Geloofwaardig getuigenis alleen vanuit de zondag
'Geloven in Europa'
Europa was dezer dagen heet nieuws. Het Deense volk zei met kleine meerderheid 'nej' tegen het verdrag van Maastricht inzake het geïntegreerde Europa. Opeens was er allerwegen paniek. Als democratie zo ongeveer het eind van alle tegenspraak is, dan komt het hard aan wanneer het volk – al is het dan de krappe meerderheid van een klein volk – nee zegt tegen wat door de top van de Europese gemeenschap werd beslist. De Denen geloven in meerderheid niet in 'Europa'.
Welnu, zo zou het ook kunnen liggen in andere landen. Het zou interessant zijn het resultaat te kennen van een soortgelijk referendum, als in Denemarken werd gehouden, in andere landen van Europa.
De Raad van Kerken gelooft (kennelijk) wèl in Europa. Er verscheen namelijk een soort geloofsbrief, vanwege de stuurgroep van het conciliair proces met het oog op de Kerkendag, onder de titel 'Geloven in Europa', 'over geloven en kerk-zijn in een veranderend Europa'. Op de Kerkendag, zo wordt gezegd, zal m.b.t. Europa aan twee zaken bijzondere aandacht worden gegeven: 'de voltooiing van de binnenmarkt van de twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap' en 'de herdenking van 500 jaar westerse expansie (het 'Columbusjaar')'. En omdat het op de Kerkendag gaat 'om een geloofwaardig getuigenis' is, wat be treft het herenigend Europa, deze brief uitgegeven ter bezinning op de plaats van kerk en geloof in Europa.
Inhoud
De brief is sterk analytisch, dat wil zeggen: ze legt uiteen waar knelpunten en vraagpunten liggen in het Europa van de toekomst.
Onze cultuur, zo wordt gezegd, is nog wel in belangrijke mate door het christelijk geloof gestempeld maar in het openbare leven is daar weinig meer van zichtbaar. 'Europa is niet langer een christelijk Europa'. Het oude bondgenootschap tussen 'troon en altaar' is ten einde. Dat is juist. Onduidelijk is wel of met altaar het centrum van de rooms katholieke eredienst wordt bedoeld. Want dan behoeft verbreking van de band tussen troon en altaar inderdáád 'niet betreurd te worden'. Een andere vraag is wat ons betreft of overheden in Europa aangesproken zullen (kunnen) worden op bijbelse normen.
Geschetst worden ook de nieuwe, grote problemen, die zich in korte tijd in Europa hebben aangediend. Joegoslavië en de Sovjet Unie zijn beide uiteen gevallen. De naoorlogse Oost-West tegenstellingen worden nu vervangen door de tegenstellingen tussen een economisch sterke Europese Gemeenschap en de op hulp aangewezen landen van Midden- en Oost-Europa. De oostelijke helft van Europa dreigt nu weg te zakken in desintegratie, verpaupering en chaos. En de vrees bestaat – terecht – dat de eenwording van Europa de tweedeling tussen rijk en arm, tussen het welvarende Westen en het verpauperende Oosten alleen maar zal doen toenemen.
Verder wordt in de brief, óók terecht, gesignaleerd, dat in Europa wordt geworsteld met ethische zaken aangaande 'de grenssituaties en mogelijke grensverleggingen in het leven: abortus en euthanasie, biotechnologie, keuzen in de gezondheidszorg'. 'Hoe zal de wetgeving zich ontwikkelen?' Ongetwijfeld een belangrijke vraag!
Ook bevinden zich in de kustgebieden van Zuid Europa zeer grote islamitische gemeenschappen, die de vraag oproepen van het samentreffen van verschillende culturen.
En tenslotte – ik doe maar een greep – de joodse gemeenschap is in Europa een kleine minderheid geworden. Maar waakzaamheid tegen antisemitisme is 'des te dringender geboden'.
Boodschap
De vraag mag uiteraard worden gesteld welke bóódschap nu deze 'geloofsbrief' inzake Europa ten diepste bevat.
