De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De missionaire taak van de kerk (1) ('La tâche missionaire de l'église')

Bekijk het origineel

De missionaire taak van de kerk (1) ('La tâche missionaire de l'église')

9 minuten leestijd

Tijdens de jaarlijkse predikantenbijeenkomst in Dijon sprak ds. D.Ph.C. Looijen, predikant voor het toerustingswerk van GZB en IZB, in twee lezingen over de missionaire taak van de kerk. De inhoud van zijn lezing plaatsen we in drie afleveringen.

Frankrijk en Europa
Wij verheugen ons in de groeiende kontakten met broeders en zusters in Frankrijk en in de Franssprekende wereld. Denkend aan de rijke traditie van de Reformatie zijn wij vanuit Nederland veel aan Frankrijk verschuldigd. Er zijn eeuwenoude historische banden die ons aan elkaar verbinden. Nog steeds wordt er onderzoek gedaan in de geschriften van Calvijn en zijn tijdgenoten. Vorig jaar heeft onze landgenoot, professor Balke, een leerstoel gekregen in Praag om onderzoek te doen naar de bronnen van de reformatie. Om de mensverheerlijking van Calvijn en de verheerlijking van het calvinisme wat tegen te gaan zei hij bij de aanvaarding van zijn ambt: Calvijn was geen calvinist. Hij was wel een man met een groot gevoel voor een Christus belijdende oecumene. Zijn invloed was in heel Europa merkbaar.
1992 heet het jaar van de Europese eenwording. Dat lijkt me nog een heel lange weg die te gaan is – laten wij echter een goed voorbeeld geven door opnieuw de eenheid van ons geloof en onze unieke verbondenheid in ons Hoofd Jezus Christus tot uitdrukking brengen door broederlijke liefde en hartelijke eensgezindheid. Paulus schrijft aan de gemeente van Efeze: 'Eén lichaam is en één Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping; één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen. Die daar is boven allen en door allen en in u allen.' (Ef. 4 : 4 e.v.). Wij hebben elkaar hard nodig. Samen leven we in een werelddeel dat overdadig rijk is in materiële welvaart, maar ontstellend arm is in geestelijke leegheid. De kaalslag van de secularisatie is enorm. Ze heeft ook ons aangetast met een diepgeworteld individualisme en heeft het leven opgedeeld in aparte segmenten, waar 'geloven' en 'leven' twee werelden zijn geworden die niets meer met elkaar te maken hebben. Het geloof is een privé-zaak geworden, waar je niets mee kan en niets mee mag in de wetenschap en de politiek en de hele cultuur. We mogen geloven wat we willen, zolang we het maar thuis doen en het voor onszelf houden. En we er niemand mee lastigvallen. In dit werelddeel, Europa, dat de sporen nog draagt van een christelijk verleden, leven wij vandaag met onze kerken, met onze gemeenten in een wereld die altijd al Gode vijandig geweest is, maar het nu nog meer lijkt te zijn dan ooit tevoren. De invloed van de secularisatie is zo overweldigend, dat ze ons alle moed en geloof kan ontnemen. Op een nieuwe manier gaan we iets verstaan van de worsteling van de Psalmen. 'Mijn God, waar is nu Uw eer en Uw heerlijkheid? De vijanden zijn gekomen en ze hebben Uw heiligdom verwoest.' En we bidden mee met de roep van Psalm 27: 'Heere, leer mij Uw weg en leid mij in het rechte pad...' Maar daar bovenuit zeggen we toch tegen elkaar: 'Wacht op de Heere, zijt sterk en Hij zal uw hart versterken, ja wacht op de Heere!'

Zending en de leer van de uitverkiezing
In deze bijdrage wil ik met u nadenken over de verhouding zending en uitverkiezing. Misschien vraagt u zich af waarom het daar over moet gaan. Ik heb daar een speciale reden voor. Op deze zelfde conferentie ontmoette ik drie jaar geleden een evangelische broeder die met grote ijver bezig was met evangelisatiewerk in de grote steden van dit land. Toen wij met elkaar een diepgaand gesprek hadden over zijn werk en we met elkaar spraken over de leer van Gods vrije genade, wierp hij opeens een vraag op tafel die me vanaf dat moment niet meer heeft losgelaten. Hij zei namelijk: 'De leer van de uitverkiezing is voor jullie als kerken een belemmering om actief missionair bezig te zijn. Het maakt jullie passief. Want kijk maar, wij als vrije groepen gaan er echt op uit – maar jullie zitten al die tijd maar te wachten.'
Ik weet niet meer of het letterlijk zo gezegd is en het gaat me er ook niet om om de broeder die het gezegd heeft te bestrijden – maar er was iets in deze gedachtengang waar we ons naar mijn besef ernstig rekenschap van moeten afleggen. Is het werkelijk zo dat de leer van de uitverkiezing ons hindert onze missionaire taak uit te voeren?

