Het Verbond (2)
Een vorige keer citeerde ik Calvijn die heeft gezegd: 'Het genadeverbond is de genadige beschikking van God, waarin Hij met Zijn volk wil omgaan'.
Dit verbond is gefundeerd in Christus. Hij is de Middelaar van het verbond. Zowel de gelovigen van de oude bedeling als die van het nieuwe verbond hebben geleefd van Christus. Weliswaar op onderscheidene wijze. De oudtestamentische gelovigen hebben geleefd van en zijn gestorven met Christus in de belofte. Om een voorbeeld te geven: Abraham heeft Christus in de belofte gekend. Om die reden lezen wij van hem èn van de andere geloofshelden in Hebreeën 11 : 13: 'Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren'.
Van het genadeverbond kan men zeggen, dat het één en hetzelfde verbond is, doch de bediening daarvan is verschillend geweest. De bediening daarvan was onder de oude bedeling een andere dan die onder de nieuwe bedeling. Van de bediening in en aan de nieuwtestamentische kerk mag worden gezegd dat die heerlijker is omdat de belofte van de Komende is vervuld. De Komende is gekomen! Hij heeft het genadeverbond metterdaad vastgemaakt door Zijn bloedstorting.
Van dit verbond geldt dat het van geen wankelen weet. Ook zal het tot in eeuwigheid bestaan. Wij horen de Heere bij monde van de evangelist van het Oude Testament zeggen: 'Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer' (Jesaja 54 : 10).
Het Verbond van Gods goedertierenheid blijft bestaan. Niet door de trouw van ons, doch door die van God. Het is trouw al wat Hij ooit beval...
Terecht merkt Van Niftrik op dat naast de trouw van God daarbij ook het geduld van God mag worden genoemd. Hoezeer het verbond wordt geschonden en hoe menigmaal het van de kant van ons mensen wordt verbroken, maar de Heere is taal van geduld. Hij maakt aan Zijn Verbond geen einde. Geduldig als een vader (ja zelfs meer dan een vader, want vaders zijn niet altijd zo geduldig) begint de trouwe Verbondsgod steeds opnieuw. En wat is het draagvlak van dit alles? Liefde, enkel liefde, gadeloze liefde. Hiervan zei de prins der dichters (Joost van den Vondel): 'Geen liefde komt Gods liefde nader, geen liefde is zo groot'.
Het verbond bij Calvijn
Zoals mij gevraagd is, wil ik vanuit het verbond een aantal lijnen trekken naar de praktijk van het kerkelijk en geestelijk leven. Toch wil ik eerst nog wijzen op Calvijn wiens gehele theologie eigenlijk ook wel verbondstheologie kan worden genoemd. Dit kan bepaald niet gezegd worden van de Lutherse theologie. Met de verbondsgedachte heeft men daarin weinig weten te beginnen.
Het is Calvijn geweest, die de kerk en dus ook de enkele gelovige in een verbondsverhouding tot God heeft gezien, waarop de latere gereformeerde theologie heeft voortgebouwd. Het is naar mijn mening niet onjuist om te stellen dat met name de verbondsleer van Calvijn de oorzaak ervan is geweest dat het calvinisme veel dieper en blijvender invloed op het volksleven had. Met name op grond van het verbond dat Christus het over alle dingen te zeggen heeft en over alles Koning wil zijn, moest ook de heidense staat eraan geloven. Met dit laatste bedoel ik dat de heidense staat werd gekerstend, gechristianiseerd.
De verbondsleer gaf het calvinisme een imperialisme, dat het lutheranisme van huisuit vreemd was, zo zegt Van Niftrik (Kleine Dogmatiek, pag. 273).
In onze tijd is 'imperialisme' een besmet woord. Het wordt direct vereenzelvigd met overheersing en onderdrukking. Zo bedoelt Van Niftrik echter het 'imperialisme' niet. Bij hem moet men dat in de context lezen, waarin hij dit schrijft. Het is dan zoveel als de zegetocht die Koning Jezus door de wereld heeft gehouden en nog altijd houdt. Overal waar de heerschappij van Koning Jezus gestalte krijgt, komt tot uiting dat het welbehagen des Heeren door Zijn hand gelukkiglijk voortgaat.
Imperialisme in zijn geestelijke betekenis heeft dus niets te maken met onderdrukking of overheersing, maar wel alles met heerschappij van Koning Jezus op de aarde en met name over de volken.
Het heeft voorts alles te maken met het Koninkrijk Gods, waarvan de reikwijdte verder gaat dan alleen de volleen en nader gespecificeerd: de zaligheid van de zielen. De schepping en de kosmos spelen daarin een rol. Zij hebben daarin een plaats. God gééft ze daarin een plaats.
Het gaat niet aan dat wij slechts de nadruk leggen op het sola scriptura, sola gratia en sola fide. Niet minder zal alle accent moeten vallen op het tota scriptura. Wanneer dit gebeurt, komen ook de drie sola's meer naar voren en gaan zij helderder schitteren. Tegelijkertijd zal het verbond meer reikwijdte krijgen dan het dit nu doorgaans heeft. Daarom: tota scriptura d.i. de gehele Schrift!
Het is opvallend dat alle bovengenoemde aspecten in de verbondsleer bij Calvijn naar voren komen. De hervormer is actueler dan men denkt. Ook heeft hij méér te zeggen dan men hem soms wel wil laten zeggen. Het 'tota scriptura' was Calvijn 'op het lijf' geschreven. Evenals de drie sola's.
