De Areopagus in Amersfoort?
De titel hierboven, compleet met vraagteken, bedacht ik niet zelf maar is van drs. M.A. van den Berg, hervormd predikant te Groot Ammers. Onder deze titel stuurde hij een verhandeling in, met het verzoek daaraan in deze kolommen aandacht te geven. Het gaat opnieuw over de Kerkendag, die op 18 september a. s. in Amersfoort wordt gehouden. Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in mei van dit jaar vond al een uitvoerige gedachtenwisseling plaats tussen ds. Van den Berg en ondergetekende. Daarvan is in de pers ook uitvoerig melding gemaakt. Zowel tijdens die jaarvergadering als in publicaties heeft ondergetekende vanuit het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond één en andermaal duidelijk gemaakt wat 'meedoen' aan de Kerkendag betekent. Als zodanig is het gevaar aanwezig, dat we nog eens tot een herhaling van standpunten komen. Maar als ds. Van den Berg nog eens uitdrukkelijk zijn visie aan de orde wil stellen, willen we daarvoor uiteraard ruimte geven. Op het gevaar af overigens, dat we ten opzichte van elkaar dwangposities gaan creëren.
Afwijzend
Dat ds. Van den Berg afwijzend staat tegenover de Kerkendag is bekend. Als hoofdbestuur hebben we gesteld, dat het in de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van de kerkeraden ligt hoe men reageert op de uitnodiging van de synode om deel te nemen aan de Kerkendag. Vrijheid voor de één is dan echter ook wel vrijheid voor de ander. Maar ds. Van den Berg wil toch nog eens gezegd hebben, dat we er gans niet thuis horen, gezien 'het oecumenisch kader en de hoofdstroom van de moderne theologie, die op de Kerkendag toch ook nu weer de toon zal aangeven'. Kunnen we wel echt participeren zonder afbreuk te doen aan ons getuigenis? En dan komt het beeld van de Areopagus. Ds. Van den Berg gaat kritisch in op de mening, dat we het gereformeerd getuigenis moeten laten horen binnen een grotendeels ongereformeerd geheel. Ik citeer nu letterlijk:
'Bij deze vergelijking zou ik echter een kritische kanttekening willen plaatsen. Vertoont de kerkendag in Amersfoort wel echt enige overeenkomst met de Areopagus? Deze berg in Athene was het forum van allerlei interessante theorieën en denkbeelden, die de Atheners in alle vrijblijvendheid wilden aanhoren. Voor de apostel Paulus werd het een plaats van evangelisatie. Hij probeerde dit neutrale forum te maken tot een plaats van oproep tot bekering. Als er op 19 september in Amersfoort zo'n neutraal forum zou zijn, waarop ook het gereformeerde deel van onze Hervormde Kerk de ruimte zou krijgen om getuigenis te geven van de hoop die in ons is, wie zou er dan bezwaar kunnen maken? Maar nu gaat het om een dag die met nadruk als "kerkendag" wordt gepresenteerd, waarop de kerken van Nederland hun getuigenis "geloofwaardig" willen maken. Een dag waarop "de kerk van Nederland" zich in de samenleving presenteert en manifesteert. Is dat een Areopagus? Ja, in zekere zin wel is te vrezen. Het ziet er naar uit dat het een markt zal zijn van de vele religieuze mogelijkheden die onze tijd ons biedt. De spiritualiteit en religiositeit van onderop, die zoveel kerken kenmerkt, in deze tijd, zal er de toon aangeven. Maar valt daarbij niet te vrezen dat het geheel een aanbidding wordt voor het altaar van "de onbekende God"? Waar is in de opzet van deze dag het exclusieve en absolute buigen voor het Woord van de Levende God, als enige bron en norm van ons spreken, ook over de thema's van het conciliare proces? De moderne horizontale theologie van de ervaring laat zich al opmerken in de keuze van vele thema's. De geest van universalisme is o.a. kennelijk in de dialoog met andere religies, die van harte welkom zijn op deze dag. Allerlei ethisch onaanvaardbare posities binnen de kerk krijgen er toch de volle ruimte. En kunnen wij daar dan een deel van dit geheel zijn? Dat lijkt me alleen mogelijk, als dan de kerkendag als een Areopagus gezien moet worden, als er duidelijk stelling wordt genomen tegen dit gehele kader. Ik vrees echter dat de welwillendheid van de "Atheners" in Amersfoort dan ook gauw aan het eind zal zijn. Het zal er dan van komen dat de deelnemers vanuit de hervormd-gereformeerde hoek, net als Paulus, "uit hun midden" weg zullen gaan. Hopelijk mogen ze er dan nog enkelen, met zich meenemen van de Areopagus, zoals Dionysius en Damaris.'
