De gereformeerde belijdenis
'In principe alles gezegd'
'Een van mijn problemen met gereformeerden is dat de inhoud van de verkondiging eigenlijk bij voorbaat al vaststaat. Een kernmoment in mijn ontwikkeling was het verschijnen van een boekje van de Gereformeerde Bond in 1973 met de boodschap dat over de waarheid in principe alles al gezegd is. Dat is perversie van de openbaring. Dan kan ik er wel mee stoppen! De vrijheid van de Geest wordt voorspelbaar, en bij de preek blijft de naald in dezelfd groef steken. Voor mij blijft alles verrassend.'
De bovenstaande uitspraak is van ds. H.A. Abma, hervormd predikant in Kortenhoef. Hij deed deze uitspraak in een vraaggesprek met het blad 'Koers', waarbij hij met betrekking tot de weg, die hij kerkelijk en geestelijk ook ging, opmerkt, dat hij 'ontsnapt is aan de bunker van de belijdenis'.
Op zich is er niet zoveel reden om op een vraaggesprek, waarin iemand, in dit geval een predikant, aangeeft hoe en waarom hij van zijn oorspronkelijk milieu weggroeide, in te gaan. Zo gaan de dingen nu eenmaal in het leven. In dit geval wordt echter in het bovenaangehaalde citaat wel heel erg ongenuanceerd met 'de waarheid' omgesprongen. Het is namelijk in strijd met de waarheid als wordt opgemerkt, dat in een brochure van de Gereformeerde Bond in 1973 werd gesteld, dat over de waarheid in principe alles al is gezegd. In de bedoelde brochure, 'Positie en beleid', werd namelijk ten aanzien van het belijden der kerk gesteld, dat in de gereformeerde belijdenis 'in principe alles is gezegd' (in principe stond cursief). Dat is wat anders. Omdat hier telkens van een hardnekkig misverstand sprake blijkt te zijn gaan we er nog een keer op in.
Commotie
Het komt ons nog weer helder voor de geest hoe er na verschijning van die beleidsnota sprake was van flinke commotie op de jaarlijkse ontmoetingsdag van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met studenten in de theologie. Een aantal studenten, die later goeddeels hun plaats als predikant hebben gevonden in het midden van de Hervormde Kerk of links daarvan (w.o. ds. H.A. Abma), kwam toen geweldig in het geweer tegen met name de passage, waarin werd gesteld, dat met de gereformeerde belijdenis 'in principe alles' is gezegd. Uit de context, waarin deze uitdrukking stond en met de kwalificatie 'in principe' erbij, werd echter overduidelijk, dat bedoeld was, dat de gereformeerde belijdenis de autoriteit van de Heilige Schrift op een zodanige wijze belijdt, dat daarmee ten principale alles is gezegd, ook als het gaat over het (doorgaand) belijden der kerk. Die autoriteit is om zo te zeggen niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het gaat in de gereformeerde belijdenis om het Schriftbeginsel. De belijdenis wijst dan óók van zichzèlf af, om het alléén-gezaghebbende van de Schrift te onderstrepen. De belijdenis zelf hangt aan de Schrift en kan derhalve nooit hetzelfde gezag hebben als de Schrift.
De Schrift valt niet en nooit meer te herzien. Die is voor eens en altijd gegeven, geïnspireerd door de Heilige Geest. De belijdenis echter is in principe revisabel, namelijk als zij op onderdelen met de Schrift in strijd zou zijn. Dat is ook naar het principe van de belijdenis.
De gereformeerde belijdenis is overigens wel, naar wij geloven, bij het licht van de Heilige Geest opgesteld. Zij is als zodanig spreekregel voor een gereformeerde kerk. Maar onfeilbaar is ze níet. Dat geldt alleen voor de Schrift. Abma zegt overigens in het vervolg van zijn betoog in Koers, dat hij de term 'onfeilbaarheid' als kwalificatie voor de Bijbel niet meer wenst te gebruiken. Verder dan 'grote eerbied voor de tekst' wil hij niet gaan. Hoe dit laatste zich tot het eerste verhoudt wordt evenwel niet gezegd. Dat 'Schrift en belijdenis' in hun samenhang in het geding waren is echter duidelijk.
Belijdenis en waarheid
Het kàn en màg intussen niet waar zijn – zoals in het genoemde citaat staat – dat over de wáárheid in principe alles gezegd is. De belijdenis is iets anders dan dè waarheid. Het Woord ('Uw Woord') alléén is de waarheid en het is de Heilige Geest, die de tijden door mensen in die waarheid leiden wil.
Zo bezien is de vrijheid van de Geest bepaald niet 'voorspelbaar', zoals Abma nu beweert. De Heilige Geest leidt mensen langs verschillende wegen ín in de waarheid. Die waarheid licht altijd weer verrassend nieuw op en is in de werking daarvan zelfs niet belijdend te formuleren, al valt wel belijdenis te doen over het werk van de Geest als zodanig. Maar bovendien doen zich in elke tijd andere vragen en problemen voor, die diep kunnen ingrijpen in de menselijke existentie. Het geestelijk leven staat dan ook nooit buiten het tijdsbeeld en buiten de vragen van de tijd. Maar we geloven inmiddels toch, dat ook in wisselende situaties de Heilige Geest de waarheid opnieuw en nieuw doet oplichten en inschrijft in de harten. Maar waarom is het dan waarheid? Omdat het niet door mensen is bedacht. Wat in het hart van mensen niet is opgeklommen openbáárt God. En de Geest zorgt er op onweerstáánbare wijze wél voor, dat wat God heeft geopenbaard ook waarheid in het binnenste wordt. De Heilige Geest geeft dan vooral getuigenis in de harten dat de Schriften van God zijn en zo de waarheid zijn. Dat zegt onze gereformeerde belijdenis zelf. En zo, alleen via het Woord, getuigt de Geest ook met onze geest inzake het kindschap Gods.
