Boekbespreking
J.G.J. van Booma und J.L. van der Gouw, Communio et mater fidelium, Acta des Konsistoriums der Niederlandischen reformierten Flüchtlingsgemeinde in Wesel 1573-1582, 696 S. + 12 Abb. + curricula vitae, geb. Schriftenreihe des Vereins für Rheinische KG Nr. 106, prijs onbekend, Keulen-Delft 1991.
De heren Van Booma en Van der Gouw hebben ons zeer aan zich verplicht door bij het 450-jarig bestaan van de Evangelische Kirchengemeinde Wesel deze monumentale en goed gedocumenteerde uitgave het licht te doen zien. Zij hebben zich akribisch zowel aan de Nederlandse als aan de Duitse richtlijnen voor de uitgave van bescheiden als deze gehouden, en zo is dit werk ook in dit opzicht een Nederlands-Duitse coproduktie geworden. Door dit werk hebben zij een bron toegankelijk gemaakt, die tot nu toe bijna altijd in de extrakten van Anthonius van Dort(h) geraadpleegd werd. Er is reden om hen met het resultaat van hun werk te feliciteren. Wie weet wat een monnikenwerk transcriberen is – 'en dus een recht christelijke arbeid', zoals J.N. Bakhuizen van den Brink zich er eens over uitsprak – begrijpt hoeveel tijd de bewerkers zich bij een tekst op het grensgebied van twee talen hebben getroost. Ik bewonder hen zeer.
De inleiding, overigens ook weer uitstekend gedocumenteerd met maar liefst 49 authentieke teksten, stelt een aantal zaken waar vragen bij te stellen zijn. Me dunkt kan men moeilijk zeggen dat, terwijl men tot de gereformeerde gemeente behoorde op grond van belijdenis, men bij de luthersen alle gedoopten voor gelovigen hield. De brief van burgemeester Otto-van Bellinckhoven leert ons toch anders. De bewerkers zullen bedoeld hebben, dat het instituut van openbare of voor het consistorie afgelegde belijdenis des geloofs in de lutherse traditie, en zo ook te Wezel, anders funktioneerde dan bij de calvinisten.
Het is logisch dat de vroege periode van de gereformeerde vluchtelingengemeente te Wezel bepaald wordt door de vraag: Wat is luthers, wat is filippistisch of melanchthoniaans, en wat is calvinistisch? Bij de – moeizame – beantwoording van deze vraag stuit men dan ook op het omstreden karakter van het Concent van Wezel 1568. Niet gaarne zou ik met de bewerkers de stelling (S. 16) verdedigen dat dit convent de basis heeft gelegd voor de gereformeerde kerkelijke organisatie der Nederlanden. Integendeel, in m'n proefschrift heb ik verdedigd dat het cumulatieve calvinistische kerkrecht in de Nederlanden niet bij Wezel, doch bij Emden begint. Dit misverstand is overigens me dunkt reden van andere misverstanden in de inleiding, bijvoorbeeld wanneer S. 21, 26 en 28 gesproken wordt van nadruk op heiliging, tolerantie ten opzichte van de orthodoxie en de morele energie waarmee het Wezeler consistorie vervuld was. Dit alles stelt de vraag aan de orde: hoe gereformeerd was Wezel? En die andere vraag: wat betekende deze nuance van gereformeerd-zijn in vergelijking met de filippisten ofwel navolgers van Melanchton? Vergelijking met andere vluchtelingengemeenten en hun archivalische nalatenschap was hier op zijn plaats geweest. Ik verbaas me er trouwens over dat de bewerkers hier niet de hulp van Van Schelven en Jacobs hebben ingeroepen, die juist op dit punt consistent gewerkt hebben. Er bestaat een mening op wat de bewerkers hebben uitgesproken ten aanzien van het zogenaamde moralistische karakter van de vroege gereformeerden, die verdedigd is door Jonathan Neil Gerstner in zijn dissertatie The Thousand Generation Covenant, Chicago 1985. Volgens hem zijn deze trekken eigen aan de verbondsbeschouwing van de eerste generatie van gereformeerden en zou dus deze soort van theologie weinig of niets met de specifieke vragen van een vluchtelingengemeente te maken hebben.
Boeiend is wat S. 21 over de diaken – bij het pastoraat betrokken – en de diakones verteld wordt. Wat betreft Calvijns visie op de relatie tussen consistorie en publiek bestuur, kan men zich (S. 20) niet op Beza beroepen. Diens De jure magistratuum is nu juist de omslag van het politieke engagement der calvinisten.
Met diep respekt voor dit grootse werk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's