Areopagus?
Is de kerk een Areopagus? Naar haar wezen is ze dit uiteraard niet. Maar ds. Van den Berg geeft in zekere zin zelf het antwoord al op zijn tegenwerpingen als hij zegt: 'Ja, in zekere zin wel, is te vrezen.' Datzelfde geldt overigens, met alle andere zaken die ds. Van den Berg opmerkt, voor onze Nederlandse Hervormde Kerk. Dat geldt zeker als er, onder verantwoordelijkheid van de Raad van Kerken, kerken (meervoud) bijeen zijn van uiteenlopende signatuur. Maar àls er dan in de oecumenische theologie sprake is van valse godsdienst – en daarvan ìs sprake – is het eenvoudigweg de vraag of men deze moet laten voortwoekeren of dat men temidden van de stemmen, die klinken – in eigen kerk en ter plekke, waar onze kerk aanwezig is – ook het gereformeerd getuigenis zal laten horen. Het gaat er dan niet om of 'wij' de volle ruimte krijgen maar hoe 'onze' kerk op zo'n Kerkendag getuigenis geeft.
Ik citeer nu letterlijk Calvijn inzake de Areopagus (Hand. 17):
'En hoewel er nu te midden van nieuwsgierige mensen weinig hoop op vrucht bestond, heeft Paulus toch deze gelegenheid niet verzuimd, of het hem soms gelukken mocht sommigen uit deze grote menigte voor Christus te gewinnen. En dit was voorzeker geen geringe ere voor het Evangelie, dat het op de aanzienlijkste plaats der stad, en als het ware te midden van een algemene samenkomst, alle valse godsdiensten, welke er tot dien dag toe heerschappij gevoerd hadden, bestrafte en openlijk aan de kaak stelde.'
Ds. Van den Berg merkt in een nadere toelichting nog op, dat het geheel het karakter heeft van een kerkdienst vanwege opening en sluiting. Als er echter geen opening met gebed zou plaatsvinden, zou dat toch terecht onder kritiek gesteld worden? Dat was één van onze punten van ernstige kritiek bij de vorige Kerkendag. Maar alles wat met gebed geopend wordt is toch nog geen kerkdienst?
Terwijl ik dit alles zo neer schrijf, bekruipt mij intussen wel de huiver, dat we onszelf zouden overschatten. In allerlei programma's hebben diverse personen uit hervormd gereformeerde of aanverwante kring (en bepaald niet marginaal) hun medewerking voor programmaonderdelen van de Kerkendag toegezegd. Er komt nu wel een heel zware hypotheek op hen te liggen als ze bijvoorbaat als 'profeten' zouden worden aangemerkt, die als enigen iets goeds te zeggen zullen hebben en dan ook nog als loon daarvoor spot zullen ontvangen. Maar desalniettemin geldt naar mijn diepste overtuiging de roeping tot verantwoording van de hoop, die in ons is. Te hopen en vooral te bidden valt of er inderdaad ook iets goeds gezegd zal mogen worden, dat (al is het nog zo geringe) vrucht mag hebben. Ik zet nog eens een streep onder de opmerking van Calvijn, dat Paulus de gelegenheid niet heeft verzuimd al was 'er weinig hoop op vrucht'.
