De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De missionaire taak van de kerk (3) (’La tâche missionaire de l’église’)

Bekijk het origineel

De missionaire taak van de kerk (3) (’La tâche missionaire de l’église’)

10 minuten leestijd

Calvijn
Een derde voorbeeld is Calvijn. In zijn derde boek van de Institutie, ná de behandeling van geloof, bekering en roeping – kortom van de weg des heils – heeft hij weloverwogen de verkiezing aan de orde gesteld. Hij begint niet met de verkiezing voorop te zetten. Pas later komt hij bij de verkiezing terecht als de bron waaruit het heil ons geschonken wordt. Op de vele tegenwerpingen tegen de leer van Gods vrijmachtig welbehagen gaat hij uitgebreid in. Maar ook bij hem doet deze leer niets af aan de missionaire taak van de kerk in de wereld. Vanaf de dag dat hij te Genève als predikant begon, is hij onafgebroken bezig geweest om de kerk een getuigende kerk te laten zijn. Hij sloot zich niet op in een klein groepje van gelijkgezinden, maar stond midden in de wereld van zijn tijd, met het Woord van God als de maatstaf voor alles wat er gebeurde. Hij verzette zich tegen degenen die zich wilden onttrekken aan de verbanden waarin wij leven en in een soort ghetto wilden gaan. Hij preekte bijna dagelijks in de roerige stad Genève en verzette zich tegen de overheidspersonen, wanneer zij dachten boven de tucht der kerk verheven te kunnen leven.
De zending in andere werelddelen werd voor Calvijn belemmerd om allerlei politieke factoren, omdat de heidenlanden in bezit waren van de rooms katholieke machten, Spanje en Portugal. Een uitzondering was de poging om met Calvijns medeweten en instemming in Brazilië te komen tot kolonisatie. De hele onderneming is helaas mislukt door het verraad van de vertrouwensman De Villegaignon.
In de verte dus geen zending. Des te meer dicht bij huis. Honderden predikers heeft Genève geleverd aan de Franse kerk in haar strijd tegen Rome. Het mag dan waar zijn dat de zendingsdaad bij Calvijn zeer ten dele is gebleven, de zendingshouding spreekt op tal van manieren uit heel zijn werk. Opmerkelijk is dat hij in Genève begon met het opstellen van een kerkorde en een belijdenis. Die volgorde is veelzeggend. Niet de vrome of geschikte mensen zijn er het eerst, voor wie dan later nog eens een kerkorde gemaakt moet worden – maar de drie-enige God is er als eerste met zijn Woord en Geest, die overal zijn kerk heeft en deze vergadert en regeert naar zijn heilige orde. Zo dikwijls Calvijn preekt, gaan zijn gedachten uit naar de heidenlanden. Lees de gebeden maar waarmee hij zijn preken besluit. 'Wij buigen ons neer voor de majesteit van onze goede God, Hem biddend dat Hij ons, hoewel wij het onwaardig zijn, nochtans in Christus genadig aanzie. En dat Hij deze genade niet alleen aan ons bewijze, maar aan alle arme, dwalende volken, opdat zij mogen komen tot de kennis van Zijn heilige Naam.' In de school van Calvijn wordt bescheidenheid geleerd. 'De verborgen dingen zijn voor de Heere onze God; de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen.' (Deut. 29 : 29).
Wie tot de verkiezing van God probeert door te dringen vanaf de verborgen kant, komt te staan voor een afgrond die doet duizelen. De enige wettige weg erheen is de weg van het geloof in het evangelie van Christus. Onze verkiezing ligt vast in Christus. Wie in Hem gelooft, wordt niet beschaamd. Het is verwonderlijk hoe 'eenvoudig' deze leer bij Calvijn is. Ze is de bron en grond van alle vertroosting, ons kruis en nochtans onze kroon.

