De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om een gereformeerde kerk in vrij land

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om een gereformeerde kerk in vrij land

Hongarije na de Wende

10 minuten leestijd

De regelmatige bezoeker van Hongarije constateert telkens weer hoe snel het openbare gezicht verandert van de samenleving aldaar, nog zo kort na de grote omwenteling, die met de val van het communisme gegeven is. Een stad als Boedapest gaat al helemaal westers worden. Men ziet het aan de kledij van de mensen, aan het straatbeeld in de avonden (vroeger verlaten straten, nu veel drukte), aan het autopark (vroeger voornamelijk de Trabant, nu de moderne auto uit het westerse straatbeeld). De winkels liggen vol. Produkten, die vroeger voor de Hongaren buiten beeld moesten blijven, liggen nu overal te koop. Westerse bedrijven investeren overal in Hongarije. Men komt ook tal van reclameborden tegen, die we in Nederland al jaren kennen.


Is Hongarije dan opeens welvarend geworden of aan het worden? De minister van sociale zaken, met wie we tijdens een recent bezoek aan het land een onderhoud hadden, onderstreepte het tegendeel. Wat betreft de geldleningen is er sprake van een vicieuze cirkel. Intussen tekent zich wel een relatieve welstand af bij een deel van de bevolking, met daarnaast echter extra armoede voor een ander deel. Onder het communisme was er geen werkloosheid, althans zo heette dat. Ieder was wel ergens op een arbeidsplaats neergezet. Of er werk was en hoe hoog (laag) het inkomen was, deed niet ter zake. Nu bedraagt het aantal werklozen evenwel tien procent van de bevolking.

Politiek
De politieke partijen zijn als paddestoelen uit de grond gerezen. Ze ijveren om het hardst om het centrum van de macht. Wel lijkt ook dit land toe te gaan naar een poli­tiek driestromenland, zoals we dat in Nederland kennen: christendemocraten, sociaal democraten en liberalen. Maar voorlopig hebben de partijen nog vooral angst voor elkaar, om zich niet uit de markt te prijzen. Wat overigens de christendemocratie betreft, die is vooral een roomskatholieke aangelegenheid. De hongaarse gereformeerden hebben vooralsnog een huiver om politiek betrokken te zijn. Daarvoor zijn ze — in tegenstelling tot de rooms katholieken — te lang politiek dakloos geweest. Maar voorzover ze politiek participeren, doen ze dat slechts in geringe mate of met grote aarzeling binnen de partij van de christendemocraten. Eigenlijk is christendemocraten de echte naam ook niet. In het Hongaars wordt gesproken van kruis-democraten. Het 'kruis' is dan echter vooral een roomskatholieke symboliek met, in de hongaarse verhoudingen, historische wortels, die voor protestanten een negatieve betekenis hebben.
De roep om participatie in de politiek wordt echter onder de hongaarse hervormden (gereformeerden) wel sterker. Vandaar ook, dat de bezinning in de kerk zelf op de politieke verantwoordelijkheid van de kerk als geheel en van de leden der kerk afzonderlijk toeneemt.

Kerk en school
Intussen vormt in de nieuwe verhoudingen de christelijke school een sociaal probleem van de eerste orde. De kerk krijgt vandaag de vanouds christelijke scholen weer terug. Dat gaat met veel touwtrekkerij in de juridisch opzicht gepaard. Maar meer dan de gebouwen krijgt de kerk niet. De niet-christelijke scholen, die eigendom zijn van de burgerlijke gemeenten, worden wat het onderwijs betreft van gemeentewege gesubsidieerd. Voor de teruggegeven christelijke scholen geldt dat echter niet. Dus moet de kerk of dus moeten de ouders zelf dit onderwijs betalen. Kan men dit niet opbrengen, dan ligt de keuze voor de hand, namelijk om de kinderen toch maar naar de niet-christelijke scholen te sturen.
Verder hebben de predikanten nu ook handenvol werk om aan de toegenomen vraag naar godsdienstonderwijs op de scholen te kunnen voldoen. Als zodanig zijn de velden wit om te oogsten en dient zich zelfs een groot predikantentekort aan. Maar hoe dit alles te bekostigen.


