De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Woning maken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Woning maken

5 minuten leestijd

En Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.Joh. 14 : 23b

Deze belofte, door de Heiland vóór Zijn heengaan van deze aarde, aan Zijn jongeren gegeven, is op Pinksteren vervuld. Daar, in Jeruzalem, op de grote Pinksterdag, heeft God woning bij hen gemaakt. Zo staat het er immers: 'en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest'. Met hoofdletters, opdat we ons maar niet zouden vergissen. De Heilige Geest, dat is: God, de Heilige Geest. Die vervoilt de harten, die maakt gemeenschap tussen God en mens. Dan komt God bij mensen woning maken. Dat is het werk van God, de Heilige Geest. Dat wil niet zeggen, dat we dan gemeenschap krijgen aan een onpersoonlijke, goddelijke kracht. Neen, daarbij is God als Persoon betrokken.
We moeten ons dat zo vóórstellen. Zoals God in de kerstnacht in de kribbe komt in de Persoon van de Zoon, zo komt God op de Pinksterdag in de harten van de mensen te Jeruzalem, in de Persoon van de Heilige Geest.
Eerst kwam Hij 'in het vlees' om als Mens op deze aarde te lijden en te sterven. Op Pinksteren komt God 'in de Geest' om in de harten van de Zijnen te wonen.
Zij ontvangen dus God Zelf, God persoonlijk. Die hen leidt op al hun levenspaden, Die hen troost en altijd bij hen blijft.
Wat een voorrecht! Nu kunnen ze nog wèl vreemdelingen op aarde zijn, maar éénzaam zijn ze niet meer! 'Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij.'
Is het geen wonder, dat God bij zulke mensen als wij zijn, woning wil maken? Toch gaat dat alles niet buiten Zijn rechtvaardigheid en heiligheid om. Met andere woorden: God komt tot de mensen (om woning bij hen te maken) in de Middelaar, in Jezus Christus, Zijn Zoon, Die aan Gods rechtvaardige eis tot voldoening heeft voldaan. De verhoogde Christus zendt de Heilige Geest. Daarmee vervult Hij Zijn belofte: 'Ik zal u geen wezen laten. Ik kom weder tot u.'
Wanneer Christus niet door Zijn voldoening verzoening had aangebracht, dan was de hemel gesloten gebleven. Maar nu Hij alles heeft volbracht, daalt de Heilige Geest neer in mensenharten, die Hij loutert, verwarmt en vertroost.
Ja, zegt u misschien, dat waren toch wel bijzondere mensen, groten in de genade, die op de Pinksterdag vervuld werden met de Heilige Geest. Wat denkt u van een Petrus, die zijn Meester verloochende en Thomas, die eerst wilde zien en dan pas geloven en Maria Magdalena, in wier hart de satan met zijn trawanten gewoond had. Ze waren helemaal geen heiligen, geen bijzonder goede of vrome mensen, maar ze waren gegrepen mensen – door Christus gegrepen. Ze hadden Hem lief, omdat Hij hen éérst heeft liefgehad. Weet u, de God van het Pinksterfeest is nog altijd Dezelfde! Hij neigt nog altijd het oor tot ieder, die tot Hem zucht en Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht. Doen we dat ook? Is er bij ons een bidden om de inwoning van de Heilige Geest in onze harten? En daarbij mogen we ons vasthouden aan Gods eigen Woord: 'en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken'. Ja, zegt u, maar dan moet er héél wat gebeuren met een mens! Daar moet een macht, een kracht aan te pas komen, die sterker is dan de Satan en wij te zamen. Maar Gode zij dank, die is er! Dat heeft het Pinksterfeest ons geopenbaard: een geluid, gelijk als van een geweldige, gedreven wind. Daar kon niets en niemand tegenop. Zó is het nu, als God in mensenharten woning komt maken. Dat is niet van voorbijgaande aard. Als we ergens gaan logeren, dan is dat maar voor een bepaalde tijd, maar als we er gaan wonen, dan is dat van blijvende aard. Welnu, als God in een mensenhart woning komt maken, dan neemt Hij dat voor altijd in bezit. Daar is geen macht in de wereld, die dat ongedaan kan maken. Satan mag de stad Mensenziel bestormen: geen onheil zal de stad verstoren, waar God Zijn woning heeft verkoren. Want Gij, o Heere alléén, zult mij doen zeker wonen.
Wie woont erin uw hart? Wie regeert daar en voor wie staat het open? Van nature voor alles, behalve... voor God. Als dan ook iets onze aanbidding waardig is, dan is het Gods bemoeienis met ons. Zijn arbeid aan ons.
Daartoe gaf Hij Zijn Zoon, Zijn Enige, Die Hij liefhad om verzoening door voldoening tot stand te brengen.
Die Zijn Geest uitstortte op de Pinksterdag om het borgtochtelijk werk van Christus aan mensenharten toe te passen.
Hij, Die in mensenharten woning wil maken om altijd bij hen te blijven, totdat zij voor altijd bij Hem zullen zijn.
Eén ding kunnen we altijd doen en we mogen het doen: bidden: 'Kom Schepper Heilige Geest, doorwaai de hof van ons hart'. 'En Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken', zegt de Heere, uw Verlosser, de Machtige Jakobs.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Woning maken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 1992

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's