Beza
Als vierde voorbeeld noem ik u de naam van Calvijns opvolger in Genève: Beza. Hij wordt vaak genoemd als degene die een zekere verkilling heeft aangebracht in de leer van de predestinatie. Bij hem komt de verkiezing bovenaan te staan en komt niet zoals bij Calvijn ná de toepassing van het heil aan de orde, maar gaat er in zijn theologisch systeem aan vooraf en krijgt op die manier een overheersende positie. Toch heeft dat niet tot gevolg dat de verkiezing de missionaire roeping van de kerk verdringt. Beza ziet de mensen niet als marionetten die maar moeten afwachten wat er met hen gebeuren zal. Hij gaat verder dan Calvijn in het toekennen van het recht om in verzet te komen tegen een onrechtvaardige, goddeloze overheid. De verdrukte Hugenoten in Frankrijk komt hij te hulp, zelfs in zoverre dat hij legereenheden huurt om hen bij te staan. En dat is dan Beza die de verkiezing zo naar voren heeft gehaald.

Martin Bucer
Ik noem u nog een vijfde voorbeeld. Een tijdgenoot van Luther en Calvijn, de vergeten reformator Martin Bucer. Verrassend is zijn visie op het zendingswerk van de kerk. In 1527 schrijft hij:
'Net als de discipelen die de hele nacht aan het vissen waren, moeten wij zonder onderbreking ons bezighouden met die visvangst waartoe Christus ons heeft geroepen; wij moeten zorgvuldig onze netten overal uitwerpen, aan alle stromen en zeeën van deze wereld, te allen tijd en met alle middelen; wij moeten wakker zijn wanneer de anderen slapen en proberen de vissen over te brengen in Gods veilige wateren.'
En wie moeten dat doen? Bucer noemt in de eerste plaats de dienaren van de kerk. Maar in hen is die opdracht ook aan de hele gemeente toebetrouwd. Ieder levend gemeentelid moet als instrument zich laten gebruiken in de dienst van Christus. Bucer wil de gemeente niet opsplitsen in geestelijken die het werk doen en leken die passief aan de kant blijven staan. Naast de bijzondere ambten is er ook het priesterschap van alle gelovigen. Ambt en charisma vormen geen tegenstelling, maar zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden en op elkaar aangelegd. Ieder levend lidmaat van Christus ontvangt gaven van de Geest, die moeten worden aangewend tot opbouw en uitbreiding van de gemeente.

Aan de herders van de gemeente is volgens Bucer de taak toebetrouwd 'dat alle uitverkorenen Gods die de Vader aan onze Heere Christus heeft gegeven, en nog niet tot de kerk, dat is tot Zijn stal, gebracht zijn, eens tot de kerk en tot Zijn schaapskooi gevoerd en in onze Heere ingelijfd worden.'
Opvallend is in dit citaat de nadruk op de uitverkiezing. Bij Bucer is dit leerstuk geen enkele belemmering voor zendingsactiviteiten. Integendeel, het feit dat Gods verkiezende liefde universeel is, betekent voor hem een sterke stimulans om tot alle mensen uit te gaan.

Gods welbehagen
Er zouden nog veel meer voorbeelden te noemen zijn. Ik denk aan de Hervormer in Schotland, John Knox. En aan de grote opwekkingsprediker Jonathan Edwards. Mensen die leefden in het diepe besef dat God alleen in zijn souvereine genade vernieuwing en opwekking geven kan. 'Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus voor de tijden der eeuwen...' (2 Tim. 1 : 9).
En tegelijkertijd hebben deze mensen gearbeid en geijverd met de prediking van het evangelie, omdat ze wisten dat 'het God behaagd heeft door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen... opdat geen vlees zou roemen voor Hem... Die roemt, roeme in de Heere.' (1 Kor. 1 : 21, 27-30, 31).
Men zou niet verwachten dat in een belijdenisgeschrift àls de 'Dordtse Leerregels' iets te lezen valt over de missionaire taak van de kerk. Toch komt de hele wereld in beeld als beleden wordt (2, V): 'Voorts is de belofte van het Evangelie dat een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte aan alle volken en mensen tot welke God naar zijn welbehagen zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid, moet verkondigd en voor­gesteld worden, met bevel van bekering en geloof.'

