De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijke verschraling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijke verschraling

Opbouw van de gemeente (2)

10 minuten leestijd

Ervaring
Nu moeten we op zich oppassen met de uitdrukking 'ervaring van God'. Want voor we het weten, zijn we eigenlijk bij de moderne ervaringsgedachte gekomen. Ervaring is in onze tijd in. Was vroeger een levensfilosofie met het woord van Descartes 'ik denk, dus ben ik', vandaag is een levensfilosofie 'ik ervaar, dus geloof ik'. Met als tegenpool 'ik ervaar niet, dus geloof ik niet'. Maar zo ligt het in het christelijke geloof niet. Het christelijke geloof oriënteert zich allereerst aan de betrouwbaarheid van het onfeilbare Woord van God. Dat Woord van God is openbaring van Gods wege en daarom heeft het gezag. Het is het Woord van de zichzelf openbarende God. Daaruit laat God zich kennen. Zo mogen we ook verstandelijk weten, dat Hij er is. Maar daarbij blijft het dan niet. Wanneer artikel 5 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt over het Schriftgezag, dan wordt gezegd dat wij de Bijbel niet alleen geloven omdat de kerk haar voor waar houdt, maar inzonderheid omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat ze van God zijn. Over ervaring gesproken! We beginnen met de erkentenis van de waarheid van het Woord van God. Maar dat Woord van God heeft vervolgens ook een plaats in het hart, in de beleving, in de ervaring. De Heilige Geest getuigt met onze geest, dat het om het Woord van God gaat. En zo hangt de ervaring van God aan het getuigenis van de Heilige Geest in de harten. Maar van daaruit heeft het Woord van God ook kracht, vanuit de Godsopenbaring. En daarom kan de psalmist zeggen: 'Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis en door haar kracht en hart en zinnen strelen'. Daarom is de Schriftkritiek zo funest. Deze heeft zo verwoestend gewerkt in kerk en gemeente. Wie vraagtekens gaat zetten achter de betrouwbaarheid van het Woord van God ontneemt zichzelf de mogelijkheid van de ervaring van God door de Heilige Geest in het hart vanuit dit Woord.

Cultuuromslag
Nochtans moeten we niet onderschatten, dat we vandaag in een kentering, in een wenteling van de cultuur leven. Dat eist vandaag kennelijk van het christelijke geloof een hoge tol, hoewel we zeggen moeten, dat de mens in zijn wezen alle tijden door dezelfde geweest is, namelijk schepsel van God en dan ook gevallen schepsel, als zodanig is de mens van alle tijden aangewezen op genade.

