De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gereformeerde theologie in een proces van ontwikkeling en aanpassing (1)

Bekijk het origineel

Gereformeerde theologie in een proces van ontwikkeling en aanpassing (1)

9 minuten leestijd

Op 21 april l.I. heeft prof. dr. C. Graafland aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een lezing gehouden onder de titel 'Gereformeerde theologie in een proces van ontwikkeling aanpassing', dit ter gelegenheid van de herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Aan deze lezing is in de pers breed aandacht gegeven. In de Waarheidsvriend d.d. 16 juli l.l. is door ondergetekende ook enige aandacht gegeven aan wat over dit referaat in de pers kwam. Op verzoek van prof. Graafland plaatsen we het betreffende referaat in ons blad, zodat ieder uit de eerste hand kennis kan nemen van wat is gezegd. Bijgaand treffen de lezers de eerste van de drie afleverin­gen.Red.

Inleiding
Graag wil ik beginnen met mijn waardering uit te spreken voor het feit, dat u mij, toch min of meer als buitenstaander, heeft uitgenodigd om met u van gedachten te wisselen over het thema van deze middag, waaraan het straks te presenteren boek is gewijd, namelijk: Honderd jaar theologie. Nader aangegeven als: Aspecten van een eeuw theologie in de Gereformeerde Kerken in Nederland (1892-1992). Uiteraard heb ik, hierbij een wat ambivalent gevoel. Want enerzijds voel ik mij, wat de preciese thematiek betreft, zoals ik zei, iemand die aan de zijlijn staat, omdat ik niet tot de Gereformeerde Kerken behoor en dus de ontwikkelingen, die zich in deze kerken en haar theologie in de afgelopen eeuw hebben voorgedaan en nog steeds volop aan de gang zijn, van een zekere afstand heb gevolgd. Aan de andere kant voel ik mij echter heel existentieel erbij betrokken, omdat deze Kerken toch Gereformeerde Kerken willen zijn en blijven en de theologie, die erin bedreven wordt ook, uiteraard zou ik zeggen, gereformeerde theologie wil zijn en blijven. Dat laatste gaat mij namelijk ook zeer ter harte. En ik vermoed, dat dàt dan ook de reden is, waarom ik uitgenodigd ben om vanmiddag hier het een en ander te zeggen.
Nu moet ik wel opmerken, dat deze betrokkenheid op de gereformeerde theologiebeoefening en dus óók op wat er, met name aan de VU de afgelopen decennia aan theologische bezinning heeft plaatsgevonden, mij tegelijk nogal wat moeite heeft bezorgd. Omdat u wellicht zult kunnen begrijpen, dat mijn enthousiasme over de ontwikkeling van de gereformeerde theologie, zoals die dus in deze kontekst met name in de laatste deccenia zich voltrokken heeft, niet laaiend kan worden genoemd. Dat heeft mij, nadat ik de uitnodiging om hier wat te zeggen ontvangen had, zelfs even dwars gezeten, wat mij ertoe gebracht heeft om aan dr. Brinkman, die de uitnodiging mij deed toekomen, nog eens te vragen: maar jullie weten toch wel ongeveer, hoe ik over de dingen denk, en het gaat er toch om dat ik ook zèg, hoe ik erover denk. Toen werd mij verzekerd, dat men inderdaad daarvan op de hoogte was, en dat men juist zo'n geluid op prijs stelde.
Nu ja, dat heeft mij moed gegeven en daarom zal ik dan ook vrijuit spreken. Ik wil er nog wel iets aan toevoegen. Als ik zo dadelijk en wat kritische geluiden laat horen over de honderd jaar theologie, die hier aan de orde is, dan wil ik wel met nadruk erbij zeggen, dat ik die kritiek niet laat horen vanuit een vermeende, veilige, eigen positie, die met een zekere gemakkelijke zelfverzekerdheid kritiek uitoefent op anderen, die kennelijk het met hun gereformeerd verleden wat moeilijk hebben gekregen. Nee, als ik me op één punt verwant voel met dit honderd jaar theologie-gebeuren, dan is het wel in het besef, dat het een ontzaglijke opgave is om gereformeerd theoloog en prediker en gelovige te zijn in rapport tot de tijd, waarin wij nu leven. In dat opzicht herken ik een verwantschap, die zich ook daarin uit, dat het ook voor mij gaande duidelijker wordt, dat wij niet kunnen volstaan met het zonder meer overnemen van traditionele denkpatronen, die in de gereformeerde theologie eeuwenlang voor onaantastbaar hebben gegolden.
Dat gezegd hebbende, meen ik wel, dat de wegen uiteen gaan, wanneer het gaat om de vraag, hóé wij dan deze nodige, verdere ontwikkeling van de Gereformeerde theologie in onze tijd principieel en concreet laten voltrekken. Over dat laatste zou ik dan ook graag een paar dingen willen zeggen.

