Uit de Pers
Vooruitgang
In Hervormd Nederland van 28 maart 1992 stond een uitvoerig gesprek te lezen met de fysicus prof. dr. ir. A. van den Beukel uit Delft. Hij is bekend geworden door zijn succesvol gebleken publicatie 'De dingen hebben hun geheim'. Dit boek verscheen in 1990 en beleefde na ruim 1 jaar al een zevende druk. Onze hoofdredacteur heeft kort na verschijnen in ons blad ruim aandacht geschonken aan de inhoud van dit boeiende boek dat gedachten biedt over natuurkunde, mens en God. De HN-journalist Jos Tennissen sprak met prof. Van den Beukel en laat hem uitvoerig aan het woord in het hier geciteerde artikel. We gaan niet in op wat voor een belangrijk deel ook in zijn boek te lezen staat, maar laten hem aan het woord bij wat hij zegt in antwoord op de vraag of wetenschap en techniek voor grote vooruitgang hebben gezorgd.
Is het onderhand tijd de Verlichting af te sluiten, nu is bereikt wat ze heeft beoogd: grote vooruitgang door wetenschap en techniek?
'Ik betwijfel of wetenschap en techniek ons zoveel vooruit hebben geholpen. Je kunt iedere dag om je heen zien dat ze goede en verkeerde gevolgen hebben. Ik zou wel eens iemand willen ontmoeten die me kan aantonen dat de wijzer naar de goede kant uitslaat. Ik ben daar niet van overtuigd. De gemiddelde levensduur van de mensen is gestegen, ja. Maar dat komt doordat men de kindersterfte drastisch heeft weten terug te brengen. Dat is het voornaamste succes van de medische wetenschap. Maar als je dat buiten beschouwing laat, valt het echt tegen met die vooruitgang. In Psalm 90 staat: 'Een mens wordt zeventig jaar en zo hij zeer sterk is tachtig jaar.' Dat vers is drieduizend jaar oud. En zo is het nu nog. Veel mensen worden 85 in plaats van 75, maar een behoorlijk aantal brengt de laatste jaren in dementie door. Er zitten dus ook schaduwkanten aan die verdere stijging van de gemiddelde leeftijd.
En dat de techniek zo is voortgeschreden... ja, we hebben allemaal een stereotoren in huis of een cd-speler In de jaren zestig heb ik een zwart-wit televisie gekocht; ik keek toen geregeld naar de tv. In 1970 had ik een kleuren-tv; toen werd het al minder met het kijken. In de jaren tachtig kregen we ineens twintig stations en nu kijk ik bijna helemaal niet meer.
Het is voor 98 procent echt waardeloos wat er wordt uitgezonden. En over een paar jaar hebben we allemaal high definition colour television – het meest schitterende beeld dat je je kunt voorstellen; de extrapolatie is, dat ik dan helemaal niet meer zal kijken. We beleven technische vooruitgang, maar als je naar de kwaliteit kijkt, zijn er meer dingen aan de hand. De cd is een vooruitgang vergeleken met grammofoonplaten. Maar mij is het in de eerste plaats om de muziek te doen. Ik kom veel mensen tegen wie het blijkbaar om de techniek is begonnen. Als het maar hi-fi is en volkomen ruisloos, dan zal het hun worst wezen of Toscanini ervoor staat of een of andere prutser. Maar ik heb liever Toscanini op een ruisende oude plaat dan een prutser op een cd.
En is de computer nou zo'n vooruitgang? Als u mij vraagt wat ik had gedaan als ik twintig jaar geleden een stokje had kunnen steken voor de uitvinding van de computer, dan zou ik daar niet met stelligheid op kunnen antwoorden. Je moet je afvragen: dient het de kwaliteit van het leven? En: waarvoor zijn we er eigenlijk? En dat is een andere discussie dan: is het allemaal leuk? Geluk is iets anders dan pret.
Bovendien: de vooruitgang die wetenschap en techniek hebben gebracht, beperkt zich tot tien procent van de wereldbevolking. Die baadt zich in vaak onzinnige weelde. Voor de rest kun je ook maar beter hopen dat die er nooit aan toekomt. Je moet er toch niet aan denken dat het hele voormalige Oostblok of China hetzelfde levenspeil zal bereiken als wij? Dan is het met de aarde snel gedaan hoor'
Prof. Van den Beukel stelt dat natuurwetenschap en techniek tot afgoden verworden zijn. En dat op een manier waarop dat niet kan en niet mag. De taak van de natuurwetenschappen is veel meer dienen en niet heersen. Van den Beukel constateert de vertechnocratisering van de samenleving.