Vier kenmerken
Hoewel men in onze tijd niet graag meer over kenmerken spreekt, wil ik toch een aantal karakteristieke kenmerken van de verbondsleer van Calvijn noemen.
1. De fundering van het verbond ligt in Gods goedheid. Het is in het offer van Christus gesloten. Krachtens het verbond neemt God onwaardigen aan als Zijn kinderen. Waardigheid en verdiensten van de geadopteerden spelen geen rol. Wie zalig wordt, wordt zalig omdat God het wil. Gods goedheid is de grond.
2. Calvijn accentueert de onwankelbaarheid en de onveranderlijkheid van het verbond. De trouweloosheid en onwaardigheid van de mensen kunnen het verbond niet aantasten. God is onveranderlijk, dus ook Zijn verbond is onveranderlijk. Hoezeer men uit de zekerheid van de onveranderlijkheid van het verbond heeft geleefd, komt onder andere hierin tot uiting dat de gelovige in de ergste beproeving heeft standgehouden. Trouwens, dat is nog altijd het geval!
3. Wie de preken van Calvijn leest, zal op de hoogte zijn hoe de hervormer tegen de achtergrond van het Verbond de decaloog (de wet) uitlegt en verklaart. In Zijn verbond geeft de Heere Zich geheel aan de mensen. Hij legt voor de volle honderd procent beslag op hen. Hij wil dat zij Hem dienen en eren. Wie zich op de Schrift beroept, zal zich geroepen weten de eer van God te zoeken op alle terreinen van het leven. De wet heeft bij Calvijn niet alleen een ontdekkende functie, maar heeft ook alles te zeggen in de samenleving. Kortom: in alle verbanden van het leven.
4. Het vierde kenmerk is dat Calvijn het niet moe wordt om steeds opnieuw er op te wijzen dat Christus moet gezien worden als het fundament van het verbond. Buiten Christus om kan ervan geen verbond sprake zijn.
Over een verschillende bediening van hetzelfde verbond schreef ik reeds eerder. Calvijn zegt hiervan het volgende: 'Het verbond met alle vaderen verschilt in wezen en zaak in het geheel niet met het verbond met ons, maar is geheel een en hetzelfde! Alleen de bediening verschilt.' (Institutie II, 10, 2).
Oude en nieuwe verbond
Wanneer de Heere Jezus op aarde is gekomen verandert er inzake het verbond niets. Het oude verbond houdt op en het nieuwe begint. Wat echter tot de substantie (het wezen) van het oude verbond behoorde, gaat ongewijzigd in het nieuwe over, want het verbond Gods is één, nl. het éne genade- en trouwverbond van God.
Het nieuwe verbond doet de schaduwendienst te niet. Ook de verbondstekenen zoals de besnijdenis en het pascha (verbondsmaaltijd) verdwijnen. Het bloedige dat daarin werd gevonden, heeft met het bloedoffer van Christus een einde gekregen. Om deze en andere redenen zegt dan ook de schrijver van de brief aan de Hebreeën: 'Als Hij zegt: en nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt: dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning' (Hebreeën 8 : 13).
Zoals er onder het oude verbond twee sacramenten (besnijdenis en pascha) waren, zo zijn er ook twee tekenen en zegels van Gods verbond onder het nieuwe verbond. In bepaalde zin kan men hiervan zeggen dat er continuïteit bestaat. Weliswaar verschillend van vorm, maar ten diepste niet van inhoud.
Het verbondsteken van het nieuwe verbond is de Heilige Doop. Het bevel om te dopen is onder andere te lezen in het zendingsbevel dat de Zaligmaker bij Zijn hemelvaart laat horen: 'Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb'. (Mattheüs 28 : 19).
De verbondsmaaltijd is het Heilig Avondmaal. De Heere Jezus noemt bij de instelling van het Heilig Avondmaal Zijn bloed 'het bloed des nieuwen testaments' (Mattheüs 26 : 28). Het verbond is altijd in een offer, in bloed gefundeerd. Het ene verbond van God is de trouw van Zijn genade, die Hij om wille van Christus en diens offer belooft en toezegt.
Doop en kerk
Tegen alle doperse gedachten van bepaalde vrije gropeen in, houd ik vol dat men slechts één keer gedoopt behoeft te worden. Er kan alleen van een overdoop sprake zijn, wanneer men niet eerder is gedoopt in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Is deze trinitarische formule wel uitgesproken bij de doop, zo is een overdoop òf herdoop volstrekt overbodig. Een overdoop kan niet meer geven dan in de doop aan een kind of aan een volwassene is toegezegd.
Wanneer een kind door middel van de doop in het genadeverbond is opgenomen, dan is daarin alles vervat wat men nodig heeft om getroost te leven en eens zalig te sterven. Ook de doop met de Heilige Geest is daarin vervat.
Het zal juist als iemand stelt dat die doop met de Heilige Geest beleefd moet worden en dus in het hart dient uitgewerkt te worden. Dat is zelfs volstrekt juist, maar dit alles is een werk van de Geest zelf en behoeft geen apart teken door middel van een overdoop te hebben. Ik oordeel niet over de harten, maar ik ben er diep van overtuigd dat hierin sommige vrije groepen ernstig dwalen. Maar dat niet alleen. Zij stellen daarmee de kerk in een kwaad daglicht. Alsof de kerk een uit de lucht gegrepen zaak is, een gedachtenspinsel van mensen en niet een planting Gods. Ik zeg niet dat de kerk de beste papieren heeft. Dit zou van hoogmoed getuigen. De kerk heeft wel de oudste papieren. En zou de Heilige Geest de kerk zovele eeuwen hebben laten dwalen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's