Prediking en kontekst (2)
Als predikers nemen wij dus een interpolaire positie in tussen onze Zender, Diens Woord, de Schrift en onze hoorders. Daar is de Afzender, daar zijn ook de geadresseerden. Wie zijn dit anders dan de mensen, al sprak Franciscus van Assisi ook tot de bloemen en de vogels.
Principieel gaat het steeds om die ene Boodschap. Maar het is als bij een groots vuurwerk. Die ene vuurbal spat in vele lichtflitsen uiteen. De ene Boodschap komt tot de mensen, maar die verkeren in verschillende situaties, beïnvloed door meerdere factoren, cultureel, politiek. En ieder heeft zijn (haar) eigen identiteit. Zo schiep de Heere God eens de mens. Zo is dit nog in dit leven. Daar zijn in de geschiedenis Israël en de volkeren, met hun eigen identiteit, godsdienstig, maatschappelijk. Ook in het kerkelijk leven zijn er de nodige onderscheidingen. Die zullen er toch ook zijn in het volmaakte Koninkrijk Gods.
Tot deze hoorders komt de prediking, ten diepste met die ene Boodschap. Dit houdt in, dat ze niet mag blijven zweven, maar moet landen. Ze mag niet tijdloos blijven, maar moet ingaan op – in – de concrete situatie. Ze moet 'homilie' zijn. Nu is – ook in onze tijd – in de kerkdienst bij de prediking alleen de predikant aan het woord. Dit staat almeer averechts op het gevoel en het verlangen van de moderne mens. Deze vraagt: 'Moet er ook hier maar één aan het woord zijn?' Wij zeggen echter: 'Laat de prediker als gevolmachtigde van die Andere en die alzo komt met een geheel enige Boodschap, aan het Woord.' Maar deze moet wel goed bedenken en verwerken, dat hij hoorders voor zich heeft, allen met hun eigen identiteit, in hun concrete situaties, met hun eigen en meer algemene ervaringen, behoeften, vragen – of géén vragen. Daar moet de Boodschap zo overkomen, dat die hoorders zich er inderdaad bij betrokken weten: 'U, jij bent het om wie het gaat!'
Voor dit laatste is meer nodig dan de activiteit van de prediker, maar dat sluit die niet uit!
Dit is ook in de Schrift duidelijk
Daarin gaat het inderdaad steeds – om dat éne komen Gods, om die éne Boodschap. Eerst in Diens handelen met Israël, dan in de komst van Christus, daarna in het uitgaan van de apostelen en hun medearbeiders en medearbeidsters naar Israël en de volkeren. Maar hoe concreet in geheel enige zin wordt dit handelen in het werk van Christus, in de uitstorting van de Pinkstergeest en in de doorwerking daarvan. Steeds is er de concretisering van het Heil – wel altijd in nauwe relatie met de kern daarvan, – in de geschiedenis van Israël. Naar de omstandigheden, waarin het toen verkeerde. Wij denken aan het handelen Gods in de uittocht uit Egypte, in de inbezitneming van het beloofde land en tijdens de regering van koning David. Wat waren er ook concrete oordelen Gods, om de concrete ongehoorzaamheid van het volk, b.v. in de ballingschap. Hoe ging het ook in het optreden en in de prediking van Jezus ten diepste om dit éne: welk een Heil voor heillozen door Hem werd bewerkt. Met de oproep om – wat tegelijk ook als gave gezocht mocht worden – daarop van harte ja te zeggen. Maar hoe bracht Hij dit de mensen bij op onderscheiden wijze, naar de situaties en gesteldheid, waarin zij verkeerden. Hoe verschillend verliep Zijn gesprek met Nicodemus en met de Samaritaanse vrouw. En hoe ligt dit in de prediking en in de brieven van de apostelen?
De preek moet dus landen, d.w.z. de concrete situatie en gesteldheid van de hoorders spelen hier een rol. Echter, dit kan zo ver gaan, dat die mee bepalend en zelfs beslissend wordt geacht op de kijk op de Boodschap van de Schrift en van de aan de orde gestelde tekst, op de uitleg en toepassing daarvan in de preek. In de geschiedenis van de prediking van de hermeneutiek en homiletiek, vinden wij hiervan bewijzen.