Dat is niet alleen zo in de natuurwetenschappen, maar ook in de economie, waar het louter gaat om het kwantificeerbare, het bruto nationaal produkt, de groei. Discussie over de waarde en de rechtvaardigheid ervan heeft plaats in de marge. Het straalt ook door in de theologie. Dit najaar was ik op een symposium over geloof en wetenschap. Er waren vier referaten, waaronder twee van theologen; jongens van een jaar of dertig die net waren gepromoveerd. Hun stelling was: als je in onze tijd nog serieus thelogie wilt bedrijven, dan moet je in ieder geval alles vermijden wat in strijd is met de moderne natuurwetenschappen. De ene had ook nog voorbeelden. 'Het moet nu natuurlijk uit zijn met verhalen over iemand die over het water heeft gelopen en uit de dood is opgewekt.' Ze zeggen dus: eerst even naar Big Brother – de natuurwetenschap – kijken of ik niks verkeerds zeg. Trouwens, over water lopen mag best van de natuurkunde. We houden het niet voor waarschijnlijk, maar de natuurkunde zegt niet dat het onmogelijk is. De uitstraling van het vak is dus: als je dit zegt, maak je je belachelijk. Een theologische kwestie wordt overgelaten aan natuurkundigen.
Wetenschap en techniek brengen geen echte oplossingen aan. De wetenschap kan hooguit mensen behulpzaam zijn die bezig zijn oplossingen te zoeken, aldus Van den Beukel in HN. Hij vertelt dan even iets hoe hij is opgegroeid in een naar huidige begrippen straatarm gereformeerd boerengezin waarin God centraal stond.
'Kun je je vandaag de dag geen voorstelling meer van maken. Die hele rimbam die je tegenwoordig hebt van radio, tv, wasmachine, cd, video, auto, drie vakanties per jaar en nog een hele hoop overbodige luxe artikelen. Wij hadden er niets van. Als je 's nachts naar de wc wilde, moest je 's winters soms door een halve meter sneeuw heen. Geen douche, geen badkamer, niets. Maar mijn ouders hadden wel wat straks onbetaalbare luxe wordt genoemd: tijd, aandacht en liefde om hun kinderen op te voeden, ook en vooral in het geloof dat daar een centrale plaats innam. Tegenwoordig is die rimbam geen luxe meer, maar behoort tot de mensenrechten. Moeder en vader werken zich daar het leplazerus voor. Dan is er geen tijd meer om de kinderen op te voeden.'
Hoe zit het dan met religie en wetenschap? Welke plaats nemen ze beide in? Bepaalt b.v. de natuurwetenschap hoe de toekomst er uit zal zien van mens en wereld?
Einstein heeft gezegd: wetenschap houdt zich bezig met wat is, maar niet met wat zou moeten zijn. Daar hebben we de religie voor. Dan heb je het over de toekomst. In Frankrijk antwoordt 67 procent van de ondervraagden op de vraag: 'In wiens ideeën over de toekomst heeft u het meeste vertrouwen?': in de wetenschap. Negen procent zegt: in de religie. Terwijl de wetenschap niet eens in staat is het weer voor de volgende week te voorspellen.
Als men het Einstein had gevraagd, zou hij – daarvan ben ik overtuigd – op die vraag hebben geantwoord: ideeën over de toekomst moeten uit de religie komen en niet uit de wetenschap. Die heeft daar niets over te zeggen. Maar Jan in de straat antwoordt twee van de drie: de wetenschap zal ons de weg wijzen.
Dat moet maar eens uit wezen.'
Om die laatste woorden te bewijzen heeft prof. Van den Beukel zijn boek geschreven. Hij heeft kennelijk nogal wat snaren geraakt gelet op de hoge verkoopcijfers van zijn boek. Wie nog niet tot lezing en overweging ervan is gekomen, kan misschien alsnog aangespoord zijn door de citaten uit het gesprek met de auteur. De uitgever van het boek is Ten Have in Baarn en de prijs bedraagt ƒ 32,50.
Achteruitgang!
