Gods Geest en onze geest
In dit artikel willen wij nadenken over het verband van Gods Geest en onze geest. Wij belijden in de twintigste zondag van ons leerboek dat de Heilige Geest tezamen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. De Heilige Geest is de derde Persoon van de Heilige Drieëenheid. De Heilige Geest wordt in de Heilige Schrift God genoemd. Hij doet goddelijke werken; Hij heeft goddelijke eigenschappen en Hij ontvangt goddelijke eer. Daarvoor zouden tal van Schriftbewijzen kunnen worden aangevoerd, maar wij zullen dat voor heden nièt doen. Degene, die deze argumenten zou willen weten, staan in overvloedige mate andere wegen open. Waar het ons om gaat is te beklemtonen, dat de Heilige Geest geen onpersoonlijke kracht is, die op het wereldleven inwerkt, geen heilige invloed, die van God uitgaat enons beheerst; nog veel minder is Hij te vereenzelvigen met de edeler stromingen, die in alle eeuwen nu eens sterker, dan weer zwakker op te merken zijn. Zo kan men wel spreken van de tijdgeest of de geest der eeuw, maar men nadert de grens van godslastering, wanneen men deze zegswijze op de persoonlijkheid van de Heilige Geest toepast.
Nu moet men zich wel hoeden voor een misverstand. De Schrift spreekt meermalen van de Heilige Geest als van een kracht, wanneer zij zijn werking ons wil openbaren. De Heilige Geest zou over Maria komen en de kracht des Allerhoogsten zou haar overschaduwen. De discipelen moesten na de hemelvaart in de stad Jeruzalem blijven, totdat zij aangedaan zouden zijn met kracht uit de hoogte. En, wanneer Petrus in het huis van Cornelius spreekt, zegt hij, hoe God Jezus gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht. Het éne woord 'kracht' put zelfs de volheid van de Geesteswerkingen niet uit. De Schrift maakt gebruik van alle zegenende machten der schepping om ons een denkbeeld te geven van de veelzijdige werking van de Geest. Vraagt u ons wat voor machten hier dienen, wij antwoorden: dauw, wind en vuur, water en regen. Nu is het waar, dat de verschillende gaven van de Geest, die hiermee worden aangewezen in de Schrift vaak de Heilige Geest zelf heten. Dit geschiedt, opdat wij ze niet met de ingevingen en roerselen van onze eigen geest zouden verwarren, maar allerminst om ze met de persoonlijkheid van de Geest te vereenzelvigen. Deze is als de derde persoon van de Heilige Drieëenheid tezamen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God. Uitgaande van de Vader en de Zoon, heeft Hij een zelfstandig en persoonlijk bestaan. De Heilige Geest onderzoekt, wil, werkt, zucht en bidt, leidt ons in de waarheid, twist met ons hart, overtuigt ons van zonden – allemaal zaken, die enkel en alleen bij een persoonlijkheid passen.
Het is daarom geen wonder, wanneer wij bemerken, dat de Heilige Geest ons van starre vormen losmaakt en ook tot persoonlijkheden herschept. In het werk van de Geest is geen cliché, geen lopende bandwerk om zo te zeggen, maar zuiver maatwerk. Nadenkend over dit geestelijk geheim neigen wij er toe, om te zeggen, dat de Heilige Geest onze geest beademt als het centrum van onze persoonlijkheid. Het is niet onbijbels hart en geest als synoniemen te zien. Het hart wijst daar het levenscentrum aan, dus wat binnen in de mens is; de geest ziet op de levensopenbaring, op de werking naar buiten. De Heilige Geest werkt alzo middelpuntvliedend. Eerst wordt het binnenste vernieuwd en dan de uitstraling naar buiten. Wij moeten dat intussen wel opmerken met dien verstande, dat wij hart en geest nooit mogen scheiden. Paulus wenst bijvoorbeeld in zijn brieven de geadresseerden vaak toe, dat de genade van de Heere Jezus Christus met hun geest moge zijn. Dat wil zeggen, hun innerlijk leven moge beheersen. Maar dat betekent dan nimmer, dat de genade van Christus enkel triomfeert in de binnenkamers van een mensenhart, welneen, er gaan vandaar werkingen uit over de gehele menselijke persoonlijkheid. De geest is het orgaan van ons godsdienstig en zedelijk leven. Dat wordt aangevat door de vernieuwende werking van de Heilige Geest, omgevormd, herschapen en straalt vandaar uit over ons gehele lichaam.
