De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-gemeenteflitsen

7 minuten leestijd

BLESKENSGRAAF
Een kroniek van de kleine kerkgeschiedenis van de hervormde gemeente van Bleskensgraaf willen we beperken tot de laatste halve eeuw. Twee jaartallen vragen daarbij in ieder geval onze aandacht: achtereenvolgens 1940 en 1948.
Pinksterzondag 12 mei 1940, de derde oorlogsdag, is een dag die de oudere inwoners van ons dorp zich nog goed heugen. In alle vroegte werd het dorp aangevallen door Duitse jachtbommenwerpers. Hoe kon dat gebeuren? Nederlandse soldaten, die voor de Duitse overmacht uit het Brabantse moesten terugtrekken, waren net voor Pinksteren in Bleskensgraaf aangekomen. In de gedachte dat zij met hun wagens onder de bomen van de dorpskern beter gecamoufleerd waren, dan in het vlakke polderlandschap van de Alblasserwaard, waren zij er die nacht gebleven. Toch konden zij niet voorkomen dat de Duitsers hen ontdekten en er in de vroegte van die Pinksterzondag met jachtbommenwerpers op af gingen. Aanstormend tegen de opgaande zon in, werden zij te laat gesignaleerd en zo bleef er voor de bewoners van het dorp, dat in de vroegte van die zondagmorgen nog in diepe rust was, niet anders over dan in allerijl het dorp te ontvluchten: de weilanden in. Wonder boven wonder bleef het aantal slachtoffers van deze aanval uiterst beperkt. Van de inwoners die vielen waren tragisch genoeg evacués uit Alblasserdam, waar hevig gevochten werd.
De schade aan de dorpskern was evenwel zeer groot. Op één huis na werden alle woningen vernield. Tot op vandaag nog is aan de overgang van de naoorlogse bouw van de dorpskern naar de vooroorlogse bouw van boerderijen en woningen buiten de dorpskom te zien hoeveel verwoest werd. De kerk kwam er in verhouding tot de andere gebouwen nog het best af. Niettemin waren de beschadigingen onherstelbaar en moest worden overgegaan tot de sloop van het eeuwenoude bedehuis, dat naar men aanneemt in zijn vroegste vorm dateerde uit ongeveer 1450 en ten dele Gotisch was opgetrokken. Uit dit oude kerkgebouw, waar het voorgeslacht zoveel eeuwen bijeen kwam, en waar ooit ook Hermann Friedrich Kohlbrugge eens heeft gepreekt, zijn gespaard gebleven en tot op vandaag nog in gebruik in de nieuwe kerk, de 17e eeuwse kansel, een even oude herebank en dito doophek. Het orgel van recenter datum (1937) vond aanvankelijk ook een plaats in de nieuwe kerk, maar is intussen alweer vervangen door een ander. Als gevolg van bovengeschetste omstandigheden, heeft de torenklok de gemeente op Pinksterzondag van het jaar 1940 niet kunnen samenroepen om op te gaan onder de prediking van het Pinkster-evangelie. Maar hoe is het daarna gegaan? Aanvankelijk dreigde het gevaar dat de Bleskensgraafse hervormde gemeente een gemeente in diaspora, vertrooiing zou worden. Al naar gelang de plaats waar hun woning stond, gingen de leden van de gemeente in Molenaarsgraaf, Wijngaarden of Oud-Alblas ter kerk. Even heeft het erop geleken, dat dit zo zou blijven. Van de zijde van de overheid was er in die tijd nog niet de ruimte om aan wederopbouw van het kerkgebouw te denken. De Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft er in die omstandigheden zorg voor gedragen dat de gemeente een houten noodkerk kreeg die (wonderlijke symboliek!) geplaatst werd op de door het bombardement gehavende grafzerken van het voorgeslacht.
Op 29 september 1940 hield de gemeente in deze noodkerk haar eerste dienst en precies 8 jaar later, ook op 29 september van het jaar 1948 werd de nieuwe kerk, die intussen al weer meer dan 40 jaar oud is, in gebruik genomen. Gebouwd precies tegenover de plaats waar de vroegere kerk stond, bepaalt ook deze kerk (zoals eens de oude) het beeld van het dorp. Er is werkelijk een Godshuis verrezen: bij de naoorlogse schaarste aan materialen een bijzondere zaak. Temidden van alle namen die genoemd kunnen worden van de velen, die zich ervoor hebben ingespannen dat het kerkgebouw verrees zoals het er nu nog staat, moet die van wijlen ds. W.L. Tukker met ere worden vermeld. Hij is het met name geweest, die niet schroomde bij ministeries en zelfs ministers met vrijmoedigheid aan te dringen op de herbouw van de kerk en het verkrijgen van de zo schaarse materialen. Hij heeft werkelijk alles in het werk gesteld dat er een Godshuis verrees. Dat de toenmalige minister van wederopbouw aanwezig was in de dienst van ingebruikname, mag wellicht tekenend zijn voor de wijze waarop dit is gegaan.
