Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
Opbouw van de gemeente (3)
En in Hebr. 2 : 4 vinden we ook de ernstige vermaning, dat het Woord der prediking de hoorders geen nut deed, omdat het met het geloof niet gemengd was. Dat werd gezegd in de tijd van het Nieuwe Testament. Als zodanig is er niets nieuws onder de zon. Niet altijd valt het Woord in een wel toebereide aarde. Het Woord ontmoet ook ongeloof, verzet, tegenstand. En toch mogen we geloven in de oogst op de rechte bediening van het Woord. 'Ziet Ik ben met ulieden, al de dagen tot aan de voleinding der wereld' (Matth. 28). Wel zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis: 'De kerk kan kleinen als tot niet gekomen zijn in de ogen der mensen'. Maar dan wordt ook door Gods tegenwoordigheid herinnerd aan de tijd van Elia, toen er zevenduizend waren overgebleven, die de knie voor Baäl niet hadden gebogen.
En toch preken! In 2 Kor. 4 spreekt Paulus over de bediening, die wij hebben naar de barmhartigheid, die ons is geschied. Door openbaring der waarheid wil Paulus zichzelf aangenaam maken bij de gewetens der mensen. Maar hoe? Hij weet dat, hij dit doet in de tegenwoordigheid Gods. Dat bedoelt ook Calvijn als hij zegt, dat prediking is 'de hoorders dagen voor het gericht van God'. De prediking geschiedt in de tegenwoordigheid Gods. 'En indien dan het evangelie bedekt is' zegt Paulus, 'zo is het bedekt in degenen, die verloren gaan; In welke de God dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk de ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is'.
Christusprediking is geen onduidelijke prediking. Maar diegenen, die verloren gaan, hebben de heerlijkheid er niet van gezien. Hun zinnen zijn verblind door de god der eeuw. Daar mogen we ook in onze tijd wel rekening mee houden. De goden der eeuw, de goden van de tijd verblinden mensen opdat ze niet bestraald worden met de verlichting van het Evangelie. Maar toch er zal oogst zijn. In 2 Kor. 4 : 13 lezen we: 'Dewijl wij nu denzelfden Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook'. Hier citeert Paulus Psalm 116 waar ook gezegd wordt 'Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken'.
En Paulus zegt: we hebben dezèlfde Geest van het geloof. Dáárom en zó geloven wij ook. En dáárom èn zo spreken wij ook. Zo is er sprake van het geloof van de kerk der eeuwen. Van patriarchen, van psalmisten en profeten, van evangelisten en apostelen en van mensen van vandaag. We hebben dezelfde Geest des geloofs. En we weten dat Hij, Die de Heere Jezus opgewekt heeft, ook ons door Jezus zal opwekken (vers 14).
G. Zelfonderzoek
Intussen is zelfonderzoek nodig met betrekking tot de stand van het geestelijke leven in de gemeente. Zijn alle aspecten van het geestelijke leven, zoals dat in de Schriften worden verwoord, ook in de gemeente aanwezig? Dan gaat het er niet alleen om of wel het appel tot geloof en bekering wordt gehoord. Ook dat. Maar het gaat er ook om of het doorleidende werk van de Heilige Geest wordt onderkend en gekend in de gemeente. 'Hebt gij de Heilige Geest ontvangen nadat gij geloofd hebt?' vraagt Paulus. Wat betekent dit als de Schriften spreken over de verzegeling met de Heilige Geest der belofte? Dan gaat het om meer dan het komen tot geloof. Maar ook om het vervuld worden met de Heilige Geest. De Heilige Geest, die samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is, maar ook mij is gegeven (Heidelbergse Catechismus Zondag 20).
Is er verder voldoende kennis aangaande Christus in de gemeente? Paulus heeft er van geweten alles schade en drek te achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus. Het gaat dan ook voluit om Christusprediking. Maar dan wel in relatie tot het werk van de Vader en van de Zoon. De Heilige Geest gaat van de Vader en van de Zoon uit. Maar Hij neemt het uit Christus en verkondigt het ons.
Hoe is het verder gesteld met de levensheiliging in de gemeente? We dienen leesbare brieven van Christus te zijn, zegt Paulus. Daar letten jonge mensen ook op. Wat is de voorbeeldwerking van de ouderen?
