Het geloof van een onwaardige
'Ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen'(Luk. 7 : 6b)
De Heiland gaat tijdens zijn rondwandeling op aarde de stad Kapernaüm, aan het meer van Galilea, binnen. Wie komen Hem daar tegemoet? Enkele vooraanstaande personen ('oudsten'). Ze spreken Christus aan en verzoeken Hem of Hij een zieke kan beter maken. Nu werd zo'n vraag wel meer aan Hem gesteld. Hier is het echter heel bijzonder. Men kwam namelijk naar de Zaligmaker toe als afgezanten van een overste van het Romeinse bezettingsleger. Een dergelijke heidense officier kon over het algemeen niet op de sympathie van de joden rekenen. Er was hier blijkbaar iets dringends? Jawel, de militair had een slaaf, die doodziek was. De hoofdman kon geen andere kant meer uit, dan naar Jezus toe.
Wat zal de Heiland doen? Hij gaat met de afgezanten mee in de richting van het huis waar de zieke ligt.
Dan gebeurt er iets wonderlijks. Terwijl de boodschappers van de officier zeggen, dat de man het echt waard is dat Jezus naar zijn smeekgebed hoort, laat de hoofdman zelf intussen andere vrienden naar Christus toegaan met de mededeling: U hoeft niet bij me te komen. U kunt van op een afstand best een bevel tot genezing uitspreken. Bovendien ben ik eigenlijk niet waard, dat U bij mij binnenkomt.
Is dat niet wonderlijk?
Zoals ik al zei vonden de joden de hoofdman wel waardig. Dat is geen kleinigheid. Zoiets kwam, denk ik, weinig voor. De oorzaak is wellicht dat de Romeinse officier het volk van het verbond had liefgekregen en er zelfs een synagoge voor had gebouwd. Hij zou een 'Godvrezende' hebben kunnen zijn, zoals b.v. Lydia (Hand. 16 : 14). Zelfs de joodse leiders konden niet anders dan goed van hem spreken. Dat zegt wat!
Daarnaast was hij een man, die alles overhad voor zijn doodzieke lijfeigene, terwijl over het algemeen een slaaf in die tijd niet veel waard was. Voor hem een ander. Deze officier spaarde echter kosten noch moeite voor hem.
Als nu deze overste Jezus laat roepen, stuurt hij dan een afdeling soldaten om de Heiland met geweld mee te nemen? Nee, hij doet het anders. Zijn geloof blijkt uit het feit dat hij tegenover Jezus een en al nederigheid is. Terwijl de anderen van hem zeggen dat hij het waard is, zegt hij van zichzelf: ik ben niet waardig! Rabbi, u kunt toch niet in het huis van een heiden komen? Dan wordt u toch onrein? Maak er maar 'afstandsbediening' van! Eén woord van u is voldoende.
Zei de officier dit alleen omdat hij in nood zat en daarom alles probeerde wat mogelijk was? Een kat in het nauw maakt rare sprongen? Nee, we kunnen niet anders zeggen, dan dat deze man een gelovige was. Jezus spreekt daarover aan het eind: Zo groot een geloof...!
Als we de geschiedenis in zijn geheel lezen, raken we vooral onder de indruk van de wondere genezing van de slaaf. Er was echter al veel eerder een wonder gebeurd. Het wonder van het geloof van de onwaardige hoofdman. Iemand heeft van hem gezegd: Hij is met het zwaard in de hand de zee overgestoken, om de joden onder het juk te houden, maar nu onderwerpt hij zichzelf aan de dienst van God.
Misschien heeft hij van Christus lang niet zoveel als u en ik gehoord. Wat hij echter van de Heiland wist, was voldoende om Zijn hulp in te roepen. Gods Geest werkte in deze man en deed hem vertrouwen op Christus: Spreek slechts één woord en mijn knecht zal genezen zijn. Zoals Abraham vertrouwde op de belofte van de Heere, zo vertrouwde deze officier op het woord van Jezus. Hij was zelf geestelijk gezond gemaakt, voordat Christus zijn slaaf lichamelijk genas. Waaraan kunnen wij dat zien? Hoe weten we of het echt geloof is bij deze officier? Eén van de kenmerken is, dat hij Christus heel hoog en zichzelf heel laag plaatste. Dat hoort bij het echte bijbelse geloof. Niet hoog van de toren blazen; niet groots zijn op je eigen gedachten en inzichten, maar klein en ootmoedig zijn. Ik ben niet waardig.
