Prediking en kontekst (3)
Nu komen wij er weer op terug: de preek moet landen. Dit geldt ook in onze situatie. Het is een feit, dat in het verleden tot op heden in West-Europa en in ons land het Koninkrijk Gods met haar schatten gestalte heeft gekregen in veler levens en tot op zekere hoogte in de samenleving.
Echter, ook andere geesten werkten door. Het Humanisme, de Renaissance, het Rationalisme, de Verlichting, het Moderne heidendom. Deze antimachten zijn thans sterk. De welvaart, de hoge vlucht van de wetenschap en techniek bleken niet altijd een zegen te zijn, maar het tegendeel. De mens werd al meer autonoom en de kerk en het christenzijn werden al meer naar de rand van de samenleving verdrongen. Daarbij God Zelf! Hij is als afwezig. Voor velen dood. Veelzeggend is het verhaal van dat jongetje, dat bij een rondleiding langs de graven in de Oude Kerk in Delfshaven vroeg: 'Waar ligt God nu begraven?'
Er zijn er, die vanwege veel dat duister is in de huidige wereldsituatie, nog zitten met de Godsvraag. Maar voor velen is Zijn afwezigheid geen pijnlijk gemis meer.
Dit alles gaat onze hoorders, onze gezinnen, de ouderen en de jongeren, onszelf niet voorbij. Het dringt via de moderne media onze huizen binnen.
In deze situatie preken wij nu! 'En nog altijd gaat het om die ene Boodschap van het Heil des Heeren, om de uitoefening van de sleutelmacht in betrekking tot het Koninkrijk Gods. Maar dit gebeurt temidden van ouderen en jongeren, die niet los staan van wat wij zojuist concludeerden, in mindere of meerdere mate. Daar moet onze prediking landen. Terwijl in onze cultuursituatie ook het Woord en de monoloog als zodanig gedevalueerd zijn, en men niet lange tijd aaneen kan en wil luisteren en niet bevoogd wil worden.
Hoe moet er nu gepreekt worden? Veel, weinig anders dan vroeger? Niet anders?
In zijn boeken 'Actuele Prediking nu', 'Toch preken', 'Gereformeerde prediking nu', schreef prof. Jonker dat de preek vanuit de Schrift moet geschieden. Dit willen wij weer benadrukken.
De huidige situatie is toch van betekenis, maar niet bepalend en doorslaggevend. Wij hebben – zo zeiden wij al – uit de Schrift te putten. Wat zegt onze tekst? In verband met de Boodschap van de Schrift, in welk verband en in welke situatie staat ze daar? En dan is het vaak zo, dat wij van die toestand ten diepste, – wel in andere gestalten – terugvinden in onze huidige situatie. Er is niets nieuws onder de zon, zegt de Prediker. De geschiedenis repeteert zich, laat zich vaak overdoen. Prof. Van Rhijn zei eens op college: 'U moet de kerkgeschiedenis van de eerste eeuwen goed bestuderen. Dan behoeft u verder niet zoveel nieuws te leren. Daar is natuurlijk niet alles, wel veel – en wijs – mee gezegd.
Prof. Jonker schreef in zijn boeken over de prediking verder, dat in de preek allereerst vanuit de Schrift en de tekst en haar omgeving het huidige bestaan moet worden doorlicht om zo te komen tot de Verlossing en het Herstel. Dit kan ook de tekstkeuze beïnvloeden.
Ons inziens houdt dit in, dat juist ook nu, met de Schrift, het Woord in de hand, verkondigd en geponeerd moet worden, dat God er toch inderdaad is. Dat hij deze wereld schiep tot zijn eer, om zo te delen in Zijn zegen. Maar de mens wilde Hem geen God laten, maar vrij zijn. Hoe blijkt dit – juist in onze huidige situatie, in veel concreet! De moderne mens – en ons hart is 'van nature' in dit opzicht modern – wil het redden zonder Hem en los van de door Hem gestelde heilzame normen. Zo schuiven wij Hem aan de kant. En als oordeel daarover laat Hij Zich als aan de kant schuiven. Zo is dit meer dan een 'lot – grote schuld!
