De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wanneer zal heel het volk profeteren?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wanneer zal heel het volk profeteren?

9 minuten leestijd

De Heilige Geest werd met Pinksteren uitgestort: een nieuwe bedeling brak aan. Toch komen we reeds in het Oude Testament de Heilige Geest tegen. In dit artikel willen we luisteren naar het oudtestamentisch getuigenis over de Heilige Geest, om des te beter het NT te verstaan. Daarbij ligt de nadruk op de positie van Israël en op het kenmerkende van het werk van de Geest.
Vooraf een enkel zakelijk gegeven: In het Hebreeuws wordt het woord roeach gebruikt voor wind, adem en geest. De betekenissen lopen in elkaar over. Dit merken we bijv. in Jes. 40 en Ps. 103: het gras verdort en de bloem valt af als de Geest/wind des Heeren blaast. In het OT komen ongeveer 80 vermeldingen van de Geest des Heeren, aldus dr. J.H. Scheepers in zijn dissertatie Die Gees van God en die Gees van die mens in die Ou Testament (1960).

Ambtsdragers
Nadat de Geest genoemd is bij de schepping, komen we Hem tegen bij profeten en leiders van het volk. Mozes heeft de Geest ontvangen. Nadat het werk voor hem te veel wordt, mogen 70 mannen hem helpen. Zij allen ontvangen deze Geest, wat tot uiting komt in het profeteren. Daarbij gedragen Eldad en Medad zich anders dan de overige 68 man door niet naar de tent der samenkomst te gaan. Na het aanhoren van een klacht hierover zegt Mozes: 'Och, of al het volk des Heeren profeten waren, dat de Heere Zijn Geest over hen gave!' (Num. 11).
We bemerken hier, dat de uitstorting van de Geest legitimatie is voor het ambt en een bekrachtiging voor deze taak inhoudt. Het betreft een bijzondere werking van Gods Geest, die voorbehouden is aan de leidinggevenden. Maar Mozes verlangt ernaar dat heel het volk door die Geest geleid wordt. Zover is het echter nog niet...
De rest van het OT bevestigt, dat de Geest bestemd is voor enkelingen, bijv. de richters. De vreesachtige Gideon wordt geroepen Israël te bevrijden. In het begin doet hij niet meer dan 's nachts een beeld omver halen. Het verandert wanneer we lezen 'Toen toog de Geest des Heeren Gideon aan' (Richt. 6 : 34). Vanaf dat moment verricht hij dappere daden.
Even later lezen we van Saul. De Geest komt op hem en maakt hem bekwaam voor het koningschap (1 Sam. 10-11). Hierdoor wordt hij een ander man! Hij profeteert zelfs. Doch deze Geest wijkt van hem en wordt aan David gegeven (h. 16). Tegen deze achtergrond begrijpen we de bede van David in Ps. 51, of God de Heilige Geest niet van hem zal wegnemen. Hij heeft gezondigd, niet minder dan Saul, maar hij kan deze Geest niet missen.
De gave van de Geest betekent toerusting voor de leidinggevende taak. Vaak komt het moment van toerusting tot uiting door het profeteren. Bij de profeten komen we ook vaak de vermelding tegen van de Geest Gods. Deze roept mensen tot hun profetische taak. Hij werkt in hen en doet hen woorden Gods horen.
De Geest zal in het bijzonder zijn met de Messias. Jes. 11  :2 toont ons de zevenvoudige rijkdom van deze Geest: 'Op Hem zal de Geest des Heeren rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des Heeren.'
Wanneer we deze getuigenissen overzien, valt het op, dat de Geest niet zozeer genoemd wordt in verband met het brengen tot geloof als wel in verband met de toerusting voor het ambt.

Alle vlees
We zagen tot nu toe, dat de Geest uitsluitend gegeven werd aan leidinggevende personen. Reeds Mozes ziet ernaar uit, dat heel het volk deel zal krijgen aan deze gave. We komen dit verlangen, in de vorm van een profetie, nog enige keren tegen. In Jes. 44 mag de profeet verkondigen: 'Ik zal water gieten op de dorstigen en stromen op het droge. Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen' (vs. 3). Bekend is het gedeelte uit Joël 2: 'En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; ja, ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.'
We bemerken hier, dat niet slechts leidinggevenden de Geest kunnen ontvangen, maar zelfs knechten kunnen in het bezit komen van deze heerlijke Gave. 'Alle (=allerlei) vlees' heeft hier de betekenis van: alle rangen en standen in Israël en duidt op zichzelf nog niet op de volkeren. Het profeteren, dromen en gezichten zien, houdt in, dat men openbaringen van Godswege ontvangt en dat men deze doorvertelt. Allerlei jongeren en ouderen zullen ijveren voor de Heere.
De apostel Petrus heeft deze tekst aangehaald met het Pinksterfeest om te verklaren wat er met de joodse volgelingen van de Messias gebeurde. Uit het verband en uit de aankondigingen in de evangeliën blijkt, dat we alle nadruk moeten leggen op de bekwaammaking voor de taak van de verkondiging van het evangelie. Bange en vreesachtige discipelen ontvangen de kracht en de moed om te getuigen van de grote daden Gods. Slechts door deze Pinksterzegen kunnen de discipelen de wereld intrekken en de volkeren tot discipelen maken (Matth. 28 : 19).

