De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prediking en kontekst (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prediking en kontekst (1)

7 minuten leestijd

Wat is preken?
'Hebt u de sleutel bij u?' vroeg de dienstdoende ouderling aan de predikant, die preken zou.
Preken is: de ambtelijke uitoefening van de sleutelmacht (Heidelb. Catech. Zondag 32). Dit houdt in: in deze wereld, in welke toestand verkeert zij? Verkòndigen, dat er redding is, in de volle zin van het Woord, van Gòd uit, door Christus' vleeswording, door de Heilige Geest nader gerealiseerd. Deze verkondiging geschiedt met gezag van Godswege. Die ze horen, mogen er niet aan voorbijgaan. Hier valt de scheiding. Aan allen, die hierop van harte 'ja' leren zeggen, worden de schatten van het Koninkrijk Gods toegezegd. Voor wie dit nooit leren doen, blijven die schatten toegesloten.
Zo is preken een gebeuren – prediking. De ambtelijke hantering van de sleutelmacht. Zo is ze ook dienstbaar aan de vergadering en opbouw van de gemeente des Heeren. Ook aan haar toerusting om in deze wereld te zijn een lichtend licht, een zoutend zout, een stad op de berg.

Welke woorden staan er in het Nieuwe Testament voor preken?
Allereerst, khèrussein. Optreden als heraut. Om in naam van de opdrachtgever, de Koning, die Overwinnaar werd in de strijd, de boodschap van diens overwinning uit te bazuinen. De Koning der Koningen heeft de overwinning behaald in een geheel enige strijd. Daarin heeft Hij de duistere machten van de boze, de dood en de zonde principieel verslagen en de Redding en het Heil in geheel enige zin ìn en vóór deze anders verloren wereld behaald, nl. de verzoening, verlossing en vernieuwing in geheel enige zin. Opdat dit nu daarin gerealiseerd zou worden.
Preken is, dit als heraut van deze Koning verkondigen.
Maar zo is dit khèrussein ook een 'proklameion', een verkondigen met hoger gezag. Deze Koning heeft rècht op gehoorzaamheid, op dat ja zeggen van harte, d.i. op gelóóf, dat niet zonder wedergeboorte en bekering is. Dit werkt Hij zelf door Zijn Geest. Maar tot allen, die deze boodschap horen, komt de eis daartoe, niet zonder rijke beloften.
Prof. Jonker noemt de prediker een Postillon d'Amour, een bode met een liefdesverklaring van Godswege, waaraan, juist daarom, ook wel andere kanten zitten.
Daar is verder het woord 'Euangelizein', verkondigen de góede boodschap. Waarvan anders dan van het Heil des Heeren? En het woord 'didaskein', onderwijzen. Hier zit in, dat de prediking zich ook richt op het verstand, dat verduisterd door de zonde, verlicht moet worden tot de rechte kennis van het Heil des Heeren. Daarnaast is er nog het woord 'parakalein', d.i. vermanen, vertroosten. De prediking richt zich ook op de wil en op het gevoelsleven van de hoorders.
Wij bemerken reeds, dat de prediking geen slag in de lucht mag blijven, maar moet landen. Ze richt zich tot de mens met al zijn (haar) vermogens en geestelijke functies. Ze wil de mens tot diep in zijn (haar) zijn raken en treffen.
Zo is er nog het woord 'Homilein' voor preken. Hierin schuilt de gedachte van samenbrengen, zelfs samen een gesprek houden.
Augustinus noemde zijn preken in het midden van de vergaderde gemeente homilieën. Zelf zat hij dan op de katheder, de hoorders stonden er rondom. Soms interrumpeerden zij, soms applaudisseerden zij. Waarop hij antwoordde: 'Doet liever, wat ik u zeg!' (D.J. van Oort).
Op dat lànden van de preek gaan wij later in. Echter, nu eerst nog dìt: preken doet dus de predikant. Deze neemt als zodanig een bijzondere, interpolairepositie in, d.w.z. hij staat zelf in tussen zijn Opdrachtgever en Zender, de Heere God en de Schrift, het Woord, èn de hoorders.