Vanuit een eerlijk aanwijzen en duiden van de concrete openbaringen van deze geestesgesteldheid moet juist nu de prediking doorstoten tot deze achtergrond. Ze moet het bestaan doorlichten. Dit deden – in andere – maar toch dergelijke situaties: eveneens de profeten Johannes de Doper, Jezus.
Zo moet altijd, maar zeker ook nu, de prediking kritisch zijn. Als een goede dokter de juiste diagnose stellen! Juist zo, – en daar gaat het om – kan ze heilzaam zijn! Tegenwoordig wordt wel gezegd, dat het begrip schuld in bijbelse zin niet meer zou landen. Men zou nu meer vragen naar en bezig zijn met de zin van het leven. Dit laatste is wel zo. Maar, hoe zal ook thans de ware zin van het leven gevonden worden, indien wij niet de levende God leren kennen, zèlf als zondaren, schuldig zijnde tegenover Hem?
Wij zeggen het nog eens: altijd, maar vooral nú moet de prediking ontdekkend, aanklagend zijn. Maar immers van Godsdwege. Dus heilzaam. Wet en Evangelie! In dienst van elkaar.
Zo gaat het ten diepste, tot eer Gods, om de verlossing en het herstel van het bestaan. Inderdaad, wat moet de prediking juist nu kritisch blootleggend zijn. Maar hoe bewogen! Met bijzondere bewogenheid, ook van Godswege – moet ze voorstellen en uitstallen de schatten van het heil des Heeren met de Verwerver en Uitdeler daarvan, Christus en de Heilige Geest. Hoe dringend moet ze voorstellen de weg, waarlangs die schatten gestalte willen krijgen in ons persoonlijk leven en alzo ook in de samenleving. Is dit niet een bewegen van onze hoorders, juist ook in onze huidige situatie om het bij Christus en in Diens werk te zoeken, en dat niet tevergeefs.
Gaat het zo ook nu nog niet, zoals ook prof. Graafland dit stelt in zijn boek 'Gereformeerden op zoek naar God', centraal om de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in Christus alleen. Maar dit dan niet eng genomen, als iets dat opgesloten blijft in ons innerlijk. Door dit geloof in Christus wil de Heere God immers tot Zijn eer niet alleen mensenharten, maar levens verlossen, vernieuwen, vernieuwen, eveneens als vrucht van Christus' werk. En dit raakt het bestaan concreet, in de huidige situatie. Inderdaad, nu gaat het in de prediking ook, juist nu om de doorlichting, de verlossing en het herstel van het bestaan.
Inderdaad, deze prediking kan niet losstaan van de situatie, waarin wij nu verkeren. De vraag kan gesteld worden: was die ten diepste voor de Heere God ooit zoveel anders? Zo schept ze een eigen diepte-dimensie, van Godswege. Maar nu schept ze ook een nieuw, waarlijk zinvol leven, in ons hart en daarbuiten in ons concrete bestaan. Wat zijn juist in onze cultuursituatie de antimachten sterk. Wat moeten ook deze in de prediking concreet worden aangewezen. Maar dan ook, hoe er verlossing is van deze machten. Tot Gods eer, ons en anderen tot zegen.
Landt deze prediking nu? Nog eens, de tegenmachten zijn sterk in onze huidige samenleving. Zelfs in de kerk, in ons eigen hart. Maar hoe vaak bleef ze toch niet ongezegend, miste ze haar positieve uitwerking niet? Door de overwinnende kracht Gods. Is Zijn hand nu verkort? Ons past nu temeer belijden van veel schuld en gebed en nochtans hopen op de doorwerkende kracht van die Hand en van Zijn Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's