De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Rumoer rond een bestseller
In de kerkelijke pers van de voorbije maanden is de nodige aandacht geschonken aan de laatste pennevrucht van prof. dr. H.M. Kuitert 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Een herziening'. Wekenlang staat het al nummer 1 in de VN-top-10-non-fictie, wat een indicatie is van het aantal verkochte exemplaren. We willen in dit persoverzicht een beknopte selectie aanreiken van opmerkingen en veelal kritische kanttekeningen bij deze publicatie van Kuitert. In De Reformatie vanaf 20 juni 1992 heeft prof. dr. J. Douma in een viertal artikelen grondig en fundamenteel aandacht geschonken aan Kuiterts opvattingen. Prof. Douma gaat aan het begin van zijn artikelen in op Kuiterts heftige reacties op de kritiek, die vanuit bepaalde hoek op zijn boek is geleverd, onder andere in het dagblad Trouw.

In die reactie viel mij iets op, wat mij ook al getroffen had in een interview in NRC Handelsblad (van 4 mei jl.): In Kuiterts ogen demonstreren mensen als prof. dr. W.H. Velema, die fel tegen zijn nieuwste boek ingaan, 'grote onzekerheid omtrent hun eigen geloof, onzekerheid over hun eigen zekerheid'. Dat is voorwaar geen kleinigheid! Kuitert schrijft een boek waarin hij de belangrijkste onderdelen van het christelijk geloof aan de orde stelt. En ziedaar, de invloed van het boek is zelfs zo groot, dat gereformeerde theologen die hem scherp bestrijden, zichzelf in hun hemd zetten. Het lijkt alsof ze nog zeker zijn van hun eigen zaak, maar de felle manier waarop ze Kuitert aanpakken, is juist een bewijs van hun onzekerheid. Dat is wel heel opvallend wanneer we in rekening brengen, dat iemand als Velema samen met zijn Apeldoornse collega J. van Genderen, kort na Kuiterts publikatie ook een boek liet verschijnen, namelijk Beknopte gereformeerde dogmatiek. Daarin heb ik van enige twijfel aan de waarheid van het in het Apostolicum beleden geloof niets bespeurd.
Over twijfel gesproken: Ik hoor bij die mensen die gereformeerd heten en het ook nog van harte willen blijven. Kuitert kan zich geen mensen voorstellen, die niet, althans bij momenten, verscheurd worden door twijfel (167). Ik weet ook wat twijfelen is, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik er nog nooit door verscheurd werd. Ook niet toen ik het boek van Kuitert aan het lezen was. Toen ik het boek uit had, had ik, zoals elke lezer wel moet hebben, bewondering voor de helderheid en voor het taalvermogen van de schrijver, evenals voor verschillende opmerkingen die hij in het korte bestek van driehonderd bladzijden maakt over het christelijk geloof. Maar ik moet erbij zeggen dat ik geen enkele bewondering kon opbrengen voor de hoofdlijn van zijn betoog. Hij bestrijdt, zoals we zullen zien, tal van zaken, die voor het christelijk geloof naar mijn overtuiging onopgeefbaar zijn.
Ik ben dus duidelijk geen twijfelaar geworden aan de waarheid, sinds ik in een van de gereformeerde kerken belijdenis van mijn geloof heb afgelegd. Ik heb dat geloof nog lief nadat ik dertig jaar predikant en hoogleraar ben geweest. Dat lijkt niet erg modern, zeker niet als het nieuwe boek van Kuitert onder de titel 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof door veel lezers eigentijds gevonden wordt, juist omdat zij tot hun bevrijding merken, dat het allemaal niet zo vast en zeker hoeft te zijn als hun vroeger geleerd werd. Kuitert, die zelf ook jarenlang 'in de zekerheid des geloofs' verkeerd heeft, zoals hijzelf schrijft (13), is hun gids.

Prof. Douma stelt vervolgens, dat de titel van Kuiterts boek misleidend is.

Wie echter mocht denken dat Kuitert een door twijfel aangevreten schrijver is, tegenover de gereformeerde mensen die hem bestrijden en zo zeker zijn, of in elk geval doen alsof, vergist zich. Zo ligt de tegenstelling niet. Wat er allemaal aan dit en andere boeken van Kuitert voorafgegaan is, kan ik laten rusten, omdat we nu met Het algemeen betwijfeld christelijk geloof te maken hebben. Maar dit boek zelf is niet het produkt van een tastende geleerde, die nog weifelend aangeeft of het misschien zus of misschien zo is. Nee, Kuiterts boek biedt een theologie waarin op tal van punten met opvallende stelligheid ondubbelzinnig wordt afgerekend met de eens beleden waarheid. Hier is niet slechts twijfel aan de vroegere zekerheid; hier staat een nieuwe zekerheid tegenover de oude. De titel dekt het boek niet voorzover ze op Kuitert zelf zou moeten slaan. Kuitert betwijfelt het christelijk geloof zoals het verwoord ligt in de Twaalf Artikelen niet, hij bestrijdt het. En dat met een zekerheid die minstens de zekerheid van zijn tegenstanders evenaart.

