Tien druppels regen...
Geestelijke traagheid
Het was die avond een druilerige regen. De loop naar de avonddienst was niet zo als gewoonlijk. Geen wonder, zei de koster. Onthoudt u dat nu voor uw gehele leven: tien druppels regen, elf mensen uit de kerk. Op ons verwonderd gezicht begon hij verder te praten. De natuurlijke mens is lui van inborst. Wij stellen ons gauw met het minimale tevreden. Maar ook wanneer de genade zijn intocht heeft gedaan in ons leven, dan nog hebben wij weinig of geen energie. Wij hebben er geen idee van hoe futloos wij zijn. Morgenochtend is het anders. Dan zijn ze allemaal op tijd op hun werk. Maar nu, tien druppels regen en zie nu eens naar het middenvak? Gewoon te slap om een paraplu op te zetten. Wij zakken zo maar weg in het lamlendige. Als de apostel zegt, zijt vurig van geest, dan verstaat u terdege hoe flauw het lampje van onszelf brandt.
Dat waren wijze woorden. Maar ze kwamen dan ook van een man, die een rijke mensenkennis had, door de Geest gescherpt. Die woorden van hem hebben ons achtervolgd gedurende ons gehele leven. Het waren gedachten met een diepe zin, ook voor de oefening in de genademiddelen. Maar wat stuit die oefening menigmaal op traag verzet. Goed, heel diep in het hart moeten wij die koster wel gelijk geven. Maar er behoeft ook maar niets in de weg te komen of de lust houdt op en de volharding bezwijkt.
Natuurlijk zijn er oorzaken te noemen voor het verschijnsel van geestelijke traagheid. De voornaamste oorzaak is wel de lust om uit een bepaalde stemming te leven. Wij doen iets, als wij er zin in hebben en als ons de lust ontbreekt, laten wij alle oefeningen na. De mensen, die de laatste gedachten onderschrijven gaan in het kerkelijke leven nog wel mee met de gewone orde, zodat ze regelmatig kerken. In het huiselijke leven staan ze er nog wel op, dat er aan tafel gebeden en gelezen en gedankt wordt. Maar hun persoonlijk gebed en hun persoonlijk bijbelonderzoek gaat op en neer met hun stemmingen. Dat het geestelijk leven allerlei golven vertoont is voor hen geheel gewoon. Maar wij moeten niet denken dat zij op die manier een rustig en evenwichtig geestelijk leven ontvangen. Ja, op den duur breekt de wanorde van hun persoonlijke geestelijke bestaan ook in hun openbare leven door.
Er ligt een grondfout aan dit verschijnsel ten grondslag. En dat is deze, dat een gezond geestelijk leven niet louter en alleen op stemmingen en gevoelens drijven kan, daar spreekt ook de wilsdaad der trouw een sterk woord in mee. In die onregelmatigheid uit zich onze vleselijke gemakzucht. Wij willen de weg van de minste weerstand graag op en begeren het zo maar te ontvangen, zonder er zelf veel voor te moeten. doen. Wij redden het niet met dat alleen spreken over spontaniteit, hoe boeiend dat ook lijkt. Dan komen de momenten van goede stemming en aandrang tot gebedsgemeenschap met God al spaarzamer. Een hoogtepunt wordt slechts door moeizaam stijgen bereikt.
Wie de moeite teveel is, zal gewaar worden dat onze ziel van nature traag tot gemeenschapsoefening met God is. Er zit zelfs een sterke tegenzin tot het gebed in. Het vlees strijdt tegen de soms wel gewillige geest. Die tegenstand van het vlees wordt meestal indirect uitgeoefend. Er zullen tal van redenen naar voren komen om nù niet te bidden ofte lezen. Wij moeten eerst dit of dat nog doen. Kalmer zijn, meer concentratie hebben, evenwichtiger zijn, een beter tijdstip van de dag uitkiezen. Maar zo komt van uitstel zeker afstel. Denk nooit, dat u wel eens tijd zult krijgen tot gebed, u moet het ronduit nemen en zelf bepalen. Er is een worsteling nodig. U onderschat nog tezeer het onwillige vlees. Wij moeten tijd zoeken. Wij moeten de vaargeul tot onze ziel op diepte houden, anders wordt het langzaam maar zeker een dode stad. De haven gaat onherroepelijk verzanden. Wij moeten tucht in ons leven met God kennen en goede geestelijke gewoonten onderhouden. Juist die volgehouden gewoonte zal dan telkens weer de behoefte wekken en sterken. Ons geestelijk leven zal ècht leven blijven!
Niet datgene wat een moment uit een opwelling naar boven komt bepaalt de toon van ons leven. Het gaat juist om taaie volharding van een bepaalde gewoonte. De gewoonte is een sterk vormende kracht in het leven der ziel. De gewoonte schijnt een uitwendige zaak, maar zij is het niet. Zij vraagt grote wilskracht en sterk-aangebonden zelftucht. Zij werkt naar binnen, zij maakt goed volgehouden de mens innerlijk anders. Ze geeft een bepaalde plooi aan ons zieleleven. Zij bindt het vlees in en sterkt de geest. De opwellingen schijnen spontaner. Maar de karresporen van de gewoonte, stug volgehouden, vormen op den duur de wegen door ons levenslandschap. Wanneer wij ons niet dwingen tot regels en vaste gebruiken, ons leven wordt ordeloos en onvruchtbaar.