Toch verandert het menstype ook de tijden door. Daarbij moeten we zetten, dat er ongetwijfeld ook sprake is van een wisselwerking tussen het mensbeeld en het materiaal waarvan de mens zich bedient. Met de vinding van de electriciteit brak een nieuwe tijd aan, gekenmerkt door industriële revolutie. Dat heeft een geweldige emancipatie van de mens op gang gebracht. Vandaag beleven we opnieuw een nieuwe tijd. De computer met als 'grondleggend materiaal', het electron, heeft zich onomkeerbaar een plaats veroverd in het leven van de mensen. Welnu, de compute­riserende mens is een ander dan de briefschrijvende mens van vroeger. Wie vandaag zich van de computer bedient, kan snel, efficiënt en precies werken. Het bezig zijn van de mens verandert z'n habitus. Om überhaupt te zien, dat mensen van nu anders zijn dan een aantal tientallen jaren geleden, behoeft men maar foto's te bekijken van klassen op een school, van besturen, van colleges, van kerkeraden ook. Alles oogt moderner. Het zou intussen ook als gevolg kunnen hebben, dat de woorden Gods vandaag anders landen dan vroeger het geval was. Om daarvan een kleine aanduiding te geven. Bekende klanken van vroeger zouden vandaag wel eens een andere gevoelswaarde kunnen hebben, dan vroeger het geval was. Met Pinksteren hoorde ieder van de hoorders de Geest in eigen taal spreken. Welnu, zo zal het ook vandaag zijn. Er zijn verschuivingen in taalgebruik. En dat gaat in onze tijd snel. Dat zou kunnen betekenen, dat woorden van vroeger vandaag een hele andere gevoelswaarde hebben gekregen en door mensen derhalve anders worden opgevangen. Maar anderzijds is het ook zo, dat waar gepoogd wordt moderne taal te bezigen, hoorders vaak het geestelijk manna missen. Met verandering van woordgebruik lijkt de geestelijke geladenheid te zijn gereduceerd. Is het alles nog wel zo bevindelijk als het heet te zijn. Enerzijds kan bevinding door louter termen van vroeger te gebruiken ook stollen tot een idee. Maar ook door het introduceren van een nieuwe taal kan bevindelijkheid teloor gaan.
In onze tijd is rationaliteit troef. Het kan zo zelfs voorkomen, dat wat geestelijk is ook wordt verrationaliseerd. De woorden Gods zouden dan weleens met minder geestelijke kracht kunnen overkomen, dan bij het voorgeslacht het geval was. Ik doe hier geen absolute uitspraken, maar geef een bepaalde mogelijke tendens aan. Bovendien hebben we ermee te maken, dat het zondebesef in onze tijd aan slijtage bloot staat. Dankzij de moderne media is heel veel ook in de christelijke gemeente geaccepteerd, wat vroeger werelds was, wat vroeger absoluut taboe was, maar waar geen zonde is, is geen genade. Genade kan alleen opbloeien daar waar beseft wordt, dat wij zondaren zijn. Verloren mensen. Mondige mensen, die niet meer weten wat zonde is, weten zich ook niet meer aangewezen op genade.

E. De Schrift
Geloven in de betrouwbaarheid van het Woord is ook geloven in de waarschuwingen die het Woord van God laat horen i.v.m. de toekomst, het laatst der dagen.
In Mattheüs 25 lezen we de waarschuwing: 'Zie toe dat niemand u verleide'. Nadat dan verschrikkingen genoemd zijn, die kenmerkend zullen zijn voor het laatste der dagen: oorlogen, hongersnoden, aardbevingen, wordt gezegd, dat ook vele valse profeten zullen opstaan en er velen zullen verleiden. En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden. Dat laatste is op­vallend. De liefde zal verkouden. En het geloof werkt toch door de liefde. Dat is een kenmerk van het geloof 'Al ware het dat ik de talen van de mensen en van de engelen sprak en ik had de liefde niet, zo was ik klinkend metaal, schallend koper', lezen we in 1 Korinthe 13. Waar de Geest des Heeren is, daar is liefde, daar is gemeenschap. Daarom zou geestelijke verschraling in de gemeente ook wel eens vooral daardoor gekenmerkt kunnen zijn, dat de liefde taant. In 2 Kor. 12 en 14 worden de vruchten van de Geest en de vruchten van het vlees genoemd. Onder de vruchten van de Geest vinden we liefde. Als het over de vruchten van het vlees gaat, vinden we een opeenstapeling van woorden, die het tegendeel van liefde betekenen: venijn, vijandschap, twist, afgunst, toorn, gekijf tweedracht. Als dan ook in de Schriften de indringende vraag wordt gesteld of de Zoon des mensen, als Hij wederkomt, geloof zal vinden, dan kunnen we dit mutatis mutandis ook betrekken op de liefde. Zal Hij liefde vinden? Want het geloof werkt door de liefde.
In 2 Thess. 2 wordt opnieuw over verleiding gesproken. De dag van Christus zal niet komen, dan nadat eerst de afval gekomen is en de mens der zonde, de zoon des verderfs is geopenbaard. Van die zoon des verderfs lezen we, dat hij zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is. Die antichrist, die zoon des verderfs wordt nog weerhouden. Wie of wat die weerhouder is, wordt niet aangegeven. Het zou kunnen zijn de overheid, die geroepen is tot ordening van de samenleving. Het zou ook kunnen zijn, dat het gewoon de Evangelieprediking is. Want waar de Evagelieprediking wijkt, zal de vorst der duisternis ruim baan krijgen. Maar hoe dan ook, die weerhouder zal op een bepaald moment worden weggedaan. En dan breekt de toekomst van de antichrist los. Deze zal ook daardoor gekenmerkt zijn, dat God zenden zal een kracht der dwaling. Dat de leugen zal worden geloofd.

