Het verbond (1)
Helaas komt het voor dat een kind jong sterft. Soms kan men dan in de overlijdensadvertentie lezen: 'de belofte van het verbond strekt ons tot troost'. Een vraag die daarbij door ons gesteld zou kunnen worden is: 'Wat wil dit eigenlijk zeggen'?
Dezelfde vraag zou men kunnen stellen bij een doopdienst. Wanneer de kinderen de kerk worden binnengedragen, zingen wij nogal eens: 'God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken'.
Blijkbaar neemt het verbond een grote plaats in. Dat dit inderdaad het geval is, wil ik in een viertal artikelen aantonen.
Het verbondsboek
De Bijbel kan bij uitstek het verbondsboek worden genoemd. In het Oude Testament wordt bijna driehonderd keer over het verbond gesproken. Dit getal is in het Nieuwe Testament aanzienlijk minder, hoewel in afgeleide zin het verbond meer dan eens ter sprake gebracht wordt.
In de Bijbel is het woord 'verbond' een sleutelwoord. Het reikt ons de sleutel aan waarmee deuren worden geopend die anders hermetisch gesloten zouden blijven. Niet alleen gaan er deuren naar God toe open, maar ook naar elkaar. Want in het verbondsboek lezen wij niet alleen van een verbond tussen God en mens, maar ook tussen mens en mens.
't Moet ons intussen wel wat te zeggen hebben dat het woord 'verbond' zo vaak in de Schrift voorkomt.
Uit het verbondsboek blijkt dat wij te allen tijde in een verbondshouding staan. Wij zijn aangelegen op God en op elkaar. Dat schept verplichtingen zoals een relatie die altijd van ons vraagt. Het is 'een geven en nemen' in de goede zin van het Woord. Dit laatste hoop ik later nog uit te werken.
Al met al is het een hele stap vooruit als wij de Schrift als het verbondsboek lezen. Het geeft ongetwijfeld een diepgang in het geloofsleven die wij anders jammerlijk missen.
Verschillende betekenissen
Wanneer men in de Schrift het woord 'verbond' leest, zal men goed dienen na te gaan in welke kontekst dit woord gebruikt wordt.
De betekenis is niet altijd dezelfde. Nu eens gaat het om de relatie tussen twee mensen of twee partijen (o.a. volken), dan weer wordt er uitdrukkelijk gesproken over een relatie tussen God en mensen, ook wel tussen God en de enkele mens.
Van het verbond tussen twee mensen of twee partijen kan gezegd worden dat die altijd duurzaam van aard is. Dat verbond wordt vrijwillig gesloten. Beiden zijn het met de inhoud eens. Om die reden zijn er wederzijdse verplichtingen.
Zo'n verbond is meestentijds een niet-natuurlijk verband tussen twee partners. Alleen mensen, iidie tevoren geen verplichtingen jegens elkaar hadden, kunnen een verbond sluiten. Twee broers kunnen dat bijvoorbeeld niet, omdat zij als bloedverwanten jegens elkaar verplichtingen hebben.
Alleen zij die vreemdelingen zijn voor elkaar kunnen dus een verbond sluiten. Zij worden broeders, zodra de relatie is aangegaan. En omdat zij broeders worden, wordt zelfs bij de dood het verbond niet beëindigd. Het verbond geldt dan ook het nageslacht. Wanneer er schulden zijn, nemen de kinderen die van hun vader over. Zij doen dit vanwege gedane beloften die hun vader op grond van het verbond tijdens zijn leven had gedaan. 't Moet gezegd worden dat een verbond tussen twee mensen òf twee partijen ook iets weg heeft van een contract, hoewel het daarmee zeer zeker niet vereenzelvigd mag worden.
Ongeveer dezelfde principes liggen ten grondslag aan het verbond tussen God en mens. Het valt de welwillende lezer wel op dat ik schrijf: ongeveer dezelfde principes... Want wie mocht denken dat de verschillen in dit geval miniem zijn, vergist zich grenzeloos. Wanneer er in het verbondsboek gesproken wordt over het verbond tussen God en mens ligt altijd aan dat verbond de liefde en de genade Gods ten gondslag. Om die reden wordt er gesproken over het genadeverbond. Zo men wil, kan men zelfs spreken over het liefdesverbond. Van dat verbond geldt dat het puur eenzijdig is. Het gaat helemaal van God uit. Hij neemt het initiatief tot verbondssluiting, het is niet zó, dat wij van ònze kant ook iets doen door middel van onze vroomheid, onze werken, ons geloof, onze liefde alsof wij daarmee in de verbondshouding de Heere iets toebrengen.
Het genadeverbond is iets anders dan een contract. Terecht merkt Van Niftrik op, als hij over het verbond schrijft: 'God is in het verbond de alles Schenkende en Belovende'. Let op de volgorde, een mooie en juiste volgorde: de alles Schenkende en Belovende. God schenkt alles. Hij belooft alles. Nooit zullen wij dan ook kunnen spreken over een contract. Wat kunnen wij God anders toebrengen dan zonde en ongerechtigheid?
Het genadeverbond verzekert ons, dat God in Zijn genade de mens vasthoudt en hem trouw houdt in weerwil van zijn ongehoorzaamheid en menigvuldige zonden: Hij houdt de mens vast. Het verbond is altijd genade-verbond. Het is nooit het contract tussen twee gelijkwaardige partners die dan elk rechten en plichten op zich zouden nemen. Nooit kan men spreken over God als Bondgenoot alsof Hij een gelijkwaardige partner van de mens zou zijn. In het genade-verbond blijft er altijd distantie, afstand tussen God en mens, Schepper en schepsel. Bij de inwilliging van het genadeverbond door de mens moge het komen, ja móet het zelfs komen tot onderlinge liefde, niettemin blijft de distantie: Hij is God in de hemel en ik ben op aarde Zijn schepsel, uit Zijn handen voortgekomen. Bij de liefde tot Hem, zal er daarom altijd het heilig ontzag voor de Hoge en de Verhevene zijn.
