De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waar is het in principe begonnen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar is het in principe begonnen?

De veranderingen binnen de Gereformeerde Kerken

8 minuten leestijd

Het zal in de geschiedenis zelden voorgekomen zijn, dat binnen zó korte tijd in een kerk in de wereld zich zulke ingrijpende veranderingen hebben voltrokken als de laatste tientallen jaren het geval is geweest binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland. Men behoeft er geen ingewikkelde boeken over te lezen om te weten dat het zo is. De hele gereformeerde wereld overigens, die met het ontstaan van de Gereformeerde Kerken (na de Doleantie van 1886 en de Vereniging van 1892) tot leven was gekomen, heeft een gedaanteverwisseling ondergaan, een koerswijziging van honderdtachtig graden ten opzichte van het verleden. Gaat het vandaag namelijk om de gedaanteverandering van de Gereformeerde Kerken, dan gaat het óók om de gedaanteverwisseling van al die organisaties, die met het organisatiestreven van Abraham Kuyper c.s. waren gegeven. Dat geldt voor de terreinen van de communicatie, het onderwijs, de gezondheidszorg en de politiek en voor alle andere 'terreinen des levens', waar christelijke organisaties werden gevormd.


Intussen verschijnen dit jaar ook tal van publicaties, die de veranderingen binnen de Gereformeerde Kerken en de daarmee samenhangende gereformeerde wereld in beeld brengen. Daar is ook aanleiding toe. Het is dit jaar honderd jaar geleden, dat de kerken, die in 1834 ontstaan waren met de Afscheiding (A-kerken) en de kerken, in 1886 ontstaan met de Doleantie (B-kerken), zich goeddeels herenigden (de Christelijke Gereformeerde Kerken bleven toen zelfstandig voortbestaan). Van sociologische zijde zijn de veranderingen in beeld gebracht (vgl. G. Dekker, De stille revolutie). Maar ook de veranderingen in theologisch opzicht zijn verwoord. Er verscheen wat dit laatste betreft een bundel onder de titel '100 jaar theologie' en als ondertitel 'Aspecten van een eeuw theologie in de Gereformeerde Kerken in Nederland (1892-1992)'.

In dit boek behandelt prof. dr. J. Veenhof de Geschiedenis van theologie en spiritualite in de gereformeerde kerken', terwijl verder gehandeld wordt over de (gewijzigde) visie op de Schrift (dr. H.M. Vroom), de veranderingen op liturgisch gebied (dr. C.C. van de Kamp), de beleving van de sacramenten (dr. M.E. Brinkman) en De spanning van het 'reeds' en 'nog niet' bij Calvijn, Kuyper en Berkouwer'. De bundel sluit af met een bijdrage van dr. A. van Egmond 'Een spannend leven: gereformeerd van 1892 tot 1992.


Wie de laatste tientallen jaren bewust heeft meegeleefd in het hele kerkelijke gebeuren in ons land, zal alles herkennen wat in dit zeer gedocumenteerde boek aan de orde wordt gesteld: veranderingen inzake het zicht op en de binding aan de belijdenis, de fundamentele wijzigingen op het gebied van de 'gereformeerde zede', verschuivingen in liturgisch opzicht, maar vooral ook de hele benadering van de geloofsvragen, met name ook in de prediking. De namen van al die mensen, die daarbij een rol speelden, komen weer voor het voetlicht. Wie een en ander bewust meemaakte, kan niet anders zeggen dan: ìngrijpend en daarom áángrijpend.
Het is niet mijn bedoeling nu verder dit boek te bespreken. Daarvoor is het te gevarieerd van inhoud. De lezer oordele zelf door de inhoud van dit boek tot zich te nemen. Maar wel mag er hier nu nog enige aandacht zijn voor de vraag: waar komen nu al die veranderingen ten diepste vandaan?

De wortel
Als het erop aankomt gaat het bij ingrijpende veranderingen in gereformeerd kerkelijk leven, wáár dan ook, altijd weer om de Heilige Schrift. Daar gaat het in de kern ook om in de Gereformeerde Kerken. Zelf heb ik in deze kolommen een en ander maal gewezen op twee fundamentele publicaties in het verleden binnen de Gereformeerde Kerken, die met elkaar te maken hadden. Ik bedoel het boek van prof. dr. J. Lever Creatie en evolutie (daarna ook 'Waar blijven we?') en het geschrift van prof. dr. H.M. Kuitert Verstaat gij wat gij leest? Kuitert bepleitte een ander Schriftverstaan (voor de hoofdstukken Genesis 1 tot 3) vanwege de ontdekkingen binnen de natuurwetenschappen (aan de VU) inzake de wording en de ontwikkelingen van de dingen.


Nu heeft recent prof. dr. C. Graafland, tijdens een symposium, waarin het ging over het hierboven genoemde boek '100 jaar theologie', de stelling geponeerd, dat het allemaal al begonnen is bij Kuyper en Bavinck. Hij bedoelde daarmee het neocalvinisme, en wat de Schriftvisie betreft de inspiratieleer aangaande de Heilige Schrift van Herman Bavinck, de grote gereformeerde dogmaticus. Het gaat dan om de leer van de zogeheten organische inspiratie. Daarin wordt benadrukt, dat de bijbel­ it schrijvers niet door de Heere God zijn gebruikt louter als griffiers, die van woord tot woord letterlijk (mechanische inspiratie) hebben moeten opschrijven wat Hij vóórschreef. Ze hebben namelijk bij het te boek stellen van Gods Openbaring hun eigen schrijfwijze, mogen gebruiken. De bijbelschrijvers zijn organisch in dienst genomen voor het te boek stellen van het Woord, waarbij hun verscheidenheid ook tot z'n recht mocht komen. In dat verband wordt gesproken over de goddelijke factor en de menselijke factor van de Schrift. Maar bij dit alles bleef Bavinck toch spreken over de onfeilbaarheid van de Schrift. Het oordeel nu van Graafland, dat het allemaal al met Bavinck is begonnen, heeft te maken met het feit, dat in de loop van de tijd die 'menselijke factor' een steeds zwaarder accent heeft gekregen. En uiteindelijk is het zo geworden dat, wanneer nú prof. dr. H.M. Kuitert over de Schrift spreekt, deze voor hem niet meer is dan een zoekontwerp van de mens naar God. De goddelijke factor, het goddelijk gezag van de Schrift hebben bij hem plaats gemaakt voor het louter menselijke. 'Weg ermee', met de gereformeerde Schriftopvatting, zo luidt de conclusie in Kuiterts laatste boek 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof'.