Verhelderend is het, hoe prof. Douma op een rij zet, wat prof. Kuitert allemaal beweert en hoe hij het algemeen christelijk geloof van de Kerk der eeuwen herinterpreteert.

– Het is volgens Kuitert niet waar, dat er eerst een goede schepping was en dat daarna de zondeval kwam (72, 119).
– De leer van de 'erfzonde' is onzin (89).
– De leer van de twee naturen van Christus (Hij is God en mens), is een doorgeschoten theologie (136).
– De leer van de vleeswording van Christus is een mislukt denkmodel, goed bedoeld, maar niet geslaagd (138v).
– De maagdelijke geboorte is een 'logische legende', evenals de hemelvaart van Christus (169).
Wij zeggen wel dat Christus aan het kruis ons met God verzoend heeft; maar we moeten daaruit niet opmaken 'dat Jezus reeds de christelijke leer kende en hangend aan het kruis aan de zondaars dacht, die hij met Zijn offer zou redden' (151).
– De opstanding van Jezus betekent niet dat een lijk weer levend werd. Volgens Kuitert is die voorstelling in de Paasverhalen terechtgekomen naar analogie van het verhaal van Lazarus' opstanding. Jezus is Lazarus niet. Hij wordt niet 'weer levend', maar staat op uit de doden. 'Dat is iets anders, iets onvergelijkbaar anders' (165). 'Onvergelijkbaar anders' in de ogen van Kuitert, maar naar het mij toelijkt niet in die van bijbelschrijvers, die van Jezus zeggen dat Hij dood is geweest en weer levend is geworden (Openb. 1 : 8; Rom. 6; 1 Cor. 15 : 22v).
– De wederkomst van Christus en het Laatste Oordeel vallen bij Kuitert beide weg, terwijl overblijft het oordeel na onze dood voor de vierschaar van de Rechter. 'Dat is voor ons het moment van het Laatste Oordeel'. Voor Kuitert is 'mijn einde het einde' (176vv, 236).
– Het is teveel gevraagd om de 'onbegrepen, onbegrijpelijke en onvoorstelbare' geloofsvoorstelling van de Drieëenheid te blijven accepteren (180).
– De gereformeerde leer omtrent de uitverkiezing is 'klinkklare onzin' (186).
– Zendelingen zijn geen vertegenwoordigers die de waarheid komen brengen aan onwetenden. Zending en missie komen precies zo kwetsbaar in het vreemde land als de vreemden in ons land. We moeten onze eigen waarheid ter discussie stellen (214v).
– De klassiek-gereformeerde beschouwing van de bijbel deugt niet. 'Weg ermee, dat is het enige dat ik kan zeggen... De inhoud van de bijbel maakt het boek belangrijk en niet omgekeerd, het is niet zo dat wat erin staat belangrijk is omdat het in de bijbel staat' (294v).
Wie dergelijke beweringen leest, die ik ze hier heb doorgegeven, moet erkennen dat Kuitert ons aardig secuur weet te vertellen hoe het allemaal zit en allemaal moet. Laat er daarom geen misverstand bestaan over de zekerheid, waarin met oude zekerheden wordt afgerekend.

Nu begrijp ik, dat een lezer vraagt: hoe komt de hooggeleerde Kuitert tot deze ingrijpende revisie van het christelijk geloof? Prof. Douma citeert dan Kuiterts grondstelling: Alles wat wij over boven zeggen, komt van beneden. Wat betekent dat?

Het betekent dat wij christenen, evenals de mohammedanen of mensen uit andere religies ons een voorstelling van God construeren. Alle mensen 'scheppen' zich een voorstelling van God naar het beeld dat zij van zichzelf en hun wereld hebben (23). Wij 'verzinnen' de terminologie, wij 'schrijven dingen toe' aan God; de volgelingen van Jezus hebben het verhaal omtrent Jezus 'ingekleed' als heilsboodschap, elk op eigen manier. Het christendom stamt niet van Jezus. 'Hij is niet de eerste christen en het is onzin om van zijn "christendom" te spreken. Het christendom stamt van Paulus, die – met de andere apostelen – Jezus heeft uitgelegd" (52, 58, 145, 228).
Met dat verzinnen, toeschrijven, inkleden en uitleggen doen we hetzelfde als de andere religies met hun mythen, geloofsvoorstellingen, rituelen en gedragscodes. Het christendom is een godsdienst onder godsdiensten. De verwantschap bestaat in het 'onomstotelijk gegeven dat alle geloofsvoorstellingen van God en zijn heil "van beneden" zijn, ook de christelijke'.