Wat die geschiedenis betreft: van de prediking in de tijd dicht na het optreden van de apostelen weten wij niet zoveel. Wel, dat deze vooral de vorm kreeg van een homilie, sterk gericht op de levenspraktijk van de christen in deze wereld. Later kwamen er naast de heidense Griekse rhetoren, redenaars, ook in de kerk van die redenaars Augustinus was er eerst zo een. Maar later werden zijn preken eenvoudiger, kregen ze de gestalte van een homilie, d.i. samenspreken, over en weer spreken. De inhoud werd direkt betrokken op de hoorders in hun concrete situatie, met hun concrete behoeften.
In de loop der jaren wordt het gehalte van de prediking al minder. Daar zijn nog de volkspredikers. Maar de Mis, de Eucharistie, gezien als het Heilsgebeuren en de Heilsbemiddeling, verdringt in de Middeleeuwse kerk de prediking.
Nu hadden wij het in het begin van de lezing over de prediking als de sleutel, waarmee het Koninkrijk Gods met haar schatten ontsloten of toegesloten wordt. Wij kunnen echter ook in andere zin spreken van een sleutel, zoals b.v. prof. De Knijff dit doet in zijn boek 'Sleutel en Slot'. Het bezig zijn in de benadering en uitleg en toepassing van een tekst in de Bijbel kan ook vergeleken worden met het hanteren van een sleutel. Ze kan toegang geven tot de rechte kijk op en verwerking van de tekst en van de Boodschap, maar het tegendeel kan ook het geval zijn. Dan werkt de sleutel in mindere of meerdere mate als een slot. Gebeurde dit laatste, al bleven er ook andere verschijnselen niet almeer in de Westeuropese kerk in de Middeleeuwen'?
Maar toen brak, niet zonder voorspel de Reformatie door. Mogen wij niet zeggen, dat daarin de Heere God weer baanbrekend werkte met Zijn Geest? En is Deze niet de beste Uitlegger van de Schriften en haar eigenlijke Boodschap?
Daar kwam weer de rechte kijk op die Boodschap, op de inhoud van de Schrift. Op wat zij bedoelde met het Heil des Heeren. Hoe onmisbaar dit is, – alleen en totaal door Christus verworven en alleen door het van Godswege geëiste en door Zijn Geest gewerkte geloof realiteit in het leven van de mens. En – hoe dit dan ook gestalte wil krijgen over heel de breedte van diens bestaan.
De Schrift, als het Woord van God kreeg weer gezag en kwam weer in het middelpunt. De prediking werd weer een Heilsgebeuren, waarin het bloed van Christus druppelde op de verslagen gewetens.
Sindsdien is door Gods genade deze prediking gebleven. Wel terstond bedreigd en bestreden. Al meer werkte het Humanisme en het Rationalisme door. Het menselijk verstand werd rechter over de inhoud van de Schrift. Die werd niet alleen onderworpen aan historisch-kritisch onderzoek, maar ook aan de rechtspraak van de menselijke rede en gevoelens.
Dreigde hier weer niet het gevaar van het slot in plaats van de sleutel? Hoe is ook thans dit gevaar reëel! De situatie, waarin de mens nu verkeert – sociaal en politiek, zijn eigen ervaring en gevoelens zijn verstaan van zichzelf, zijn behoeften, krijgen zo'n gewicht bij de benadering, uitleg en toepassing van de inhoud der Schrift, dat haar eigenlijke Boodschap de mist ingaat. Wij denken hier aan de Bevrijdingstheologie, aan de maatschappijkritische benadering van de Schrift. Wij durven niet te zeggen dat dit niets is. Gezien de sociale toestanden in bepaalde landen van de wereld. Maar wordt hier toch niet de diepe en juiste betekenis van Gods bevrijdend handelen verduisterd, verdraaid? Een ander voorbeeld is hier o.a. de eenzijdige gedachtengang van de lijdende God, en de achtergrond en het uitgangspunt van het nieuwste boek van prof. Kuitert, en de leer van de twee wegen en van het syncretisme. Zeker heeft de preek te maken met de concrete situatie en gesteldheid van de hoorders. Maar die mogen de kijk op de inhoud van de Schrift en de uitleg en toepassing van haar eigenlijke Boodschap niet negatief beïnvloeden. Om aan dit gevaar te ontkomen is wel de bijzondere verlichting van de Heilige Geest, de Auteur van de Schrift, nodig. Die leert ons ook Schrift met Schrift te vergelijken.
Hier denken wij ook aan de betekenis van de belijdenis van onze kerk. Een staf om mee te gaan, een stok om mee te slaan. Een stemvork om het loflied op de juiste toonhoogte te zingen! (Prof. Van Ruler).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's