Paulus' overwinningslied
'Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.' 1 Korinthe 15 : 55-57
Wat een tegenstelling ligt er tussen de jubel van Paulus en de dagelijkse werkelijkheid om ons heen! Want wij leven in een wereld van graven en van begravenen. Wij dragen allemaal de kiem van de dood in ons. En nu kunnen wij soms wel proberen om langs deze werkelijkheid heen te leven. We proberen er niet aan te denken. Maar soms kan de angst voor de dood ons ineens overvallen. En dat is niet zonder reden. Zelfs Paulus noemt de dood nog een vijand. Want sterven betekent dat dierbare banden worden losgescheurd; de dood maakt diepe, pijnlijke wonden. En toch heeft Paulus het ook geleerd, dat het mogelijk is om deze geweldige vijand recht in de ogen te zien. We horen immers zijn overwinningslied: 'Dood, waar is uw prikkel, hel — of zoals er eigenlijk staat — dood, waar is uw overwinning?'
'Dood, waar is uw prikkel?' Misschien moeten we hier denken aan de boer, die in het oosten zijn ploegbeesten, met een scherp gepunte stok voortdrijft. Zo is ook de dood een harde meester, die zijn slachtoffers meedogenloos opjaagt naar het graf. Maar we moeten hier ook denken aan de angel, bijvoorbeeld van een schorpioen. En dan zien we hier de dood voorgesteld als een giftig monster, dat steeds weer nieuwe slachtoffers zijn doodssteek toebrengt. Nee, Paulus verbloemt de vreselijke werkelijkheid van de dood niet. Hij zegt het o zo scherp: 'de dood is een giftige prikkel, die scherp is; en waartegen geen leeftijd, geen rijkdom of macht ter wereld bestand is'.
Wanneer de apostel nu alleen maar zó over de dood gesproken zou hebben? Dan zou hij dat toch oppervlakkig hebben gedaan. Maar Paulus daalt af tot de kern; Hij noemt de diepste reden van de overwinningstocht van de dood door deze wereld en van zijn macht over ons. De dood is niet een natuurlijk iets. Hij hoort niet bij het leven; Hij is geen natuurlijke afsluiting van ons aardse bestaan.
'De prikkel nu van de dood is de zonde', zegt de apostel. Dat wil zeggen: in onze zonde voor God, die Zijn straf verdient, bestaat eigenlijk de vreselijke prikkel, de angel, het gif van de dood. Doordat wij God en Zijn dienst de rug hebben toegekeerd, kreeg de dood de macht over ons. Telkens wanneer wij zondigen, oefent nu ook de dood daarin zijn macht uit. Omdat de mensheid in de zonde dood is, moet zij zondigen; en omdat zij zondigt, ligt zij in de macht van de dood.
Paulus laat hier nog volgen: 'en de kracht der zonde is de wet'. De dood heeft een ontzettende macht over ons mensen gekregen; maar ook de zonde en het zondigen is een macht. En dat heeft alles te maken met de wet van God. De wet van de Heere is in zichzelf heilig en goed. En nu veroordeelt de wet niet alleen onze zonde, maar daardoor worden wij ook juist tot zondigen opgewekt. In plaats van God boven alles lief te hebben en onze naasten als onszelf op een volmaakte manier, worden wij juist door deze eis geprikkeld tot het tegenovergestelde. We zijn ten diepste vol van onszelf; en we zijn geneigd om God en onze naasten daarom te haten.
Zo laat de apostel ons hier de samenhang zien: de giftige prikkel, de angel van de dood tegen ons ligt in ons zondigen; en dat ons zondigen de kracht heeft om alle leven te doden, is door Gods wet, die wij overtreden. Het is de sombere samenhang: wet, zonde, dood, Gods oordeel.
Nee, ons sterven is geen biologisch proces zonder meer; maar ook iets heel abnormaals, zoals ook de zonde, tegen God en Zijn wet begaan. En het komt er altijd weer op aan, dàt wij dat op grond van Gods Woord erkennen; dat wij door Zijn Heilige Geest gelovig gaan belijden, dat dit alles zo is om onze zonden! Want zo kunnen wij óók verstaan de ontzaglijke heerlijkheid van datgene, waarvan de Heere ons spreekt in Zijn Woord; En de Heilige Geest wil ons daarvan overtuigen, zodat wij in het geloof ook daaruit leven mogen: Tegenover deze werkelijkheid van wet, zonde en dood staat nog een andere werkelijkheid. En voor een ieder, die gelooft, is die eerste werkelijkheid overwonnen door die andere. Daarvan jubelt Paulus in zijn overwinningslied van onze tekst. 'Dood, waar is uw prikkel, dood, waar is uw overwinning? Maar Gode zij dank. Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus!