In het mei-nummer van Contact, orgaan van de Bond van Christelijke Gereformeerde Vrouwenverenigingen, verzorgt drs. A.G. Knevel de rubriek 'Komma'. Hij stelt aan de orde de manier waarop veel orthodoxe mensen omgaan met het medium TV. Ook drs. Knevel publiceerde ruim een jaar geleden een boek dat een bestseller werd en waarvan de titel luidt 'De wereld in huis.' Zijn boek handelt over de invloed die de moderne massamedia hebben op het christelijk gezin. Sinds drs. Knevel dit boekje publiceerde, kreeg hij talloze verzoeken voor spreekbeurten over dit thema. Op een gegeven moment, zo vertelt hij, heb ik een soort enquête-formulier gemaakt over het mediagebruik en de mensen gevraagd anoniem dus volstrekt eerlijk deze formulieren in te vullen. Over het resultaat daarvan geeft hij in het hier geciteerde nummer van Contact de uitslag en zijn beoordeling daarvan.
In een van de vragen op het enquête-formulier geef ik een lijst met programma's en vraag de mensen aan te kruisen naar welke programma's thuis gekeken wordt. De programma's die ik noem variëren van Medisch Centrum West, tot de Honeymoonquiz en van de Play-backshow tot Zeg 'ns Aaa.
Ik neem aan dat de antwoorden eerlijk zijn ingevuld, want van de (voorlopige) uitslag van die enquête ben ik nogal geschrokken, om het zacht uit te drukken.
Waar ik bang voor was, gebeurt inderdaad. Er wordt in orthodox-christelijke kring, dus ook in onze kerken, redelijk massaal naar goddeloze programma's gekeken.
Tijdens een spreekbeurt voor de kring in Klundert las de voorzitster een gedeelte uit Galaten 5, namelijk van vers 16 tot 26.
Hoewel het gedeelte mij bekend is, werd ik opnieuw getroffen door de actualiteit van dit gedeelte in relatie tot het gebruik van de massamedia. Het gedeelte werd gelezen uit de Statenvertaling, hoe kan het ook anders in Klundert, tegelijk de vertaling die ik zelf ook gebruik.
Ik was echter benieuwd welke woorden in Het Boek gebezigd worden, om te bezien of de relatie tussen massamedia en Galaten 5 nog nauwer gelegd kan worden. Ik geef daarom enkele verzen door uit Galaten 5 in de versie van Het Boek.
Galaten 5
'Het is duidelijk wat de zondige natuur voortbrengt: overspel, ontucht, vuiligheid en losbandigheid; afgoderij en spiritisme; haat, ruzie, nijd, drift, rivaliteit, onenigheid, sektarisme, jaloezie, dronkenschap, onmatigheid en meer van dergelijke dingen. Ik heb u al eens eerder gezegd dat mensen die dat soort dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen ontvangen.'
Dat zijn voorwaar zeer scherpe woorden van Paulus, en wie zal zeggen dat hij zonder deze zonden, leeft. Wie dit lijstje van woorden op zich laat inwerken, zal dagelijks moeten komen tot schuldbelijdenis voor het aangezicht van een heilig God en verzoening moeten zoeken in het bloed van de Heere Jezus Christus. Wanneer dit Schriftgedeelte in de gemeente wordt gelezen zullen we van harte met Paulus instemmen en ons iedere week voornemen om van harte in nieuwe gehoorzaamheid te gaan leven.
Maar wordt de inhoud van Galaten 5 ook in praktijk gebracht in de gezinnen van rechtzinnige kringen onder ons volk? We weten het immers altijd zo goed wat er fout is bij een ander en wekken daarmee veelal de schijn in heiligheid uit te munten boven anderen?
Maar daarna gebeurt er iets merkwaardigs in orthodox-christelijk Nederland. Terwijl dus op de zondag de woorden van de Bijbel vroom worden beaamd, vindt er door de week een kijkgedrag plaats, dat haaks staat op de woorden van de Bijbel. De televisie (om me tot dit medium te beperken) wordt in de eerste plaats als amusementsmedium gebruikt. Dat amusement is grofweg in twee gedeelten te splitsen, namelijk de grote shows en de zogenaamde soap-opera's. Bij dat laatste moet gedacht worden aan programma's als Medisch Centrum West, Goede tijden, slechte tijden, en in vroeger tijden Dallas en Dynastie. Welnu, dit type programma, waar in 'onze kringen' redelijk massaal naar wordt gekeken, zo blijkt uit de enquête, zijn gebouwd rond de thema's die in Galaten 5 genoemd worden. Dan pas zijn deze programma's aantrekkelijk, wanneer er een vleugje overspel, ontucht, losbandigheid, ruzie, onenigheid en jaloezie in verwerkt zit.
