen.
Het is mij bekend, hoe moeilijk situaties als hierboven geschetst kunnen zijn. Hierin komt iets uit van de gebrokenheid waarin wij leven. In die gebrokenheid moeten keuzes gedaan worden. Anderen zullen bepaalde keuzes niet altijd begrijpen. Wanneer een ouder kiest voor zijn kind, dat een heel andere weg is. ingeslagen, weten de stuurlui op de wal al heel snel te zeggen: 'Als het mijn kind was, zou het nooit weer behoeven thuis te komen'. Ik moet zeggen: 'Zij praten gemakkelijk, maar het is hun kind niet'.
Wanneer echter de keuze voor ons kind voor Gods aangezicht is genomen, mag niemand daarvan iets zeggen. Wat dat betreft zouden wij elkaar veel meer moeten ontzien. Ik kan mij niet voorstellen, dat 'betweterigheid' een bijbels gegeven is.
Persoonlijk bewonder ik al die ouders die hun kind niet loslaten, ook al kunnen zij met hun kind nergens over spreken. Zij kunnen — zoals ik eerder schreef— weinig met hun kinderen doen. Niettemin: zij hebben ze niet afgeschreven. Zij blijven een plaats houden in hun hart en in hun huis. Ik denk dat dit op de lange duur vruchtbaarder is dan dat men de kinderen afschrijft òf ze op een harde en wettische manier de deur wijst. Natuurlijk, dit alles vraagt wel veel zelfverloochening. Dit alles geeft ook veel pijn. Vele tranen worden er soms gelaten. Maar... de liefde heeft de overhand èn de liefde heeft het voor het zeggen.
Afschrijven? Dat nooit! Wie zijn kind afschrijft, moet er maar niet op rekenen dat zijn kind ooit weer thuiskomt. Ik weet: God is een God van wonderen; Hij is alles machtig. Dienaangaande gebeuren er ook wel wonderen. Toch is het meestentijds zo: weg is weg. Noch bij een sterfbed, noch bij een begrafenis is zoon of dochterlief aanwezig. Men moet dus wel goed weten wat men doet als men met harde hand te werk gaat.
Ik denk niet dat wij als ouder daartoe zijn geroepen. En al is het dan juist dat er soms door ons niet zoveel gedaan kan worden, toch kan er wel iets gedaan worden. Dat 'iets' noem ik zelfs 'alles'. God geeft ons als ouders een machtig wapen in handen. Wat denkt u van het gebed? Echter... Hij geeft ons niet alleen het gebed als wapen, maar Hij legt ons daarbij een machtige pleitgrond in de mond. Ons kind, van God en Zijn dienst vervreemd, heeft aan zich het teken en zegel van het Verbond ontvangen. Welnu, in dat Verbond is ons afgedwaald kind het nieuwe leven toegezegd. Die toezegging blijft van kracht, zelfs als ons kind bij wijze van spreken de wereld is ingegaan.
Het Verbond heeft dus alleg met wedergeboorte te maken. Staat in zeer nauwe relatie met het nieuwe leven. In het gebed mag er daarom van deze pleitgrond gebruik worden gemaakt. Doch let wel: niet alleen voor onze afgedwaalde kinderen. Niet alleen voor de verloren zonen en de verloren dochters. Het gebed met daarin de pleitgrond geldt evenzeer voor de kinderen die in het spoor van hun ouders gaan. In de gelijkenis van de barmhartige Vader in Lukas 15 lezen wij niet alleen over de verloren zoon, de jongste in dit geval, maar ook over de oudste zoon. Ook laatstgenoemde had een nieuw leven nodig, want hij liep stijf van eigengerechtigheid. Met dit alles wil ik maar zeggen, dat het nieuwe leven niet aanwezig is als men maar in de paden van het voorgeslacht gaat. Ook dan is het werk van de Geest onontbeerlijk. Ook dan zal het zaad der wedergeboorte moeten ontkiemen in het hart. Want zonder die geboorte uit God géén nieuw leven. Ook geen eeuwig leven. Althans... geen eeuwige gelukzaligheid.
Vaak hebben wij als ouders veel meer werk met de verloren zoon en dreigen wij de oudste zoon uit het oog te verliezen. Doch niet vergeten: laatstgenoemde heeft eveneens alle aandacht nodig. Ons gebed moet en mag ook voor hem zijn.
Wedergeboorte en verbond hebben alles met elkaar te maken. Dat een ieder veel gebruik make van het Verbond èn voor zichzelf èn voor anderen.

Wedergeboorte en bekering
Een vraag is of de bekering wel altijd direct op de wedergeboorte volgt. In het verleden, doch ook wel in het heden, wordt hierover verschillend gedacht. Een volgend keer hoop ik u daarvan iets te laten lezen. Wel schrijf ik hiervan reeds neer, dat wij voorzichtig moeten zijn wedergeboorte en bekering uit elkaar te trekken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een voluit Bijbels gegeven (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's