Torenspitsen-Gemeenteflitsen
PUTTEN
Een gewone Gemeente?
Putten – soms met de nadere aanduiding: op de Veluwe. De kerkelijke Gemeente maakte oulings deel uit van de 'Classis inferioris Velaviae' (= Neder-Veluwe). Thans (vermoedelijk nog tot 1-1-'92) behoort zij tot de classis Harderwijk.
Het oudste acta-boek van de kerkeraad beslaat de jaren 1595-1708, met helaas flinke hiaten, althans grote tussenpozen waarvan geen aantekeningen zijn. Dit actenboek opent met het citeren van een negental artikelen voor kerkelijke discipline. Dan volgt een kort verslag van de gang van zaken vanaf 1595:
'Aenvanck en voortganck van den Gereformeerde Kerkckedienst, en der Gereformeerde Predicanten tot Putten sedert den jaere 1595':
Op verzoek van de classis Neder-Veluwe, gedaan op 15 juli 1595, is aan 'den ouden paepschen pastoor Wilhelmus de Wese' in 1596 door het hof te Arnhem 'den predickstool tot Putten' verboden. 'Soo is't dat daer op den kerckendienst aldaer door de nabuyrige predicanten eenigen tijtlanck waergenomen sijnde, eyndelick in den jaere 1597 tot een predicant beroepen D. Petrus Kintzius, welkcke oock aldaer in het volgend jaer 1598 door den presidem des classis in den dienst is bevesticht geworden'.
Was ds. Kintzius – gekomen van Rheden (en niet als candidaat bevestigd, zoals het predikantenbord abusievelijk aangeeft!) – de eerste predikant na de Reformatie, ds. W.G. Hulsman bracht het totaal met zijn overkomst in 1989 op het getal 50.
De foto geeft een detail te zien van de 'Oude Kerk'. Deze benaming is reeds eeuwen zo'n begrip, dat zelfs velen in Putten niet weten, dat de oude dorpskerk nauw is verbonden geweest met de heilige Pancratius. In de kerk van Rome is het van oudsher gebruik, dat kerkgebouwen gewijd worden aan een patroonheilige, van wie de bijzondere voorspraak en bescherming wordt verwacht. Dat gold ook onze dorpskerk, waarvan het bakstenen gedeelte van voor de Reformatie stamt. Zo was dan de Oude Kerk voor de Reformatie aan de bescherming van Sint Pancratius aanbevolen – zo ook met name de kerk van Brummen. Pancratius was familieheilige van het gravengeslacht van Hameland in de 10e eeuw. Aangenomen mag worden dat de kerk, evenals die van Brummen, omstreeks 940 is gesticht en behoort tot de oer-parochies van de Veluwe (Arnhem, Voorst, Renkum, Ermelo, Putten).
Voor 1943, het jaar waarin de Duitsers tal van klokken uit onze torens roofden, hingen in de toren drie klokken.
In de in 1601 in de toren aangebrachte luidklok heeft ds. Kintzius als opschrift laten plaatsen: 'Vrede geeft Heer in onse daghen des oorlogsplagen wil afschutten en laat Uw Woort Rein uit die Fontein des levens Putten'. De woordspeling (die overigens ook ds. Joh. Fontanus (1545-1615) te Arnhem betrof) zal niemand ontgaan. Op kosten van een plaatselijke bank werd in 1927 deze kerkklok uit 1601 hergoten.
Ter vervanging van de door de Duitsers geroofde klok, werd een nieuwe klok aangebracht met het opschrift uit 1601.
De oude kleine klok (15 eeuw) – 'de bengel' – verdween ook, maar werd niet vervangen. Het opschrift luidde: 'ic heet pancratius en bid got, dat hy den landen behoeden mot in donren en onweren, opdat si hem mit got opbueren'. De oudste klok (14e eeuw), die ouder is dan de toren zelf bleef in de tweede Wereldoorlog gespaard. Haar opschrift luidt: 'jhesus + maria + sante pancraes + katerina'.
Niet ongenoemd mag blijven de naam van ds. C.B. Holland (1878-1948), die van 19 april 1931 tot 1 mei 1944 de Gemeente diende. Hij vervulde een belangrijke rol tijdens de razzia op 1 en 2 oktober 1944. zijn toespraak tot de mannen van Putten gevangen in deze kerk is onvergetelijk gebleven, alsook de verzen uit Psalm 84, die hij kort voor de wegvoering liet zingen.
