De missionaire taak van de kerk (2) ('La tâche missionaire de l'église')
De leer der verkiezing in de kerk aanvaard
Zo komen we terecht bij de reformatorische verkiezingsleer, zoals die in al de kerken van de reformatie werd aanvaard. U kunt deze nalezen in onder andere artikel 12 van de Confession de la Rochelle dat handelt over 'Onze verkiezing in Jezus Christus'. Laat ik er echter gelijk bij zeggen dat deze verkiezingsleer niet speciaal reformatorisch is in de zin dat de reformatoren deze leer hebben ontworpen of uitgedacht. Dat de verkiezing, die zozeer tegen het menselijk streven en denken ingaat, nog altijd geleerd en beleden wordt, kan alleen verklaard worden uit de bijbelse fundering van dit leerstuk. Paulus in het Nieuwe Testament en Augustinus in de oude kerk hebben niet minder over de verkiezing gesproken dan de reformatoren.
En de vraag is nu of de leer van de verkiezing een verhindering is voor de roeping van de kerk in de wereld. Dat verwijt klinkt telkens opnieuw. Men heeft er mee willen verklaren waarom in de dagen van de reformatie wel door de rooms katholieke kerk maar niet door de reformatorische kerken het werk van de zending werd aangepakt. Men heeft er mee willen verklaren dat kerken van gereformeerde signatuur een statische en passieve indruk maken.
Als we echter van mening zijn dat de kerk een roeping in de wereld heeft èn dat de verkiezingsleer bijbels gefundeerd is, dan kan het niet dat de verkiezing een belemmering is voor het werk van de zending.
Toch een belemmering?
Maar als we het zo stellen zouden we geen rekening houden met verschillende verschijnselen, die wel eens de indruk wekken dat de verkiezing wel een hindernis is. Want zo eenvoudig ligt het namelijk niet. Er is in het antwoord enige differentiatie nodig.
In de kring van degenen die het gezag van de Bijbel aanvaarden is wel grotendeels overeenstemming over de inhoud van de verkiezingsleer, maar niet over de uitleg en de toepassing ervan. Vooral het laatste – op het punt van de uitleg en de toepassing gaan de wegen uiteen.
Als in de catechismus van Heidelberg gesproken wordt over de leer van de genade en over het doen van goede werken, welke God in dit en in het toekomende leven wil belonen, hoewel deze beloning niet uit verdienste maar uit genade geschiedt, dan wordt direct daar achteraan de vraag gesteld: 'Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?' (H. C. Zondag 24). Dat gevaar is inderdaad niet denkbeeldig. Zodat mensen met vrome praatjes God steeds maar blijven ontlopen en op geraffineerde wijze hun hart voor God toesluiten. In Nederland hebben wij een apart belijdenisgeschrift, de 'Leerregels van Dordrecht', dat uitvoerig op deze dingen ingaat. Daarin wordt nadrukkelijk er op gewezen dat de bijbelse leer van de goddelijke verkiezing '... in de kerk van God moet worden voorgesteld met een geest van onderscheid en met godvruchtige eerbiedigheid, heilig, zonder nieuwsgierige onderzoeking van de wegen des Allerhoogsten, ter ere van Gods heilige naam en tot een levendige troost van zijn volk.' (D.L. I, 14). De volgorde in het laatste gedeelte van deze passage verdient enige nadruk. De gereformeerde theologen stelden steeds dat het doel van de predestinatie de eer van God, de gloria Dei, was. Terwijl de salus electorum, het heil van de verkorenen, secundair moest zijn. Dat is dikwijls over het hoofd gezien. Zodat de mens in het middelpunt kwam te staan en de grote daden van God en het heil in Christus uit het oog verdwenen.
Voor ons onderwerp is het van belang hier nog eens op te wijzen. De roeping van de kerk in de wereld heeft de gloria Dei op het oog. De kerk mag toch immers geen zelfverheerlijking zoeken! De gloria Dei is het hoofddoel van de leer van de verkiezing.