Hier staan Kuitert en zijn gereformeerde bestrijders lijnrecht tegenover elkaar, aldus prof. Douma terecht.

Hier staat Kuiterts axioma tegenover het axioma van het algemeen en christelijk geloof dat zich alleen maar 'ongetwijfeld' noemt, omdat het zich beroept op Gods unieke openbaring. Het gelooft in het spreken van God 'vele malen en op vele wijzen' via profeten en via de Zoon 'in het laatste der dagen' (Hebr. 1 : 1). Vandaar dat niet alles wat wij over boven zeggen, van beneden is. Niet wij alleen hebben gesproken. God heeft dat eerst gedaan, zodat daarna profeten en apostelen gingen spreken.
Het lijkt wel alsof God bij Kuitert alles kan, behalve spreken. 'De Schepper die het oor plantte, hoort ook zelf. Hoe vreemd zou het zijn als het anders was' (67). Van harte mee eens! Maar hoe vreemd zou het zijn dat Hij, die ons een mond gaf, zelf niet spreekt. Toch is dat in het modernistisch gesloten wereldbeeld van Kuitert blijkbaar niet meer mogelijk. God die met eigen vingers de Tien Geboden op twee tafels heeft geschreven, zijn woord via engelen of mensen aan ons heeft doorgegeven, zijn Zoon heeft gegeven om ons God te leren kennen – het heeft allemaal geen plaats meer in het christelijk geloof bij Kuitert.

Openbaring en ervaring
In het Reformatorisch opinieblad Koers van 17 april 1992 ging de Nederlands Gereformeerde predikant W. Smouter ook in op Kuiterts boek. Hij merkt op, dat Kuiterts streven achter zijn radicaal andere bijbelvisie is een poging om de massale afval van het geloof en de leegloop van de kerken te stuiten door een bijbel- en geloofsvisie te presenteren, die zuiver redelijk is en in het geheel geen gezag aan mensen wil opleggen. Want straks, aldus Kuitert. wil geen hond de verhalen van de bijbel meer lezen.

Ik moet maar steeds denken aan Aäron bij de berg Horeb. Die hoorde het geroep van de mensen die net zo'n god wilden als de volkeren; zo een die je voor je uit kunt dragen. Aäron moet de schrik om het hart geslagen zijn: straks zijn we ze helemáál kwijt! Vandaar dat hij meehielp een kalf te bouwen, zoals iedereen nu eenmaal wilde. Alleen riep hij er wel bij: 'Morgen is er een feest voor de Heere!' (Ex. 32 : 5), in de waan dat hij de zaak met deze omduiding kon redden.
Hoe het zij, deze methode zal nooit werken. Wie de Bijbel ooit als gezaghebbend heeft leren lezen en daar nu genoeg van heeft, zal in deze ombuiging misschien (tijdelijk) iets zien. Maar een volgende generatie, grootgebracht bij het idee dat de Bijbel slechts een bundel menselijke ervaringen is, zal liever ervaringen uitwisselen met de buurvrouw dan de verhalen van de Bijbel te lezen. Waarom? Omdat iedere bladzij van de Bijbel voor de onbevangen lezer doortrokken is van de aanspraak op goddelijk gezag. Jezus claimt de Zoon van God te zijn en dat is òf waar, òf knap ergerlijk. Paulus noemt zich een geroepen apostel, die het woord van de Heere doorgeeft en de profeten zeggen om de andere zin 'Zo spreekt de Heere'. Dat leent zich minder voor een ongedwongen uitwisseling van Godservaringen.

Zal de poging van Kuitert werkelijk helpen bij het indammen van de dijkdoorbraak van de secularisatie onder ons volk door zulk een redelijke visie te bieden?