Een andere naam die in de recente kerkgeschiedenis van Bleskensgraaf (en nu niet meer in verband met de kerkbouw) met ere dient vermeld te worden, is die van wijlen ds. J. van Sliedregt. Aan zijn komst in 1942 ging een lange vacaturetijd van zo'n 16 jaar vooraf. De oorzaak daarvan moet worden gezocht in de weigering van de toenmalige kerkeraad zijn financiële verplichtingen te voldoen aan het synodaal bestuur. Die weigering was een vorm van protest tegen de synodale gang van zaken en de kerkeraad van Bleskensgraaf koos niet als enige deze vorm. Een buurgemeente sloeg dezelfde weg in. Gevolg was intussen dat niet kon worden voorzien in de vacature, die halverwege de twintiger jaren was ontstaan: een eventueel beroep zou door de classis niet geautoriseerd worden. Voor de kerkeraad was dat geen struikelblok, maar de hele situatie was een doorn in het oog van de hogere kerkelijke instanties. Op een goede dag werd de kerkeraad door het classicaal bestuur voor de keuze gesteld: de kerkeraad moest aan de verplichtingen voldoen en het beroepingswerk ter hand nemen, anders zou er van bovenaf een predikant aan de gemeente worden verbonden. De keuze was snel gemaakt. Onder dreiging van een van bovenaf opgelegde predikant, werd het beroepingswerk ter hand genomen en in één van de eerste beroepen predikanten, wijlen ds. J. van Sliedregt, kon de gemeente na tal vanjaren weer een eigen herder en leraar begroeten. In zekere zin kon hij aan het werk gaan op een braakliggende akker en de sporen, die daar­ op door hem zijn getrokken, komen tot op vandaag nog aan de oppervlakte. Op een andere manier geldt dat ook van wijlen ds. W.L. Tukker, die hier nog wel andere sporen heeft nagelaten dan het kerkgebouw, dat er wezen mag. Beide predikanten, waarvan de laatstgenoemde de eerstgenoemde opvolgde, stonden aan het begin van een periode, die door vele veranderingen is gekenmerkt en die in alle opzichten een breuk met de vooroorlogse jaren inluidde. De prediking van beide predikanten heeft, na jaren waarin de gemeente herderloos was, een richting mogen aangeven, die tot op heden het kerkelijk en geestelijk leven van de gemeente bepaalt. En het is een vreugde te mogen waarnemen dat deze boodschap vandaag ook een adres vindt bij tal van jongeren.
Eén keer in het jaar, van medio april tot begin mei en in verband met de nationale vierdagen, staat de toren van de Bleskensgraafse kerk in de schijnwerpers als onderdeel van de feestverlichting waarmee de dorpskern in die weken is getooid. Wie Bleskensgraaf nadert vanuit het vlakke polderland van de Alblasserwaard, ziet van verre al de toren uit het donker oprijzen en omhoog wijzen. Dat mag wellicht symbolisch zijn voor de plaats die de kerk middels de prediking, die er van zondag tot zondag mag worden gebracht, in de dorpsgemeenschap wil innemen. Maar dan wel met inachtneming van de woorden, waarmee wijlen ds. Tukker de prediking bij de ingebruikneming van de kerk (over 2 Kron. 5 : 14: de heerlijkheid des Heeren had het huis Gods vervuld) besloot: 'Deze woning van Zijn eer en Zijn Goddelijke tegenwoordigheid moet ons maken tot een godsvruchtig volk, dat in handel en wandel betoont, dat het zulk een heerlijke God heeft. Zijn heerlijkheid moet uitstralen uit de kerk onder het volk op alle terreinen des leven, in het gezin, in de school, in de maatschappij, in het particuliere leven, zowel als in het publieke leven. Dan, als die heerlijkheid zich weerspiegelen gaat, zal onze gemeente, ons volk van hoog tot laag een volk zijn, waarvan men onder de heidenen zeggen zal: 'Ziet hier een geslacht dat de Heere gezegend heeft, ziet hier het volk, waaronder de Heere woont'. 'Want de heerlijkheid des Heeren had het huis Gods vervuld.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's