Een 'geheeld Europa' is vooralsnog een droom, zo luidt een kernzin. Er worden als zodanig goede aandachtspunten gegeven. We noemen er enkele.
De eenzijdige nadruk op materiële behoeftebevrediging in het Westen slaat nu ook over naar Midden en Oost Europa.
Racisme steekt overal de kop op.
In Midden en Oost Europa lijkt nationalisme ('meer dan democratie') het ideologisch vacuüm, dat ontstond met het wegvallen van het communisme, op te gaan vullen.
En ergens anders in de brief staat, dat de christenheid met het oog op dit alles wordt geconfronteerd met eigen zondigheid. Dat stelt voor de noodzaak van 'schuldbelijdenis en bekering tot God'. Dat houdt vervolgens de verplichting in om uitwegen te zoeken:
uit de tegenstellingen tussen klassen en rassen,
uit de macht van geweld en ideologie,
uit de uitbuiting van de mens door de natuur,
uit de onrechtvaardige verhoudingen tussen mannen en vrouwen,
uit de gescheidenheid van de kerken zelf.
De zondag
Na wat ik eerder in deze kolommen over 'Europa' schreef acht ik me niet geroepen de gerede bezwaren, die tegen een verenigd Europa zijn in te brengen, nog eens op te sommen. Een rechtgeaard protestant ducht suprematie van Rome. Maar dat niet alleen. Die heeft namelijk ook zicht op de wording van onze eigen natie omwille van de gereformeerde religie. Dat sluit in een gezond nationaal, historisch besef, wat iets anders is dan nationalisme.
Maar anderzijds zijn we, steeds meer levend in een wereldwijde samenleving, ook in Europa in toenemende mate op elkaar aangewezen. En als zodanig is de vraag terecht wat in deze situatie een geloofwaardig getuigenis van de kèrken mag heten in dit geheel.
Ik heb boven deze bijdrage gezet, dat er alleen sprake kan zijn van een geloofwaardig getuigenis 'vanuit de zondag'. Dat klinkt wat absoluut en versmald. Dat is het niet. Want 'vanúit de zondag' bedoelt te zeggen: náár de andere dagen van de week toe. En dan heeft alléén de kerk van Christus wezenlijks mèt, nee hèt wézenlijke zicht òp de zondag. Vandaar.
Daarom mag het verheugend heten, dat in genoemde geloofsbrief 'de scheiding tussen geloof en andere aspecten van het leven' wordt onderstreept met de constatering, dat de zondag is weggevallen 'als gemeenschappelijke dag van rust en toewijding aan de Schepper'. Meer dan een zwerfsteen is deze opmerking echter (nog?) niet in het geheel van wat aan de orde kwam. Wat zou het echter heilzaam zijn voor mens en samenleving als we deze stelling vanuit de kerken in Europa eens zouden kunnen uitwerken in inderdaad een geloofwaardig, geestelijk getuigenis.
We zouden dit niet beter kunnen doen dan aan de hand van het beproefde leerboek uit Heidelberg (zondag 38). God gebiedt in het vierde gebod:
1. Kerk en school (!) te onderhouden.
2. IJverig naar Gods Huis te komen om het Woord Gods te horen, de sacramenten te gebruiken, de Heere openlijk aan te roepen en de armen(!) christelijke handreiking te doen.
3. Te rusten van onze boze werken en de Heere door Zijn Geest in ons te laten werken, om zo de eeuwige sabbat hier en nu al te beleven.
Wat liggen in deze lijnen van de Heidelberger niet kostbare aanzetten om te komen tot een echt gelóóf-wáárdig getuigenis in Europa.
In een tijd, waarin alles op de kaart staat van economisch voordeel, materialisme en consumptie, belijdt en belééft de kerk de zondag als een sabbat, een oase in het verzakelijkte leven, een heiligdom in de tijd. Een dag, waarop niet van alles móét maar waarop het ene nodige màg: de Heilige Geest in mij laten werken.
Een geloofwaardig getuigenis zal er zo ten diepste alleen zijn vanuit de zondag, vanuit het werk van de Heilige Geest in ons.
