Vrijmoedigheid paren aan bescheidenheid
Synodale notitie van dr. K. Blei
Dr. K. Blei, secretaris generaal van de Hervormde Kerk heeft de handschoen opgepakt. Vooruitlopend op een beleidsplan voor de Hervormde Kerk schreef hij een nota onder de titel 'Visie op onze missie'. Op 14 december 1991 is door het breed moderamen van de synode een 'Verbeter- en veranderplan' aanvaard. Daarin staat als doelstelling van de Hervormde Kerk omschreven, dat zij 'in verbondenheid met Israël en samen met andere kerken' het evangelie wil vertolken 'in de culturele en maatschappelijke samenleving van vandaag'. Dr. Blei borduurt op deze nota verder. Hij stelt, dat terecht de verbondenheid met Israël voorop staat. Alleen in deze verbondenheid kunnen onze ogen open gaan voor het evangelie in al zijn aspecten, 'dus ook: in zijn betrokkenheid op het aardse leven, in zijn uitzicht op de komende totale verlossing van en voor deze aarde'. Moeten we hier – zo vraag ik – denken aan de 'wederoprichting aller dingen'? Het aspect van 'de verbondenheid met Israël' werkt. Blei namelijk niet nader uit.
Kerk en gemeente
Blei houdt in zijn nota ernstig rekening met het feit, dat er een grote afstand is gegroeid tussen de landelijke kerk en de plaatselijke gemeenten, tussen de 'top' en het 'grondvlak'. Hij zegt dat de kritiek op het functioneren van de synode onmiskenbaar een symptoom is van het wegvallen van 'bovenplaatselijke saamhorigheid'. Die bovenplaatselijke saamhorigheid was er in 1951 – toen de nieuwe kerkorde werd aanvaard – nog wel. Vandaag lijkt er echter, zelfs bij diegenen, die klagen over de afstand tussen 'top' en 'grondvlak', geen behoefte te bestaan aan zo'n gemeenschappelijke visie. En daarmee verdwijnt de 'visie op onze missie'. Vrij vertaald: wat betekent het nog wat de kerk doet als er geen gemeenschappelijk draagvlak in de gemeente is?
Paradogmawisseling
Blei stelt zich de vraag of we in de Hervormde Kerk niet moeten komen tot, wat hij noemt, een paradogmawisseling. Een paradogma is een geheel van opvattingen, waarover men het binnen een bepaalde gemeenschap 'vanzelfsprekend eens is'. In 1951 vonden we ons als hervormden samen in het apostolaat. Dat werd omschreven in artikel VIII van de kerkorde. Maar 1992 is anders dan 1951.
In 1951 was de kerk maatschappelijk nog een factor van betekenis. In 1992 is ze een randverschijnsel geworden.
In 1951 ging het om kerk-zijn in de Nederlandse samenleving. In 1992 gaat het om kerk-zijn in de wereld ('de mondiale samenleving').
In 1951 was Nederland nog min of meer christelijk. In 1992 hebben we te maken met o.a. 500.000 moslims in onze samenleving.
In 1951 wisten we waarvoor we 'in Christus naam' hadden te staan. In 1992 is 'geloven' veel meer een houding van zoeken en tasten geworden.
In 1951 leefden we in hechte verbanden in maatschappij en kerk. In 1992 is daar weinig meer van over. 'Het gezinspatroon van vroeger is lang niet meer zo algemeen aanvaard.' En mensen die nog wel met de Kerk verbonden zijn, hebben vaak aan de concrete gemeente geen boodschap meer.
Blei pleit nu voor een 'nieuw paradogma', voor een nieuwe vorm van gemeenschapsbeleving. En daarvoor is het 'gesprek' van de richtingen nodig. Hij zegt dan dat vandaag niet een ander evangelie kan gelden dan in 1951. Dat jaartal is overigens wel merkwaardig. Het zou de schijn kunnen wekken, dat we in 1951 het evangelie hebben ontdekt. Als we dan toch een jaartal willen noemen dan liever 1517, maar nog liever het jaar nul.
Maar goed. Blei bedoelt te zeggen, dat we in 1951 samen vanuit het evangelie als kerk een boodschap pretenderen te hebben naar de wereld toe. Vandaag is dat problematisch, hoewel we hetzelfde evangelie hebben.