In Openbaring 9 en 11 wordt verder gesproken over de dag van de grote verdrukking. En tenslotte in 2 Tim. 4 : 3 lezen we, dat de mensen kittelachtig van gehoor zullen zijn. Ze zullen zichzelf leraars opgaderen naar eigen begeerlijkheid. Ze kiezen zelf hun gemeente, hun voorganger. Maar het lichaam van Christus wordt daardoor gescheurd. Al deze Schriftwoorden zijn tot onze waarschuwing gegeven. Het ergste is intussen dat de Geest Zich kan terugtrekken. Wij mensen kunnen de Geest ook uitblussen, uitdoven. Ook in de prediking kan twijfel en onzekerheid worden gevoed. Moeten we niet spreken van een manco des Geestes, wanneer er zoveel gemis aan heilszekerheid is in het midden van de gemeente! Het kan aan de Heilige Geest niet liggen. Dan ligt het aan ons mensen. Alle waarschuwingen en vermaningen, die we in het Nieuwe Testament t.a.v. de eindtijd vinden, mogen we derhalve wel op ons af laten komen, om ons des te meer te onderzoeken of we wel in de weg van de Heilige Geest blijven.

F. Gemeenteopbouw
Wat is de remedie tegen geestelijke verschraling? We zouden het kunnen en willen zeggen met de titel van een boek van wijlen prof. dr. H. Jonker 'En toch preken'. In de gemeente heeft de prediking, het verkondigen van Gods grote daden, nog altijd de prioriteit. Daarom moet de predikant tijd krijgen voor de voorbereiding van zijn prediking. Hem moet stilte worden gegund. En hij moet zichzelf die stilte gunnen. We weten, met het woord uit 2 Tim. 2 : 9, dat het Woord van God niet is gebonden, zich niet in boeien laat slaan. De Heere God kan met kromme stokken ook rechte slagen geven. Het Woord is onwederstandelijk. Maar anderzijds geldt ook de vermaning uit het Woord: 'We dragen niet gelijk velen het Woord Gods te koop, maar als in de tegenwoordigheid Gods spreken wij het in Christus' (2 Kor. 2 : 17). Dat betekent, dat we de woorden van God niet mogen verkwanselen. Er niet goedkoop mee mogen omgaan. Het gaat niet goed als we op de populaire toer gaan en er niet meer echt gegraven wordt in de goudmijn van de Schriften.
En toch preken. Maar dat betekent ook graven in het Woord van God. En dan geldt nog altijd de belofte: 'Waar twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, ben Ik in het midden'. De zegen van het Woord moeten we dan niet afmeten aan getallen. Ook voor weinigen geldt de noodzaak van Sola Scriptura, alleen de Schrift. Ook voor weinigen zal alleen het Woord van God dienen te worden uitgelegd. Daarom moeten we onze aandacht door niets en niemand van het Woord zelf laten afleiden. Zelfs moet rekening worden gehouden met het Bijbels gegeven, dat er sprake kan zijn van de roepende in de woestijn. Dat zou ook voor onze tijd met name in dorre gebieden kunnen gelden. Van Johannes de Doper werd het gezegd, dat hij de stem van de roepende in de woestijn was. En dat terwijl zijn boodschap zonneklaar was, ook heenwijzend naar de gekomen en komende Christus. En ook Jezus Zelf heeft voor Jeruzalem gestaan en het uitgeklaagd: 'Jeruzalem, Jeruzalem hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen gelijk een hen haar kuikens, maar gij hebt niet gewild'.

P.S. Doordat de kopij van mijn artikel vorige week handgeschreven was, is helaas drie maal de naam van prof. Van den Beukel verkeerd weergegeven (den i.p.v. der); negen regels boven het kopje 'Omkering' moest bewees beweert zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geestelijke verschraling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's