Sabbatsethiek
De kerk zou de geestelijke moed moeten hebben om weer krachtdadig te pleiten voor de zondag als een dag van rust voor mens en samenleving. Ook de schepping zou bij een geloofwaardige sabbatsethiek wel varen.
De kerken weer twee keer per zondag gevuld.
Autoloze zondagen.
Geen gejakker langs 's Heeren wegen voor recreërende, dat wil zeggen genotzucht en consumptiedrift uitlevende, mensen.
Geen winkels open op zondag en geen zondagskranten.
Niet al die dingen, die in de jacht van het leven de mensen tot slaven maken.
Kortom een dag van afzien.
Een getuigenis van de kerk, haaks op de tijdgeest, met de zondag als uitzicht.
Nogmaals, alleen de kerk hééft wat met de zondag. Alleen de kerk heeft wéét van wat het heilzame is van het sabbatsgebod. In de kerken zal altijd worden onderstreept, dat de nieuwtestamentische zondag een ander karakter heeft dan de oudtestamentische sabbat. Dat is waar, omdat de Opstanding van Christus de inhoud van de zondag bepaalt. Maar de Heidelberger gebruikt het woord sabbat nochtans tweemaal: voor hier en voor de eeuwigheid. Op de sabbat hier wordt de ééuwige sabbat al gevierd. Protestanten hebben daar meer zicht op dan rooms katholieken. Alleen al daarom pleiten we voor een geloofwaardig protestants getuigenis, een getuigenis gericht op het in ere houden van de zondag. Daarin zijn oudtestamentische noties aangaande de sabbat – mens en samenleving ten goede – niet opgehéven maar opgenómen.
Dat betekent ook, dat materieel gewin en economisch belang geen doorslaggevende factoren zullen zijn in een geïntegreerd Europa. De rust van de sabbat is heilzamer voor geest en lichaam van de mens dan de jacht naar genot en de drift naar luxe of naar eigentijdse recreatie, die maar al te vaak vermoeiing des vleses is.
Getuigenis
We maken deel uit van een geseculariseerde samenleving, zegt de geloofsbrief. Dat zal waar zijn. Maar verder wordt gezegd: 'de vraag is of er niet ook vanuit die samenleving een getuigenis naar de kerken toe komt'. Dat zal, dunkt mij, niet waar zijn.
Hoe kan in den vrede een geseculariseerde samenleving een getuigenis geven naar de kerken toe! Daar moet wel een merkwaardige visie op 'getuigenis' achter zitten.
Dáár, in die geseculariseerde samenleving, is alleen maar de al of niet bewuste schreeuw om een geloofwaardig woord. Zo'n woord kan alleen de kerk vanuit Het Woord geven. Een geloofwaardig getuigenis vanuit de zondag. Dat heeft helende, want heilzame uitwerking.
De wereld verontrust zich over vele dingen. De kerk mag met Maria aan de voeten van Jezus zitten. Ze mag zo getuigenis geven aan de wereld en zeggen: rust een weinig, de weg zou voor u teveel zijn. 'Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven'.
Vanuit de zondag komen ook in Europa de dingen op hun rechte plaats. De Heidelberger vraagt aandacht voor de scholen; ik vertaal: bijvoorbeeld in Oost-Europa;
èn voor de armen; ik vertaal: in Oost Eurpa èn de Derde Wereld.
Wie het geheim van de zondag kent, weet echter vooral wat het betekent om 'al de dagen mijns levens van mijn boze werken te rusten'. Dat is gereformeerde, want bijbelse spiritualiteit in het leven van elke dag. Dat heeft zelfs sociale consequenties. Over een geloofwaardig getuigenis gesproken!
En is het tenslotte een te grote sprong als we bij het thema van de brief 'geloven in Europa' vragen: zal Christus als Hij wederkomt in Europa nog geloof vinden? Beleven we misschien, juist als het om het christelijk geloof gaat, de ondergang van het avondland? Dat zou ons dan als kerken wel heel diep moeten beroeren. Een geloofwaardig getuigenis mag dan ook niet missen de hartstocht om de kennis van de Ene Naam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's