Graascultuur
Met het oog op de jongeren
Complex
Een van de kenmerken van onze huidige samenleving is dat zij zo complex is.
Vroeger was de samenleving eenduidiger en daardoor ook meer herkenbaar.
Ik denk dat het gevoel van onveiligheid en onzekerheid, dat veel jongeren hebben, hier ook mee te maken heeft. Het aantal keuzemogelijkheden is ontzettend groot. Dat kan heel aantrekkelijk zijn, maar het heeft ook iets bedreigends.
Het beeld van de supermarkt is bij uitstek geschikt om — wat betreft het grote aantal keuzemogelijkheden — als illustratie te dienen.
Toen de supermarkt nog niet bestond, hadden de klanten een veel bewuster koopgedrag. Omdat het aantal keuzemogelijkheden niet zo groot was, wist men van tevoren meestal precies wat men wilde hebben. Wat men kocht, was over het algemeen wat men aan primaire levensbehoeften nodig had. Dat was zeker zo in een tijd waarin onze maatschappij nog niet getypeerd kon worden als een welvaartsmaatschappij.
In de supermarkt van het leven, met zijn vele keuzemogelijkheden, is de godsdienst een keuzeartikel van de onderste plank geworden.
Consumentisme
Het gedrag van de consument is veranderd.
In dit verband wordt er wel gesproken van een 'graascultuur', waarmee het consumentisme en het selectieve gedrag van de consument wordt aangeduid.
Uitgevers van tijdschriften ervaren het tegenwoordig bijvoorbeeld als moeilijk om abonnees vast te houden. De lezer houdt van regelmatige afwisseling. Daarom verloopt de afzet van bladen via de vrije verkoop veel beter. Vandaar ook het diverse aanbod van bladen in de supermarkten. Waarbij overigens de vraag gesteld kan worden of het aanbod wel zo divers is.
Marketingmanagers adviseren de commercie ten aanzien van de vraag, hoe hier het beste op ingespeeld kan worden.
'Gereformeerdheid à la carte'
Ditzelfde consumentisme is ook te vinden op het terrein van kerk en geloof.
De Belgische godsdienstsocioloog K. Dobbelaere spreekt van een 'katholicisme à la carte', dat wil zeggen: 'men neemt niet meer het hele menu, maar kiest eruit wat van zijn gading is'.
We kunnen zo ook spreken van 'protestantisme à la carte' of van 'gereformeerdheid à la carte'.
We zijn hierbij nog niet zover, dat marketingmethoden worden gebruikt om de behoeften van het kerkvolk te peilen en in kaart te brengen, om dan vervolgens predikanten en kerkeraden te adviseren hoe zij als kelners de kerkleden als klanten het beste kunnen bedienen...
Jongeren
De houding van het consumentisme is de houding van: wat hèb ik eraan? De eigen behoeften zijn uitgangspunt. Deze houding is vrij algemeen. Ook in het kerkelijk leven.
Zo'n houding beoordelen wij — zeker als christenen — niet als positief. Maar is het toch vaak niet onze eigen houding? Het kan geen kwaad om eens in de spiegel te kijken...
We denken hierbij ook aan onze jongeren. Hoe wij als oudere consumenten onze weg gaan en ons leven vullen, heeft zijn weerslag op hen. Er gaat immers een voorbeeldwerking van onze houding en van ons gedrag uit! Het is voor jongeren niet eenvoudig om in onze versnipperde cultuur, in de supermarkt van dit leven, hun weg te vinden.
Dat zij hierin leiding nodig hebben, hoeft geen betoog.
Maar hoe geven wij hun leiding? Hoe helpen wij hen op de markt van deze wereld hun keuzes te maken? Niet vanuit de houding van: wat hèb ik eraan? Maar vanuit de vraag: hoe kan ik mijn leven inzetten voor God, de Heere, en voor mijn naaste, wat heb ik hiervoor nodig en wat is in dit licht goed voor mij?
Kiezen
Wat jongeren vooral nodig hebben is: hulp bij het maken van keuzes. Hulp bij het vinden van hun weg in die supermarkt.
Laten we ons van de voorbeeldwerking van onze houding en van ons gedrag in dit verband maar goed bewust zijn!
Het maken van keuzes in dit leven hangt samen met de vraag, wat de fundamentele keus is die wij gemaakt hebben. Met andere woorden: waardoor worden onze keuzes bepaald? Waardoor laten wij ons in onze keuzes leiden?
'Kiest u heden, wie gij dienen zult' (Joz. 24 : 15).
Staan onze keuzes in het kader van het dienen van de Heere, onze God?
'Aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen!'
Zo gaf Jozua het voorbeeld.
Goed voorbeeld doet goed volgen.
Voorlichting en onderwijzing
Maar naast het voorbeeld is ook voorlichting en onderwijzing nodig. Het gaat er immers om, dat onze jongeren zelf zien wat van waarde is en wat niet... en waarin en waarmee de Heere gediend kan worden en wat daarin juist belemmerend is.
Uiteindelijk is het de Heilige Geest, Die hun ogen daarvoor opent en hun verstand verlicht. Hij is het ook. Die de gave van het onderscheid geeft. En 'onderscheiden' is nu precies waar het in het maken van keuzes op aan komt.
