De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrijheid des Geestes

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid des Geestes

Pinksteren

9 minuten leestijd

De vrijheid van de wereld heeft alles te maken met ongebreideld uitleven van eigen menselijke verlangens, driften en aspiraties.
De vrijheid, die de Heilige Geest schenkt, is van gans andere orde. Die is gekenmerkt door ingehoudenheid, door het kruisigen van eigen wil en het gevangen geven van onze gedachten in de gehoorzaamheid aangaande Gods geboden.
De vrijheid van de wereld is gekenmerkt door: geen God en geen meester; ìk ben baas in éígen leven.
De vrijheid van de Geest is een genormeerde vrijheid, een vrijheid in de vreze Gods en daarin ook in respect voor de medebroeders en zusters.


Wat dit laatste betreft, in de gemeente Gods hebben we te zoeken 'wat van de ander is.' (1 Kor. 10 : 24). Dat zegt Paulus in zijn brief aan de Korinthen, waar hij over de christelijke vrijheid opmerkt, dat wel alle dingen hem geoorloofd zijn maar niet stichten. Vreest God en doe wat je wil, zei zo ook Luther. Want een mens, die God vreest, leert willen wat God wil.
In de gemeente Gods zal daarom de één ook geen aanstoot zijn voor de ander. Paulus zegt, dat zijn vrijheid niet geoordeeld (ver-oordeeld) zal worden door het geweten van de ander (vs. 28). Hij stelt, dat we zo moeten leven, dat we door God niet veroordeeld zullen worden, omdat we de broeders en de zusters tot ergernis geweest zijn in het uitleven van ònze vrijheden. Dat geldt overigens voor allen in de gemeente, voor de meer 'rekkelijken' ten opzichte van de meer 'preciezen' – ze waren er de eeuwen door – èn voor de preciezen ten opzichte van hen, die wat ruimer leven. De één mag de ander niet in het geweten belasten en de ander de één niet, als het tenminste om zaken gaat, die niet het hart raken.

De kern
De kern, waarom het intussen in de christelijke vrijheid gaat, is wat we lezen in 2 Kor. 3 : 17: 'Waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.' Vrijheid is hier vooral vrijmoedigheid. Het gaat dan om de genade van de vrijmoedigheid, verleend in de wedergeboorte (Calvijn).

Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Waar de genade van de Heilige Geest over een mens komt, wordt in meerdere of mindere mate vrijmoedigheid gewekt om te spreken over de Heere en Zijn dienst, om Christus aan te prijzen aan anderen, om uit te zeggen wat God deed ondervinden. Ook dat laatste kan lijden, als er echte vrijheid des Geestes is. Omdat de Geest altijd Christus en Zijn werk verheerlijkt.
Alle spreken over vrijheid, die niet opkomt uit deze geestelijke vrijmoedigheid, kan moeilijk vrijheid des Geestes worden genoemd.
Het wezen van de vrijheid des Geestes wordt gekenmerkt door bevrijding; bevrijding van slavernij van de zonde, het losgemaakt worden uit de banden van de dood, het ontkomen ook aan de zweep van de wet, de slavendrijver bij uitstek. De wet zelf doodt. Maar 'Christus is het leven der wet' (Calvijn).


Waar de Heilige Geest vrijheid schenkt, gaat het hart open om God lof toe te zingen om wat Hij in Christus heeft gedaan. Als zodanig staat alle wetticisme op gespannen voet met de vrijheid van de Heilige Geest. Waar de wet het voor het zeggen heeft en houdt blijft de natuurlijke mens op de troon. Maar de Heilige Geest wekt mensen tot léven, langs de weg van een nieuwe geboorte. Dat geeft geestelijke vrijheid. Daarom mag de prediking niet zijn zonder de wekroep tot bekering, onder aanroeping van de Heilige Geest, die vernieuwt en wederbaart.
Waar de wedergeboorte geen plaats meer heeft in de prediking, gaat de verwondering om de genade wegebben uit de gemeente. En wat dan als vrijheid des Geestes wordt aangemerkt is een andere vrijheid dan die Paulus hier op het oog heeft. In de wedergeboorte wordt geestelijke vrijmoedigheid geleerd.
Die vrijmoedigheid laat zich intussen ook niet intomen door kritische beoordeling van anderen. Het vrijmoedig getuigenis des Geestes wordt altijd weer tegengestaan door anderen. Enerzijds door de wereld, anderzijds soms ook in de gemeente, door mensen, die het met de wet op een accoordje hebben gegooid en op alle geestelijk leven afdingen, soms ook in de prediking, namelijk als de genade des Geestes wordt ingeperkt of afgerasterd door menselijke bepalingen.

Maar waar de Geest des Heeren is ìs vrijheid. Die breekt door alle weerstanden heen. Waar de Geest vol maakt, wellen de woorden vrijmoedig op uit de ziel. Ze komen naar buiten, wàt anderen er ook van denken of zeggen mogen. Die vrijheid des Geestes zal ook openbaar komen in een eigen weg, die de Geest met mensen afzonderlijk gaat, in geestelijke veelkleurigheid.

Angst
Vrijheid des Geestes staat zo ook tegenover angst. Waar het echte geestelijke leven terugwijkt, krijgen vleselijke mechanismen in de gemeente hun kans.
Is in de wereld de mens een wolf, zo kan het ook in de gemeente zijn. Met als gevolg angst van de één voor de ander.
Voorgangers gaan dan bijvoorbeeld niet meer in vrijheid des Geestes met elkaar of de gemeente om, uit angst met 'de ander' vereenzelvigd te worden. Ze staan niet geestelijk vrij in hun dienst.


