Prediking en kontekst (5)
Wij komen nu nog weer terug op het feit, dat het in het echte geloofsleven draait om de rechtvaardiging, maar dat het gaat om de heiligmaking, als gáve, opgáve. Ik vraag mij af, of wij dit juist in onze huidige situatie niet moeten bagatelliseren. Wij hadden het reeds over die situatie. Kerk en christen-zijn worden almeer in de samenleving aan de kant geschoven. Ook de Heere God! En dan zegt men 'God is weg'. Wordt met dat al de Heilige Geest niet bijzonder bedroefd? En – hier ligt onzerzijds een groot stuk schuld. Hoelang heeft de Heere God reeds onder ons met Zijn Woord en Geest gearbeid. Toch niet zonder zegen. Nog is Hij niet geweken. Daarvan zijn er nog de bewijzen. Bij ouderen èn jongeren.
Weer zeggen wij: wat is juist nu het gebed om de doorwerking van de Geest dringend nodig. Die brengt nog tot oprechte schuldbelijdenis, maar maakt nog vooral plaats voor Christus en het door Deze verworven heil. Moet dit gebed juist nu rondom en in de prediking niet een grote plaats hebben? Echter, hierbij mag wel opgemerkt worden: de cultuursituatie waarin wij nu leven – 'na-christelijk' – is een andere dan waarin de eerste christenen leefden. Die was 'vóór-christelijk'. Maar, hóe breidde de Heere God tóen Zijn gemeente bijzonder uit. Allereerst door de rechte verkondiging van het Woord, maar ook omdat de christenen toen duidelijk toonden, dat zij van een Ander – Christus – en daarom ook zelf ánders waren. Daarin volhardden zij, tot in de dood. En dat werkte overwinnend.
Ligt hierin – al is onze situatie nu anders – toch voor ons niet een leerzame les?
Hoe nodig is nu, dat in de prediking het ontdekkende element – en dat concreet – niet onbreekt! Ditzelfdegeldt ook van de rechtvaardiging van de goddeloze alleen door het geloof in Christus. Maar moet juist nu ook niet nadruk gelegd worden op de noodzaak en inhoud van de heiligmaking? Niet in de zin van een oppervlakkig activisme. Dat gevaar dreigt!
Maar echt als openbaring van dat van die Ander, Christus, en daarom zélf ook anders zijn! En dit dan concreet. Hebben juist de jongeren hier niet hun vragen en moeiten? De brieven van de apostelen kunnen ons hier de weg wijzen. Wel treffen wij het soms dan aan, dat door hen de toepassing van de geboden Gods in een bepaalde vorm gegoten wordt, gezien de cultuursituatie, waarin zij en de gemeente toen verkeerden. Ik denk hier b.v. aan de eerste brief van Petrus. Nu kan, gezien de situatie waarin wij thans verkeren, deze vorm heel anders zijn. Maar dan mogen de eigenlijke kern en bedoeling niet verdraaid of verzwakt worden.
Dit 'andere' leven zal zeker in onze tijd bestreden worden. Welke offers zal het nog vragen? Maar het gaat hier om de toch heilzame rechten van onze Koning. En zou de Heere God, Die in de eerste christengemeente in haar situatie dit rijk zegende dit in onze situatie nog niet kunnen en willen doen?
Israël
Mogen wij hier aan nog iets anders denken? Door wat in en na de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, is onze aandacht al sterker gericht op het handelen van de Heere God met Israël. Hier gaat het niet alleen om de terugkeer van dit volk naar het land der vaderen, doch vooral ook om de bekering tot en het gelovig aanvaarden van de Christus – ook als hun Heiland en Heere. Hoe loopt Gods weg daarheen?
Paulus schrijft in de Romeinenbrief over een 'verborgenheid Gods'. Door de verharding van Israël – globaal genomen – is het Evangelie gegaan naar de heidenen, niet zonder zegen. Hoe zal Israël nu komen tot die bekering en tot geloof in Christus als hun Heiland en Heere? Dat zal een bijzonder werk Gods zijn. Maar zo schrijft Paulus, zij zullen daarbij tot jaloersheid verwekt moeten worden door hen, bij wie het duidelijk blijkt, dat hen barmhartigheid is bewezen.
Maakt dit, wat wij vlak hiervoor benadrukten, nog niet des te klemmender voor ons, ook in de prediking nu?
Landen
Nog eens, de preek moet landen. Soms mag – moet – de kontekst de situatie bijzonder van invloed zijn op de inhoud daarvan, op de tekstkeuze. B.v. op de kerkelijke feestdagen en op andere bijzondere gedenkdagen.
En wij hebben als predikers te bedenken, dat daar mensen onder ons gehoor zijn, die staan in de stormen van het volle leven, en bejaarden in hun beperkingen en vereenzaming. Daar zijn toch ook nog de jongeren, die in onze cultuursituatie zitten met nieuwe vragen, op ethisch en sociaal gebied en daarop zo veel mogelijk concrete antwoorden willen hebben. Op meerderen van hen hebben ook de evangelische stromingen aantrekkingskracht. Vanwege een bepaalde uitstraling van blijdschap en zekerheid des geloofs, die zij in onze kringen vaak missen of menen te missen. Doch die in die evangelische stromingen dikwijls de noodzakelijke diepte mist. En waarbij het geloven toch vaak te éénzijdig als keuze en daad van de mens wordt geponeerd.
Onderscheiden
Daar is niet alleen de onderscheiden sociale gesteldheid, maar ook het verschil in geestelijke ligging in de gemeenten. Dit kan en moet soms eveneens van invloed zijn op de inhoud van de preek, op de toepassing van de tekst.