Met die opmerking staat deze officier niet op zichzelf. Neen, het is een doorgaande lijn in Gods woord. Denk maar aan de moeder uit Syro-Fenicië. Haar dochter was deerlijk van de duivel bezeten. Wat zei ze ook alweer? Heere, de hondjes onder de tafel eten van de kruimpjes die de kinderen laten vallen. Nederig, jawel. Zo wordt ze echter verhoord: Groot is uw geloof.
En de vrouw die van achteren de zoom, de rand van Jezus' mantel aanraakte? Ze was één en al nederigheid. Het kon eigenlijk niet en het mocht eigenlijk niet. Toch werd ze genezen.
Misschien zijn er onder de lezers die bij zichzelf denken: Ik ben ook niet waard om bij Christus te horen. Kijk dan eens naar die officier. Hij zei niet: Ik ben niet waardig en daarom moet Jezus maar doorlopen en niet bij mij binnenkomen. Laat Hij zich niet met mij en met mijn knecht bemoeien. Het zal niet voor mij zijn, want ik ben het niet waard. Als de officier dat gedaan zou hebben, kon u er ook beter mee ophouden. Het is anders. Hij kon Christus niet missen. In zijn onwaardigheid riep hij de Zaligmaker te hulp.
Zou het ook bij u en mij daarom niet gaan? Ik weet dat er een verkeerde onwaardigheid is. Het is de onwaardigheid van een leven in strijd met Gods Woord, zonder dat men behoefte heeft zich te bekeren. Er kan ook een vrome onwaardigheid zijn. Netjes leven, maar nooit echt last hebben van je zonden. Zulke mensen komen dicht in de buurt van de Farizeeërs. Zo zitten we evenmin op het goede spoor.
Het komt er op aan of we Christus nodig hebben in ons leven. Is er een geloofsband met Hem? Zo was het bij de Romeinse officier. Hij erkende dat hij een heiden was en dat hij eigenlijk niet in aanmerking kwam om geholpen te worden. Men kon niet slecht genoeg van hem denken. Als de boze tegen hem zou zeggen: U bent te min om door Jezus te worden geholpen, zou de officier hem volkomen gelijk geven. Maar hij liet het er niet bij zitten.
Ik vraag u, lezer: Laat u het erbij zitten? Zegt u: Het is nu eenmaal niet anders. Dan geeft u ten diepste God de schuld.
Neen, breek dwars door de wanhoop heen en pleit op zijn genade. Jezus, uw verzoenend sterven is het rustpunt van mijn hart. Christus komt naar u toe met zijn liefde en genade. Gods Woord klinkt: Al waren uw zonden zo rood als het maar kan, Ik zal u wit wassen. Dan kun je toch niet anders dan je overgeven en zo de genade en ontferming ervaren?
Zo deed de officier. Hij krijgt van Luther een mooi diploma: Deze heiden wordt een theoloog en gaat met Christus in debat, zo mooi en christelijk, alsof hij vier jaar doctor in de theologie was. Zou u dat nu ook niet kunnen doen? De kerkvader Augustinus zei van de Romeinse hoofdman dat hij een 'schaap van buiten de kudde was'. Maar hij kwam binnen, voegen we eraan toe.
Dit is nu het heerlijke werk van de Heilige Geest, ja van de drieënige God. God de Vader trok deze heiden in zijn zondaarsliefde naar Christus toe. De Zoon zou voor Hem sterven aan het kruis. De Geest van God deed hem die ontroerende woorden spreken: Ik ben niet waardig...!
De man besefte dat van tevoren niet. Het werd hem achteraf duidelijk. Zo werkt dat in de Bijbel. We mogen de dingen niet omdraaien en de laatste bladzij niet eerst gaan lezen. Dan is de spanning eraf. In de beleving van het geloof mag een christen er de hand op leggen en zeggen: Het is waar, ook voor mij. God werkte in mij.
Lezer, als u van uzelf zegt: Ik ben onwaardig, schuldig en onrein, maar juist zo ga ik naar Christus toe, dan zegt de Heiland: Zo wil Ik u hebben. Ik ben een onreine, een zondaar geworden in uw plaats aan het kruis van Golgotha. Maar Ik ben ook opgestaan. Ik geef vergeving en leven door Mijn volbrachte werk. Ik zal u leiden door mijn Geest. Mijn oog zal op u zijn. Zo komt een 'onwaardige christen' niet beschaamd uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1992
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's