Torenspitsen-Gemeenteflitsen
OPHEUSDEN
Het kerkgebouw van de hervormde gemeente van Opheusden dateert uit de late Middeleeuwen. In de oorlogsjaren werd het kerkgebouw zwaar beschadigd, zodat de gemeente na de oorlog een aantal jaren in een loods gekerkt heeft. In de periode 1948-1952 vond een restauratie plaats. Daarbij werd de toren niet achter, maar naast het kerkgebouw geplaatst.
Opheusden was de laatste gemeente van de Midden-Betuwe, die tot de Reformatie overging. De eerste predikant, die de gereformeerde leer bracht, Huibert Ellerus, was aangesteld door de Staten van Gelderland. Helaas is ten gevolge van het oorlogsgeweld ook een groot deel van het kerkelijk archief verloren gegaan. Tal van gegevens over het kerkelijk en geestelijk leven in de gemeente zijn daardoor verdwenen.
Bekend is, dat ds. J. Schoonderbeek, die de gemeente van 1795 tot 1801 gediend heeft, met zegen heeft gearbeid. In die tijd bloeide ook het gezelschapsleven. Evenals op tal van andere plaatsen in de Hervormde kerk werd in de eerste helft van de negentiende eeuw de gereformeerde prediking niet meer gebracht van de kansel van Opheusden. Ds. O.G. Heldring, predikant te Hemmen en één van de voormannen van het Reveil, schreef in 1846 aan zijn vriend ds. Callenbach te Nijkerk, dat hij de enige predikant in de classis Tiel was, die de prediking van Gods genade in Christus bracht. Dat de gemeente van Opheusden weer een predikant van gereformeerde richting kreeg, is middellijkerwijs te danken geweest aan de invloed van ds. Heldring. In het jaar 1851 verbond ds. J.W. Felix zich aan de gemeente. Landelijk heeft ds. Felix bekendheid gekregen, omdat op zijn initiatief vele werken van oudvaders heruitgegeven werden. Hij werd opgevolgd door ds. A. van Herwaarden. Ds. Van Herwaarden is ongetwijfeld het meest bekend van de predikanten, die de gemeente van Opheusden gediend hebben. De maanden vóór zijn heengaan werd zijn optreden gestempeld door een vurig verlangen naar de wederkomst van Christus. Een paar weken vóór zijn sterven stond hij met zijn oudste zoon Gerrit op de Wageningse berg. Hij vroeg hem: 'Ziet gij wel den toren van de kerk van ons dorp Opheusden, waar wij wonen? Nu, als gij weer op deze berg komt en dien toren ziet, dan zult gij zeggen: Daar is mijn vader gestorven.' Op 29 juli 1855 werd hij tijdens de preek door de bliksem getroffen. Een gedenksteen naast de kansel met de tekst 'Zalig die dienstknecht welken zijn Heer als Hij komt zal vinden doende wat hem bevolen was' herinnert aan deze gebeurtenis, die alom diepe indruk maakte.
In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontstond er in de gemeente een ingrijpend conflict. Tal van factoren speelden daarbij een rol. Niet het minst dat de prediking van de toenmalige predikant ds. Verweij niet voldeed bij een belangrijk deel van de gemeente. Op een gegeven moment liet de kerkvoogdij tegen de wens van de kerkeraad E. Fransen, toen nog oefenaar en later predikant in de Gereformeerde Gemeenten onder het kruis, voorgaan. Het gevolg was dat de hogere kerkelijke organen ingrepen. Het gebeuren leidde zelfs tot processen voor de burgerlijke rechter De uitkomst was, dat de kerkelijke eenheid, die tot dusver bewaard gebleven was, verloren ging. Hoezeer ook bij het optreden van de classis in deze zaak vragen zijn te stellen, feit blijft dat naar het gereformeerde kerkrecht de kerkeraad het opzicht over de gemeente en de prediking heeft. En al gaf de prediking dan weinig voedsel, zij was niet ongereformeerd. In het licht van de artikelen 28 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis was er geen reden, de kerk te verlaten. Dat neemt niet weg, dat onder degenen die gingen, meerdere kinderen Gods waren. Het geestelijk leven in de gemeente kreeg een zware aderlating. De gevolgen daarvan zijn vele tientallen jaren merkbaar geweest.
Degenen, die de hervormde gemeente verlieten, vonden uiteindelijk kerkelijk onderdak bij de Gereformeerde Gemeenten. Tengevolge van de conflicten, die in de jaren vijftig van deze eeuw in de Gereformeerde Gemeenten speelden, verbrokkelde het kerkelijke leven nog meer. De kerkelijke verdeeldheid stempelt het dorp Opheusden. De kerkmuren zijn helaas zeer hoog. Qua kerkgangers is de hervormde gemeente veruit het kleinst van de drie plaatselijke kerken. Daarbij moet wel aangetekend worden, dat de plaatselijke Gereformeerde Gemeente en Gereformeerde Gemeente in Nederland sterk het karakter hebben van streekgemeenten. Voor de hervormde gemeente is dat slechts in zeer geringe mate het geval. De zondagse erediensten worden door zo'n 500 mensen bezocht, terwijl op de doordeweekse bijbellezingen die het hele jaar door gehouden worden, ongeveer 100 mensen aanwezig zijn. 's Zomers komen daar eerder zelfs meer dan minder mensen dan in de wintermaanden. Dat wordt dan wel veroorzaakt door belangstelling van buiten de gemeente. Soms zijn wel zes kerkelijke richtingen vertegenwoordigd. Het is verblijdend, dat er bij alle kerkelijke verdeeldheid zo een eenheid blijkt te zijn rondom de verkondiging van het Evangelie, dat God goddelozen rechtvaardigt om niet.
Ondanks alle stormen, die de hervormde gemeente van Opheusden te verduren heeft gehad, heeft de Heere in haar midden waargemaakt dat Hij nooit laat varen de werken Zijner handen. Hoewel zij in de vorige eeuw een zware aderlating onderging, mocht in deze eeuw ook in haar midden het Evangelie van Gods opzoekende zondaarsliefde weer verkondigd worden. Van de predikanten, die de gemeente voor de Tweede Wereldoorlog hebben gediend, noem ik ds. Japchen en van die daarna ds. Van der End Braat. Ds. J.J. Knap, die van maart tot oktober 1857 in Opheusden stond, klaagde over het verschil tussen leer en leven van vele Opheusdenaren. Die constatering moet helaas nog gemaakt worden. Ook het grote verschil tussen het zondagse en doordeweekse bezoek van de samenkomsten van de gemeente is een symptoom. Het mag echter niet ontkend worden, dat de Heere in Opheusden werkt. Het verlangen en de bede is, dat datgene wat nu nog maar een wolkje is als eens mans hand tot een stortregen mag worden. De taak van Gods dienstknechten is om te wijzen op de heiligheid van God, de lieflijkheid van Christus als de enige en volkomen Zaligmaker te verkondigen en de vruchten van de Heilige Geest aan de orde te stellen, opdat mensen zich kunnen toetsen of zij overgegaan zijn uit de duisternis in Gods wonderbare licht. Elke dienstknecht van Christus verlangt naar vrucht, maar uiteindelijk is dat Gods zaak en niet de onze. Trouwens, alleen God kan onfeilbaar beoordelen, wat het Woord uitwerkt. Wij kunnen over het hoofd zien, waar God in gunst op neerziet en erbij rekenen wat bij God niet bekend is. Wat het Woord uiteindelijk heeft nagelaten, zal pas blijken op de jongste dag. Tot de jongste dag geldt: 'Predikt het Woord, houd aan tijdelijk, ontijdelijk'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's