Ik geef een voorbeeld. Ds. Van den Berg maakt ook deel uit van de classis Alblasserdam, gewoon een classis van de Nederlandse Hervormde Kerk (Gereformeerde Bonds-classes bestaan nu eenmaal niet). Binnen die classis is vanwege een studiecommissie een uitstekend rapport over de zondag verschenen. In de begeleidingscommissie van de Kerkendag nu is door ondergetekende sterke nadruk gelegd op de betekenis van de zondag. Een kerken-dag mag – zeker ook inzake het verenigd Europa – daar niet aan voorbij gaan. Het gevolg is geweest, dat de IZB een programma over de zondag kreeg toebedeeld. Toen de IZB daar kennelijk – de krant berichtte erover – deze commissie bij heeft ingeschakeld, heeft de classis Alblasserdam via het Reformatorisch Dagblad laten weten, dat dit onjuist is, omdat de classis niets met de Kerkendag te maken wil hebben. Dat is het goed recht van een classis. Maar, een rapport als dat over de zondag is toch niet opgesteld om het in een zweetdoek te bewaren; of alleen ten behoeve van mensen of gemeenten, waar zulks een goed onthaal vindt? Persoonlijk heb ik er moeite mee, dat op deze wijze het getuigenis aangaande een zaak, die vandaag wel hoge prioriteit mag hebben, niet ingebracht mag worden dáár, waar heel andere meningen over de zondag zullen heersen. Moeten we de stem inzake de zondag dan aan anderen in de kerk overlaten, terwijl een grondvergaderingvan onze Kerk tot een klaar, bijbels geluid kwam?
Ds. Van den Berg is intussen bezorgd, omdat organisatoren van de Kerkendag blij zijn over het feit, dat de Gereformeerde Bond meedoet. Eerlijk gezegd acht ik niet van belang wat organisatoren denken of zeggen maar wat onze inbreng zal zijn. De Gereformeerde Bond is tenslotte de kerk niet. Ook vandaag zullen wij de Gereformeerde Bond dienstbaar maken aan de hele kerk, juist als theologieën haar bedreigen, die zich met de Schriften niet verdragen. Daarvoor is de Gereformeerde Bond zelfs opgericht. De uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is (Groen van Prinsterer).
Ds. Van den Berg weet – dat zegt hij tenminste aan het slot van zijn stuk – dat van àfwezigheid méér getuigenis zal uitgaan dan van áánwezigheid. Mij dunkt, dat we zulk een absolute conclusie beter uit handen kunnen geven:
'Wat doet een bonder op de Kerkendag?'
Nu zou ik hier een punt kunnen zetten. Ik doe dat niet en wel omdat drs. H. de Leede – lid van de coördinatiekommissie voor de Kerkendag – dezer dagen ook opnieuw van zich deed spreken over de Kerkendag. In een interview in het blad Kerk gaat ook hij nog eens in op vragen. Vanwege de lengte van het verhaal is het uitgesloten om het geheel weer te geven. Een zwart-wit tekening zou verder ver-tekening opleveren. Toch moet worden gezegd, dat het verhaal diffuus is. De Leede wekt toch de indruk, dat hij het gereformeerde – 'het kan geen kwaad dat in te brengen' en 'belangrijker dan gereformeerd is bijbels', zegt hij – toch ondergeschikt wil maken aan het oecumenische geheel. Hij wil in ieder geval vrij het vrije veld van de oecumene betreden. Wat mij betreft mag De Leede zich echter sterker, véél sterker uitdrukken inzake het confronterende van de gereforméérde theologie met de oecumenische theologie. Zonder te willen zeggen, dat wij de waarheid in pacht hebben, mag toch wel worden gezegd, dat voor ons de benadering van de waarheid alles met onze gereformeerde belijdenis en dienovereenkomstige overtuiging te maken heeft. Dat bepaalt ook onze participatie aan de Kerkendag. Bij de oecumenische theologie op zich hebben we weinig te zoeken.
Ik deel wél met De Leede de door hem geuite zorg, dat er predikanten en gemeenten in de hervormd gereformeerde sector zijn, die in feite in de Hervormde Kerk niets meer zien en een geïsoleerde of afstandelijke houding aannemen. Op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond heb ik dat zelf ook verwoord. Maar ik peins er niet over om het gereformeerde ondergeschikt te maken aan het oecumenische, zoals zich dat vandaag aandient.
