Prediking en kontekst (4)
Onze hoorders zijn kinderen van hun tijd. Zij vormen samen ook Gods gemeente. Met wie de Heere zijn verbond heeft opgericht en nog bijzondere bemoeienissen houdt. Tot hen allen komt de boodschap van Zijn heil. Met de oproep tot geloof en bekering. En met de belofte, dat de Heilige Geest dit nog werken wil. Zó wil dat heil nog gestalte krijgen in hun leven.
Maar, daar zijn er, die nog in ongeloof voortleven. Bij wie is dit van nature anders? Moet dan in de prediking niet bewogen gewaarschuwd, genodigd? Als tegen de Déur gedrongen? 'Wij wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof. Het is, alsof God door ons bade, laat u met God verzoenen!'
Er zijn er toch ook, die niet vreemd bleven, als zegen op de prediking en door het werk van de Geest, aan een leven in oprecht geloof en bekering. Is dit ook niet bepalend voor onze prediking?
Hier raken wij aan wat wij dan noemen: onderscheidenlijk-bevindelijk preken! Inderdaad, het gaat in de prediking centraal om het heil des Heeren door Christus verworven. Maar dan moet ook aan de orde komen, hóe men daaraan deel krijgt, door het werk van de Heilige Geest! In de Gereformeerde Dogmatiek spreekt men terecht van de Verwerving en van de Toepassing van het heil. De prediking moet Christocentrisch en Trinitarisch zijn.
Wat op Golgotha is geschied, is beslissend. Maar het is niet alles! Daar zijn wijzelf nog en de samenleving en Gods wereld! Daar moet dat heil nog gestalte krijgen. Gods eer is er mee gemoeid! En ons bestaan moet doorlicht, verlost en vernieuwd. Zo moet ook dit concreet in de prediking aan de orde gesteld worden.
En nu is het werk van de Geest geen stukwerk. Maar ook niet ordeloos. Wij mogen voorzichtig spreken van een orde des heils. Dit werk draagt bepaalde kenmerken als wegwijzers, die wij ook in de Schrift terugvinden. Vooral in de Psalmen en in de Brieven van de apostelen. Die zijn hierbij een toets.
Zullen wij echt delen in het heil des Heeren door Christus verworven, dan moet er plaatsgemaakt worden daarvoor, voor Christus Zélf. Die is er bij niemand zonder meer. Welke tegenmachten moeten onttroond. Wat moeten rechte zelfkennis, oprecht belijden van zonde, breken met onze karakterzonden, toevluchtnemend geloof in Christus en tot Gods beloften, oprechte liéfde, levende werkelijkheid bij ons worden.
Welk een nieuwe geboorte en voortdurende ommekeer zijn daartoe nodig! En dit werkt toch de Heilige Geest, juist ook door de prediking. Zijn werk toch is ontdekkend, afbrekend, maar vooral plaatsmakend voor Christus en voor de band des geloofs met die Christus.
Dit gaat niet langs onze koude kleren af en is geen ééndags vlinder. Het raakt ons verstand, wil, gevoel, heel ons zijn. Het brengt ook haar eigen ervaringen mee. Daar is een geheel eigen droefheid om onze zonden concreet, maar die wortelen tot diep in ons hart. Daar is een oprecht begeren om met de Heere God verzoend te mogen worden en met de zonde te breken. Een oprecht verlangen om tot Zijn eer en anderen tot zegen, echt verlost en een nieuw mens te mogen zijn. Daar is ook de twijfel en de aanvechting. Maar ook een doorbreken van de zekerheid in het geloof, dat de Heere God om Christus' wil onze genadige Vader wil zijn. Een kinderlijk toevluchtnemen tot en schuilen bij Hem in allerlei omstandigheden in ons leven. En een hartelijk verblijden in het heil des Heeren. Diep in ons hart en naar buiten uitbrekend.
Dit alles moet toch ook, vanuit de Schrift als toets, in de prediking aan de orde komen. Tot onderwijs van de nog ongelovigen, beschamend, tegelijk ook uitnodigend. Tot onderwijs van 'de gelovigen', eveneens beschamend, maar ook stimulerend, bemoedigend. De predikers van de Nadere Reformatie konden dit. Prof. Van Ruler schreef: 'Zij waren ook vaak betere psychologen, dan vele anderen nú'.