De omstandigheden zijn anders geworden
Als wij ons bezinnen op de missionaire taak van de kerk, dan bevinden wij ons vandaag in een uiterst gecompliceerde situatie. De zending is niet meer uitsluitend een zaak van ver weg, hoewel er nog altijd volken onbereikt zijn voor het evangelie. Dat werk in andere culturen en in andere continenten moet doorgaan. Met alle middelen, ook van de moderne communicatie, die ons daarvoor ter beschikking staan. Maar tegelijkertijd constateren we dat het zendingsveld zich vandaag bevindt in onze onmiddellijke omgeving. Dat de aanhangers van andere godsdiensten, de islam, het boeddhisme en het hindoeïsme, naast ons zijn komen wonen. En dat het oude heidendom van spiritisme en deïsme weer volop leeft. We hebben te maken met mensen in onze directe omgeving die leven in een post-christelijk tijdperk. Het lijkt vaak alsof we weer van voren af aan moeten beginnen. Want de weerstanden zijn groot. Ons getuigenis stuit op een muur van onverschilligheid. Voor de geseculariseerde mens heeft God geen naam, geen gezicht, geen bestaan.

Maar God is Dezelfde gebleven
Ik las onlangs het verslag van een evangelist die in het zuiden van Frankrijk vorig jaar zomer een grote evangelisatiecampagne had gehouden. Het resultaat was nul komma nul. Na maanden van voorbereiding en weken van hard werken bleek het geen enkel effect gehad te hebben. Zou er dan werkelijk niemand zijn die God dient? Als God ons roept in Zijn dienst, broeders en zusters, en Hij zendt ons uit dan vergist Hij zich niet! 'En door Paulus werd in de nacht een gezicht gezien: er was een Macedonisch man staande, die hem bad en zei: Kom over in Macedonië en help ons! Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonië te reizen, besluitende daaruit dat ons de Heere geroepen had, om hen het Evangelie te verkondigen.' (Hand. 16 : 9, 10). Maar het lijkt één grote mislukking te worden als Paulus en Silas terecht komen in Filippi in de gevangenis. Toch zingen ze Psalmen en lofliederen in de nacht! Want God is getrouw. Zijn roeping en verkiezing zijn onberouwelijk. En dan dóet God ook grote dingen. Deuren gaan open en grendels worden aan stukken geslagen. God geeft openingen waar wij het allerminst verwacht hadden! Daarom schuiven wij de leer van vrije genade en van de goddelijke verkiezing niet aan de kant. Want ze behoedt ons ervoor om te wanhopen. Om in ongeloof onder te gaan.
Wij moeten niet wijzer willen zijn dan God, die het toch maar nodig vond deze verkiezing ons in zijn Woord bekend te maken. En dat niet om ons de voet dwars te zetten, maar om ons te bemoedigen. Om te volharden tot het einde. En altijd goede moed te hebben.
Waar zouden we anders de moed vandaan halen om aan te nemen dat wij, zowel voor onszelf als voor anderen aan wie wij prediken, enig recht hebben op de weldaden en beloften van God? Op grond van onze talenten? Op grond van onze moeiten en inspanningen? Of omdat wij zo goed geloven en zo vast vertrouwen? Hoe zouden wij anderen nog durven opwekken tot geloof en bekering, met enige hoop op resultaat? Omdat wij zo welsprekend en geloofwaardig zijn?
De enige reden waarom wij kunnen geloven en getuigen is dat God verkiest, en dat Hij degenen die Hij verkiest ook in zijn dienst stelt voor anderen. Daarom is de verkiezing geen hindernis, maar juist omgekeerd, de fundering, de open deur voor de missionaire taak van de kerk in de wereld.
'O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst gegeven en het zal hem wedervergolden worden? Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.' (Rom. 11 : 33-36).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De missionaire taak van de kerk (3) (’La tâche missionaire de l’église’)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's