Theologie en gereformeerde theologie
Ik vond het eigenlijk al een beetje opvallend, dat in de straks gepresenteerde studie het gereformeerd karakter van de theologie niet uitdrukkelijk thematisch is aangegeven. Het gaat daarin om 'honderd jaar theologie' en om 'aspecten van een eeuw theologie', zij het dan bedreven in de Gereformeerde Kerken. Mij dunkt ligt hier het spanningsveld van de afgelopen eeuw al duidelijk in opgesloten. Het gaat om de theologie binnen de Gereformeerde Kerken, maar er wordt niet uitdrukkelijk over uitgesproken, dat het om gereformeerde theologie gaat. Dat zal, denk ik ook wel, gezien wat er aan theologie in concreto is gedaan, voor een deel terecht zijn. Misschien kunnen we het zo aangeven, dat de ontwikkeling, die in deze eeuw heeft plaatsgevonden in de Gereformeerde Kerken wat haar theologiebeoefening betreft, er zo uitziet, dat men wel begònnen is met zeer uitgesproken de theologie als gereformeerde theologie te beoefenen (denk aan het opus magneum van H. Bavinck 'Gereformeerde Dogmatiek'), maar dat men daarna, en vooral in de laatste decennia steeds duidelijker en bewuster ertoe gekomen is om niet meer uitgesproken gereformeerde theologie maar zonder meer om theologie te bedrijven, die zich niet wil inperken binnen een normatief gereformeerd kader, of wil gestoeld zijn op wat men vroeger noemde gereformeerde beginselen, maar die zich bewust wil bewegen op het brede veld van de theologie in het algemeen en daarin niet wil opvallen door haar eigen gereformeerdheid.
Ik stel dit aan de orde, omdat er in de 'Verantwoording' en de 'Positiebepaling' voor­in het te presenteren boek ook uitdrukkelijk over wordt gesproken. Ik ontdek daarin eveneens de zojuist door mij gesignaleerde spanning. Aan de ene kant wijst men erop, dat er van 'geen exclusief referentiekader' sprake is, en dat het daarom ook moeilijk is om 'het specifiek eigene' van deze honderd jaar theologie aan te geven. In concreto betekent dit, dat men steeds minder is gaan refereren 'aan zoiets als "gereformeerde theologie"', waarbij Berkouwer dan model staat, omdat dit bij hem steeds duidelijker valt op te merken, terwijl dit 'nog nadrukkelijker geldt voor de làtere generatie gereformeerde theologen' (10). Maar anderzijds spreekt men de behoefte uit om toch tot een positiebepaling te komen, die dan gezocht wordt 'door in elk artikel (van het boek, C.G.), de theologie van Kuyper en Bavinck enerzijds in verband te brengen met Calvijns positie (of die van de calvinistische traditie) en anderzijds met de latere ontwikkeling van de theologie binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland (8). Men spreekt dan ook de intentie uit om deze 'ontwikkeling van de gereformeerde theologie als het ware te ijken aan wat ze zelf als haar oorsprong zag – de calvinistische traditie – èn aan wat de auteurs nù als eis van de tijd zien' (8).