Andere verbonden
Men kan niet zeggen dat er altijd een genadeverbond is geweest. Hoewel de Heere vanaf het begin op een verbondsmatige manier met de mens is omgegaan (te denken valt in dit verband aan de zgn. sacramentsboom in het paradijs), toch was dit niet op de wijze van het genadeverbond. Veeleer was er sprake van een werkverbond. Het parool luidde: doe dat en gij zult leven! In de weg van gehoorzaamheid zou het eeuwige leven het deel van de mens zijn.
Het werkverbond... de zaak vinden wij wel in de Schrift en zelfs meer dan eens, doch het woord niet. Het woord als zodanig komen wij ook niet in de belijdenisgeschriften tegen. In afgeleide zin daarentegen wel, zowel in de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis als in de Dordtse Leerregels.
Wel lezen wij het woord 'werkverbond' in de Westminster confessie. Waarschijnlijk is de term voor 't eerst gebruikt door Polanus in 1598 (C. Graafland, Het vaste verbond; pag. 7).
Nu is het woord 'werkverbond' niet zo belangrijk, de zaak daarentegen, die dit woord inhoudt, is veelvuldig in de Schrift te lezen. En als het goed is, komen wij dat zelfs tegen in ons eigen hart. Immers, wij zijn van nature niet anders dan de eigengerechtigde jood, die door middel van allerlei werken rechtvaardig voor God wil verschijnen. Zit het niet in ons aller vlees en bloed om via het verbond der werken aangenaam voor God te zijn? Om zó ons huis der zaligheid te bouwen?
Vanuit het Woord door de Geest komen wij er achter, dat er in ons aller hart een 'paap' schuilt (Luther).
Wij doen er ons gehele leven over om te leren dat door middel van de werken der wet geen vlees behouden zal worden. Wie het leert, weet hoe pijnlijk deze les is. Want wij willen zo graag 'wat' doen. Door middel van de werken de Heere onze gerechtigheid aandragen. Echter... wat zegt de Heere van al onze werken? Hij zegt daarvan dat zij allen een wegwerpelijk kleed zijn, zelfs de beste van al die werken.
Neen, dat werkverbond is verbroken. Daarvan is niets meer te verwachten. Wij zullen het móeten hebben van het genadeverbond. Wonder van genade: wij zullen het mógen hebben van het verbond der genade.
Naast het werkverbond – althans in afgeleide zin – lezen wij in de Schrift dat de Heere een verbond sluit met Noach, het zogenaamde Noachitisch verbond. Dit Noachitisch verbond zouden wij kunnen noemen het verbond van Gods geduld. Dit verbond maakt het leven op aarde van mensen en dieren mogelijk. Immers, dit verbond werd door de Heere onmiddellijk na de zondvloed opgericht. Het bericht over die geweldige watervloed begint en eindigt met de mededeling, dat de Heere bij Zichzelf vaststelde de radicale boosheid van het menselijk hart. En dàn sluit God het verbond met Noach. Dit verbond zorgt voor recht en gerechtigheid en sanctioneert het huwelijk. Van dit laatste kan gezegd worden dat het een Goddelijke sanctionering inhoudt. Hiermee wil ik zeggen, dat men in onze tijd goed moet weten wat men doet – ook wat men als kerk doet – als men andere samenlevingsvormen dan die van het huwelijk gaat sanctioneren, 't Is zeker niet in overeenstemming met de scheppingsordinantie, doch ook niet met datgene wat ons in het Noachitisch verbond nog eens wordt voorgehouden.
Het Noachitisch verbond wordt ook wel het natuurverbond genoemd. Het teken daarvan is de regenboog. Dit teken spreekt ons van Gods trouw en Zijn geduld. Wanneer die aan de hemel zichtbaar is, gaat er op zich al een preek van uit. Gods trouw is er in af te lezen en dat tegenover onze ontrouw. Gods trouw voor ons zijn hier op aarde. Immers in Genesis 9 : 9-11 lezen wij: 'Maar Ik, ziet, Ik richt Mijn Verbond op met u, en met uw zaad na u; En met alle levende ziel, die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u, van allen, die uit de ark uitgegaan zijn, tot al het gedierte der aarde toe. En ik richt mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven'.
Verbond met Abraham
De Heere sluit een verbond met Abraham (Gen. 17 : 1 vv.), de man die God uit Ur der Chaldeeën geroepen heeft en op wie Hij Zijn hand gelegd heeft. Dit verbond is niets anders dan het genadeverbond zoals dat in Genesis 3 : 15 was beloofd en waarvan Jezus Christus de Middelaar is.
Abraham zal tot een groot volk worden. In hem zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. In het verbond dat door de Heere met Abraham wordt gesloten, gaat het om de genade in Christus. Van het Verbond is Hij de dragende kracht. Men mag met evenveel recht zeggen: dit verbond wordt gedragen door de liefde Gods. Dit verbond, d.i. het genadeverbond, heeft alles te maken met het welbehagen Gods. Calvijn zegt hiervan dat het een genadige beschikking is van God, waarin Hij met Zijn volk wil omgaan.
Ook mag niet verzwegen worden dat dit genadeverbond ons Gods wil openbaart. En wat is Gods wil? Daarvan lezen wij in 1 Tim. 2 : 4: 'Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen'. Deze geopenbaarde wil van God, af te lezen uit het genadeverbond, doet ons zelf de Heere aanlopen als een waterstroom, doch bindt ons ook het zendingsbevel op het hart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's