Boekbespreking
Dr. M.J. Mulder, Hooglied, Een praktische bijbelverklaring, tekst en toelichting onder redactie van prof. dr. A.S. van der Woude, dr. C.J. den Heijer en dr. W. van der Meer, 77 blz., ƒ 18,50, uitgeversmaatschappij J.H. Kok, Kampen, 1991.
Professor Mulder begint dit deeltje uit de inmiddels bekende serie Tekst en toelichting met een korte bespreking van de zgn. inleidingsvragen. Het Hooglied is een van de vijf Feestrollen en wordt in de synagoge gelezen op het Paasfeest. Het opschrift in 1 : 1 kan men ook vertalen met 'voor Salomo'. Wie in werkelijkheid de schrijver of schrijvers van dit bijbelboek zijn geweest is totaal onbekend. Ook de tijd van ontstaan is moeilijk vast te stellen. De liederen zijn 'pro faan', d.i. 'buiten het heiligdom' in de huiselijke kring gebruikt. Ze zouden kunnen stammen uit een gemengde Noordisraëlitische en Kanaänitische traditie. De canoniciteit was aan het begin van onze jaartelling nog omstreden. Dat het boek toch een plaats heeft gekregen in de Hebreeuwse Bijbel is vooral te danken aan het optreden van rabbi Aqiba. Hij gaf van het Hooglied een allegorische verklaring. Hetzelfde vinden we in een oude Aramese vertaling, de targoem op het Hooglied. De liederen van bruid en bruidegom weerspiegelen de geschiedenis van Israël sinds de uittocht uit Egypte tot de komst van het messiaanse rijk. In de vroegchristelijke kerk wordt deze lijn doorgetrokken. Origenes ziet in de liefde van bruid en bruidegom het beeld van de liefde tussen de gemeente en haar Heere. Dat doen ook de Kanttekenaren van onze Statenvertaling (men leze daar de prachtige inleiding nog eens op na). De schrijver kiest voor wat hij noemt een 'natuurlijke' verklaring: een folkloristische liederencyclus uit oude tijden op de 'gewone' liefde (75). Deze 'kijkrichting' (18) bepaalt de sfeer van de vertaling met de daarop gegeven toelichting. Het is zeker de moeite waard daar kennis van te nemen als het gaat om bijbelse parallellen, details van historische en geografische aard, enz. Toch bevredigt deze benadering niet. Of de schrijver dat zelf ook zo aanvoelt? In het slothoofdstuk over de betekenis van het Hooglied voor onze tijd zegt hij met zoveel woorden dat de kerk de allegorische uitleg niet geheel en al zal kunnen en mogen verwerpen (75). Daarin heeft hij volkomen gelijk. AI in het Oude Testament maakt God Zelf het huwelijk tot een allegorie van het verbond. Bij de profeten Hosea en Ezechiël treft men daarvan aangrijpende voorbeelden aan. We denken daarbij ook aan Psalm 45. Door het Hooglied allegorisch te verklaren heeft de kerk aan dit bijbelboek geen toegevoegde waarde willen verlenen maar juist geprobeerd deze Feestrol (megilla) naar waarde te schatten. Heeft men dat in het vroege Jodendom ook al niet zo aangevoeld door de lezing van het Hooglied een plaats te geven op het Paasfeest en wijst de targoem op het Hooglied niet in dezelfde richting?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's