Natuurlijk dreigen in de weg der gewoonte ook wel bepaalde gevaren. Vooreerst is daar de sleur. Dat is de tot dode vorm verstarde gewoonte, 't Geschiedt alles gedachteloos. Schriftlezing wordt mechanisch, meditatie wordt mijmering. Wij vergeten daar ten enenmale dat wij hier voor God staan. De werktuigelijkheid overspoelt de ontmoeting. Het vliegwiel cirkelt nog rond, maar de stroom is al uitgeschakeld. Wij verkiezen hier de persoonlijke omgang voor het kille gebruik der dingen. Hier past schuldbelijdenis het beste.
Wij moeten daar ons verstand weer in het hart brengen. Iets dergelijks kan gebeuren met de omgang met onze vrienden. Er komt in de omgang met onze vrienden een vanzelfsprekendheid. De verrassing ebt weg. Je spreekt over de alledaagse algemeenheden. Je diept niets meer uit en wordt daardoor niet meer verdiept. Het wordt dan hoog tijd samen weer eens een wandeling te maken om elkaar te peilen. Dat kan bevrijdend werken, ongedachte vergezichten openen. Nieuwe perspectieven springen los. Het ging allemaal vanzelf. Wij werden te vluchtig. Zo moeten wij maar eens indenken en na-denken over ons oppervlakkig bestaan.
In datzelfde licht verschijnt ook het gevaar van de veruitwendiging. Kerkgang, bijbellezing, gebed – het wordt doel in zichzelf. De middelen worden doel in zichzelf. Wij hebben dan de middelen tot gemeenschap met God voor deze gemeenschap zelf aangezien en de uitingen van godsvrucht met deze zelve aanvaard. Het komt ons voor, dat ook hier de oppervlakkigheid zegeviert. Wij lieten de dingen niet meer op ons inwerken. Wij gebruikten de middelen om zichzelf. Wij stelden geen vragen meer aan onze lektuur; wij baden zo maar lukraak; wij kwamen er niet onder.
Onze gewoonten mogen daarom nooit een wettisch karakter gaan dragen, alsof wij ze moeten opvolgen om daardoor gunst bij God te verkrijgen. Gewoontevorming is in het chaotische leven der zonde een zegen. Wij moeten dus wel gewoonten volgen. Laten wij ze na, dan overtreden wij Gods wil en komen wij onze beloften niet na. Maar de genade Gods over mij hangt alleen aan Jezus Christus, niet aan mijn gewoonten. Dat onderscheid moet ik mij gedurig weer te binnen brengen.
Deze geestelijke traagheid openbaart zich bij enig nadenken al gauw als één der, grootste vijanden van het genadeleven. Wij worden door Gods goedheid menigmaal bewaard van een uitbreken in losbandigheden en liederlijkheden. Verreweg het grootste deel van de christelijke gemeente leidt een burgerlijk onberispelijk leven. Maar datgene wat aan de oppervlakte verschijnt, dat is ons ware leven niet. In de diepte moet het gaan en daar komt het aan de dag, hoe onze boezemzonden evenzovele kettingen zijn, waarmee wij aan de oude mens vastzitten. Neemt u zichzelf eens vóór, om voortaan één uur vroeger op te staan dan gewoonlijk, teneinde uw bijbel te bestuderen, in de morgenstilte gemeenschap met God te zoeken. U zult zien met welk een macht satan op u afkomt om dit u onmogelijk te maken. Op een klein bestek, voor het oog van de mens verborgen, kampt alles tegen u aan om aan dit voornemen gestalte te geven. Hier opent zich een school van diepe zelfkennis. Wij zien, dat anderen wellicht aan vreemde lusten ten prooi vallen, voor ons kost het al een hele zelfoverwinning aan één uur eerder toe te komen. Zozeer is alles op de duisternis en de traagheid aangelegd.
Het is alleen de Heilige Geest, die ons bekwaam maakt in deze getrouw te zijn. Door deze Geest immers worden wij gewillig tot de dienst in het Koninkrijk; trouw in ons ambt en beroep. En naarmate de eeuwen voortwentelen naar de dag der dagen komt het er op aan een volk te hebben dat waakzaam is. Geestelijke traagheid is één van de meest verspreide zonden der eeuw. Ze is ook één van de zonden, die niet zo demonisch zich aan ons voordoen. Maar laten wij ons niet betoveren laten. Al verschijnt ze soms in de gedaante van wijsheid en voorzichtigheid, ze blijft toch traagheid. En deze traagheid betekent per slot van rekening, dat wij niet vurig van geest zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's