De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In het blad Kerk keek Roel SIkkema terug op de aardbeving: 'En Nederland schudde...'. Hier volgt de hele tekst:

'De aardbeving die op 13 april duizenden Nederlanders in hun slaap verraste, was minder zeldzaam dan vaak gedacht wordt. Bijna tweehonderdvijftig jaar geleden, tussen oktober 1755 en maart 1756 werd ons land opgeschrikt door een aantal aardschokken die de toenmalige autoriteiten ertoe brachten de jaarlijkse bededag met een maand te vervroegen. Een reeks van boetepredikaties was het gevolg van deze "rampen", die overigens nauwelijks schade hebben aangericht.
1 november 1755 om ongeveer tien uur wordt de Portugese hoofdstad Lissabon voor een groot deel verwoest door een zware aardbeving. Drie kwartier later, zo noteerde de Amsterdamse makelaarsbediende Jan de Boer in zijn dagboek, is er in de grachten van Amsterdam een vreemd verschijnsel te zien. Plotseling begint het water te golven en wel zo sterk, "dat (...) de beurtschepen (...) van de touwen (alwaar ze meede aan de verste wal waaren vast gemaakt) wierden afgerukt". De trilling moet vrij groot geweest zijn. De beiaardier van Gouda merkte tot zijn schrik dat het carillon plotseling geluid gaf.
Bijna twee maanden later, in de nacht van 26 op 27 december, worden in Limburg, Brabant en Gelderland twee aardschokken gevoeld. Ook in de aangrenzende gebieden in Duitsland, Noord-Frankrijk en de toenmalige Oostenrijkse Nederlanden werden de mensen opgeschrikt, in ongeveer hetzelfde gebied dus als op 13 april jl.
Vooral in Luik renden toen veel mensen in paniek de straat op.
Behalve deze aardbevingen deden zich in die weken nog andere natuurverschijnselen voor, die de men­sen de stuipen op het lijf joegen. Zo zou het op 15 november in de Duitse stad Ulm "bloeddroppelen" geregend hebben. Het raadsel werd overigens twee maanden later in een tijdschrift opgelost: het bleek om bruingele klei te gaan die met zuidelijke stormwinden naar Duitsland was gevoerd.'

Noorderlicht
'Een andere "ramp" was een "vreezelijk vuurschijnsel" dat De Boer op 7 december in zijn dagboek aantekende. Het herhaalde zich in de daaropvolgende maanden zowel in Nederland als in andere landen, waaronder Zweden en Engeland. Waarschijnlijk ging het hier om het Noorderlicht. Wegens "alle soo druckende als dreijgende swaerigheden en oordelen" besloot de Staten-Generaal 16 januari 1756 de jaarlijkse bededag, die meestal eind maart gehouden werd, te vervroegen tot 18 februari. Juist zouden 's morgens op die dag de kerkdiensten beginnen, toen... een volgende aardbeving plaatsvond. In een van de rooms-katholieke kerken van Amsterdam bracht dit de dienstdoende priester, een zekere pater Beene, ertoe de kerkgangers toe te roepen: "Beminden, hou stand, bereid u tot de dood; en als wij moeten vergaan, waar kunnen wij het beeter afwagten dan in Godts huis?" In de oude lutherse kerk aan het Spui zou de dienst net beginnen, toen de beving plaatsvond. Er brak paniek uit toen het — valse — gerucht werd verspreid dat er brand was uitgebroken, "en de schrik werd hierdoor zoo groot, dat eenigen zich van de gaenderijen langs de pilaren nederglyen lieten".

Allerheiligen
'De reacties in de pers op de "rampen" waren heel divers. Verschillende calvinistische predikanten zagen de verwoesting van Lissabon als een straf op de zondige levensstijl van deze "roomse" stad. Niet voor niets vond de ramp op 1 november — Allerheiligen! — plaats. Maar tegelijkertijd werd ook de eigen achterban gewaarschuwd. Zag het er in het protestantse Nederland eigenlijk wel beter uit? De "waterschuddinge" en de aardbevingen werden als een duidelijke waarschuwing gezien. Nederland zou zich moeten verootmoedigen en bekeren en tegelijk God dankbaar moeten zijn voor zijn "verschonende liefde".
Veel gepubliceerde preken uit die tijd legden een verband tussen de bevindingen en de eindtijd. Lissabon werd door sommigen vergeleken met het Babylon uit Openbaring 18, al meenden de meeste predikanten dat deze kwalificatie betrekking had op Rome en de roomse kerk. Ook waren er mensen die de bevingen als een uiting van Gods almacht en majesteit zagen. Hoe dan ook, de schrik zat er in 1756 goed in.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's