Geen stukwerk
Nu nogeens, het werk van de Heilige Geest is geen stukwerk. Zo zijn b.v. de drie stukken in de Heidelbergse Catechismus niet bedoeld als drie achtereenvolgende af te leggen trajecten. Je kunt hier beter denken aan een violist, die viool speelt. Hij bespeelt verschillende snaren afzonderlijk, of tegelijk. Zo brengt hij de compositie ten gehore. Ontlokt die aan het instrument. Hoewel de Geest ook weer niet chaotisch te werk gaat, als Hij ons doet delen in het heil des Heeren.
Wel moeten wij hier oppassen voor éénzijdigheden, die hier dreigen, zowel ter ener als ter anderer zijde. Enerzijds kunnen wij de noodzakelijke kennis der zonde zo verzelfstandigen en 'bijna' tot een voorwaarde maken, dat onze hoorders daarin worden opgehouden op de weg der zaligheid, op zichzelf worden teruggeworpen. Of met deze kennis iets worden, soms onder de schijn van grote ootmoed. Laten wij bedenken, dat wij in de prediking dienaren van de Heilige Geest zijn. Diens liefste werk is, zondaren zo aan zichzelf, aan hun schuldig zondaarzijn te ontdekken, dat zij geen rust meer kennen buiten Christus en buiten het persoonlijk deel krijgen aan de vruchten van Diens werk.
Anderzijds mogen wij het tweede en derde stuk van de Heidelbergse Catechismus niet te eenzijdig benadrukken ten koste van het eerste. Dit eerste moet zelfs, verdiept meegaan in dat tweede en derde stuk.
Signaleren wij hier ook niet een gevaar, dat de prediking bedreigt? Christus is de Redder van hen, die dan ook, juist mede tot Zijn eer, al dieper aan de weet komen, wat dat is: een mens te zijn, die gered moet worden.
Het kan zijn, dat je later predikant wordt en dat je al jong echte liefde hebt tot de dienst des Heeren en tot de Heere Jezus. Je maakt al preekjes, die door dienstdoende predikanten gelezen – ook gebruikt? – worden. Maar later in je leven moet je al dieper leren, wie je bent voor de Heere én Wie Christus voor je wil zijn.
Tot Christus
Het gaat de Heilige Geest er dus voor álles om, om zondaren, ons, tot Christus te brengen in waarachtig geloof. Dat houdt ook in: tot de kennis én ervaring van het door Christus verworven heil. Een hierin ligt toch ook opgesloten dit grote: welk een verzoend Vader de Heere God om Christus wil voor al de Zijnen wil zijn. Wat dit concreet in ons leven wil betekenen. Dit moet toch ook een plaats hebben in onze prediking. Tot Gods eer. Welk een voorrecht én opdracht daarin gelegen zijn. Ook om anderen tot jaloersheid te brengen.
Laten wij eerlijk zijn: blijven wij, wat dit betreft, niet vaak onder de maat? Wij 'stoppen' dikwijls waar wij verder moeten gaan. Bepaalt dit ons niet bij een stuk geestelijke armoede in onze gemeenten én bij onszelf? In dit verband denken wij hier ook aan het feit, dat men thans in bepaalde kringen, nogal eens nadruk legt op de charismata, de bijzondere gaven van de Geest. Dit mogen wij niet zonder meer naast ons neerleggen. De apostelen spreken in hun brieven toch ook over die gaven. Wel voorzichtig, ze binnen de perken houdend, zelfs critiserend. Maar wij mogen niet vergeten, dat zij het vooral hebben over de vruchten van de Geest. Het leven in het geloof, dat niet zonder de liefde is, van de Vader jegens Zijn kinderen en van de kinderen jegens de Vader en jegens elkaar en de naaste. Hoe schrijft Paulus hierover in Rom. 8 en Gal. 5. Het draait in het geloofsleven om de rechtvaardiging, maar het gaat om de heiligmaking – Calvijn. Vanwege de eer van onze God en de volle glorie van het heil. Ik denk hier o.a. aan preken van ds. Kievit sr. Paulus en de andere apostelen leggen er in hun brieven nadruk op, dat de liefde Gods in Christus door de Heilige Geest in ons hart wederliefde wekt, als een vlammetje, aan dit vuur ontstoken. In het derde stuk van de Heidelbergse Catechismus en in de prediking aan de hand daarvan, worden wij met de neus hier boven opgedrukt. Met de opdracht om dit ook concreet in onze situatie, godsdienstig, sociaal en ethisch, uit te werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's