Vrijmoedig en bescheiden
En dan komt Blei tot de uitspraak, vertolkt in de titel van deze bijdrage, dat we in het vertolken van het evangelie 'vrijmoedigheid aan bescheidenheid' dienen te paren. Met vrijmoedigheid bedoelt hij kennelijk dat, ook vandaag de kerk mag en zal ingaan op eigentijdse vragen. Ik citeer nu letterlijk:
De wereldsamenleving is meer en meer een verstrengeld, onderling samenhangend geheel. Wij dienen ons daarvan bewust te zijn en daarvoor aandacht te vragen. Aan de uitdagingen die vanuit het mondiale op ons afkomen kunnen wij ons niet onttrekken. De schrijnende tegenstellingen die er wereldwijd zijn tussen rijk en arm, tussen onderdrukkers en onderdrukten, betekenen kritische vragen aan onszelf; vragen waarop wij trouwens alleen maar samen met christenen en kerken elders, in oecumenische verbondenheid, het antwoord kunnen zoeken. De thematiek van het 'conciliair proces voor Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping' blijft op onze agenda staan, ook in Nederland. Wat de Europese ontwikkelingen betreft: die vereisen onze bijzondere inzet en waakzaamheid, ten dienste van de menselijkheid. Het recht op een eigen, ook cultureel, bestaan mag aan groepen, ook aan minderheden, in Europa niet worden onthouden. Tegelijk moet nationalisme, zeker waar dat religieus (christelijk) gefundeerd en geladen is, als een gevaar worden onderkend en naar vermogen worden tegengegaan. Het thema van de verhouding tussen religie en nationalisme verdient bespreking.
Spiritualiteit
Tenslotte zegt Blei in zijn nota ook, dat we vandaag 'de hang naar mystieke beleving, het verlangen naar emotionele geraaktheid' als legitiem moeten erkennen. En ook zegt hij, dat gemeente-opbouw een kerntaak is. Mij dunkt dat Blei hier in ieder geval de koe bij de horens vat.
In 1951, toen het apostolaat uitdrukkelijk de aandacht kreeg, werd nog niet beseft hoe overspannen die visie was. De kerk ging triomfantelijk de wereld in. Maar de kwetsbare gestalte van de gemeente werd niet onderkend. De gemeente namelijk in haar zuchtende gestalte. Nu, in 1992, wordt ons de rekening gepresenteerd. Het is overigens ook niet helemaal wáár, dat er in 1951 een algemeen aanvaard beginsel was. Miskotte heeft in de trein, toen hij van de synodevergadering, waarop over de kerkorde werd gestemd, zijn droefenis geuit aan ds. L. Kievit vanwege het feit, dat de nieuwe kerkorde niet met algemene stemmen was aanvaard (dertien stemmen tegen). Het 'paradogma' was er niet!
Maar in ieder geval komen we nu tot de conclusie, dat het zò, zoals in 1951 werd gesteld, niet verder kan. Blei geeft als zodanig een goede voorzet voor een heroriëntatie. We staan – ik herhaal wat ik eerder schreef – voor het faillissement van het na-oorlogse apostolaat. We hebben de wereld als wereld niet ernstig genoeg genomen. Dit gezegd hebbende zeg ik toch volmondig, dat we de wereld ernstig hebben te nemen. Het gaat ook vandaag om het getuigenis van de kerk naar de wereld toe. Maar dan zal het ook echt een getuigenis moeten zijn, geen politieke of maatschappelijke bemoeizucht. Zo'n getuigenis kan alleen overtuigend zijn wanneer het opkomt uit een bijbelse spiritualiteit. 'Het in Christus beloofde heil gaat niet op in vage gevoelens', zegt Blei. Daarin val ik hem bij. Spiritualiteit heeft zeker wel met gevoel en dus met emotie te maken, maar gereformeerde spiritualiteit vindt de grond altijd buiten de mens. Dat is buiten zichzelf in Christus.
Blei paart vrijmoedigheid en bescheidenheid aan elkaar. Dat is het sieraad van het christenleven. Dat zal ook het sieraad van de kerk zijn. Dat we als zodanig als kerk lessen hebben getrokken uit het verleden, namelijk na 1951, is winst. De Hervormde Kerk is geen volkskerk, geen kerk vàn het volk meer. Ze mag nochtans kerk vóór het volk zijn. Minister Hirsch Ballin heeft de kerken gevraagd weer impulsen te geven naar de samenleving toe. Blei zegt in deze, dat de kerken een heel andere opdracht hebben 'dan die van het aanscherpen van een bepaald burgerlijk fatsoen'. 'De Bergrede staat met de burgerlijke moraal op gespannen voet', zegt Blei daarna. Ik zou willen zeggen dat het totale Woord Gods met de Gode-vijandige wereld op gespannen voet staat. Dat bepaalt de wezenlijke facetten van het – nochtans geboden – apostolaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's