Het was ook ds. Holland, die in mei 1945 de eerste dodenlijst vanaf de kansel van de Oude Kerk bij het licht van een kaars bekendmaakte. Uiteindelijk rouwde Putten over 552 dodelijke slachtoffers. In het zuidoostportaal hangt nog immer een oud psalmbord met daarop aangegeven: 'Psalm 84 : 1, 3'. En aan de buitenkant van de kerk, aan de zijde van de Dorpsstraat, staat een gedenksteen: 'van hier werden zij weggevoerd – 1 en 2 October 1944'.
Het motief van het afgedrukte kerkzegel (anno Domini 1965!) wijst heen naar dit intrieste gebeuren.
Een heel beetje verguld zijn we met ons orgel. Het in 1860 in gebruik genomen tweeklaviers orgel is een Bätz-Witte orgel. De correspondentie en kwitanties hebben als ondertekening: C.G.F. Witte. In 1974 werd het door de Fa. Leeflang gerestaureerd en uitgebreid met een vrij pedaal.
Naast de autochtone hervormde gemeente (met 6 wijkgemeenten en nog 2 andere kerkgebouwen) – de S.M.R.A. spreekt veelbetekend van 'moedergemeente' –, is er de hervormde deelgemeente Andreaskerk. Haar wordingsgeschiedenis gaat officieel terug tot op het jaar 1957 (officieus tot 1947). Het uitwijken naar de Andreaskerk beschouwt de autochtone Gemeente – in het licht van Art. X. van onze Kerkorde – als een ontsporing.
Er zijn kwalificaties waaraan onze Gemeente niet voldoet. Zij doet niet mee met 'Samen-op-Weg'. Er is zelfs niet in het geringste sprake van endogame neigingen. Zij is niet politiek-, noch maatschappelijk geëngageerd. Inmiddels dient hier toch wel gemeld te worden dat ds. H.G. Abma op 5 oktober 1963 afscheid nam met de woorden 'Volg gij Mij' wegens zijn intrede in... de politiek. In het vlugschrift 'Dominee in de politiek' (1966) legde hij 'verantwoording (af) van een weg'.
Een studentengemeente is zij allerminst, al heeft zij wel al reeds menig predikant aan onze vaderlandse Kerk mogen 'afleveren'.
De stelling van Dr. O. Noordmans (1871-1956) – een zwager van ds. Holland -: 'De gereformeerde neemt de last der cultuur op zich', moge intussen wel tot voortdurend zelfonderzoek leiden.
Er zijn kwalificaties waaraan onze Gemeente wel poogt te voldoen. Omdat Putten zich vooral in de zomermaanden mag verheugen over veel toeristen, wordt er vanwege de Evangelisatie-Commissie, door middel van het Dabar-werk, op enkele campings evangelisatie-arbeid verricht. Vooral zoekt zij haar arbeid te verrichten op de toonhoogte van het Woord Gods, opgevat in de zin van de Confessie.
De kerkvoogdij wordt in haar arbeid gelukkig niet gekweld door geldzorgen. En dan te bedenken, dat de gemeente geen bezittingen heeft. We moeten dus 'van het gegeef' leven. (De insider die mij herinnert aan de inschrijving in de Grootboeken der Nationale Schuld, kan ook weten dat je daar niet rijk van wordt).
Toch is het financieel beleid niet introvert te noemen: reeds een en andermaal hebben wij (wijk-)gemeenten elders in den lande (al dan niet gevraagd) een financiële ruggesteun mogen geven.
Overigens laat zij de hulp aan anderen graag over aan de Diaconie, welks beleid bepaald niet enghartig is te noemen. Voor het geval het verhaal naar een zeker chauvinisme mocht rieken, wil ik er met nadruk op wijzen, dat ook de hervormde gemeente te Putten na Genesis 3 leeft.
Putten – 't is een gewone gemeente.
Evenzeer geldt van haar dat ook zij slechts echt leven kan van hetgeen verworven is door het vleesgeworden Woord, nl. Jezus Christus, en voortleven bij het Schriftgeworden Woord, nl. de Bijbel, onder inwachting van het in-werk van de Heilige Geest. Vanwege deze laatste notitie haast ik mij te schrijven: de hervormde gemeente te Putten is een 'gewone' gemeente!
K.A. Gort, Putten op de Veluwe
'ordinaris litmaet der kercken tot Putten'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's