Naar mijn bescheiden oordeel lijkt het in zekere zin een óver-reactie om te stellen, dat de hele ontwikkeling binnen de Gereformeerde Kerken al bij Bavinck is begonnen. Dat de Bijbelschrijvers bij het te boek stellen van het Woord elk hun eigen accenten mochten hebben en daardoor in grote verscheidenheid samen mochten spreken is moeilijk te ontkennen. God heeft zich van mensen bediend. En daarmee is toch de menselijke factor op zich al gegeven. Met eerbied gesproken: de Heere heeft Zijn Woord niet als een steen uit de hemel laten vallen. We volstaan hier echter met het aangeven van wat Graafland ziet als de wortel van het verval binnen de Gereformeerde Kerken. Al lijkt het ons niet ondienstig wanneer Graafland nog eens verder zou uitleggen hoe hij dan zelf de mechánische inspiratie ziet; en vooral hoe hij die wil laten functioneren als het gaat om het verstaan en het lezen en de uitleg van de Schrift, ook met betrekking tot eigentijdse toepassingen.

Inderdaad de Schrift
Duidelijk is echter, dat het op het gezag vàn en de gehoorzaamheid áán de Schrift wèl vast zit.
In het onderhavige boek '100 jaar theologie' zegt prof. dr. J. Veenhof, dat in de Gereformeerde Kerken het keerpunt ligt in 1961.
Tóén bijvoorbeeld hebben twee gereformeerde waarnemers de vergadering van de Wereldraad van Kerken in New Delhi bijgewoond.
Tóén werd het blad Waarheid en Eenheid – het orgaan ontstaan uit verontrusting over synodale beslissingen in 1944 – het orgaan voor diegenen, die verontrust waren over 'de verslapping in leer en leven, oecumenisme etc'.
En tóén ook verklaarden 'de achttien', dat de gescheidenheid van hervormden en gereformeerden niet langer mocht worden geduld (het begin van SOW).
Veenhof wijst dan echter in dat verband ook op een andere verandering van beslissende betekenis die namelijk inzake de Schrift haar beslag kreeg. Hij zegt: 'de intensieve discussies over de uitleg van Genesis 1 en 2 konden uiteraard ook de exegese van Genesis 3 niet onberoerd laten. Steeds meer won het inzicht veld dat door "Assen" (het synodebesluit inzake het "zintuigelijk waarneembare' spreken der slang, v.d. G.) ook niet het enig juiste woord gesproken was". Uiteindelijk besloot de synode van 1967 de binding aan de leeruitspraken van 1926 op te heffen.


Hoe men ook nu verder over de besluiten van Assen moge denken inzake de tucht, die toen is uitgeoefend, duidelijk is dat de herroeping van Assen mogelijk werd omdat een gewijzigde Schriftvisie doorgebroken was. En dat niet omdat men dichter bij de Schrift als goddelijke Openbaring kwam, maar juist omdat een bepaalde vorm van wetenschappelijkheid ging domineren, anders gezegd omdat de menselijke rede meer en meer vat had gekregen op de theologiebeoefening en dienovereenkomstig op het geheel van het kerkelijk leven in de Gereformeerde Kerken.
De Schrift was inderdaad in het geding. En daaruit kwam heel de verdere ontwikkeling voort.

Valkuil
Ook naar aanleiding van dit boek zeggen we intussen wat we eerder zeiden, namelijk t.a.v. het laatste boek van Kuitert: wie meent te staan bevindt zich reeds aan de rand van de valkuil. Als in korte tijd een kerk, die gereformeerde kerk wilde zijn en als zodanig gebroken had met een kerk, waarin vrijzinnige elementen voorkwamen, ook zelf bij een vrijzinnig Schriftbeginsel uitkomt, dan mag dit vandaag wel een waarschuwing zijn in de richting van al die kerken en groeperingen, die ook vandaag nog gereformeerd, conform Schrift en belijdenis willen zijn.
We leven in een tijd, waarin het wetenschappelijke, zo niet maatgevend dan toch zeker dominerend is. Daarvan zijn we vandaag allen, alleen al door de vorming en het onderwijs op velerlei gebied, lijdend voorwerp. We moeten niet denken, dat dit alles de geloofsvisie, juist ook ten aanzien van het gezag van de Schrift, onberoerd laat. Als nooit tevoren is de menselijke rede vandaag de grote bedreiging voor het Schriftgeloof.
En wanneer de Schrift valt, gaat er veel schuiven in het leven. Daarvan zien we de aangrijpende voorbeelden om ons heen.

N.a.v. M.E. Brinkman (red.), 100 jaar theologie, uitgave Kok, Kampen, 344 pag., ƒ 55,–.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Waar is het in principe begonnen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's