Terugkoppeling naar de gereformeerde traditie
Nu blijkt de eerstgenoemde relatie, namelijk de terugkoppeling naar de oorspronkelijk calvinistische traditie, slechts ten dele te zijn gehonoreerd. Ze komt nog het duidelijkst ter sprake in de bijdrage van M.E. Brinkman over 'Het sacrament in de gereformeerde geloofsbeleving', waarin ook de sacramentsleer van de belijdenisgeschriften en uitvoerig die van Calvijn wordt behandeld, voorafgaand aan die van Bavinck en Berkouwer (195 vv.). Hetzelfde geldt van de artikelen van G.C. van de Kamp over 'Liturgische bewustwording in de gereformeerde kerken' (196 vv.) en van C. van der Kooi over 'De spanning van het "reeds" en "nog niet" bij Calvijn, Kuyper en Berkouwer' (230 vv.). Maar in de bijdrage van J. Veenhof komt de vergelijking inet de oude, gereformeerde traditie nauwelijks ter sprake, hetgeen echter te begrijpen is, omdat daarin de geschiedenis van de afgelopen honderd jaar theologie en spiritualiteit wordt getekend. Ingrijpender wordt dit gemis in het verhaal van A. van Egmond over 'Een spannend leven: gereformeerd van 1892 tot 1992', waarin de theologische en praktische bezinning op de ethiek van het gereformeerde leven wordt onderzocht. Ik stel me voor, dat wanneer er op dit punt een vergelijking zou worden getrokken met hoe Calvijn in het leven heeft gestaan, en dan ook nog gekeken zou zijn naar de 'praxis pietatis' zoals deze in de Nadere Reformatie gestalte heeft gekregen, toch ook twee eeuwen beslaand van de traditie van het geref. protestantisme, dan zou het 'spannende leven' van de gereformeerden in de laatste eeuw nog wel in een ander licht zijn komen te staan.

Het gereformeerde Schriftgeloof
Misschien nog ingrijpender wordt het gemis aan terugkoppeling naar de gereformeerde traditie in het overigens uiterst boeiende verhaal van H.M. Vroom, dat handelt over hoe in de afgelopen eeuw in de theologie van de Gereformeerde Kerken over de Schrift is gedacht. Daarin worden wel de visies van Kuyper, Bavinck en Berkouwer weergegeven en knap geanalyseerd en ook nog in het kort de ontwikkeling daarna, maar een terugkoppeling naar en vergelijking met wat de calvijnse, gereformeerde traditie hierover gezegd heeft, ontbreekt.
En toch zou zo'n vergelijking ook op dit punt aan de gegeven analyse een toch wel uiterst belangrijke en tegelijk kritische dimensie hebben toegevoegd. Dat ik dit in het verband van de Schriftleer uitdrukkelijk noem, vindt mede zijn aanleiding in het feit, dat in de 20er en 30er jaren dit thema ook binnen de theologie van de Gereformeerde Kerken zelf aan de orde is geweest. Ik denk hierbij aan de dissertatie van de in 1931 aan de VU gepromoveerde dr. D.J. de Groot over 'Calvijns opvatting over de inspiratie der Heilige Schrift' (Zutphen 1931), waarin hij een 'gereformeerde' tegenhanger wilde geven van de ethische Calvijn-interpretatie van de Utrechtse hoogleraar J.A. Cramer. Eigenlijk is dit geding nog steeds aan de orde, zij het dat de posities wel tamelijk radicaal zich hebben gewijzigd. We kunnen er echter niet omheen, wanneer tenminste de vraag wordt toegelaten, hoe calvijns, calvinistisch of gereformeerd het nog is, wat na honderd jaar theologiebeoefening in de Gereformeerde Kerken over de Schrift wordt geleerd. Ik wil mijn verhaal dan ook graag op dit punt toespitsen. Als ik een grove lijn trek door de geschiedenis van de gereformeerde traditie heen op het punt van het Schriftgeloof, dan zien wij een ontwikkeling zich voltrekken van een wat men noemt mechanische naar een organische inspiratieleer. De eerste treft men aan in de gereformeerde orthodoxie, de tweede is geïntroduceerd door A. Kuyper en H. Bavinck, en heeft sindsdien een verdere ontwikkeling doorgemaakt, die is uitgelopen op wat in de laatste rapporten hierover genoemd is het relationele Schriftgezag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gereformeerde theologie in een proces van ontwikkeling en aanpassing (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1992

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's