In Sarospatak en in Papa kreeg de kerk bovendien ook die scholen terug, waaraan vanouds opleidingen verbonden waren voor de vorming van de dienaren des Woords. Al eerder waren we in Sarospatak. De prachtige theologische bibliotheek aldaar is de jaren door ongeschonden bewaard gebleven en goed beheerd.
Ook in Papa werd de bibliotheek gespaard, al heeft dat onder het communistisch bewind veel meer moeite gekost. Daar is de bibliotheek echter niet veel meer dan een grote opslagloods. Als men er een kijkje neemt vraagt men zich onwillekeurig af hoeveel materiaal daar wel niet ligt opgetast, dat een rijke bron voor allerlei speciaalstudies vormt.
De banden met Nederland zijn in beide plaatsen al van oude datum. Men vindt er dan ook heel wat theologische werken uit Nederland. In de kerk te Papa herinnert een gedenksteen nog aan de bevrijding van twee plaatselijke predikanten van de galeien door Michiel Adriaanszoon de Ruyter.
Binnenkort gaan nu zowel in Sarospatak als in Papa de theologische opleidingen van start, waartoe de principebeslissingen al genomen zijn. De vraag is hoe men aan de mensen komen zal, die adequaat theologisch leiding kunnen geven. De kaders zijn soms zwak (geworden). Assistentie van elders is vooralsnog onmisbaar, omdat de kerk arm is, zoals ook de minister van sociale zaken onderstreepte. Juist daarom is ook de kerk aldaar de komende tijd nog in hoge mate aangewezen op financiële hulp van het buitenland. Wie dan ook mocht denken, dat de tijd van de hulpverlening voorbij is, vergist zich. Die hulpverlening is vandaag wel van alle valse romantiek ontdaan. Maar gecoördineerde en gestructureerde hulp, om de kerk uit het dal te helpen en om het de kerk mogelijk te maken vandaag nieuwe wegen te gaan, is onontbeerlijk.


Zou juist Nederland, dat zo'n rijke traditie heeft op het terrein van het christelijk onderwijs, hier niet een grote verantwoordelijkheid kunnen hebben? Ik heb een droom: een grootscheepse inzameling, maar dan in een goed en breed kader, voor het christelijk onderwijs in Hongarije. Een soort Kom over de Brug actie. Maar dan met terzijdelating van onze nederlandse hokjesgeest. Een soort kerkelijke Marshallhulp voor het christelijk onderwijs.

Leiding
De leiding van de Hongaarse kerk staat voor de grote opgave vandaag stuur te geven aan de ontwikkelingen in de kerk, die met de nieuwe vrijheid gegeven zijn. Op tal van verantwoordelijke posten treffen we vandaag de mensen, die in de vroegere situatie hun eigen, geheime contacten hadden met groeperingen in het Westen. Met name die bisschoppen, die onder het vorige regime hun contacten in brede oecumenische kaders onderhielden, zijn vervangen.
Tal van nieuwe taken worden aangevat, vooral ook met'betrekking tot zending en evangelisatie.
De kerkorde moet worden gewijzigd.
Bezinning op het diakonaat komt op gang, alsook op de verhouding van de kerk tot Israël.
Er worden voor het eerst najaren weer conferenties belegd, waar ontmoetingen plaats vinden, die heel wezenlijk zijn. Zelf hebben we gesproken op een conferentie in Sarospatak voor een honderdtal seniores (leidinggevende predikanten van de classes), afkomstig uit Hongarije, Joegoslavië, Tsjechoslowakije en Roemenië. Een russische delegatie kon niet tijdig arriveren. Ook bisschop Laszlo Tökes was daar één der sprekers. Aan het eind van de dertiger jaren was een dergelijke conferentie voor het laatst mogelijk geweest. Er was diepe vreugde, dat het nu weer kon. Er werd ook uitvoerig aandacht aan gegeven in de media, met name ook via de radio, wat op zich al een indicatie is voor de nieuwe mogelijkheden.


Heel wezenlijk was de rede, die de nieuwe bisschop van Miscolc (Meszaros) hield over vernieuwing der kerk. De nadruk lag in zijn betoog op de noodzaak voor de kerk om vandaag allereerst een ark van Noach te zijn. Het deed ons denken aan de tijd van het Getuigenis (1971), toen dat te onzent ook met zoveel woorden werd gezegd: de kerk moet zijn een ark van Noach als de oordelen Gods over de wereld gaan; de ark als teken van geborgenheid, redding, veiligheid. Eén en ander sloot aan bij wat we zelf inbrachten inzake het apostolaat (een woord, waar men niet direct een Hongaars woord voor heeft), namelijk dat de kerk allereerst moet zijn een woonstede Gods in de Geest (Efeze 2), om vandaaruit de vensters open te hebben naar de wereld.


