Globaal bekeken
Ernst Klok stelde een boek met 'reportages uit Nederland' samen (uitgave Prometheus, Amsterdam), 'de geschiedenis van meer dan honderd ooggetuigenverslagen', vanaf 325 voor Christus tot 1990. Hier volgen uit deze prachtige documentaire twee stukken:
'Barnsteenhandel op Waddeneilanden ca. 325 v. Chr.; door een Griekse ontdekkingsreiziger, Pythea van Massalla, Pytheas uit Marseille, in die tijd een Griekse handelsstad, maakte omstreeks 325 voor Christus via de Straat van Gibraltar een tocht naar het noorden. Waarschijnlijk was de expeditie bedoeld op een nieuwe route voor de tin- en barnsteenhande te vinden. Het originele reisverslag "Over de oceaan" is verloren gegaan, maar bij een aantal klassieke auteurs zijn een paar van zijn observaties als citaat bewaard gebleven. Zijn route over de Noordzee is zelfs achteraf redelijk precies geconstrueerd. Pytheas maakt onder andere melding van het bestaan van een "gestolde zee" – de ijszee – en een "zeelong", waarin "de aarde en de zee en alle elementen tezamen heen en weer bewegen". Eén notitie betreft vrijwel zeker de Nederlandse Waddenkust, volgens sommigen zelfs het latere eiland Ameland.
Dat op een afstand van zesduizend stadiën (ongeveer elfhonderd kilometer) de Guionen wonen, leden van een stam in Germania. Ze leven aan de kust van de oceaan, in een laag gebied dat half land, half water is. Dat één dag varen daarvandaan het eiland Abalus ligt, waar in het voorjaar barnsteen aanspoelt, afval van de gestolde zee. De bewoners gebruiken het als brandstolen verkopen het aan de Teutonen, die daar niet ver vandaan wonen...'
'Het neerhalen van een dorpsklok, Friesland 15 april 1943; uit het dagboek van de predikant van Jorwerd, Bas van Gelder.
Vanmorgen hebben de klokken van Lytsewier* voor het laatst geluid; ze zijn omlaag getakeld en liggen nu naast het straatje voor de kerkdeur, gereed voor de smeltoven... bijna 2000 kilo bronzen klokspijs voor Hitlers kanonnen. De schendende hand van deze of gene collaborateur heeft een kalkwitte P geschilderd op de kleine klok en een M op de grote. Waarom? Die kleine klok is in 1748, bij de geboorte van prins Willem V, zo uitbundig geluid, dat hij barstte en in Heiligerlee moest worden overgegotenl Hij zal oorspronkelijk wel even oud zijn geweest als de grote klok uit het jaar 1394. Nu liggen ze in het donker in het natte kerkhofgras stil te wachten tot ze worden weggehaald.
Op dat moment zal ik niet thuis zijn, maar ergens op een stille weg staan kijken naar de toren van Lytsewier, een lege toren, en luisteren of ik die zilver zingende klokken nog horen kan... ding... dong... ding... dong...
De nuchtere feiten: De Duitsers hebben schreeuwend behoefte aan brons voor hun kanonnen en ze hebben lak aan onze gevoelens. Glocken... ach was... Scheisse, alles Scheisse! En dus werden alle kerkklokken in Nederland, en misschien ook wel in alle bezette gebieden, verbeurd verklaard; ze worden binnenkort weggehaald, allemaal.
Vandaag, 15 april 1943, waren die van Lytsewier aan de beurt; ze mochten vandaag nog een keer worden geluid. Daarna is het afgelopen, voorgoed! De kerkvoogdij had alle nog levende klokluiders van het dorp opgeroepen voor deze plechtige dienst: de klokken worden geluid voor hun eigen dood en crematie: na vijf en een halve eeuw gevallen op het veld van eer. Tegen tien uur verschenen de mannen, vijf in totaal, in vol ornaat; zwart van top tot teen, met handschoenen en hoge hoed. Van terzijde keek ik toe, een beetje verlegen met mezelf, want ik stond daar in mijn daagse plunje. Niemand die iets zei. Toen de klok tien uur sloeg, ook dat dus voor het laatst, stonden ze schouder aan schouder met beide handen aan de hoed, die ze, als in gebed, voor hun borst hielden, en namen een minuut lang eerbiedige stilte in acht: Gerben Bierma, Monne Koringa, Evert den Ouden, Haje Renkema en Hylke Woudstra. Na de stilte zei Bierma plechtig: 'Mannen, het is zo ver!' Hij zette zijn hoed op en greep het klokketouw. De anderen volgden zijn onberispelijk voorbeeld. Een uur lang trokken ze zwijgend en verbitterd de klokketouwen voor de laatste keer Even zwijgend en verbitterd stonden de mensen buiten voor hun huizen te luisteren; en zelfs de schoolkinderen hebben gezwegen. Toen de laatste galm was weggedreven ergens achter Hollum en De Heeg, achter Ruimzicht en Dijkshorne, stapten de klokluiders naar buiten en naar huis. Ditmaal liet Gerben Bierma de sleutel in het slot van de torendeur steken: de toegang was vrij voor de Duitsers en hun onzalige trawanten.'
*) pseudoniem voor het Friese dorp Jorwerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's