Globaal bekeken
Zoals onder bepaalde (sectarische) christenen soms de dag van de Wederkomst van Christus concreet wordt aangegeven, zo zijn er in het jodendom ook stromingen, die de dag van de komst van de (hun) Messias aanwijzen. Uit een artikel van Joop Meijers in Israël-magazine, de volgende passages:
'Op 14 april had het moeten gebeuren. De komst van de Mashiach (Messias). Maandenlang hadden levensgrote advertenties zijn komst aangekondigd. Op auto's, huizen en langs de snelweg verrezen grote gele borden met een oranje zon en zwarte tekst: "bereidt u voor op de komst van de Mashiach".
De 14e april was niet zomaar geprikt. Het was de verjaardag van de Lubawitzer Rebbe, de geestelijke leider van de zogenaamde "Lubawitzer Chassidiem", één van de vele vrome joodse sektes. In kringen van de Lubawitzer Chassidiem wordt gefluisterd en door sommige rabbijnen zelfs hardop gezegd dat de Lubawitzer Rebbe zelf de Mashiach is. Op veertien april werd de Rebbe 90. Tot grote teleurstelling van tienduizenden aanhangers en tot grote opluchting van minstens eveneel sceptici kwam de Mashiach niet opdagen. Als de Lubawitzer toch de Mashiach is, dan is het begrijpelijk waarom hij niet kwam. De Lubawitzer Rebbe is na een hersenbloeding verlamd en woont bovendien in het ver weg gelegen New York (...)'
Wat ziet men als tekenen van Zijn komst?
'Wat te zeggen van de bijna half miljoen Russische joden die sinds 1989 naar Israël immigreerden. De grens van de vierhonderdduizendste immigrant is inmiddels gepasseerd. Het is een abstract getal waarbij maar weinig Nederlanders zich iets kunnen voorstellen, bedenk maar eens hoe Nederland er uit zou zien als er In minder dan drie jaar geen 13 miljoen maar 14, 5 miljoen Nederlanders waren. Meer dan honderdduizend Russische joden hebben dit jaar voor het eerst van hun leven het Joodse paasfeest, Pesach, gevierd.
De komst van de Russen heeft revolutionaire gevolgen die het voorstellingsvermogen ver te boven gaan. In Israël is het Hebreeuws de eerste taal. Een vraag: Wat is, denkend aan de immigrantenstroom, overeen paar jaar Israëls tweede taal? (...)
Messiaanse tijden breken aan voor de Bijbelse Dierentuin. Die verhuist deze zomer naar een supermodem onderkomen in een nieuw en levensgroot park in Zuid-West Jeruzalem. De directie heeft beloofd dat de "Wolf en het Schaap" die volgens de profeet Jesaja in vrede samen zullen leven in het nieuwe onderkomen naast elkaar komen te liggen. Maar omdat niemand waterdichte garanties geeft voor de spoedige komst van de Messias zullen ze voor alle zekerheid toch door een traliehek van elkaar worden gescheiden, de andere oplossing, iedere dag een nieuw schaap, is te duur (...)
Wie zich aan het begin van de zomer opnieuw voorbereiden op de komst van niet één maar tientallen Mashiachen zijn de Jeruzalemse psychiaters. Nu in Israël meer toeristen worden verwacht dan ooit houden zij rekening met het in de psychiatrie zo langzamerhand welbekende "Jeruzalem of Mashiach" syndroom. Dat is een psychiatrisch ziektebeeld waarbij religieuze, enigszins onevenwichtige toeristen onder de invloed van de "Heilige stad" opeens absoluut zeker weten dat zij de Mashiach of Messias zijn. Joodse en christelijke toeristen, meestal uit Amerika, ondergaan een emotionele en gedragsverandering en hangen de Mashiach uit.'