Wanneer je niet beter zou weten, zou je haast denken dat een aantal programmamakers eerst Galaten 5 heeft gelezen en daarna een programmaformule is gaan bedenken.
Dit alles moet zijn gevolgen hebben en in de nabije toekomst krijgen. In de vorige persschouw citeerde ik de gereformeerde prof. dr. G. Dekker, die op de vraag naar de oorzaak van de grote veranderingen in de gereformeerde kerken o.a. wees op de zeer grote invloed van de televisie op de gereformeerde zede en levensstijl. Drs. Knevel trekt uit zijn onderzoek deze voor de hand liggende conclusie:
Dit alles betekent dus heel simpel, dat een groot deel van het kerkvolk, uit onze en uit andere kerken, door de week (en ook op zondag?) zich zit te verlustigen aan en zich zit te amuseren met de zonden waarvan Paulus zegt dat degenen die deze dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven.
En is er een wezenlijk verschil tussen het doen van zonden en het je amuseren met de zonden van een ander?
Avond aan avond wordt op deze wijze de zonde ingedronken en het is dan ook geen wonder dat onder invloed hiervan normen en waarden langzaam verschuiven, 't Zou eerder een wonder zijn als het niet gebeurde.
En dat we spreken over een tijd van kerkverlating en Godsverduistering is in dit verband ook geheel begrijpelijk, 't Zou een wonder zijn als er geen kerkverlating was.
Onze moderne samenleving heeft op technisch en economisch gebied grote vooruitgang geboden. Maar er is een ander terrein waarop aangrijpende achteruitgang valt te constateren. Drs. Knevel besluit zijn ontdekkend artikel als volgt:
Waarom kijken mensen naar programma's waarvan ze diep in hun hart weten dat ze daar niet naar mogen kijken, als ze tenminste nog Galaten 5 serieus willen nemen?
Die vraag stel ik op het enquête-formulier ook en de antwoorden zijn duidelijk: 'uit gewoonte', 'je blijft na een goed programma hangen', 'omdat mijn hart er naar uit gaat', 'omdat ik een zondig mens ben', 'Je weet dat het niet goed is, maar toch blijf je kijken', 'omdat je moe bent en geen zin hebt om op te staan', etc. etc.
Wie van de lezers van dit blad televisie heeft, zal zich ongetwijfeld in sommige antwoorden herkennen.
Galaten 5 gaat nog verder. Na de zonden worden de vruchten van de Geest opgenoemd: 'Liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing' (vs. 22).
Ik ben bang dat wanneer er een televisieprogramma rond deze thema's gemaakt zou worden, de kijkcijfers, ook van kerkelijke mensen, dramatisch zouden zijn.
Liever hebben we de zonde dan de vruchten van de Geest. Natuurlijk generaliseer ik, maar de cijfers geven me geen enkele aanleiding om optimistisch te denken over het televisiegebruik in orthodox-christelijk Nederland.
Ik hoop nog enige tijd met de enquête door te gaan, en de resultaten t.z.t. in een boekje te verwerken, maar deze gegevens wilde ik alvast met u delen. Niet tot vermaak, maar tot lering.
De geestelijke uitholling gaat ook onder ons door. De gevolgen zijn al volop merkbaar in onkunde en lauwheid. Voorlichting hoe verantwoord met media om te gaan is dringend geboden daar waar negeren niet of niet meer haalbaar is. We zullen ons veel meer bewust moeten worden dat het christen-zijn konsekwenties heeft voor het staan in de wereld en voor het omgaan met de technische voortbrengselen van deze tijd. Onlangs las ik nog weer eens de bekende passage uit de brief Aan Diognetus geschreven ongeveer 150 na Christus. De schrijver zegt daarin over christenen: 'Maar terwijl ze wonen in Griekse en niet-Griekse steden al naar gelang ieder werd toebedeeld en terwijl ze de gewoonten van het land volgen in kleding en voedsel en in andere dingen van het leven, vertonen ze toch een wonderbaarlijke en naar algemeen gevoelen paradoxale levenswijze. Ze wonen in hun eigen vaderland, maar als bijwoners.
Ze hebben aan alles deel als burgers, maar lijden in alles als vreemdelingen. Elk vreemd land is hun vaderland en elk vaderland is hun vreemd. Ze trouwen als ieder ander en krijgen kinderen, maar ze leggen hun nageslacht niet te vondeling. Ze delen hun tafel, maar niet hun bed. Ze zijn in het vlees, maar leven niet naar het vlees. Ze vertoeven op aarde, maar hebben hun burgerschap in de hemel'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's