Wat is de taak van de kerk?
Laten we eerst eens proberen om een aantal begrippen helder te krijgen. Wat is de taak van de kerk? Wat is de roeping van de kerk? Die zit eigenlijk al in haar naam. De kerk is de 'ekklesia', dat wil zeggen: ze is geroepen, uit de wereld. Christenen zijn geroepenen, uit de wereld, uit de cultuur waarin ze leven. Ze zijn uitgenodigd door God zelf. Hij heeft hen geroepen. Daar begint het dus mee. Wij kunnen alleen gemeenten bouwen en nieuwe gemeenten stichten als God mensen daartoe roept. Als God daartoe mensen samenbrengt.
De catechismus van Heidelberg antwoordt op de vraag 'Wat gelooft u van de heilige algemene christelijke kerk?' als volgt: 'Dat de Zoon van God zich uit het ganse menselijk geslacht zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door zijn Geest en Woord in enigheid van het ware geloof, van het begin der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt...' (H. C. Zondag 21).
De kerk is Gods werk. Hij brengt mensen samen. Hij roept de dingen die niet zijn alsof ze waren. Hij brengt tot stand wat voor ons absoluut onmogelijk is. En hij houdt in stand wat Hij gemaakt heeft.
Het is prachtig om te zien hoe Paulus en Petrus daar in hun brieven over spreken. 'Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. En die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheeriijkt.' (Rom. 8 : 29-30). Want God gaat door met zijn werk: '... om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in de hemel is en dat op de aarde is; in Hem in welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij die tevoren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil.' (Ef. 1 : 10-12).
En de hele Schrift van Oude en Nieuwe Testament klinkt er in door als Petrus de kerk omschrijft als '... een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk...' (1 Petr. 2 : 9). Daar ligt dus de oorsprong van de kerk: in de barmhartigheid, de bewogenheid, de verkiezing van God.
Maar daarmee is nog niet alles gezegd. De zin van Petrus, die ik zojuist citeerde, was nog niet af. Want nadat hij gezegd heeft waaròm de gemeente er is, namelijk krachtens Gods verkiezing en Gods roeping, en daarmee ook gezegd heeft wat de gemeente is in Gods ogen, zegt hij vervolgens ook waartóe ze er is in deze wereld. Haar missionaire taak is '... opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.'

Niet in tegenspraak
Laat ik dus alvast zeggen dat op grond van dit bijbelse gegeven de verkiezing van God niet in tegenspraak is met de missionaire taak van de kerk. In tegendeel, juist omdat God de verkiezende God is, gaat de boodschap van Zijn heil de wereld verder in, door het getuigenis van zijn gemeente die Hij daartoe geroepen heeft. En in die zin is er ook altijd over de verkiezing gesproken in de reformatorische traditie. Want het ging de reformatie niet alleen om het 'sola Scriptura' (de Schrift alleen), maar ook om het 'tota Scriptura' (heel de Schrift). Waarin men geprobeerd heeft om de dingen die moeilijk voor ons verstand om te begrijpen zijn, toch bij elkaar te houden en om altijd met twee woorden te blijven spreken. Het gaat om roeping en verkiezing. Verbond en genade. Wet en evangelie. Gerechtigheid en barmhartigheid. Want al deze dingen zijn bij God op een ondoorgrondelijke maar volmaakte wijze als een eenheid aanwezig.
De kerk is ekklesia. Ze is geroepen. Maar ze hééft ook een roeping. We hebben dat al gehoord uit de brief van Petrus. Of zoals de catechismus van Heidelberg zegt dat door onze heilige levenswandel onze naasten voor Christus gewonnen worden. Dat klinkt heel eenvoudig. Maar werkt het ook zo? Kunnen we zeggen: We zijn geroepen en we hèbben een roeping en nu gaan we er mee aan de slag?! De rest is nu onze verantwoordelijkheid?! Wie onderwezen is door het Woord en de Geest van God, weet dat in deze wereld ook de hand en de macht van God werkzaam zijn. De relatie van die twee, Gods handelen en ons handelen, houdt ons voortdurend bezig. Christenen zijn niet per definitie mensen die altijd het goede doen. Als er nog iets goeds gebeurt in deze wereld is dat door God. Van ons uit, ook al zijn we wedergeboren, valt niets goeds te verwachten.
Paulus heeft daar zwaar onder geleden. De man die in Romeinen 5 beleden heeft: 'Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus...' en die in Romeinen 6 zijn geloof belijdt als hij zegt: 'Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding, dit wetende dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde...' is dezelfde die dan in Romeinen 7 van zichzelf be­lijdt: '... ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want hetgeen ik doe dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.'
In de kerk is in de loop der eeuwen veel nagedacht over het handelen van God en ons menselijk handelen. En dat niet alleen in algemene zin, als het gaat om het grote wereldgebeuren, de politiek en de maatschappij, maar speciaal op het punt van de redding en het heil van de mens. Er is lang en diep nagedacht over de vraag: Wat doet God daaraan en hoe? En in hoeverre zijn wij voor onze zaligheid verantwoordelijk?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De missionaire taak van de kerk (1) ('La tâche missionaire de l'église')

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's