Wij hebben allen dezelfde Boodschap van het heil des Heeren nodig. Toch zijn die onderscheidingen niet zonder betekenis.
Er zijn mensen – en dit is vaak in de jaren zo gegroeid – die meer of minder rationeel – verstandelijk – zijn ingesteld. In het Noorden van ons land. Anderen zijn meer piëtistisch 'mystiek' ingesteld. In de omgeving van Rijssen, in andere gedeelten van Overijssel, op de Veluwe, in het midden van ons land, op de eilanden. Daar is toch ook nog her en der de nawerking van de Nadere Reformatie. Sommigen zijn meer intellectualistisch of zakelijk ingesteld, anderen meer 'ingekeerd'.
Dit kan door verhuizingen enz. wat door elkaar lopen. Maar die onderscheidingen zijn er. Uit eigen ervaring weet ik, dat toch de geestelijke ligging en ondergrond van b.v. De Bilt en Dordrecht en van Amersfoort en Woerden, in zekere mate verschillend waren. Als herders der gemeente hebben wij de schapen van de kudde ook in dit opzicht te kennen. Door studie en vooral door persoonlijk kontakt en onze pastorale arbeid, luisteren, spreken in de gemeenten.
Nu kunnen zich in die verschillende stromingen éénzijdigheden voordoen, die zelfs tot onjuistheden en dwalingen kunnen leiden. Wat betreft het heil des Heeren zelf en wat betreft de wijze waarop men daaraan deelkrijgt. Men kan daardoor dwalen, verdwalen, zichzelf bedriegen. Of zichzelf, wat betreft dat deelkrijgen in de wegstaan. De kennis van de zonde kan veroppervlakkigd worden. Of juist tot een obstakel worden om te komen tot een leven uit het heil des Heeren. De genade wordt een goedkope genade en de Wet verliest haar ontdekkende en veroordelende funktie. Het leven in het heil des Heeren verwordt tot een oppervlakkig activisme. Geloven 'wordt ingeruild voor bevinden'. Wel is het echte geloofsleven niet zonder bevinding, maar dat kan daarin toch nooit haar zekerheid en grond vinden. De uitverkiezing wordt een barrière op de weg naar het delen in het heil des Heeren. In plaats van de laatste en diepste grond van de zekerheid van dat heil en van het delen daarin. Tot wondere troost en kracht tot volharding in de strijd des geloofs. Hiertegenover mag de prediking niet vervallen uit reactie in andere éénzijdigheden en excessen. Hier is veel wijsheid en vragen daarom nodig.
Ook een graven in de Schrift, in haar Boodschap, die vele aspecten heeft. En dit met voortdurend gebed, dat wij zelf als pastores ook onze eigen eenzijdigheden en obstakels goed mogen doorhebben en bestrijden.
Een persoonlijke ervaring moge hier nog volgen. In mijn eerste gemeente woonden vele liberalen. Van dezen kwamen er nog in de kerk. Zonder moeite én terwijl hun leven daarmee niet in overeenstemming was, kwamen zij ook aan het avondmaal. Bewust legde ik in de prediking extra nadruk op de noodzaak en inhoud van de zelfbeproeving. Een vrouw, die echt bezig was met wat tot Gods eer en tot haar zaligheid nodig was, zei toen eerst: 'Nu durf ik nog minder aan te gaan'. Hier bleef over trouwe pastorale zorg en gebed. Van die liberalen bleven er helaas later weg uit de kerk. Anderen bleven komen en méér dan at. Er begon zich in hun leven een verandering te voltrekken. En na enige tijd nam die vrouw deel aan het avondmaal. Daarom was er vreugde bij meerderen.
Vanuit de tekst
De preek en de kontekst. De situatie mag – kan – dus soms de tekstkeuze en de inhoud van de preek bijzonder beïnvloeden. Maar in heel andere zin moet er de beweging zijn van de tekst en het tekstverband, de situatie daarin getekend, naar de hoorders in hun situatie. Doorslaggevend blijft, dat wij komen van Godswege met de bijbelse Boodschap des heils. Wat dat inhoudt en hóe dát gestalte wil krijgen in ons hart en concrete bestaan. Van bijzonder gewicht is hier dus ook onze persoonlijke relatie met onze Zender en tot de Schrift, Zijn Woord, dat de Geest op geheel enige wijze in actie brengt en actueel maakt. Dit vraagt immers intieme omgang met de Heere en voortdurend biddend graven in de Schrift, de goudmijn, waaruit de schatten moeten worden opgedolven. Wat eist het vinden, van de tekst, de uitleg en toepassing daarvan naar de hoorders toe veel aandacht en tijd. Soms tot in de nacht. Daarin waakte Jezus ook wel. Of reeds in de vroege morgen.
Op een zaterdag vroeg iemand de vijandige domineesvrouw Betje Wolff, of haar man te spreken was. Zij antwoordde: 'Mijn man is op zaterdag de gehele dag onzichtbaar, om 's zondags onverstaanbaar te zijn'. Dit moge in ons leven en werken een leugen zijn.
Hoe komen wij aan de tekst 'hoe valt' te preek? Wij weten hier toch van wondere verrassingen en zegenrijke ervaringen. Het valt niet mee om de Boodschap des heils op Gods gezag te verkondigen. Toch is het een 'rijk' iets. Ook in onze huidige situatie. Veel hebben wij tegen. Maar wij doen dit onder rijke beloften van de Heere God zelf. Zo mogen wij in Zijn Naam de sleutelmarkt aan de poort van Zijn Koninkrijk uitoefenen. Dit is een werk onder het gewicht van de eeuwigheid. Wij horen de verhoogde Christus zeggen: 'Ik heb de sleutel Davids. Ik open en niemand sluit. Ik sluit en niemand opent'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's