Wie om zich heenkijkt ziet her en der de gevolgen van de angst, angst voor elkaar of voor de onbenoembare 'men', angst om niet voor rechtzinnig of voor eigentijds te worden aangezien, angst om bij een bepaalde kring buiten de boot te vallen of tot een bepaalde kring gerekend te worden. En de kringetjes worden kleiner.
Maar de Geest des Heeren wekt vrijheid, doorbreekt barrières van angst en benepenheid en stelt in de ruimte. Als de Heilige Geest werkt, kan niemand keren.
Zou de Heilige Geest niet worden bedroefd waar de liefde wijkt en geestelijke vrijheid wordt tegengestaan? Dan kan het tot stikkens toe benauwd worden.


Om nog eens terug te komen op het genoemde woord van Paulus, namelijk dat zijn vrijheid niet zal worden ge(ver)oordeeld door het geweten van de ander: het maakt een wereld van verschil uit of de Heilige Geest mij voorzichtig doet handelen en wandelen omwille van de broeder of dat die ander míj́ dwingt te gaan in een harnas, waarin niet te gaan valt. Het zelf beteugelen van de vrijheid is iets anders dan door de ander aan banden gelegd te worden. Het eerste is geestelijk, het tweede vleselijk. Een geestelijk mens zal zichzèlf beteugelen voor de ànder maar zal zelf niet de ander onder dwang stellen.

Des Heeren
Intussen valt op, dat in het gedeelte van de Korinthenbrief, waarin Paulus over de christelijke vrijheid spreekt, tot tweemaal toe wordt gezegd, dat de aarde des Heeren is (vs. 26 en 28). Dat heeft kennelijk ook betekenis voor het leven in vrijheid des Geestes. 'Daarom is dan het gebruik aller dingen de kinderen Gods rein, omdat zij ze niet anders dan uit Gods hand nemen', zegt Calvijn.
Het gebruik van wat God in Zijn schepping ons geeft is niet alleen geoorloofd, het is in principe zelfs geheiligd. Hier geldt wel, dat de vrijheid niet gebruikt zal worden tot een oorzaak voor het vlees. Maar alle schepsel Gods is goed, met dankzegging genomen zijnde. (1 Tim. 4 : 4)
God heeft ons in Zijn schepping zoveel machtig mooie dingen gegeven en gelaten. Ze mogen worden gebruikt (utere) en genoten (frutere), hoewel met mate.
We mogen ons laven aan het goede der schepping, wanneer we in de natuur even op adem komen.
Ons lichaam is de tempel van de Heilige Geest. We mogen woekeren met de talenten, die de Heere geeft naar lichaam en geest. Want het is alles door Hem geschapen. De talenten mogen niet in een zweetdoek worden bewaard of in een klooster worden opgeborgen. En de lichamelijkheid is niet van ondergeschikte betekenis, het lichaam geen kerker voor de ziel.
Het leven mag worden geleefd met alle vreugden ook van dien, die God in Zijn goedheid ons laat.

God geeft ons de kleurenpracht in Zijn schepping. Hij, die de kleuren schiep, geeft door de Geest ook vrijheid die te gebruiken in de verfraaiing van wat ons uit Gods goede hand toekomt. Daarin mogen schilders ook hun creativiteit ontplooien. Maar zo is kunst in het algeméén ook gave van God. Een kunstenaar, die God vreest, heeft echter niet alleen vrijheid maar kent ook grenzen. Niet alles mag wat kan.
De Heilige Geest geeft onderscheiden gaven, om ze dienstbaar te maken aan de ander maar bovenal om er de Schepper ook mee te eren.


We weten, dat het rechte gebruik der dingen en het rechte genieten der dingen altijd ook staat onder het 'Maar weet...' (Pred. 11 : 9). 'Vreest God en onderhoudt Zijn geboden' (Pred. 12 : 13). Maar wanneer God in de onderhouding van Zijn schepping ons nog zoveel scheppingsgaven toevertrouwt, dan ligt het ook in de vrijheid des Geestes om die te gebruiken.
De Geest des Heeren doet enerzijds zuchten. Het ganse schepsel zucht en is in barensnood. En ook zij, die die de eerstelingen des Geestes hebben, zuchten in zichzelf. Hier krijgen triomfantelijkheid en cultuuroptimisme de doodsteek.
Maar het stuk der ellende wordt niet geïsoleerd beleefd. Het stuk der dankbaarheid is er ook. Dat brengt tot de lofzegging aan God, die opkomt uit het vrijmoedig getuigenis des Geestes.

Verdonkerd
Het fijne goud is verdonkerd, zeggen we soms. De vraag is waaruit dat blijkt. Blijkt dat uit wetteloosheid? Zeker. Want waar de wet als regel der dankbaarheid wijkt, gaat vleselijke vrijheid domineren. We zien het allerwegen.
Maar zou ten diepste het fijne goud niet daarom en dáár verdonkerd zijn, waar het geestelijk windstil wordt in de gemeente en dus niet meer de vrijmoedigheid des Geestes opbloeit uit de genade van de wedergeboorte?
De Geest van Pinksteren is uitgestort! Die gaf de discipelen vrijmoedigheid om te getuigen. Die geeft ook vandaag vrijheid. Een vrijheid, die de wereld niet kent. Vrijmoedigheid namelijk om te getuigen van de hoop, die in ons is. Maar ook vrijmoedigheid om te leven met de gaven, die God schenkt. Daarvoor is nodig de geestelijke mens. De natuurlijke mens brengt het niet verder dan vléselijke vrijheid. De gééstelijke mens kent geestelijke vrijheid. Vrijheid van de Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De vrijheid des Geestes

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's