Tijdens die conferentie ontmoetten we nog een predikant uit Joegoslavië, die informeerde over de verschrikkelijke toestanden in zijn land. Momenteel weigeren zestig jonge mensen in zijn gemeente militaire dienst, omdat ze niet bereid zijn hun medeburgers af te slachten. Een en ander brengt grote pastorale spanningen met zich mee.
En wat verder te denken van de predikant, die veertig dorpen dient in een zogeheten diasporagemeente en dan zes maal per zondag voorgaat voor gemiddeld tien hoorders! Over kruisiging van het vlees gesproken.

Feest
Tenslotte mogen twee dingen niet onvermeld blijven.
In de eerste plaats maakten we mee de opening van het geheel vernieuwde kerkgebouw in Erdliget, waar ds. Harkai Ferenc predikant is. De kerk is vernieuwd voorna­melijk dankzij bijdragen uit Nederland, 's Morgens preekte, bij ontstentenis van de bisschop, de senior van de classis over het huis op de steenrots gebouwd, 's Middags was er een drie uur durende dienst, waarin de meditatie werd uitgesproken door ds. A. de Reuver, omdat er al lange tijd een intensief contact is tussen de hervormde gemeente van Delft en die gemeente in Erdliget. Delft heeft ook in de bouw van de kerk aanmerkelijk bijgedragen. Ds. de Reuver mediteerde over Openbaring 1 : 'Ik ben de Eerste en de Laatste.'
Ontroerende momenten waren er in die dienst. Alleen al de aanwezigheid van enkele tientallen gemeenteleden uit Unterkarpaten maakte indruk. Ze waren met een gammele bus gekomen, die onderweg vier keer moest worden gerepareerd. Geld voor brandstof voor de terugreis moest nog worden bijeengebracht. Intussen was er de vreugde om de herkenning in dat ene Evangelie van Christus, in de gemeenschap der heiligen.
Wie deze dingen meemaakt en de spontane vreugde meebeleeft, buigt soms beschaamd het hoofd, wanneer men bedenkt met hoeveel luxeproblemen, die intussen polariserend werken, wij soms bezig zijn.


In de tweede plaats vallen we niet onvermeld laten, dat we prof. Toth Kalman in het zonnetje hebben gezet. Hij heeft een belangrijke plaats ingenomen aan het Radaj Collegium in Boedapest bij de opleiding der predikanten en is vanwege zijn irenische instelling ook een vader voor velen geweest in de kerk. Nu hij in verband met zijn vijf en zeventigste verjaardag gaat terugtreden uit de actieve dienst hebben we hem, namens velen in Nederland, met wie hij de jaren door intensief contact heeft gehad, vanuit het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een blijvende herinnering aangeboden. Hij ontving de zilveren legpenning, die werd uitgegeven bij de herdenking van 350 jaar Statenvertaling, samen met de Acta van de synode van Dordrecht. Sprekend was voor hem het boek, dat bijgevoegd was, waarin ook een artikel stond van wijlen prof. dr. C.C. de Bruin (de man van 'De Statenbijbel en zijn voorgangers'), bij wie prof. Toth ooit te gast was vanwege zijn grote interesse in de vertaling van de Bijbel.
Op de zondagmorgen werd in de Calvijnkerk in Boedapest door de pastor loci gememoreerd wat de dag tevoren aan prof. Toth was geschied.


Tot zover enige impressies van een boeiend bezoek aan Hongarije. Opnieuw zijn we onder de indruk gekomen van Gods doorgaande werk, ook in Oost Europa. Misschien moeten we wel zeggen: júíst in Oost Europa. Er is een nieuwe ontvankelijkheid voor het Evangelie onder jongeren. Deuren, die gesloten waren, gaan open. We mochten opnieuw iets beleven van de gemeenschap der heiligen, die landsgrenzen overstijgt.
Onze voorbede voor de kerk aldaar blijft geboden. Laten we intussen maar niet denken, dat wij daar alleen maar geven. Want het zou kunnen zijn, dat de kerk daar, juist in haar armoede, ons tot jaloersheid wekken zal.
Intussen zal van de export van enerzijds onze secularisatie en anderzijds onze kerkelijke verdeeldheid ook weinig goeds te verwachten zijn. Overigens stelt de nieuwe vrijheid aldaar zeker ook voor gevaren. Iemand zei: 'we hebben lucht gekregen, als we nu maar niet te veel lucht krijgen'. Dat geeft, om in het beeld te blijven, hyperventilatie. Maar er is weer lucht om in vrijheid (des Geestes) te ademen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Om een gereformeerde kerk in vrij land

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's