De kansel boodschap en vreemdelingenhulp
Ingezonden
Voor enkele weken was er de kanselboodschap van de Nederlandse Hervormde Kerk, onder het motto: 'Appel tegen vreemdelingenhaat'. Zeker kunnen de thans om zich heen grijpende haat- en onlustgevoelens tegen vreemdelingen niet krachtig genoeg bestreden worden. Ook de Schrift zegt ons: 'Een ieder, die zijn broeder haat is een doodslager', (1 Joh. 3 : 15), èn zegt de briefschrijver: voor wie dit doet, is er geen deel aan eeuwig leven. Evenwel zegt de boodschap ook: 'verdraagzaamheid in een samenleving is veel, maar niet alles. Om vreemdelingen te vrijwaren voor miskenning en achteruitzetting, is meer nodig.' Dit brengt ons tot de vraag: waarom trekken migranten naar West-Europa, en ook in grote aantallen naar ons land? Hebben zij dan geen binding met wat zij daar achterlaten? Er moet dáár voor hen wel een groot tekort zijn, wanneer zij het risico nemen hier onzekerheid en tegenwerking te moeten aanvaarden.
Het ligt daarom voor de hand, de oplossing van het migrantenvraagstuk te zoeken in het spoor van ontwikkelingssamenwerking. Daarom zal, daar waar Noord-Afrika, Arabië, Azië en Oost-Europa in economisch en sociaal opzicht 'achtergebleven' zijn, vanuit West-Europa hulp geboden moeten worden. Ook Nederland kan aan dit ontwikkelingswerk deelnemen. Het heeft daarin een waardevolle traditie.
De hier werkzame vreemdelingen, die – na scholing – in ons arbeidsleven zijn geïntegreerd, kunnen dan hun kennis en kunde in het eigen vaderland toepassen. De allochtone politieagent, conducteur, technicus en ambtenaar, èn zij die hier hoger onderwijs hebben gevolgd, zouden in hun herkomstland in een proces van ontwikkeling en economische vooruitgang werkzaam kunnen zijn. Anderen zullen dan volgen. Met deze inzet kan er in die landen, als de overheden dáár willen meewerken, een samenleving groeien, die de bevolking blijvend aan zich bindt: Een samenleving, die – economisch en sociaal – gelijkwaardig aan die in West-Europa kan worden. Er is geen reden om aan te nemen, dat de volken van het Oosten en van Noord-Afrika niet zouden kunnen wat in West-Europa tot stand gebracht is.
Dit remigratieproces zal financieel begeleid moeten worden. Dat vraagt ontwikkelingshulp aan de betrokken landen en overbruggingssteun voor wie remigreren. Ook Nederland zal zich financiële inspanningen moeten getroosten om de agressie tegen vreemdelingen te doen ophouden, het toestromen van migranten tot staan te brengen, èn de remigratie te doen slagen.
Zo kan het 'meerdere' gedaan worden waarvan de kanselboodschap spreekt. Dit dan wel in samenhang met de evangeliserende taak van de Kerk. Dit alles reden om onze ontwikkelingshulp snel en op ruime schaal te richten op die landen van waaruit de migranten tot ons komen. Wij kunnen dan, naar Bijbelse opdracht, de lasten dragen van hen, die onze hulp nodig hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's