Zo bezien is de waarheid niet een optelsom van dogma's of van belijdende formuleringen. Ze is wél eens en voor goed uitgeschréven in het Woord maar ze wordt steeds en opnieuw uitgewèrkt in mensenlevens en in wisselende situaties.
Wanneer dan ook, in de nota 'Positie en beleid', gezegd zou zijn – maar het is niet gezegd –, dat over de waarheid alles al in principe gezegd is, dan zou dat verder elke theologische bezinning in het heden overbodig maken. Volstaan zou kunnen worden met het opnieuw uitgeven van werken uit het verleden.
Over de waarheid is niet alles gezegd. Dit te stellen zou slechts in zoverre juist zijn, als het accent erop ligt, dat de waarheid te Boek is gesteld. In het Boek der waarheid staat echter geschreven, dat het gaat om Christus die De Weg, De Waarheid en Het Leven is. En alleen Christus is De Waarheid, die gisteren en heden Dezelfde is. Dat mag verrassend en altijd nieuw heten. Hij blijft Dezelfde, ook als de wereldtonelen wisselen. Daarom kan de Geest het ook telkens uit Hem nemen en in alle tijden waar maken. 'De Geest schrijft wegen in de tijd' (prof. dr. J.P. Versteeg).
Zou in de nota 'Positie en beleid' verder zijn gezegd, dat in de gereformeerde belijdenis alles is gezegd dan zou men terecht kunnen zeggen, dat dit een gelijkschakeling van de belijdenis is met het Woord. Dat zou dus het Woord tekort doen. Dat zou ontoelaatbaar zijn. Maar er stond: in principe alles. De belijdenis wil heenwijzen naar de Schrift. Dat is haar principe.
In die belijdenis is intussen niet alles aan de orde. De belijdenis belijdt wel de reine leer des heils, geput uit de Schriftgegevens. Dat is niet niets. Ooit heeft prof. dr. D. Nauta, toen een gereformeerd collega nogal laatdunkend over de belijdenis had gesproken, de retorische vraag opgeworpen wáár dan de belijdenis niet Schriftgetrouw is b.v. als het gaat over de rechtvaardiging en de heiliging, de schepping en de verlossing, de Goddelijke Drieëenheid en de twee naturen van Christus, om maar een paar kernnoties te noemen. Waar heeft dan de belijdenis – om in het spraakgebruik van Abma te blijven – géén 'eerbied voor de tekst?'
Wij geloven dat de belijdenis onder de verlichting van de Geest aan de kerk is gegeven. Dat betekent niet dat over alles in de gereformeerde belijdenis is beleden. Er zijn thema's, die in de tijd van de Reformatie niet aan de orde waren of die buiten beeld waren, maar die in onze tijd om een belijdend antwoord vragen. Maar dan wel in principe vanuit dezelfde Bron der waarheid, en vanuit dezelfde Waarheid, die Christus is. Geen twee bronnen en geen twee (of meer) wegen! Dat bedoelt de belijdenis. Zo nieuw belijden is ook conform de belijdenis der kerk.
Als Abma zou bedoelen, dat er met 'Schrift en belijdenis' in de mond toch sprake kan zijn van een waarheidsidee waar het leven uit is, dan zij hem dat toegegeven. Maar als hij zegt de bunker van de belijdenis te hebben verlaten, dan mag hem gevraagd worden of hij dan een bevrijdender waarheid heeft overgehouden dan die van b.v. de vreemde vrijspraak, waar het de reformatoren om ging.
Het ging in 1973 in het geding met de studenten bepaald om méér dan een zinnetje. Het ging om de waardering van de belijdenis op zich. En daarover gaat het altijd weer als het gereformeerd-zijn in het geding is. Het begint altijd met het ter discussie stellen van de belijdenis. Maar het blijkt intussen telkens te gaan over Schrift èn belijdenis. Ook vandaag.
Abma mag overigens van ons weten, dat ook vandaag vreugde is gelegen in het leven naar de Schrift en de belijdenis der kerk, omdat ook vandaag de Geest mensen vrijmaakt uit hun bunkers, doordat ze gebracht worden bij de bronnen van de waarheid, waarvan onze gereformeerde confessie rijk getuigenis geeft. Die willen we nog niet inruilen voor de getto's van bepaalde moderne theologieën vandaag, die voor de gemeente geen geestelijk voedsel in zich hebben.
Blijft de naald dan niet telkens in dezelfde groef steken? Als het om 'zonde en genade' gaat wel. Ten diepste draait alles uiteindelijk om 'zonde en genade'. De naald blijft wat dit betreft ten diepste inderdaad altijd maar in die groef steken. Maar het levert een heel het leven inspirerende melodie op.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's