Maar de leer die hij brengt is een breuk met die traditie en zal de secularisatie niet afremmen, maar hoogstens verzachten. Deze breuk ligt op het punt van het aanvaarden van de Bijbel als een woord van boven dat aan al ons zoeken naar God voorafgaat. Jezus sprak over de Schriften als Gods woord, de vroege kerk bleef volharden bij het onderwijs der apostelen, de apostelen zelf beleden dat Gods woord levend en krachtig is en scherper dan enig tweesnijdend zwaard. De kerk werd gebouwd op het fundament van apostelen en profeten en kan alleen zó pijler en fundament der waarheid zijn. Een woord dat van boven komt en de wereld beneden doorlicht – dàt is in geen andere winkel te koop. En alleen voor wie naar dit woord spreekt, is er dageraad.

Een spookschip
Mij viel verder op hoe in Woord en dienst van 16 mei 1992 dr. A.A. Spijkerboer in zijn conclusie over Kuiterts boek uiterst negatief is vanwege de tweeslachtigheid, die het heeft.

De tweeslachtigheid van Kuiterts boek komt hieruit voort, dat hij aan de ene kant weigert vanuit Gods openbaring in Jezus Christus te denken en er aan de andere kant als een in de christelijke traditie staande theoloog niet aan ontkomt om dat wèl te doen.
Hoe zou Kuiterts boek eruit gezien hebben als hij zich in alle hoofdstukken op Gods openbaring in Jezus Christus had gericht? Het zou dan geleken hebben op een wendbare en uiterst slagvaardige kruiser. Maar nu lijkt het meer op een spookschip, dat nu eens vlakbij en dan weer spoorloos verdwenen is.

Tenslotte, in het blad Opbouw, officieel orgaan van de Nederlands Gereformeerden, heeft drs. H. de Jong een zestal artikelen gewijd aan Kuiterts nieuwste boek'. Zijn artikelen vallen op door de positieve benadering van de inhoud van Kuiterts stellingen. Ze zijn thetisch van aard en missen op veel punten diepgaande kritische stellingnamen. Zo kun je uiteraard ook een boek lezen. Al blijft de vraag staan, of je je lezers in een voorlichting gevend blad, stoelend op de gereformeerde confessie, niet grondi­ger op het ketterse aspect van een boek als dat van Kuitert moet wijzen. Mij gaat het hier ter afsluiting van dit beknopte overzicht van reacties, om wat drs. De Jong aan het begin van zijn slotartikel schrijft.

'De hemel beware ons – heeft reformatorisch Nederland niets beters in huis?' moet de Hervormde predikant drs. C. Blenk uit Amsterdam over Kuiterts boek(en) gezegd hebben op een spreekbeurt in Nijkerk. Stoere taal! Een beetje lossig voor een Bonder, dat wel, maar toch kloek. Even later zegt hij: 'We moeten opnieuw leren hoe het evangelie in deze tijd gebracht moet worden' en 'We hebben een diepe kultuuranalyse nodig'. Dat verraadt toch, zou je zeggen, enige verlegenheid. Hoe kan een mens in verlegenheid dan zo krachtig van zich afpraten als het gaat om een poging de bijbelse boodschap voor onze tijd te vertolken? Een poging die niet eens helemaal ongeslaagd genoemd kan worden, gezien de verkoopcijfers van Kuiterts boek. 'Maar dat zo'n boek zo'n hoge vlucht neemt, dat is nu juist het verderfelijke', hoor je dan weer een ander zeggen. Maar als dat waar is, waarom scoort Wiersinga die met zijn boek veel en veel verder gaat (veel te ver, mijns inziens) dan niet evenredig hoger? Zou het toch niet kunnen zijn dat er onder de massa's kerkverlaters in ons land velen zijn, die niet meer onder 'ons' Woord komen, omdat hun honger door ons niet gestild wordt (hoezeer we ook ons best doen), maar die nu gretig grijpen naar Kuiterts boek, omdat het, hoe dan ook maar in ieder geval op religieus-herkenbare wijze, op vragen ingaat, waar ze mee zitten? Dat ds. Blenk die ik als een bescheiden mens ken tegenover Kuitert zo hoog van de toren blaast, heeft denk ik toch meer te maken met Gereformeerden-haat, die Bonders nog wel eens wil ontsieren. Hoe dat verder ook zij. we kunnen ons met machtswoorden van Kuitert niet afmaken.
'Zoals de man is, is zijn kracht', houdt zelfs de wereld ons voor (Richteren 8 : 21).

Het spijt me, maar het komt op mij uiterst goedkoop over om de opmerkingen van ds. Blenk te interpreteren vanuit Gereformeerden-haat die Bonders nogal eens parten speelt. Wie in het dagblad Trouw van 20 mei 1992 leest hoe hautain Kuitert zelf afrekent met mensen, die hem durven weerspreken, dan is het voor mij de vraag wie er machtswoorden spreekt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's