Voor De Leede vormen bepaalde theologen uit het verleden het referentiekader, die zich ook binnen de bredere oecumene met het Koninkrijk Gods 'op de grens van kerk en wereld' hebben bezig gehouden, 'theologen die een beetje bij het brede midden van de Hervormde Kerk gehoord hebben'. Ik mis hier of hierbij het eigen hervormd-gereformeerde referentiekader, binnen de 'kleine' geschiedenis, die we als Gereformeerde Bond binnen de Hervormde Kerk hebben. Dat betekent, naar het mij voorkomt, toch een andere participatie in de Kerkendag dan door de verschillende andere hervormd gereformeerden, waaronder ondergetekende, wordt voorgestaan.
Afstandelijk
Nu is één en ander maal gesteld, dat drs. De Leede in de stuurgroep van de Kerkendag participeert op persóónlijke titel, niet als functionaris van de IZB. Maar De Leede maakt het ons wel heel erg moeilijk wanneer hij in het interview in 'Kerk' zelf toch onvoldoende onderscheid maakt. In dat interview profileert hij zich namelijk tevens als de man van Kontextueel en neemt hij intussen toch min of meer afstand van de Gereformeerde Bond, waartegen hij dan verder 'de eigen organisaties voor jeugd en missionair werk' uitspeelt. Die zouden bewegelijker zijn. Met een retorische vraag vraagt hij zich af of 'de Gereformeerde Bond' wel in staat is leiding te geven aan een echt proces vandaag. Als men ten aanzien van bepaalde zaken gereformeerde standpunten inneemt is dat naar zijn overtuiging 'opnieuw een gemiste kans', 'een nieuwe verharding van het denken in voor en tegen' en 'geestelijk uiteindelijk schadelijk'. Over welke (stand)punten gaat het dan? Letterlijk zegt hij: 'Het standpunt – liturgisch, qua ambtsvisie, in Samen op Weg – wordt belangrijker gevonden dan de inhoudelijke (her)overwegingen. De apostolaire schade is dan niet gering.'
Natuurlijk gaat het De Leede niet om standpunten op zich maar om àndere standpunten dan die hij zelf wil innemen. Intussen brengt De Leede deze dingen één en ander maal in het interview wèl in verband met zijn werk bij de IZB. Hij suggereert daarmee een méér dan persoonlijk standpunt. Hier dreigen dan ook fricties te ontstaan. Het is voor het eerst, dat een functionaris van een 'eigen organisatie' zó afstandelijk spreekt en afstand schept ten opzichte van de Gereformeerde Bond over beleidsvragen ('kerkpolitiek' heet dat), terwijl we allen in dezelfde gemeenten onze voedingsbodem en ons (primaire) 'afzetgebied' hebben. We kunnen ons hierbij niet aan de indruk onttrekken, dat De Leede leiding alleen leiding wil nóémen wanneer het leiding is, waarmee hij instemt.
Functie
Het interview, dat De Leede in 'Kerk' weggaf, maakt de bezinning op de Kerkendag er onder ons intussen niet eenvoudiger op. In Woord en Dienst schreef De Leede enige tijd geleden een artikel onder de titel 'Wat doet een bonder op de Kerkendag'? Alles overwegende heb ik toch de indruk dat De Leede zelf er iets anders doet – ik bedoel beoogt – dan anderen, waaronder ondergetekende.
Alles overziende eindig ik met een vraag. Is hier niet in het geding de benadering van de verhouding van apostolaat en gemeente? In de naoorlogse jaren werd in de middenortodoxe apostolaatstheologie de stelling verdedigd, dat de gemeente (de kerk) een functie is van het apostolaat. Wij voor ons menen, dat het apostolaat een functie is van de gemeente. Niet de apostolaire vragen (hoe wezenlijk en weerbarstig ook) bepalen hoe de geméénte eruit ziet, maar de gemeente bepaalt hoe het apostolaat wordt bedreven.
Nog één keer de Kerkendag. Er lopen in hervormd gereformeerde kring kennelijk verschillende lijnen als het gaat om onze verantwoordelijkheid. De vraag mag intussen worden gesteld naar het gebed, de voorbede in de gemeente. Opdat het uiting geven aan roeping – op de kerkelijke Areopagus! – niet een eenzaam avontuur wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's