Onderscheid
De gave van de Heilige Geest blijkt méér te zijn dan alleen de gave van het geloof: het betreft een bijzondere verzekering van Gods aanwezigheid. Petrus maakt in Hand. 2 : 38 onderscheid tussen de vergeving der zonden en de gave van de Heilige Geest. Dezelfde discipelen die Pinksteren meemaakten, worden in 4 : 31 opnieuw vervuld met de Heilige Geest. In Hand. 8 wordt verhaald van de inwoners van Samaria, die op het woord van Filippus tot geloof kwamen; daarna komen Petrus en Johannes en ontvangen de inwoners van Samaria de Heilige Geest. Ook Cornelius, van wie getuigd wordt dat hij 'Godzalig en vrezende God' is, ontvangt met de andere hoorders de Heilige Geest, die (voor de joden merkbaar) uitgestort werd (Hand. 10-11). Tenslotte kan ook Paulus genoemd worden. Op weg naar Damascus is de Heere Jezus hem verschenen, maar enige dagen later, in Damascus, ontvangt hij de Heilige Geest.
Deze geschiedenissen leren ons, dat niet alle christenen in dezelfde mate de Heilige Geest ontvangen hebben. Een deel van hen is te vergelijken met de discipelen die drie jaar lang met de Heere Jezus meegingen. Ze hadden Hem lief, ze hadden hun familie en vissersbedrijf in de steek gelaten, ze verdroegen spot en hoon voor de Naam van Jezus. Maar in de Evangeliën zien we, hoe vaak ze zichzelf bedoelden en hoe weinig ze begrepen van het onderwijs van hun Meester. De Heiland heeft hun echter beloofd, dat de Heilige Geest aan hen geschonken zou worden. Dan zouden ze kracht ontvangen om werkelijk een Gode behaaglijk leven te leiden.
De discipelen mochten de wereld niet intrekken voordat zij aangedaan waren met kracht uit de hoogte. De gave van de Heilige Geest zorgt voor moed en kracht om te getuigen van de ene Naam. Dezelfde Petrus die bang is voor zijn leven en zijn Meester driemaal verloochend heeft, richt op de Pinksterdag onbevreesd het woord tot de scharen. Met grote vrijmoedigheid spreekt hij, vervuld met de Heilige Geest. Dat is het overwinningsleven vanuit Christus. We concluderen dat Hand. 2 geheel in de lijn ligt van het oudtestamentische getuigenis over de Geest.

Toekomst
Wanneer Petrus de profetie van Joël aanhaalt, citeert hij ook twee verzen met kosmische tekenen: 'En Ik zal wonderen geven in de hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp. De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt.' Dit is in Hand. 2 nog niet vervuld. Hier worden eschatologische tekenen genoemd, die ook nu nog toekomstig zijn. In combinatie met andere tekstgedeelten uit het OT lijkt het mij, dat er voor het volk Israël nog een bijzondere uitstorting van Gods Geest te wachten staat. Dan zal vervuld worden, dat God de Geest der genade en der gebeden over het volk uitstort (Zach. 12 : 10). Dan zullen de joden weeklagen over hun zonden en tot bekering komen. Dan zullen ze de Christus der Schriften erkennen als Heer en Heiland.
Tevens zal Ez. 37 rijker vervuld worden dan in de terugkeer uit de Babylonische ballingschap het geval was. De dorre en uitgedroogde beenderen worden bijeenvergaderd. Huid en zenuwen worden gevormd. Zijn we er thans geen getuigen van, hoe God het joodse volk bijeenbrengt uit alle windstreken? Ezechiël constateert dat er lichamen gevormd worden, maar nog geen leven aanwezig is. Daarom moet hij profeteren: 'Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden' (vs. 9; vgl. vs. 14).
Op grond van dit gedeelte verwachtte de jood Isaäc da Costa reeds halverwege de negentiende eeuw, dat zijn volk onbekeerd naar Kanaän zou terugkeren en pas daar tot bekering zou komen. Dan zal vervuld worden wat in Ez. 36 staat: 'Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen' (vs. 27). Soortgelijke beloften lezen we in Ez. 39 en Jer. 31.

Tenslotte
Dit betekent, dat de profetie van Joël, aangehaald door Petrus, slechts gedeeltelijk in die tijd in vervulling is gegaan. De Geest van de opgestane Christus werd uitgestort op alle vlees. In de korte tijd daarna komen enige duizenden tot geloof in deze Heiland. Toch is het een minderheid van het volk. De boodschap wordt volgens het boek Handelingen steeds naar de synagogen gebracht, doch gewoonlijk afgewezen. Daarna wordt het Evangelie naar de heidenen gebracht. Ook zij mogen delen in de uitstorting van Gods Geest als een bijzondere bekrachtiging en toerusting. Doch de profetie van Joël bevat eschatologische elementen, die nog niet vervuld zijn. Kosmische veranderingen staan er nog te wachten. En tevens is het nog toekomst dat heel het volk van de Heere geleerd is. Dat zij niet meer een ieder zijn naaste zullen leren: Kent de Heere!, omdat zij Hem allen zullen kennen (Jer. 31 : 34). Dit wonder zal door Gods Geest bewerkt worden. Dit zal niet minder zijn dan 'het leven uit de doden' (Rom. 11 : 15). Dan zullen de volkeren naar Jeruzalem stromen om te horen de daden Gods. Ja, tien mannen uit de volkeren zullen de slip van een joodse man grijpen, omdat zij gehoord hebben dat God met hen is (Zach. 8 : 23). Dan zal heel het volk profeteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Wanneer zal heel het volk profeteren?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's