Torenspitsen-Gemeenteflitsen
GOUDERAK
Een rivierdorp in de Krimpenerwaard. De plaatselijke geschiedenis gaat terug tot de 11e eeuw. In die tijd komt een bedijking tot stand. Door de lage ligging (1 1/2 m beneden N.A.P.) en het ontbreken van polderbemaling was er groot gevaar voor overstroming. Dijkdoorbraken en watersnoden hebben menigmaal plaatsgevonden tot na het midden van de 18e eeuw.
De eerste bewoners leefden van de jacht, visserij en scheepvaart. Later kwam de veeteelt in opkomst, evenals touwslagerijen en steenbakkerijen. Zelfs zouden Gouderakse steenbakkers al omstreeks 1450 materiaal geleverd hebben voor de bouw van het Goudse stadhuis! De naam 'Gouderak' komen we voor het eerst tegen in 1274. Waarschijnlijk hebben de schippers het dorp z'n naam gegeven. Zij zouden het gedeelte van de IJssel, dat naar Gouda liep, het Goudse rak of Ter Goude-rak hebben genoemd.
De vroegste gegevens betreffende de bevolking dateren uit 1514. Kerkelijk waren de Gouderakkers tot het midden van de 17e eeuw aangewezen op het 'overzetveer' naar Moordrecht, omdat Moordrecht en Gouderak één kerkgemeente vormden.
De behoefte aan een eigen kerkgebouw werd gevoeld, te meer daar de overtocht in de winter veelal een moeilijke opgave was door kruiend ijs.
Ons eenvoudige kerkje (325 zitplaatsen) is van het jaar 1658 en heeft alles bij elkaar ƒ 6.000,– gekost. Vroeger had de kerk verschillende waardevolle voorwerpen (enkele gebrandschilderde ramen, een doophek, koperen lichtkronen en een kansel), die sinds 1851 alle zijn verkocht uit geldgebrek, om te kunnen restaureren. Het orgel dateert uit 1888 en is een geschenk van de Gouderakse steenbakkersfamilie Smits. De heer Smits was destijds president-kerkvoogd. Het instrument is gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer Flaes (het laatste van zijn hand). Vóór die tijd was er een voorzanger. Een geschenk van dezelfde persoon is het zilveren doopbekken, waarin het jaartal 1877 gegraveerd staat.
Een herinnering aan de eerste predikant, nl. ds. Gualtherus Wiltvang, zijn de twee zilveren Avondmaalsbekers, waarop o.a. zijn naam voorkomt (1673). In de toren hangt een luidklok uit 1661. De klok werd gegoten door de bekende Amsterdamse klokkengieter Hemony.
In de kerk bevinden zich twee grafstenen. Eén ter nagedachtenis aan schout Brouck, die als een van de eersten in de kerk werd begraven. De andere is van ds. Jacobus Gerardus Staringh, die de gemeente ruim 63 jaar (!) gediend heeft. Hij overleed in 1804 op 87-jarige leeftijd. Staringh was een zeer geleerd en wetenschappelijk man, die ook landelijk in de kerkgeschiedenis bekendheid kreeg door zijn levenswerk, nl. een elfdelig Bijbels woordenboek (1758-1790). Dit woordenboek, dat door de Theol. Faculteit te Leiden zeer werd aangeprezen, is lange tijd hèt standaardwerk op dit gebied geweest. Nog steeds kan men dit werk hier en daar aantreffen. De dichter A.C.W. Staring (zonder h) was een zoon van een halfbroer. Voor zijn opvoeding werd hij toevertrouwd aan zijn oom. In later jaren bleef een hartelijk contact bestaan tussen hen beiden. Toen ds. Staringh overleed, bestond de hervormde gemeente bijna 1 1/2 eeuw, terwijl ze in die tijd gediend was door slechts vier predikanten en over een tijdvak van ruim 200 jaar door slechts zes predikanten, terwijl de gemeente tot dan niet langer vakant was geweest dan 1 1/2 jaar. Van deze zes predikanten is Gouderak de laatste standplaats geweest. In de 19e eeuw waren enkele predikanten aanhanger van de zgn. Groninger richting. In 1851 trad er een dusdanig verval in het kerkgebouw op, dat tijdens de kerkdienst een dwarsbalk naar beneden stortte. In 1862 werd kand. Moulijn tot predikant bevestigd. Hij brak met twee Gouderakse tradities: zijn verblijf in Gouderak duurde slechts kort en hij was de eerste Gouderakse predikant, die de gemeente meedeelde, dat hij meende een beroep naar een andere gemeente te moeten aannemen. Ondergetekende is de 23e predikant. Nog een paar vermeldenswaardige curiosa:
— Rond 1685 was er een 'kandidatenoverschot'. Soms waren Ned. nederzettingen in Nieuw-Nederland (Amerika) een uitwijkmogelijkheid. De Magistraten in die tijd hadden soms invloed op het beroepen van predikanten.
— Een predikantszoon volgde zijn vader op in Gouderak.
— Sommige predikanten ontmoetten in Gouderak hun vrouw.
— Ds. Staringh schijnt een onaangename voordracht gehad te hebben en dit zou een reden zijn geweest van zijn zeer lange verblijf Ds. Kruit (1913) daarentegen was een groot redenaar en trok veel volk uit heel de omgeving, zodat de kerk te klein was en uitgebreid werd met twee galerijen.
Als u dit leest, is een grondige restauratie van kerk en orgel begonnen, kosten ongeveer 1 1/4 miljoen, duur ongeveer 10 maanden. Gedurende deze periode 'tabernakelen' we in het (vergrote) gebouw Het Baken naast de kerk. We mogen zeggen dat de 'zaak' financieel echt 'leeft': een bedehuis ook voor het nageslacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's