De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

In een boekje van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU), getiteld 'Onderwijs en Arbeidsmarkt' troffen we achttien stellingen, met een inleidende toelichting:

Onderstaande stellingen zijn opgesteld door de RMU-werkgroep 'Onderwijs en Arbeidsmarkt'. Deze stellingen geven niet noodzakelijk de mening van de RMU weer. Ze zijn slechts opgesteld om als aanzet te dienen tot een discussie.

1. De waardering voor leer- en arbeidsprestaties is niet alleen gelegen in het maatschappelijk nut of rendement, maar vooral in de mate waarin iemand met de ontvangen gaven dienstbaar is. (zondag 42 H.C.)

2. Bedrijfsvoering op basis van bijbels genormeerde uitgangspunten heeft de intentie om ook mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie in te zetten in het arbeidsproces.

3. Volledige afstemming van het onderwijsaanbod op de behoeften van de arbeidsmarkt leidt er toe, dat vormingsdoelen en levensbeschouwelijke leerstof uit het onderwijsprogramma worden verbannen.

4. Levensbeschouwing fundeert de inhoudelijke aspecten van de beroepsopleiding.

5. Het verzorgen van onderwijs aan zowel jeugdigen als aan volwassenen dient geënt te zijn op de grondslag van Schrift en Belijdenis.

6. Bedrijven, instellingen en scholen dienen hun onderlinge contacten te intensiveren en zich te bezinnen op het gemeenschappelijk belang dat ze hebben bij een kwalitatief goede opleiding. De verhouding dient niet wedijverend maar samenwerkend te zijn.

7. Bedrijven kunnen op tal van terreinen een betere aansluiting met het onderwijs bevorderen. Dit wordt nog weinig gedaan vanwege onbekendheid met elkaars culturen.

8. Bedrijven formuleren hun opleidingsbehoeften op lange termijn in het algemeen erg slecht.

9. De bedrijfstakscholen dienen geïntegreerd te worden in het reguliere onderwijs.

10. Het individu heeft de plicht zijn capaciteit in te zetten ten dienste van de samenleving.

11. Beroepsopleiding veroudert snel, maar persoonlijke geestelijke vorming werpt een leven lang vruchten af.

12. De overheid bewijst kansarme groepen in de samenleving geen dienst als zij onderwijsinstellingen financiert op basis van het aantal leerlingen dat 'slaagt'.

13. Het geven van de kwalificatie 'meester' aan de top-vakman kan leiden tot een betere maatschappelijke aanvaarding van het vakmanschap en de opleiding daartoe.

14. De algemeen aanvaarde fictieve waardering voor 'de witte boorden' ten opzichte van de vakman is in vele gevallen omgekeerd evenredig met de hoogte van de beloning voor beide groepen.

15. Het woord 'restonderwijs' dient snel uit de onderwijsvocabulaire verwijderd te worden, daar het woord op zich al een drempel vormt om zich tot deze vorm van onderwijs te begeven.

16. De angst om voeding te geven aan de emancipatiegedachte kan er binnen het reformatorisch onderwijs toe leiden dat vrouwen, die hun vroeger opgedane kennis willen opfrissen of aanvullen, bij dit onderwijs een gesloten deur vinden. Opgemerkt wordt dat deze doelgroep ook binnen het reformatorisch volksdeel toeneemt.

17. In tegenstelling tot reformatorisch onderwijs bestaat er geen reformatorisch bedrijfsleven. Wel christelijke ondernemers.

18. De gereformeerde gezindte moet streven naar een compleet opleidingsaanbod dat voorziet in de behoefte van de achterban. Hiertoe kunnen de huidige scholen een bijdrage leveren, maar moet ook gedacht worden aan een landelijke overkoepelende instantie met één loket waar een ieder met scholingsvragen terecht kan.


In de zestiger en zeventiger jaren schreef August Henkels, in 1935 als hervormd predikant begonnen in Uitwijk, 'Roosjes', eerst in de Friese Koerier, later in de Leeuwarder Courant. In een bundel 'Uit de rozenhof' (uitgave Friese Pers Boekerij, Leeuwarden, 1977) troffen we een ontboezeming over 'Boek en bed', waaruit hier enkele passages volgen:

'Wijlen professor Aalders, de godsdienstfilosoof van Groningen, placht zijn studenten aan te raden vroeg op de morgen het gezelschap van de voortreffelijke geesten te zoeken, dan kon je beter tegen de omgang die je later op de dag te wachten stond. Een hele uitspraak vooreen man van zijn ingetogenheid en reserve. Achteraf verdenk ik hem ervan dat zijn adagium een veredelde versie was van een gezegde van Chamfort, de moralist uit de tijd van de Franse revolutie: dat men er goed aan doet 's morgens op de nuchtere maag een levende pad door te slikken, dan walg je die dag nergens meer van. Ik denk dat de rechtschapen Aalders de bittere Chamfort wel gelezen had, maar hij zou hem zeker niet tot de uitgelezen geesten gerekend hebben die hij zijn studenten als morgenlectuur aanbeval.
Mij zijn zulke geestelijke exercitiën op de vroege morgen nooit gelukt, maar aan het einde van de dag kan ik er niet zonder. Een halfuur heb ik nodig. Een halfuur om van de hitte des daags – om het in navolging van Aalders wat vriendelijker te zeggen dan Chamfort – binnengesluisd te worden in het gezegende donker van de slaap. Een halfuur lezen in bed, het behoort tot de beste dingen die er zijn en voor mij tot de onmisbare. Wat zullen wij lezen in die ogenblikken voordat we de slaap voelen aankomen, dat goede moment, waarin het boek uit onze hand wil vallen en wij weten dat het tijd is om het weg te leggen? Dan nog verder te lezen zou de slaap weer verdrijven, een zonde tegen de geest van het ware boek dat daaraan herkenbaar is dat het net iets méér is dan een boek, een stem, een metgezel in de stilte van de nacht. Opwindende lectuur in de vlakke zin van het woord is uitgesloten, detectiveromans en dergelijke zijn voor griepvlagen bestemd, en ook omvangrijke verhalen zijn minder geschikt voor de 30 minuten van de doorvaart door de sluis van dag naar nacht, zij moeten wachten op ecxeptionele gelegenheden. (...)
Het boek in bed is soms een probleem. Er zijn fysieke beperkingen waar men niet aan ontkomt. Vroeger had je die handzame deeltjes van de Insel-Bücherei waar de oude Gertrud von Ie Fort de lof van zong, omdat ze in bed zo licht in de hand lagen. De pockets en paperbacks hebben veel gemak in bed gebracht Na de zware boeken van nog niet zo lang geleden, naderen zij weer dat ideale boekformaat, waar Aldus uit Venetië omstreeks 1500 reeds mee begonnen is.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's