Grazen
Jongeren moeten leren op een goede wijze te consumeren. Want consumeren is nodig. Als we het over 'consumentisme' hebben, dan bedoelen we daarmee een levenshouding die zich tot het consumeren bepèrkt. En dat op een ongemotiveerde en niet-kieskeurige wijze. Alleen maar om eigen behoeften te bevredigen en om genotservaringen te hebben.
Maar hiermee is niet gezegd, dat consumeren op zich verkeerd zou zijn. Wij kunnen niet leven zonder ons op een goede wijze te laten voeden. Dit gaat zowel in lichamelijk als ook in geestelijke zin op.
Om het in de stijl van dit artikel aan te geven: wij moeten onze jongeren leren grazen.
Als we dit zo zeggen, realiseren we ons, dat 'grazen' ook een bijbels begrip is. We denken aan de Heere, Die als Herder Zijn schapen in grazige weiden doet nederliggen (Ps. 23 : 1 en 2).
Hier zien we onze jongeren graag: in deze grazige weiden. Onder de hoede van deze Herder.
In deze zin kunnen we ook spreken van een 'graascultuur'.
Het christendom als graascultuur.
Maar déze graascultuur duidt niet op een houding van consumentisme in een samenleving, waarin de samenhang meer en meer is gaan ontbreken. Maar zij duidt op een noodzakelijke levensbehoefte in een context, waarin het samenleven een samenhang vertoont, die gecentreerd is in Hem, Die Zijn schapen gezamenlijk als kudde in grazige weiden weidt.
Toewijding
Maar er is meer te zeggen dan dat het christendom in deze zin als een graascultuur te beschouwen is.
Christenen grazen immers niet alleen.
Grazen doe je voor jezelf, om gevoed te worden, om kracht te ontvangen en om te groeien.
Maar christenen zijn er niet om op zichzelf maar om op God en op de naaste gericht te zijn.
Het christendom is zo niet alleen te typeren als een graascultuur, maar ook als een cultuur van toewijding, een cultuur waarin mensen zich actief inzetten voor de zaak van de Koning, voor de opbouw van de christelijke gemeente en ook voor het dragen van verantwoordelijkheden in de maatschappij.
Het woord 'grazen' dekt niet het leven en het bezig-zijn van een christen.
Althans, niet naar zijn roeping.
In de praktijk van het kerkelijk leven blijkt echter, dat dit aspect meer kenmerkend is voor de houding van ons, christenen, dan het aspect van de toewijding.
Passiviteit en activiteit
De Engelse praktisch theoloog John Hull constateert, dat veel christenen heel erg passief aanwezig zijn in kerk en samenleving. Hij heeft het in dit verband over 'spiritualiteit van de passiviteit'.
Daarbij schrijft hij: 'Men gaat naar de kerk zoals men naar het ziekenhuis gaat, als een patiënt, niet als iemand die zelf iets doet. Men zit, men wordt bepreekt, men ontvangt, men wordt voorgegaan in de gebeden'.
Ook de terminologie, zegt hij, geeft aan wie de werkelijk actieve is en waar in de praktijk de verantwoordelijkheid ligt: de pastor, de zaaier, de dominee.
Deze spiritualiteit van de passiviteit biedt de gelegenheid om de eigen verantwoordelijkheid te laten liggen of te ontvluchten.
Wat de kinderen betreft, kenmerkend voor hen is de 'spiritualiteit van de activiteit'. Zij zijn — vaak heel spontaan — bereid om zich actief te geven.
Door het karakter van het kerkelijk leven, waarin jongeren vaak weinig ruimte krijgen en geen actieve verantwoordelijkheid leren dragen, raken zij de spiritualiteit van de activiteit kwijt om deze – noodgedwongen – in te wisselen voor de spiritualiteit van de passiviteit.
Het is, volgens Hull, niet verwonderlijk, dat veel kerkelijke jongeren hun volwassenheid buiten de kerk vinden. Buiten de kerk, in het maatschappelijk-economische leven, zijn de jongeren met hun gaven, opleiding en actieve inzet immer zeer gewaardeerd en meer dan welkom!
Jongeren de ruimte geven
Als we het nu hebben over de leiding en vorming van onze jongeren, dan is het belangrijk om ze zowel te leren grazen in de grazige weiden van het Woord, alsook om ze de ruimte te geven om datgene waarmee ze gevoed worden — in plaats van dit voor zichzelf te houden — positief te gebruiken in een leven van dienst aan de Heere, en om daarin ook te groeien.
Het is toch de bedoeling van het meer passieve consumeren, dat het leidt tot het actief dienstbaar zijn. En als het daar niet toe leidt, dan is er geen sprake van gezond consumeren, maar van een onvruchtbaar, geestelijk consumentisme. En dat is een houding waar de Heere niet mee gediend en de gemeente niet door gebouwd wordt. De jongeren de ruimte geven, dat houdt in: hen erkennen naar de gaven die zij hebben ontvangen door hun de verantwoordelijkheden die daarbij passen toe te vertrouwen.
Verantwoordelijkheden ontvangen en leren dragen werkt activerend en kan wellicht een geest van passiviteit en consumentisme doorbreken.
Laten wij bidden dat de Heilige Geest hen ook langs deze weg ervan wil overtuigen en erin wil bevestigen, dat de godsdienst — wij zeggen: het werk van de drieënige God — geen keuzeartikel van de onderste plank is, maar het allesbepalende fundament dat ook zij in hun leven nodig hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's