Is er verder de rechte bewogenheid? Bewogenheid om het heil van de mens. Het gaat ook vandaag in deze moderne tijd om het voorstellen van de twee wegen. De weg tenleve en de weg ten dode. Alles wat algemeen wordt in de gemeente valt onder het oordeel. Juist ook in de bewogenheid omtrent het heil van mensen zal de liefde aan de dag treden.
H. De opbouw van de gemeente
Met betrekking tot de opbouw van de gemeente mag aandacht worden gevraagd voor een aantal concrete zaken. In de eerste plaats ambt en collegialiteit. De ambtsdrager heeft een hoge roeping van Godswege. Hij mag bemiddelen tussen God en de gemeente. Hij is zo geroepen tot opbouw van de gemeente. Maar de opbouw van de gemeente begint dan ook bij de rechte functionering van het ambt.
In artikel 31 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis lezen we dat, ambtsdragers zich niet met onbehoorlijke middelen mogen indringen in de gemeente. Dat is op zich al een waarschuwing voor allerlei wildgroei, die we in dit opzicht ook in onze tijd aantreffen. Daarop kan geen zegen rusten. Daarmee wordt geen gemeente opgebouwd. In het algemeen zal hier overigens toch wel tegen gewaakt worden. Maar verder lezen we, dat ieder in de gemeente de dienaar van het Woord en de ouderlingen van de kerk in het bijzonder achting behoren toe te brengen om het werk wil dat zij doen. En in vrede met hen te zijn, zonder murmurering, twist of tweedracht, zoveel als mogelijk is. Als dit zo gezegd wordt van gemeenteleden t.o.v. de ambten, hoeveel te meer zal dat dan ook niet voor de ambtsdragers zelf onderling moeten gelden. Juist zij zullen in vrede met elkaar zijn, zonder murmurering, twist of tweedracht. Juist ook in het ambt gaat het om de voorbeeldwerking naar de gemeente toe.
Verder wordt in artikel 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis van de ambtsdragers gevraagd, dat ze niet afwijken van hetgeen Christus onze enige Meester heeft geordineerd. 'En daarom verwerpen wij alle menselijke vonden, en alle wetten, die men zou willen invoeren, om God te dienen, en door deze de consciëntien te binden en te dwingen.' Alleen dat mag worden aangenomen hetgeen (we citeren weer letterlijk) 'dienstig is om eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren'. Er ligt een geweldige verantwoordelijkheid bij ambtsdragers als het gaat om de opbouw van de gemeente. Juist zij zijn geroepen tot vrede, eendracht en eenheid. Dat betekent ook, dat het ene ambt niet over het andere ambt zal heersen. Dat betekent ook, dat de kerkeraad een geestelijk college zal zijn.
Kerkeraden zijn als het goed is oefenplaatsen in vroomheid. De vraag mag worden gesteld of het kerkeraadsgesprek wel voldoende functioneert. Ook in kerkeraadsverband zal aan Schriftonderzoek worden gedaan, bijvoorbeeld aan het begin van elke vergadering; niet aan het eind opdat een en ander niet in het gedrang komt vanwege vermoeidheidsverschijnselen of lange kwesties bij de rondvraag. Er zal als het goed is gesprek zijn na de prediking óver de prediking. Wat is een goed consistoriegesprek niet heilzaam voor de dienaren van het Woord, maar ook voor de kerkeraden zelf. Nodig is ook evaluatie van de huisbezoeken, maar ook voorbereiding op specifieke huisbezoeken. Als bekend is in welke moeilijke gezinssituatie het huisbezoek wordt afgelegd, vraagt dit terdege voorbereiding, ook als het gaat om het Schriftgedeelte dat zal worden gelezen.
De vraag mag verder worden gesteld of het onderlinge geestelijke gesprek ook functioneert in de kerkeraad, b.v. rondom het Heilig Avondmaal.
Kortom een kerkeraad is als het goed is een college, waar ook oefening in gemeenschap in woord en daad plaats vindt. In een kerk als de Nedelands Hervormde, die op verschillende plaatsen nog volkskerk is en derhalve door een zekere massaliteit bedreigd wordt, staat zeker ook vaak de collegialiteit van het ambt onder spanning. Geestelijke gemeenschap vraagt ook om oefening.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's