De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Eersteling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Eersteling

6 minuten leestijd

'En is de Eersteling geworden dergene die ontslapen zijn'. 1 Korinthe 15 : 20b

Paulus noemt hier de opgestane Christus de Eersteling. Bij het volk Israël werden steeds de eerstelingen van de oogst naar de tempel gebracht. Daar werden zij, vanuit één middelpunt, heen en weer bewogen. Dit hield in: 'Heere, hier wuiven de eerstelingen. Wij hopen dat onder Uw zegen en naar Uw beloften op alle akkers de halmen ook zo wuiven zullen'.
Was ook onze wereld eenmaal geen akker voor God vol koren? Maar de zonde, de boze en de dood zijn er op losgebroken. Wat voor verwachting kunnen we nu nog voor deze wereld en voor onszelf hebben? Toch alleen Gods eeuwig oordeel. Maar Christus heeft als Borg Zijn offer tot verzoening gebracht. En God, Zijn Vader, heeft dat in Zijn opwekking uit de dood goedgekeurd. In Hem zijn de zonde en de boze, het oordeel en de dood overwonnen. In Hem is het volmaakte en eeuwige leven. Dit leven blijft niet alleen voor Christus Zelf gereserveerd. Hij is de Eersteling; Want als wij door het geloof aan Hem verbonden worden, delen ook wij in Zijn leven van verzoening met God en van de overwinning op de zonde, de boze en de dood. En als volle garven zullen wij dan eenmaal ingaan in Gods schuren. Zijn vernieuwde schepping. Wat is dit leven in Christus nu nog verborgen. Want ook de gelovigen sterven nog. Hun lichaam wordt gelegd in het graf, gezaaid in de dodenakker. Er wordt om hen getreurd. Maar Paulus noemt hun , sterven een ontslapen. Zij gaan als het ware slapen; aan de avond van hun leven hier op aarde. Om door de dood en het oordeel heen te ontwaken in het volle, eeuwige leven met Christus. Maar ook hun lichaam zal op de grote Morgen worden opgewekt uit de dood en onverderfelijkheid aandoen. Omdat Christus Zelf, als de Eersteling, door Zijn dood heenging naar het leven.
Christus als Eersteling. Paulus betrekt dit dus vooral op de gelovigen, die al zijn gestorven. Wij leven nog. Wat is het nodig, dat het echte geloof ons niet vreemd blijft. Laat dat, wat het Woord ons zegt, door de Heilige Geest, werkelijkheid worden en zijn: Wij zijn van onszelf kaf voor de Heere. Om onze breuk met Hem sterft ons leven weg in de dood en onder Zijn eeuwige toorn.
Kunnen wij het hier dan nog verwachten van iets van onszelf? Nee toch. Maar in deze nood mogen wij door de Heilige Geest dan toch de toevlucht nemen tot Christus als de Borg. Zo mogen wij delen gaan in het leven, dat Hij verwierf, ja dat Hij Zelf is. Waarin de Heere ons belooft, dat Hij onze God wil zijn en dat hier al vol troost en uitzicht is.
Maar zijn we in dit leven toch nog niet midden in de dood? Om ons heen is deze macht er telkens weer nog. En in ons eigen hart eveneens. Wat is het leven in en door Christus hier nog ten dele, onvolkomen en aangevochten. Nog zijn ook wij op de dodenakker.
Maar daartegenover en daarbovenuit mogen wij weten dat Christus, de Eersteling, wuift over deze akker. Hij is de Overwinnaar over de dood hier nog om ons heen en binnen in ons. En de Eersteling blijft niet alleen. De oogst volgt. Wat voor een toekomst wacht ons, als wij zonder deze Christus leven en sterven? Eeuwig oordeel, eeuwig leven naar lichaam en ziel onder Gods toorn. Maar welke toekomst wacht ons, als wij niet meer buiten Hem kunnen? Dan groeien wij, o wonder, naar de oogst toe: het leven met Christus in de hemelse heerlijkheid, en eenmaal het volle, eeuwige leven op de nieuwe aarde onder de nieuwe hemel; en dat naar lichaam en ziel. Niet door eigen kracht, maar door de kracht van de Eersteling, Christus.
Die eerstelingen waren onder het volk Israël ook bedoeld als een dankoffer. Zo erkende het volk, dat de hele oogst door de Heere gegeven was. Eigenlijk behoorde ze Hem toe. Maar wij mogen ervan leven. Maar nu hebben wij als Uw volk U ook in alles te erkennen en te dienen. Is ook dit niet in heel diepe zin door Christus vervuld? Wat een leven is Hem gegeven. En nu is het Zijn grootste vreugde daarin om vanuit de hemel zondaren te laten, delen in het leven, dat er in Hem is. Vergeving, behoud en nieuw leven. Wat is het ook voor Hem Zelf ten diepste een leven, waarin Hij helemaal opgaat in de dienst van Zijn Vader. In deze zin is Christus ook de Eersteling. Want wanneer Hij ons bindt aan Zichzelf, dan verlost Hij ons toch ook van de macht van de zonde, de boze en van onszelf. Dan worden wij opgewekt om voor God te leven in Zijn tempel. Zelf maakt Hij ons dan van koren tot kaf om ook voor de Heere te leven als dankoffers.
Wat een liefde leeft er in Christus' hart. Maar iets van die liefde wordt er uitgestort in ons hart als wij in Hem leren geloven. Deze liefde ten diepste leert ons de zonde op de juiste manier kennen en daarover bedroefd zijn; wij doen ze tegen God; in plaats van koren zijn wij kaf. Zo aanvaarden wij Zijn oordeel als rechtvaardig. Maar dan moet en mag het ons toch ook gaan om vergeving, vrede en vernieuwing, tot Gods eer. Deze zelfde liefde is ten diepste dan ook de drijfveer, die ons in onze nood en schuld tot Christus doet vluchten en Hem aanneemt en het leven in en door Hem. Maar zo doet deze liefde ons ook vragen naar de wil en de weg van de Heere. We verlangen er echt naar om die wil te gehoorzamen en te gaan op Zijn wegen. Echt geloof mag hieraan getoetst worden. Maar als iets hier nog stukwerk is en blijft, dan is het dit. We houden daarover steeds ook verdriet. Maar hier geldt weer de belofte: Christus is ook in deze de Eersteling; de oogst volgt. De volle vervulling van deze belofte is hier nog niet mogelijk. Want het moet nog door de dood heen. Wij sterven dan pas aan alle zonden en zondigen af. Door het grote oordeel heen worden de gelovigen en deze wereld volkomen vernieuwd. Eenmaal op de grote morgen zal het eeuwig werkelijkheid worden: niet alleen Christus, als de Eersteling, dient op een volmaakte manier in de tempel van God; ook al de Zijnen zullen dit doen naar lichaam en ziel, op de nieuwe aarde en onder de nieuwe hemel.
In welk licht zien wij het sterven? Wij hebben de dood serieus te nemen. Wat voor tere banden moeten er dan worden doorgesneden. Wat ligt er achter het sterven voor de ongelovigen? Maar de gelovigen ontslapen, na hun dagtaak volbracht te hebben. Wat lieten zij het er nog al te vaak bij zitten. Maar hun wacht immers de nieuwe morgen, dat leven, waarin voor de zonde geen plaats meer is; dan zullen zij de Heere dienen in een volmaakte liefde. Daarin zullen ze dan nooit meer tekort schieten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Eersteling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's