Hij is immers de Postillon d'Amour van Gods-, van Christuswege. Hij moet zich steeds goed bewust blijven, wat dat inhoudt. Hij is door Gods gemeente, door God Zelf, geroepen. De boodschap van het Heil des Heeren wil landen, haar uitwerking hebben in ons persoonlijk leven. Dit geldt voor 'de prediker' in bijzondere zin. Wel kan de Heere God rechte slagen geven met kromme stokken. Judas is hiervan een voorbeeld, maar dit is ons tot waarschuwing, die een dringende oproep inhoudt tot vurig gebed tot Hem, Die ook studenten in de theologie en dominees bekeert.
Nu nog eens, als het goed is, zijn wij, predikers, mensen, bij wie inderdaad de Boodschap des Heils landde. Ook hier zijn Gods wegen onderscheiden. Maar Hij maakte dan plaats in ons hart en leven voor die Boodschap en voor Hèm. Die daarachter staat. Wij leren, niet zonder steeds diepere rechte zelfkennis, daarop van harte ja zeggen. Vaak niet zonder innerlijke bestrijding. Wij kunnen het al minder stellen buiten Hem, Die dat Heil heeft verworven en Die dit door Zijn Geest in ons hart en leven een plaats geeft.
Maar hierbij kwam, eveneens door de Heere in ons hart gelegd, die wonderlijke begeerte, om in Zijn dienst, in het uitdragen van die geheel enige Boodschap des Heils te mogen arbeiden. De weg daartoe werd, meestal niet zonder hindernissen, afgelegd. Het doel werd bereikt.
Wat blijft het nu in deze dienst voor alles gaan om de beleving van deze bijzondere band tussen ons – en onze vrouwen! – èn onze Zender. Hij leert ons dan wel, dat Hij Zijn eer aan geen ander geeft, die ook niet met ons – predikers – deelt. Ook dat het met onze inzet zonder meer, niets gedaan is. Maar dat Hij niet beschaamt die het tot op de trap van de preekstoel en nog hogerop, van Hem verwachten.
Het kan gebeuren, dat je preken moet, maar je bent zo leeg. Ds. IJsseling, godsdienstleraar op het Christelijk Gymnasium in Utrecht zei eens: 'Als je niet úit de belijdenis kunt preken, preek er dan maar eens óver. De Heere God is machtig, daar toch Zijn werk meer te doen.'
Dit was niet als verontschuldiging bedoeld, wèl als een bemoediging èn als een aansporing om het temeer bij onze Zender te verwachten, Die ledigen, hongerigen met Zijn goederen vervult.
Iets anders is hiermee nauw verbonden. Wij zijn dus boodschappers van die geheel enige Boodschap des Heils, van Hèm, om Wie het daarin gaat. Waar vinden wij die Boodschap? Hier bedenken wij, dat de Heere God Zelf tot deze wereld kwam. Hij liet haar in haar schuld en verlorenheid niet los. Hij legde Zijn voornemen. Zijn hart, bloot. Als de sprékende God, in Zijn Woord, dat ook dáád werd. Ja, vlees en bloed in Christus, in Diens geheel enig werk der verlossing. Na de uitstorting van de Heilige Geest gaat dit Woord als gesproken, verkondigd Woord de wereld in. Het werd ook Schrift. Geschreven door profeten, evangelisten en apostelen, die daarbij toch bijzonder geïnspireerd werden door de Heilige Geest. Dit Woord nu, moet worden verkondigd op Gods gezag. Met de oproep tot geloof, dat ja zeggen van harte, dat niet zonder wedergeboorte en bekering is. Het is de Geest, Die dit alles werkt, maar dit doet niets af van de ernst van die oproep. Welke beloften zijn daaraan verbonden. Ook welke waarschuwingen!
Wat zijn wij nu als predikers bijzonder gebonden aan de Schrift. Wat moet steeds uit haar geput. Ja, uit dàt Boek. Wat werkt dat uit, zoals het daar ligt? Maar het is Gods Woord. De Kerk belijdt dit, omdat het dit van zichzelf getuigt èn uit ervaring. De Geest wil Zich daaraan paren, op wonderlijke, goddelijke wijze. En zó werkt het. Met deze wetenschap en met deze belofte in de rug èn in het hart, preken wij.
Maar daarom staan wij juist als predikers in een geheel bijzondere relatie tot de Schrift. En hebben wij steeds biddend met haar bezig te zijn, met wat daarin opgesloten ligt en ook op ons afkomt. Ds. Kievit sr. zei eens: 'Je moet voor alles steeds uit de Schrift putten. De Schrift is onuitputtelijk.'

Lezing, gehouden op de Studieontmoetingsdag voor studenten in de theologie en predikanten in de eerste gemeente te Nijkerk op woensdag 6 mei 1992.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking en kontekst (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's