In dat ene woordje 'maar' ligt eigenlijk samengevat de volle rijkdom van het Paasevangelie. De wereld om ons heen en binnen in ons, ligt geketend in de macht van wet, zonde en dood. En wij kunnen van onze kant, hoe we het ook proberen, deze doodslijn nooit te boven komen.
Maar het evangelie van Pasen verkondigt ons: God Zelf heeft in de Heere Jezus Christus de strijd willen aanbinden tegen de doodsmachten, die ons gevangen houden. God, Die het alleen kon, heeft tegenover de dodengang van ons bestaan Zijn Goddelijk 'maar' gesteld in het kruislijden en de opstanding van Zijn Zoon. Nu heeft de dood niet het laatste woord; hij is verslonden tot overwinning. Wel is de werkelijkheid, die wij zien en ervaren, nog heel anders. Maar Christus' gemeente weet in het geloof van de overwinning; eenmaal in de grote dag van Christus' toekomst, wanneer Hij wederkomt, zal die overwinning ook heerlijk aan het licht komen! De dood zal er niet meer zijn.
Daar is de keten van de dood: wet, zonde en dood. Schakels, die wij niet verbreken kunnen. Maar Christus heeft dat wel gedaan. Hij heeft een snoer van het leven gemaakt. Hij heeft dat gedaan door onze zonden in allerlei vorm op Zich te nemen, en zo de vloek van Gods wet te dragen, en zo ook de dood in te gaan. Maar Hij heeft ook de eis van Gods wet volmaakt vervuld, en zo heeft Hij de gerechtigheid voor God, de vrijspraak en het eeuwige leven voor anderen verdiend. Op Zijn kruis heeft Hij de keten van de wet, de zonde en de dood verbroken. En door Zijn opstanding is er het snoer van het leven: gerechtigheid, om voor God te kunnen bestaan, eeuwig leven in Zijn gunst, en de overwinning op dood en graf!
'Maar Gode zij dank'. De apostel kon dit overwinningslied zingen, omdat hij uit deze werkelijkheid had leren leven. En zoals hij het door de Geest geleerd heeft, zó kunnen wij het nog leren. Geen overwinningslied, als wij buiten Christus blijven voortleven in onze zonden. Dan geldt voor ons alleen: daar is de prikkel van de dood, en dat is de zonde; en dat de kracht van de zonde is de wet. Wat is het nodig, dat wij de werkelijkheid van de keten van de dood als onze eigen schuld voor de Heere erkennen; en gelovig belijden, dat wij Zijn wet niet volmaakt vervullen kunnen in een volkomen liefde tot Hem en onze naasten. Wij zijn het niet, die de schuld van de zonde kunnen betalen. Wij kunnen haar macht niet verbreken. Wij kunnen de dood niet in boeien slaan. Wij kunnen onszelf niet bevrijden van Gods eeuwige toorn over ons zondaarsbestaan. Wat zijn wij dan volstrekt hulpeloos en reddeloos van onze kant. Maar zó toch wil de Heere ons door Zijn Geest ook altijd weer het zicht geven op de heerlijkheid van de gekruisigde en opgestane Christus. In Hem is de keten toch verbroken. In Hem is de gerechtigheid om voor God te bestaan, vrede met Hem; In Hem heeft de Heere in Zijn wet niets meer van ons te eisen, en is haar vloek gedragen. In Christus is ook de macht van de zonde verbroken, en is de dood een deur geworden naar het eeuwige leven, in de hemelse heerlijkheid. Wat wil de Geest ons dit voor onszelf doen geloven, ja, dat deze Christus ons de overwinning geeft. Wanhopend aan al onze eigen werken en onze eigen inspanningen mogen en leren wij dan rusten in het volbrachte werk van Christus, Die ons de overwinning geeft. Dat gaat niet zonder strijd en blijft niet zonder strijd. En niet altijd is er de jubel van de apostel. Want de dood heeft nog alle macht. En de kracht van de zonde en van het eigenbelang is nog zo sterk. Dan moeten wij het Paulus nazeggen: 'Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?' Ja, de werkelijkheid van Pasen mag er zijn. Gode zij dank. Maar nog niet ten volle.
'Die ons de overwinning geeft'. In de geloofsgemeenschap met de opgestane Christus wil de Heere die overwinning steeds opnieuw weer geven. Maar dan verlangen wij ook naar Christus' volkomen overwinning bij Zijn wederkomst. Dan zal de keten voorgoed en helemaal verbroken zijn. Dan ook klinkt de jubel uit de mond van al de Zijnen volmaakt en eeuwig: 'Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's