In mr. J.M.A.H. Luns (eigenlijk J.A.M.H. maar J.M.A.H. klinkt Beter) had Nederland zeventien jaar lang (een record) een uiterst boeiende ministervan buitenlandse zaken. In het uit de zeventiger jaren daterende lezenswaardige boek 'Luns: ik herinner mij...' (vrijmoedige herinneringen, verteld aan Michel van der Plas) staan tal van curieuze herinneringen. Hieruit de volgende passages:
• 'Het is maar heel zelden gebeurd, dat ik op mijn reizen een bed ter beschikking kreeg dat niet berekend was op mijn lichaamslengte. In het algemeen werd daar, mede door de goede zorgen van de diverse ambassades, in den vreemde rekening mee gehouden. Maar toen ik eens naar Madagascar reisde, was er een seinfout geweest van de zijde van de ambassade van dat land te Brussel aan de regering in Tanarive, waardoor deze op de hoogte gebracht was van het feit dat ik 2.16 m lang was in plaats van 1.96 m. Dat zal de reden geweest zijn dat men, toen ik uit het vliegtuig kwam, bij het zoeken waar ik was over mij heenkeek, want die dwerg daar van 1.96 kon het niet zijn. En het bed dat men voor mij had gebouwd bleek 2.35 m lang te zijn en 2 m breed. Ik heb mij toen nogal eenzaam gevoeld, op die grote vlakte.'
• Het was wel een zeer curieus incident. De gedelegeerde van de Filippijnen was die 12e oktober 1960 aan het woord. Hij sprak krachtige taal over de onderdrukking van de Oosteuropese volkeren. Opeens klonk er een vreemd geluid gepaard met geschreeuw in de immense vergaderzaal op. We keken allemaal in dezelfde richting. Sommigen gingen staan om het beter te kunnen zien. Het was dan ook geen alledaags gezicht: Nikita Chroesjtjow had zijn schoen uitgetrokken en timmerde er als een kwajongen mee op zijn U. N. O.-lessenaar. Te zeggen dat er enige onrust in de Assemblée door ontstond is een understatement. De voorzitter, de Ier Patrick Boland, meende er terecht goed aan te doen de orde te herstellen en deed zulks met behulp van de hem toevertrouwde hamer. Maar ook wel zo krachtig, dat deze brak. De schoen was heel gebleven.
Een goede week tevoren had ik Chroesjtjow, voorzitter van de Raad van Ministers van de U.S.S.R. en bij deze gelegenheid ook voorzitter van de Russische delegatie, op een door hem gegeven cocktail-party aan de Park-Avenue al goed kunnen opnemen. Hij leek mij niet een man met uitgezochte manieren. Sommigen hebben de mogelijkheid geopperd dat het schoen-incident een wel voorbereide "act" was. Ik meen van niet; als hij deze voorstelling tevoren zou hebben ingestudeerd, had hij haar op het beslissende moment niet laten doorgaan. Het had dan ook, daar en toen, een contra-produktief effect. Maar ik geef toe, ik kan de diepe roerselen van de ziel van Chroesjtjow niet ontleden. Een paar dagen na het incident zat ik met hem aan tafel. Het was een diner in hotel "Carlyle", Nehru bood het aan, en rond de tafel zaten behalve Chroesjtjow gevarieerde gasten zoals: Gomulka, Castro, Che Guevara, mevrouw Golda Meir, die toen minister van buitenlandse zaken van Israël was, en mijn Joegoslavische en Noorse collega's Popoviç en Lange. Ik zat schuin tegenover Chroesjtjow, en wij aten Indisch, en bij het serveren van de curry, de rijst, riep Chroesjtjow (via de tolk): "Zoals gewoonlijk eet de Hollander alles op!"
Ik antwoordde (eveneens via de tolk): "Ach ja, meneer Chroesjtjow, wij Nederlanders hebben ook niet die delicate beleefdheid en courtoisie waarvoor de Russen bekend staan en waarvan u, meneer Chroesjtjow, zulk een schitterend voorbeeld bent." '
En dan nog het bekende kaviaar-verhaal over een bezoek aan Moskou:
• 'Op de laatste dag van het officiële bezoek zat ik 's ochtends met mijn vrouw op mijn hotelkamer Zoals in alle hotels bevinden zich ook in het "Sowjetskaja" de microfoontjes, die je af moeten luisteren, ergens aan het plafond. Op een gegeven ogenblik sprak ik dat plafond met enige nadruk toe: "Lia", vroeg ik, "valt het jou ook niet op hoe hartelijk de bevolking haar leiders overal begroet? Je kunt toch wel duidelijk zien hoeveel de mensen van ze houden". Een korte stilte, en toen: "Lia, het zou me tegenvallen als men ons morgenavond bij het afscheid niet wat van hun heerlijke kaviaar mee zou geven". Ik kon de dag daarop op het vliegveld moeilijk een glimlach onderdrukken, toen men ons bij het afscheid vier blikken met deze lekkernij overhandigde.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's