Zo vormt de uitleg en toepassing van deze leer niet een hindernis, maar een geweldige aansporing voor de missionaire taak van de kerk. De barmhartigheid van God bewijst zich hierin dat Hij uit het verderf mensen verlost, verkoren in Jezus Christus – zonder daarbij te letten op hun werken. Die vormen op geen enkele wijze een bijdrage in het werk van de verzoening met God. Wat dat betreft bestaat er bij God een 'égalité' (gelijkheid) die de Franse Revolutie al ver vooruit was en die de 'égalité' van de Revolutie doet verbleken tot een burgerlijke braafheid waarmee de mens denkt toch nog heel wat te zijn.
Wat voor God telt is het werk van Zijn Zoon. Is het werk van de Geest. Is de liefde van de Vader. Kortom, de drie-enige God is de Schepper en Herschepper van ons menselijk bestaan. En Hij brengt tot geloof wie Hij wil en wanneer Hij dat wil. Daarbij gebruikt God de prediking van het Woord en de Sacramenten. Hoe Hij dat precies doet bij een ieder, is ons niet bekend. Wel is ons opgedragen als kerk om het Woord aan iedereen te prediken, om te dopen en tot zijn gedachtenis het brood te breken, vertrouwend dat de Heilige Geest daar zijn weg mee weet.
In Handelingen 13 : 47 lezen we: 'Want alzo heeft de Heere ons geboden zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.' En we lezen als resultaat van de prediking van Paulus en Barnabas: 'Als nu de heidenen dit hoorden verblijdden zij zich en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen als er verordineerd waren tot het eeuwige leven.' Wij weten niet wat de verborgen wil van God is. Wij weten wel dat Hij een verkiezende God is. En dat Hij de kerk daarbij gebruiken wil. Daarom is de leer van de Goddelijke verkiezing een geweldige aansporing om met het werk van de prediking en het onderricht en van het getuigenis in Woord en daad, door te gaan. En altijd goede moed te hebben, wetend dat onze arbeid in de Heer niet tevergeefs is! God is in deze wereld werkzaam omdat Hij mensen tot Zijn eer verkoren heeft. Jezus is niet een koning die zonder onderdanen kan zijn. Daarom is onze zwakke prediking niet machteloos en doelloos.
Enkele voorbeelden: Paulus
Laat ik u een paar voorbeelden noemen van mensen die grote missionaire bewogenheid hebben gekend en die tegelijk voluit de bijbelse leer van de verkiezing hebben gepredikt.
Als eerste denk ik – en zijn naam is al herhaaldelijk genoemd – aan de apostel Paulus. Tegenover de mens die op de Griekse manier van de filosofie of op de joodse manier van de vroomheid zijn eigen heil wil bewerken stelt Paulus de vrije verkiezende wil van God. En tegelijk is Paulus de man die rusteloos werkt aan de bekendmaking van Gods wil. Ondanks bezwaren van binnen en buiten, reist hij rond, predikt, getuigt, organiseert en structureert de gemeenten, zendt evangelisten uit en betrekt de heidenen bij het heil in de Heere Jezus Christus. Bij Paulus vindt men geen enkele steun om te beweren dat wij passief in de wereld moeten staan.
Augustinus
Als tweede voorbeeld denk ik aan Augustinus. In de oude kerk trad hij krachtig op tegen Pelagius en zijn denkbeelden, die in strijd waren met de vrije verkiezing van God. Maar dezelfde Augustinus heeft zich niet teruggetrokken in beschouwingen en overpeinzingen van Gods wonderlijk handelen. Hij aanvaardde een benoeming als bisschop. Met zijn geschriften heeft hij zich gestort in de controversiële meningen van zijn tijd. Wie zijn preken leest wordt getroffen door zijn scherpe mensenkennis en zijn analyse van de cultuur en van de wereld waarin hij stond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's