Wij zouden een voorbeeld willen noemen uit het dagelijks leven. Als u bij iemand op bezoek komt en in de huiskamer wordt ontvangen, dan is het goed even rustig om u heen te kijken. De rangschikking van de meubels, de sfeer, die de kamer ademt, de boeken in de boekenkast, de manier, waarop u wordt verwelkomd – het is alles deel van de geest, die in het huis heerst. De gastheer en de gastvrouw dragen en stuwen die geest. Ze vertegenwoordigen die geest. Hoe opmerkzamer u dit waarneemt, hoe meer uw geest geslepen wordt. Welnu, zo werk ook Gods Geest aan onze geest!
Zo is de Heilige Geest de auteur van het geloof; door het geloof geeft Hij ons deel aan Christus en Zijn weldaden. Mij dunkt, dáár hebt u de levenszenuw, waardoor onze geest verbonden is aan de Heilige Geest. Wij verliezen ons uiteraard hier in ongelooflijke diepten. Maar wij willen het met een paar trekken duidelijk maken. Een Schriftuitlegger heeft wel eens gesproken over het moederlijk karakter van de Heilige Geest. Een moeder leeft en groeit in de verheerlijking van haar kind, haar ganse hart is er van vervuld, zij gaat er in òp in zichzelf vergetende liefde. Het is de diepe blijdschap van haar hart, wanneer haar kind maar geëerd en grootgemaakt wordt. Zo werkt nu de Geest ten opzichte van Christus. De Geest laat het volle licht op Christus vallen, zodat deze uitnodigend aan ons hart en aan onze geest verschijnt. Deze dingen blijven voor ons geen dorre beelden en waarheden, waaruit voor ons geur noch smaak bloeien en tegenwaaien, het geloven in de Heilige Geest is niet slechts een kennen van Zijn waardigheid en bediening, maar ook een zeker vertrouwen, dat Hij tot ons eigen hart is ingekeerd om ons Christus en al Zijn weldaden te doen delen. Onze geest is aangelegd op Zijn Geest. Zoals de zegelring het monogram afdrukt in was, zo drukt de levende Geest Christus' beeld in ons hart. Wij gevoelen dat, wij beleven dat, het stempelt ons, het vormt ons meer en meer. Wij worden ons daardoor van onze heilstaat bewust. Er zit in de werking van de Heilige Geest een onweerstaanbare overmacht. Wij ervaren dat aan onze geest!
In de tweede brief van Petrus staat ergens een zinsnede, waarin het aankomt op een overweldigende genade. Opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden – in wat voor verband staat dat merkwaardige woord? Door Christus' goddelijke kracht ervaren de gelovigen alles wat dient tot leven, eeuwig leven en tot godsvrucht. In de Evangelieprediking heeft God hen geroepen, zó, dat ze er naar hoorden en geloofden en Hem gingen kennen. God riep ze immers tot de openbaring van Zijn eigen heerlijkheid en deugd. De heerlijkste beloften kregen ze daardoor, waarvan schuldvergeving en eeuwig leven de kern vormen. Waartoe? Positief, opdat ze deelgenoten zouden worden van het heilige en heerlijke, dat God kenmerkt tegenover wat de zondige mens eigen is. Met hun komen tot de kennis van God is het beginsel daarvan reeds hun deel geworden. Negatief, opdat Gods almachtige liefde hen het verderf naar ziel en lichaam zou doen ontvlieden, dat de altijd voortdurende begeerlijkheid der mensen in de wereld aanricht. Logisch gaat dit negatieve aan het positieve vooraf.
In één woord – Gods Geest werkt zonder ophouden dóór aan onze geest. Goed, er ligt soms een bedekkende hand op het werk van de Geest. Vrijmoedigheid ontzinkt ons soms, twijfel en aarzeling komen maar al te vaak omhoog. Maar eenmaal, eenmaal komt Gods arbeid af...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1992
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's