De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

In het Franse plaatsje Ars wordt Jean-Marie Vianney (1786-1859), 'De pastoor van Ars' als 'heilige' vereerd. Sipke van der Land ging op onderzoek uit en gaf in Reveil de volgende merkwaardigheden door.

'De pastorie is nu een museum. In de woonkamer staat een tafeltje met twee stoeltjes. Er hangt een pot boven het open vuur. Zijn hoed ligt op een stoel. Op tafel een Bijbeltje, een brilletje en een rijtje oude boeken. Zijn schoenen staan onder het bed in de slaapkamer. De bezoekers fluisteren met elkaar uit eerbied voor de heilige. Hier woonde hij. Op de muur zijn bloedspatten te zien. Hij pakte zichzelf namelijk hard aan als boetedoening voor het zondige dorp. Zelfkastijding. Hij leefde op water, broodkorsten en aardappels die hij eens per week kookte en dagelijks koud nuttigde. Hij was dan ook broodmager. Hij stond 's morgens om twee uur op om te bidden voor de mensen. Hij had alles voor hen over. Hij cijferde zichzelf helemaal weg. En het werkte: de kerk werd vol en de mensen kwamen van heinde en ver naar de pastoor van Ars. De hele dag stonden ze in de rij om bij hem te biechten en troost te vinden. Ars werd een bedevaartsoord. Er gebeurden wonderen van genezing. Toen ik dat allemaal hoorde, dacht ik: prachtig. Maar ik had ook hele "gekke" dingen gelezen over de heilige. Die ga ik hier opschrijven en dan moet de lezer zelf maar oordelen wat hij of zij ervan vindt.
De pastoor van Ars lag altijd overhoop met de duivel. In zijn levensbeschrijving las ik:
'Gewoonlijk kondigden zware hamerslagen in de nacht de komst van de boze geest aan. Verschrikt vloog de arme pastoor uit zijn slaap overeind: er volgde groot rumoer beneden in huis, dan op de trap, tegelijk hoorde hij een hatelijke, ruwe stem. Een ogenblik later, zonder dat de deur openging, was de duivel in zijn kamer. Er was niets te zien, maar de stoelen werden omver gegooid, de grote meubelen op en neer geschud, dezelfde akelige stem klonk luid in zijn kamer: "Vianney, Vianney! Je bent nog niet dood! Ik zal je wel krijgen!" En met gehuil als van een woedende hond of brommend als een wild dier, schudden de gordijnen en lakens. Of hij sloeg met vinnigheid de trom op tafel, of de schoorsteen of waskom. Dan was het weer of hij met geweld spijkers sloeg in de vloer van het vertrek. Soms klonk er een schor gezang door het kamertje. Een andere nacht werd de arme man wakker gehouden als dooreen eindeloos getrippel van een kudde schapen op de zolder boven zijn hoofd of door het gedaver van een springend paard, met zijn ijzers neerslaand op de stenen vloer in de benedenkamer. Eens vulde het gezoem van een zwerm bijen de nachtelijke stilte. De pastoor stak de lamp aan om ze te verjagen, maar zag niets. Een andere keer, opgeschrikt door een sinister geruis, zag hij in het lamplicht zijn kamer vol met zwarte vleermuizen. Vele nachten achter elkaar was er op de binnenplaats een hels tumult van onbeschrijflijke stemmen, zó dreigend, dat de pastoor lag te beven in zijn bed.'
Als je zulke dingen leest, denk je: een overspannen man ziet duivels en demonen. Maar je moet er rekening mee houden dat de satan werkelijk tekeer gaat tegen een toegewijde dienaar Gods. Of waren het de mensen die hem op deze manier te pakken namen? Ik kwam op die gedachte toen ik het volgende las:
'Zijn strijd tegen het kwaad had een heftige opstand tegen hem doen losbreken. Eerst verwijten van te grote gestrengheid tegen de zondaars, maar het werd erger. Alle slechte elementen in de hele omtrek schenen aangeblazen door diabolische machten tot een storm van boosheid en haat. Men wilde hem wegjagen uit het dorp. Een groepje afgevaardigden der bende waagde het de pastorie binnen te gaan en eiste van de bevende en uitgeputte man dat hij het dorp zou verlaten. In anonieme brieven werd hem geschreven dat zijn wasbleek gelaat en zijn vermagerd lichaam het bewijs waren van zedeloze uitspattingen. Buiten werden luidkeels vuile liederen over hem gezongen. De pastorie werd bevuild met tekeningen waarop hij zedeloos werd afgebeeld. Soms klonk 's nachts woeste ketelmuziek onder zijn venster...' '

'Wat vindt de lezer er zelf van?', zo sluit Van der Land af. De vraag stellen is haar beantwoorden... Rooms Katholieke devotie rondom 'heiligen' is de onze niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's